Gedrag
Kinderen en Media
Ontwikkeling van kinderen
• Piaget: ontwikkeling in fases->
• Op het moment dat een kind geboren wordt moet hij alles nog leren, ze leren in fases
1.Sensomotorische fase, (0-24 maanden)
Ezelsbruggetje, fase dat de alles pakken
• Gaat over de motoriek en zintuigen,
• Ontwikkeling geheugen
VB: Leren hun moeder herkennen, door te voelen, te ruiken, te luisteren,
herkennen/beelden
• Nog geen object permanentie, een kind wil hebben wat die ziet, altijd hebben. Als je
het weg haalt zullen ze er niet meer om roepen
VB: kiekeboe
2.Pre-operationele fase (2-7 jaar)
Ezelsbruggetje, fase alles voor
In deze fase ontwikkelen ze:
Ontwikkeling taal
• Vanaf een jaar of 2 ontwikkelen ze taal
• Eerst woorden, daarna uitspraak, daarna zinsbouw daarna grammatica.
Verdere ontwikkeling (fijne) motoriek
VB: schrijven, kleine, lego
Ontwikkeling “ik” ego
• Na 2 jaar begrijpen ze dat ze eigen emoties hebben, begrijpen dat ze niet onderdeel zijn
van hun moeder.
• Ontdekken dat ze een eigen persoon zijn
• Leren zichzelf herkennen in de spiegel
VB: Waar is de neus van de pop? En waar is jouw neus?
Animise
Levenloos objecten hebben levende eigenschappen
VB: tegen je computer praat als hij niet werk
,Denken: kenmerkt zich door egocentrisme en centratie
Egocentrisme
Dat je vanuit jezelf redeneert
VB: als ik het lekker vind, vind jij dat ook
Centratie
• Dat kleine kinderen vaak maar 1 aspect van een geheel kunnen waarnemen.
• Kunne daardoor ook heel slecht mensen uit elkaar houden.
• Kinderen vinden het heel moeilijk om kleine aspecten te onderscheiden van elkaar
VB: lijkt op jou omdat ze allebei wit haar hebben
Ontwikkeling begrip ”conservatie”
• Snappen niet dat een hoeveelheid opeens meer of minder kan worden
3.Concreet operationele fase, (7-12 jaar)
Ezelsbruggetje, op alfabet c dan f
• Ontwikkeling van reversibiliteit
Het begrip dat je een proces in gedachten kunt omdraaien.
VB: als een kip uit een ei komt kan die ook terug in het ei
• Ontwikkeling van decentratie
Het feit dat je, je op meerdere aspecten tegelijk kunt richten.
• Ontwikkeling van de logica
De relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid.
4.Formeel operationele fase, (12+ jaar)
, Ezelsbruggetje, op alfabet c dan f
• Met 15/16 zijn ze hier wel door heen, dit verschild in de snelheid van je ontwikkeling,
intelligentie, gezondheid ect
• Het denken kom los van het concrete, kan je ook abstract redenneren. Als dit waar is
zal dit ook wel waar zijn
• Leren logisch te denken, het leren verbanden te maken en hieruit conclusies te trekken
Waarom moet je dit weten?
• Als je een programma maakt moet je weten waar je op moet letten en wat ze
interessant vinden.
• Ze hebben altijd programma voorkeurzen
• Aanpassen aan ontwikkelingsniveau (optimale niveau van stimulatie)
Kinderen en de Media
0-2 JAAR
• Primaire/Felle kleuren, muziek en bewegende objecten.
• Voorkeuren: duidelijke gezichten, muziek, felle kleuren.
VB: Baby tv, teletubbies
• Duidelijke bewegende objecten
• Willen graag hard op benoemen wat ze zien
VB: Nijntje huilt
• Verhaallijn is totaal niet relevant, want het gaat om het bewegend beeld.
• Aandacht te kort, daarom voorkeur voor reclames (rijmpjes, liedjes, slogans, muziek,
korte verhaaltjes).
Programma voor kleine kinderen
Korte format, bedoelen we echt secondes/minuten mee
2-5 JAAR
• Houden vooral van vriendelijke fantasiefiguren en vertrouwde contexten (dingen die ze
kennen)
• Voorkeur voor media-inhoud, meeste, kinderen willen heel graag op hun iPad
• Interesse in verhaallijn.
• Imiteren media-inhoud (bijv. commercials nazingen)
Herhaling geeft “macht’ (denk ook aan TikTok dansjes)
VB: Dora
• Wat ze niet kunnen is het onderscheid maken tussen wat echt is en wat niet, alles wat
ze op het scherm zien is echt. (Scheidslijn fantasie)
• Als je kinderen verkeerde contact kijken kan het letterlijk trauma oplopen
VB: Gezonken pakjes boot.
Tot 4 jaar: alles op tv is echt, tv-karakters “wonen in de tv”.
Kinderen en Media
Ontwikkeling van kinderen
• Piaget: ontwikkeling in fases->
• Op het moment dat een kind geboren wordt moet hij alles nog leren, ze leren in fases
1.Sensomotorische fase, (0-24 maanden)
Ezelsbruggetje, fase dat de alles pakken
• Gaat over de motoriek en zintuigen,
• Ontwikkeling geheugen
VB: Leren hun moeder herkennen, door te voelen, te ruiken, te luisteren,
herkennen/beelden
• Nog geen object permanentie, een kind wil hebben wat die ziet, altijd hebben. Als je
het weg haalt zullen ze er niet meer om roepen
VB: kiekeboe
2.Pre-operationele fase (2-7 jaar)
Ezelsbruggetje, fase alles voor
In deze fase ontwikkelen ze:
Ontwikkeling taal
• Vanaf een jaar of 2 ontwikkelen ze taal
• Eerst woorden, daarna uitspraak, daarna zinsbouw daarna grammatica.
Verdere ontwikkeling (fijne) motoriek
VB: schrijven, kleine, lego
Ontwikkeling “ik” ego
• Na 2 jaar begrijpen ze dat ze eigen emoties hebben, begrijpen dat ze niet onderdeel zijn
van hun moeder.
• Ontdekken dat ze een eigen persoon zijn
• Leren zichzelf herkennen in de spiegel
VB: Waar is de neus van de pop? En waar is jouw neus?
Animise
Levenloos objecten hebben levende eigenschappen
VB: tegen je computer praat als hij niet werk
,Denken: kenmerkt zich door egocentrisme en centratie
Egocentrisme
Dat je vanuit jezelf redeneert
VB: als ik het lekker vind, vind jij dat ook
Centratie
• Dat kleine kinderen vaak maar 1 aspect van een geheel kunnen waarnemen.
• Kunne daardoor ook heel slecht mensen uit elkaar houden.
• Kinderen vinden het heel moeilijk om kleine aspecten te onderscheiden van elkaar
VB: lijkt op jou omdat ze allebei wit haar hebben
Ontwikkeling begrip ”conservatie”
• Snappen niet dat een hoeveelheid opeens meer of minder kan worden
3.Concreet operationele fase, (7-12 jaar)
Ezelsbruggetje, op alfabet c dan f
• Ontwikkeling van reversibiliteit
Het begrip dat je een proces in gedachten kunt omdraaien.
VB: als een kip uit een ei komt kan die ook terug in het ei
• Ontwikkeling van decentratie
Het feit dat je, je op meerdere aspecten tegelijk kunt richten.
• Ontwikkeling van de logica
De relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid.
4.Formeel operationele fase, (12+ jaar)
, Ezelsbruggetje, op alfabet c dan f
• Met 15/16 zijn ze hier wel door heen, dit verschild in de snelheid van je ontwikkeling,
intelligentie, gezondheid ect
• Het denken kom los van het concrete, kan je ook abstract redenneren. Als dit waar is
zal dit ook wel waar zijn
• Leren logisch te denken, het leren verbanden te maken en hieruit conclusies te trekken
Waarom moet je dit weten?
• Als je een programma maakt moet je weten waar je op moet letten en wat ze
interessant vinden.
• Ze hebben altijd programma voorkeurzen
• Aanpassen aan ontwikkelingsniveau (optimale niveau van stimulatie)
Kinderen en de Media
0-2 JAAR
• Primaire/Felle kleuren, muziek en bewegende objecten.
• Voorkeuren: duidelijke gezichten, muziek, felle kleuren.
VB: Baby tv, teletubbies
• Duidelijke bewegende objecten
• Willen graag hard op benoemen wat ze zien
VB: Nijntje huilt
• Verhaallijn is totaal niet relevant, want het gaat om het bewegend beeld.
• Aandacht te kort, daarom voorkeur voor reclames (rijmpjes, liedjes, slogans, muziek,
korte verhaaltjes).
Programma voor kleine kinderen
Korte format, bedoelen we echt secondes/minuten mee
2-5 JAAR
• Houden vooral van vriendelijke fantasiefiguren en vertrouwde contexten (dingen die ze
kennen)
• Voorkeur voor media-inhoud, meeste, kinderen willen heel graag op hun iPad
• Interesse in verhaallijn.
• Imiteren media-inhoud (bijv. commercials nazingen)
Herhaling geeft “macht’ (denk ook aan TikTok dansjes)
VB: Dora
• Wat ze niet kunnen is het onderscheid maken tussen wat echt is en wat niet, alles wat
ze op het scherm zien is echt. (Scheidslijn fantasie)
• Als je kinderen verkeerde contact kijken kan het letterlijk trauma oplopen
VB: Gezonken pakjes boot.
Tot 4 jaar: alles op tv is echt, tv-karakters “wonen in de tv”.