Deze samenvatting is gebaseerd op
- Welke soort examenvragen (2022-2024) werden gesteld
- Waar de prof (S. Van Calenbergh) in de les belang aan hechtte
De samenvatting bevat per hoofdstuk
- Beknopte info + structuur van
°De receptor
°De endogeen ligand
- Interactiemechanisme endogeen ligand met receptor + interferenties
- Agonisten en antagonisten per klasse:
- Algemene structuur hoe je deze moet herkennen
- Indicaties in het kort
- SAR : gevolg van structuur wijzigingen op effect GM
- Metabolieten en prodrugs
- Extra uitleg v belangrijke ziektebeelden (o.a. die voorkomen in meerdere hoofdstukken)
De flashcards zijn bedoeld om de vraag met enkel structuren op het examen te kunnen
- Bevat structuur waarbij je indicatie en klasse moet zeggen
, DEEL I
H1 : ACETYLCHOLINE EN CHOLINERECEPTOREN
1 STRUCTUUR ENDOGEEN LIGAND: ACETYLCHOLINE
• zeer flexibel
• veel verschillende conformaties mogelijk
-Meest stabiel: trans-gaucheconformatie
-Minder stabiel: trans-trans
➞ Trans-gauche kan omgezet worden naar trans-trans
➞ Verlies aan stabiliteit/E-stijging word geompenseerd door binding met receptor
2 RECEPTOR ACETYLCHOLINE
NICOTINERECEPTOR
EIGENSCHAPPEN
• Ionkanaal gebonden + errond verschillende subeenheden
- Afhankelijk van locatie receptor
- bepaalde combinatie van subeenheden = verschillende types nicotinereceptor
• Acetylcholine bindt aan α-subeenheid (meestal)
• Elke subeenheid bestaat uit transmembranaire helices
➞ gaan 4x door membraan
CZS Ganglia Skeletspieren
• α of β subeenheden • α of β subeenheden • α,β,delta,gamma subeenheden
• nicotineverslaving • Typische agonist: hexamethonium • Typische antagonist: tubocurarine
• positief effect op geheugen • Typische antagonist: epibatidine
bij Alzheimerpatiënten
• Typische agonist: epibatidine
Nicotineverslaving bij rokers
1 Activztie door nicotine
2 Vrijstelling dopamine: gevoel dat je ‘alles‘ aankunt
4 TOESTANDEN RECEPTOR
• Rusttoestand: geen ligand gebonden, kanaal gesloten
• Geactiveerde toestand: ligand gebonden, kanaal open
• Gedesensitiseerde toestand: ligand langdurig gebonden, kanaal gesloten
• Inactieve toestand: ligand gebonden, kanaal gesloten
,MUSCARINERECEPTOR
EIGENSCHAPPEN
• G-proteïne gekoppeld
• 5 subtypen: m1 tem m5
- m1,m3,m5: positief effect op fosfolipase C
- m2, m4: negatief effet op adenylaatcyclase (AC)
M1-receptor M2-receptor M3-receptor
= thermostaat
• Agonisten: (vb xanomeline) = autoreceptor • Agonisten:
- verbetert geheugen ➞ ‘voelt’ aan hoeveel Ach er - constrictie t.b.v. blaas, GI-
- tegen Alzheimer aanwezig is in synaps kanaal, ogen
- HCl secretie
➞ hoe meer Ach aanwezig, hoe - tegen atonie GI-kanaal en blaas
meer deze receptor dit zal remmen - tegen glaucoom
bij activatie
• Antagonisten
• Agonisten: - tegen hyperactiviteit
- vertragen hartritme spieren/klieren
- tegen tachycardie - tegen COPD
• Antagonisten (vb pirenzepine) • Antagonisten:
- tegen maagzweren - versnellen hartritme
- tegen Parkinson - tegen bradycardie
Alzheimer
1 Te weinig acetylcholine
2 APP (amyloid precursor proteïne) in celmembraan wordt gesplitst door proteasen
➞ vorming vnl onoplosbare proteïnen die neuronen schaden
, Parkinson
• Te weinig dopamine: ‘stijf’ voelen
• Te veel acetylcholine: tremor
NEUROTRANMISSIEPROCES
OVERZICHT
Autonoom ZS Somatisch ZS
• 2 neuron-systeem • 1-neuron systeem
• controleert homeostase (bloeddruk, temperatuur,..) • activeert skeletspieren
• onwillekeurig • willekeurig
Parasympatisch ZS Sympathisch: veel primitiever
Functie: behoudt lichaamsenergie Functie:
Proces: - bereidt lichaam voor op actie
- Neuron 1 secreteert Ach - mobilisatie lichamsenergie
Die bindt op N-receptor
- Neuron 2 secreteert Ach die bindt Proces
op M-receptor -1e Neuron laat Ach vrij en dit bindt op 2e
neuron
- 2e neuron zet noradrenaline vrij
OF
-1e neuron laat Ach vrij en dit bindt op N-
receptor
- Bijnier is gestimuleerd om adrenaline vrij te
stellen