Ontwikkelingspsychologie OWE 2 (5 studiepunten)
Samenvatting door Ilse Witjes
De toets: meerkeuze toets van 60 vragen.
Boek: An introduction to child development by Thomas Keenan
Begrippen: document onderwijs online
Doelen OWE 2:
1. Verdiepen in de ontwikkeling van kinderen
2. Kennismaken met theorieën en concepten uit ontwikkelingspsychologie
3. Om zo het kind in ontwikkeling te begrijpen
4. Om daarmee je onderwijs op kinderen af te stemmen
1
,Hoofdstuk 1: The Principles of Developmental Psychology
Rijping, groei, leren, Menselijk gedrag
hoger niveau Ontwikkeling en psychologie verklaren en
beschrijven
Hoe kun je naar ontwikkeling kijken?
Baltes theorie:
Life-span developmental psychology (levensloop): onderzoek van zowel constantheid als
veranderingen in menselijk gedrag gedurende het hele leven.
- Je veranderd je hele leven
- Je leert nieuwe dingen, maar verliest ook kennis, motoriek en vaardigheden (je wordt bijvoorbeeld
ouder, je kennis neemt toe maar je motoriek neemt af)
- Vanaf je geboorte, de conceptie tot aan je dood.
Werner (1957) zegt dat ontwikkeling bestaat uit 2 processen:
Integratie: combinaties van eerder aangeleerd gedrag.
Differentiatie: verfijnen van eerder aangeleerd gedrag.
Leeftijdsperioden
Periode From – to (age)
Prenetale periode (prenatal period) Bevruchting tot geboorte (conception to birth)
Peutertijd (toddlerhood) Geboorte – 2 jaar
Vroege kinderjaren (early childhood) 2 – 6 jaar
Middelbare jeugd (middle chilhood) 6 – 11 jaar
Adolescentie (adolescence) 11 – 18 jaar
Vroege volwassenheid (early adulthood) 18 – 25 jaar
Child development: de ontwikkeling tussen bevruchting en adolescentie.
Ontwikkeling in domeinen
Fysieke/ biologische ontwikkeling: gaat over veranderingen in het fysieke welzijn.
Sociale ontwikkeling: gaat over veranderingen in sociale relaties.
Emotionele ontwikkeling: gaat over veranderingen in emotioneel begrip en ervaringen.
Cognitieve ontwikkeling: gaat over veranderingen in denkprocessen.
Baltes, driefactormodel van contextuele invloed op ontwikkeling, dit houdt de studie in van
gelijkenissen en verschillen in ontwikkeling en het onderzoeken van de mate waarin een individu
veranderd:
Factor 1 Normatieve leeftijdsfase-invloeden, de biologische- en omgevingsfactoren die hetzelfde
zijn voor individuen in een bepaalde leeftijdsgroep, zoals de pubertijd.
Factor 2 Normatieve geschiedenisfase-invloeden, biologische en omgevingsfactoren die worden
geassocieerd met een bepaalde tijd, zoals de invloed van een oorlog op een generatie.
Factor 3 Niet-normatieve levensgebeurtenissen, gebeurtenissen die grote invloed hebben op
een individu, zoals het overlijden van een ouder.
2
, Discussie/ vraagstukken in de ontwikkelingspsychologie
Coninuteit: Verandering loopt gelijk. Prestaties Discontinuteit: Verandering verloopt in duidelijk
op het ene niveau, zijn een vervolg op voorgaand onderscheiden stappen of fasen. Gedrag en
niveau. processen zijn in verschillende fasen kwalitatief
verschillend.
Siegler: ‘’het onderscheid continuïteit/discontinuïteit hangt af van de manier waarop men
ontwikkeling bestudeert.’’
Sternberg en Okagaki: ‘’het onderscheid continuïteit/discontinuïteit is misplaatst en pleiten dan ook
voor een geïntegreerde visie hierop; namelijk dat beiden invloed hebben op de ontwikkeling van het
kind.
Stabiliteit: Als eigenschappen op het zelfde Verandering: Als eigenschappen in loop der tijd
niveau blijven hangen. veranderen of zelfs verdwijnen.
Rijping (maturation): Ontwikkeling als een Ervaring: Ontwikkeling als een proces dat (qua
continu proces, in tijd aangestuurd door onze tijd/inhoud) verandert naarmate je ervaring
genen. hebt.
Nature: De nadruk ligt op het ontdekken van Nurture: De nadruk ligt op invloeden van de
erfelijke eigenschappen en vermogens. omgeving van iemands ontwikkeling. (Piaget)
(Vygotsky)
Sensatie: 1e gewaarwording van stimulatie van Perceptie: (waarneming) proces waarbij we
de hersenen. deze zintuigelijke informatie gaan verwerken
en er een betekenis aan gaan geven.
3
Samenvatting door Ilse Witjes
De toets: meerkeuze toets van 60 vragen.
Boek: An introduction to child development by Thomas Keenan
Begrippen: document onderwijs online
Doelen OWE 2:
1. Verdiepen in de ontwikkeling van kinderen
2. Kennismaken met theorieën en concepten uit ontwikkelingspsychologie
3. Om zo het kind in ontwikkeling te begrijpen
4. Om daarmee je onderwijs op kinderen af te stemmen
1
,Hoofdstuk 1: The Principles of Developmental Psychology
Rijping, groei, leren, Menselijk gedrag
hoger niveau Ontwikkeling en psychologie verklaren en
beschrijven
Hoe kun je naar ontwikkeling kijken?
Baltes theorie:
Life-span developmental psychology (levensloop): onderzoek van zowel constantheid als
veranderingen in menselijk gedrag gedurende het hele leven.
- Je veranderd je hele leven
- Je leert nieuwe dingen, maar verliest ook kennis, motoriek en vaardigheden (je wordt bijvoorbeeld
ouder, je kennis neemt toe maar je motoriek neemt af)
- Vanaf je geboorte, de conceptie tot aan je dood.
Werner (1957) zegt dat ontwikkeling bestaat uit 2 processen:
Integratie: combinaties van eerder aangeleerd gedrag.
Differentiatie: verfijnen van eerder aangeleerd gedrag.
Leeftijdsperioden
Periode From – to (age)
Prenetale periode (prenatal period) Bevruchting tot geboorte (conception to birth)
Peutertijd (toddlerhood) Geboorte – 2 jaar
Vroege kinderjaren (early childhood) 2 – 6 jaar
Middelbare jeugd (middle chilhood) 6 – 11 jaar
Adolescentie (adolescence) 11 – 18 jaar
Vroege volwassenheid (early adulthood) 18 – 25 jaar
Child development: de ontwikkeling tussen bevruchting en adolescentie.
Ontwikkeling in domeinen
Fysieke/ biologische ontwikkeling: gaat over veranderingen in het fysieke welzijn.
Sociale ontwikkeling: gaat over veranderingen in sociale relaties.
Emotionele ontwikkeling: gaat over veranderingen in emotioneel begrip en ervaringen.
Cognitieve ontwikkeling: gaat over veranderingen in denkprocessen.
Baltes, driefactormodel van contextuele invloed op ontwikkeling, dit houdt de studie in van
gelijkenissen en verschillen in ontwikkeling en het onderzoeken van de mate waarin een individu
veranderd:
Factor 1 Normatieve leeftijdsfase-invloeden, de biologische- en omgevingsfactoren die hetzelfde
zijn voor individuen in een bepaalde leeftijdsgroep, zoals de pubertijd.
Factor 2 Normatieve geschiedenisfase-invloeden, biologische en omgevingsfactoren die worden
geassocieerd met een bepaalde tijd, zoals de invloed van een oorlog op een generatie.
Factor 3 Niet-normatieve levensgebeurtenissen, gebeurtenissen die grote invloed hebben op
een individu, zoals het overlijden van een ouder.
2
, Discussie/ vraagstukken in de ontwikkelingspsychologie
Coninuteit: Verandering loopt gelijk. Prestaties Discontinuteit: Verandering verloopt in duidelijk
op het ene niveau, zijn een vervolg op voorgaand onderscheiden stappen of fasen. Gedrag en
niveau. processen zijn in verschillende fasen kwalitatief
verschillend.
Siegler: ‘’het onderscheid continuïteit/discontinuïteit hangt af van de manier waarop men
ontwikkeling bestudeert.’’
Sternberg en Okagaki: ‘’het onderscheid continuïteit/discontinuïteit is misplaatst en pleiten dan ook
voor een geïntegreerde visie hierop; namelijk dat beiden invloed hebben op de ontwikkeling van het
kind.
Stabiliteit: Als eigenschappen op het zelfde Verandering: Als eigenschappen in loop der tijd
niveau blijven hangen. veranderen of zelfs verdwijnen.
Rijping (maturation): Ontwikkeling als een Ervaring: Ontwikkeling als een proces dat (qua
continu proces, in tijd aangestuurd door onze tijd/inhoud) verandert naarmate je ervaring
genen. hebt.
Nature: De nadruk ligt op het ontdekken van Nurture: De nadruk ligt op invloeden van de
erfelijke eigenschappen en vermogens. omgeving van iemands ontwikkeling. (Piaget)
(Vygotsky)
Sensatie: 1e gewaarwording van stimulatie van Perceptie: (waarneming) proces waarbij we
de hersenen. deze zintuigelijke informatie gaan verwerken
en er een betekenis aan gaan geven.
3