Personenbelasting deel 1
1 Basisbeginselen fiscaal recht
WIB = wetboek ‘inkomsten belasting’
Belasting = bijdrage (niet altijd in geld) die volgens bepaalde rechtsregels door een overheid wordt opgelegd
-> doel: verzamelen v financiële middelen die nodig zijn om uitgaven te doen in het algemeen belang & voor
zover die bijdrage bij wet als belasting wordt erkend
! legaliteitsbeginsel = geen belasting zonder wet !
is wettelijk zeer goed gedefinieerd
Algemeen nut: je kan niet vragen voor een individuele tegenprestatie als je belastingen betaalt (vb. zeggen
“mijn belastingen mogen niet naar het leger gaan”,..) -> je mag dus niet vragen waar uw belastingen
naartoe gaan (in Duitsland kan dat wel)
1.1 Hoofdkenmerken
Financieel doel -> het dekken & financieren van overheidsuitgaven
o Betreft diensten v openbaar nut (inrichten van onderwijs, voorzien v gezondheidszorg,..)
o Beoogt geen ‘individueel’ toewijsbare tegenprestatie
Dwingend karakter -> afdwingbaar via administratieve ofwel strafrechtelijke sancties
o EHRM hanteert principe “non bis in idem”
o Wet 20 september 2012 bevestigt het ‘una-via’-principe
2 Overheidsinkomsten die geen belastingen zijn
2.1 retributies (= verhaalbelasting)
verschil met gewone belasting -> voor individueel belang ipv algemeen belang !
vergoeding die de overheid v bepaalde heffingsplichten vordert als tegenprestatie voor de levering
v/e bijzondere dienst in hun persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder
voordeel
vb. sporthal, toegang tot een museum, inname v/e standplaats op een kermis, parkeerretributie, tolgelden
voor gebruik v bruggen,..
soms is verschil met een belasting moeilijk te maken (vb. “urbanisatiebelasting”: parkeerretributie)
-> deze verhaalbelasting wordt forfaitair doorgerekend aan een groep v mensen & is niet steeds
gebonden aan specifieke werken
toetsing van deze administratieve maatregel mogelijk door RvS
2.2 parafiscale of sociale bijdrage
lasten v sociale zekerheid (= zekerheidsprincipe) worden niet alleen door de WG & WN gedragen
o waarom: als men op een bepaald moment niet meer kan werken (zwanger, ziekte,..)
federale overheid betaalt jaarlijks een forfaitaire som aan de RSZ
o daarnaast bestaat er sinds enkele jaren ook een alternatieve financiering vd sociale
zekerheid
1
,3 diverse functies van de belasting
3.1 financiële functie
hoofdfunctie vd belastingen (ong 97% van de overheidsinkomsten)
gerealiseerd door geldelijke bijdragen & geregeld via de techniek van voorschotten (evt
verrekenbaarheid en terugbetaalbaarheid)
de overheid geeft meer uit dan ze ontvangen
begrotingstekort op dit moment 4,7% (max is eigenlijk 3%)
3.2 economische functie
invloed op:
prijsvorming (vb. brandstof, sigaretten, verzekering rechtsbijstand,..)
spaarwezen (vb. vrijstelling v interesten op spaardeposito’s, belastingvoordelen voor
pensioensparen -> jaarlijkse storting & daarop 30% minder belastingen,..)
consumptiegedrag (vb. invoerrechten, toepassing verschillende btw-tarieven (nieuwbouw vs
vernieuwbouw),..)
3.3 sociale functie
= de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten (maar: enerzijds non-discriminatie, anderzijds een sociaal
verschil
! in personenbelasting niet met vlak tarief (= 21%) !
progressief opklimmend tarief (laagste: 25% - in luxemburg 2% :’) = hoe hoger inkomen, enkel hogere
deel wordt belast (vb uw inkomen zit bij 45%, dan wordt er een deel met 25%, deel 40% en deel 45% belast)
25% - 40% - 45% - 50%
verlenen van specifieke verminderingen (vb. handicap, personen ten laste,..)
op dit moment is de sociale belastingsom hetzelfde voor mensen die alleen & samen wonen (daar is
discussie over)
eerste kind is financieel minst interessant voor ouders, 2 e, 3e ,.. is fiscaal beter
4 wie (overheden) mag belasting heffen
overheden die bevoegd zijn om belastingen te heffen zijn vastgelegd in art. 170 & 173 Gw.
o federale overheid (vb. personenbelasting & vennootschapsbelasting)
o lokale en regionale overheden (vb. gewesten, gemeenschappen, gemeenten, provincies,
Brussel – ook mbt de personenbelasting) -> de plaats waar je woont, speelt een rol over de
belastingen (wij leren enkel over Vlaanderen)
o supranationale overheden (vb. Europa)
o publiekrechtelijke instellingen (vb. Polders & Wateringen)
5 grondwettelijke beginselen van de belastingheffing
de Gw bevat ter bescherming vd burgers 3 basisbeginselen (art. 170 – 172 Gw.)
2
, o legaliteits- of wettelijkheidsbeginsel (art. 170 Gw.)
o anualiteits- of éénjarigheidsbeginsel (art. 171 Gw.) -> fiscale wetgeving, slechts een
geldigheidsduur van 1 jaar
o gelijkheidsbeginsel (art. 172 Gw.) -> evolutief
5.1 het legaliteitsbeginsel (art. 170 Gw.)
o principiële belastingsvrijdom: geen belastingheffing tenzij de wetgever (WM) anders
bepaalt
o de invoering v/e belasting bevat noodzakelijkerwijze een aantal facetten:
WIE: vaststelling vh belastingsubject (belastingplichtige)
WAT: bepaling vd grondslag (belastbare basis)
HOE: bepaling vd heffing (belastingberekening) -> tarief op inkomen
WANNEER: procedurele aspecten ivm de belasting -> per kalenderjaar
gevolgen legaliteitsbeginsel:
principe v “belastingsvrijdom” / vermoeden v “niet-belastbaarheid” (vb. vergoedingen voor geleden
morele schade, meerwaarde verkoop v eigen woning,..) -> niet in de wet -> ! in geval v twijfel, geen
belasting !
gebonden bevoegdheid vd belastingadministratie = geen kwijtschelding / vermindeirng v
belastingen -> dura lex sed lex: wet moet toegepast worden
Minister v Financiën heeft wel de mogelijkheid om fiscale boetes & interesten geheel / ten dele
kwijt te schelden maar niet de belastingzelf !
Volgens EHRM moet fiscale wetgeving ook voldoen aan “kwalitatieve” vereisten zoals het beginsel v
rechtszekerheid (= voorzienbaarheidsbeginsel)
5.2 Het éénjarigheidsbeginsel (art. 171 Gw.)
Belastingen moeten jaarlijks gestemd worden (= wordt jaarlijks verieuwd) -> praktijk:
belastingswetten worden niet jaarlijks gestemd, maar de UM moet jaarlijks de machtiging krijgen
om de belastingen te heffen
Formule: Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting die eind december wordt gestemd
Gevolgen éénjarigheidsbeginsel:
Jaarlijks een aangifte in de personenbelasting ingediend
o Inkomstenjaar – aanslagjaar = principe het jaar dat volgt op het inkomstenjaar
(beroeps-) kosten zijn enkel aftrekbaar in het belastbaar tijdperk waarin ze zijn gedaan / waarop ze
betrekking hebben
Belastingberekening gebeurt voor 1 jaar
5.3 Het gelijkheidsbeginsel (art. 10 en 172 Gw.)
art. 10 Gw: bepaalt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet
art. 172 Gw.: concretiseert verder dit verbod
Absoluut verbod -> op belastingen kunnen geen voorrechten worden ingevoerd
Relatief verbod -> vrijstelling / verminderingen kunnen enkel ingevoerd door de wet
Voor een verschillende behandeling moet een redelijke & objectieve verantwoording te bestaan (op
basis v het doel & de gevolgen vd belasting)
3
1 Basisbeginselen fiscaal recht
WIB = wetboek ‘inkomsten belasting’
Belasting = bijdrage (niet altijd in geld) die volgens bepaalde rechtsregels door een overheid wordt opgelegd
-> doel: verzamelen v financiële middelen die nodig zijn om uitgaven te doen in het algemeen belang & voor
zover die bijdrage bij wet als belasting wordt erkend
! legaliteitsbeginsel = geen belasting zonder wet !
is wettelijk zeer goed gedefinieerd
Algemeen nut: je kan niet vragen voor een individuele tegenprestatie als je belastingen betaalt (vb. zeggen
“mijn belastingen mogen niet naar het leger gaan”,..) -> je mag dus niet vragen waar uw belastingen
naartoe gaan (in Duitsland kan dat wel)
1.1 Hoofdkenmerken
Financieel doel -> het dekken & financieren van overheidsuitgaven
o Betreft diensten v openbaar nut (inrichten van onderwijs, voorzien v gezondheidszorg,..)
o Beoogt geen ‘individueel’ toewijsbare tegenprestatie
Dwingend karakter -> afdwingbaar via administratieve ofwel strafrechtelijke sancties
o EHRM hanteert principe “non bis in idem”
o Wet 20 september 2012 bevestigt het ‘una-via’-principe
2 Overheidsinkomsten die geen belastingen zijn
2.1 retributies (= verhaalbelasting)
verschil met gewone belasting -> voor individueel belang ipv algemeen belang !
vergoeding die de overheid v bepaalde heffingsplichten vordert als tegenprestatie voor de levering
v/e bijzondere dienst in hun persoonlijk belang of de toestemming voor een rechtstreeks bijzonder
voordeel
vb. sporthal, toegang tot een museum, inname v/e standplaats op een kermis, parkeerretributie, tolgelden
voor gebruik v bruggen,..
soms is verschil met een belasting moeilijk te maken (vb. “urbanisatiebelasting”: parkeerretributie)
-> deze verhaalbelasting wordt forfaitair doorgerekend aan een groep v mensen & is niet steeds
gebonden aan specifieke werken
toetsing van deze administratieve maatregel mogelijk door RvS
2.2 parafiscale of sociale bijdrage
lasten v sociale zekerheid (= zekerheidsprincipe) worden niet alleen door de WG & WN gedragen
o waarom: als men op een bepaald moment niet meer kan werken (zwanger, ziekte,..)
federale overheid betaalt jaarlijks een forfaitaire som aan de RSZ
o daarnaast bestaat er sinds enkele jaren ook een alternatieve financiering vd sociale
zekerheid
1
,3 diverse functies van de belasting
3.1 financiële functie
hoofdfunctie vd belastingen (ong 97% van de overheidsinkomsten)
gerealiseerd door geldelijke bijdragen & geregeld via de techniek van voorschotten (evt
verrekenbaarheid en terugbetaalbaarheid)
de overheid geeft meer uit dan ze ontvangen
begrotingstekort op dit moment 4,7% (max is eigenlijk 3%)
3.2 economische functie
invloed op:
prijsvorming (vb. brandstof, sigaretten, verzekering rechtsbijstand,..)
spaarwezen (vb. vrijstelling v interesten op spaardeposito’s, belastingvoordelen voor
pensioensparen -> jaarlijkse storting & daarop 30% minder belastingen,..)
consumptiegedrag (vb. invoerrechten, toepassing verschillende btw-tarieven (nieuwbouw vs
vernieuwbouw),..)
3.3 sociale functie
= de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten (maar: enerzijds non-discriminatie, anderzijds een sociaal
verschil
! in personenbelasting niet met vlak tarief (= 21%) !
progressief opklimmend tarief (laagste: 25% - in luxemburg 2% :’) = hoe hoger inkomen, enkel hogere
deel wordt belast (vb uw inkomen zit bij 45%, dan wordt er een deel met 25%, deel 40% en deel 45% belast)
25% - 40% - 45% - 50%
verlenen van specifieke verminderingen (vb. handicap, personen ten laste,..)
op dit moment is de sociale belastingsom hetzelfde voor mensen die alleen & samen wonen (daar is
discussie over)
eerste kind is financieel minst interessant voor ouders, 2 e, 3e ,.. is fiscaal beter
4 wie (overheden) mag belasting heffen
overheden die bevoegd zijn om belastingen te heffen zijn vastgelegd in art. 170 & 173 Gw.
o federale overheid (vb. personenbelasting & vennootschapsbelasting)
o lokale en regionale overheden (vb. gewesten, gemeenschappen, gemeenten, provincies,
Brussel – ook mbt de personenbelasting) -> de plaats waar je woont, speelt een rol over de
belastingen (wij leren enkel over Vlaanderen)
o supranationale overheden (vb. Europa)
o publiekrechtelijke instellingen (vb. Polders & Wateringen)
5 grondwettelijke beginselen van de belastingheffing
de Gw bevat ter bescherming vd burgers 3 basisbeginselen (art. 170 – 172 Gw.)
2
, o legaliteits- of wettelijkheidsbeginsel (art. 170 Gw.)
o anualiteits- of éénjarigheidsbeginsel (art. 171 Gw.) -> fiscale wetgeving, slechts een
geldigheidsduur van 1 jaar
o gelijkheidsbeginsel (art. 172 Gw.) -> evolutief
5.1 het legaliteitsbeginsel (art. 170 Gw.)
o principiële belastingsvrijdom: geen belastingheffing tenzij de wetgever (WM) anders
bepaalt
o de invoering v/e belasting bevat noodzakelijkerwijze een aantal facetten:
WIE: vaststelling vh belastingsubject (belastingplichtige)
WAT: bepaling vd grondslag (belastbare basis)
HOE: bepaling vd heffing (belastingberekening) -> tarief op inkomen
WANNEER: procedurele aspecten ivm de belasting -> per kalenderjaar
gevolgen legaliteitsbeginsel:
principe v “belastingsvrijdom” / vermoeden v “niet-belastbaarheid” (vb. vergoedingen voor geleden
morele schade, meerwaarde verkoop v eigen woning,..) -> niet in de wet -> ! in geval v twijfel, geen
belasting !
gebonden bevoegdheid vd belastingadministratie = geen kwijtschelding / vermindeirng v
belastingen -> dura lex sed lex: wet moet toegepast worden
Minister v Financiën heeft wel de mogelijkheid om fiscale boetes & interesten geheel / ten dele
kwijt te schelden maar niet de belastingzelf !
Volgens EHRM moet fiscale wetgeving ook voldoen aan “kwalitatieve” vereisten zoals het beginsel v
rechtszekerheid (= voorzienbaarheidsbeginsel)
5.2 Het éénjarigheidsbeginsel (art. 171 Gw.)
Belastingen moeten jaarlijks gestemd worden (= wordt jaarlijks verieuwd) -> praktijk:
belastingswetten worden niet jaarlijks gestemd, maar de UM moet jaarlijks de machtiging krijgen
om de belastingen te heffen
Formule: Wet houdende de Rijksmiddelenbegroting die eind december wordt gestemd
Gevolgen éénjarigheidsbeginsel:
Jaarlijks een aangifte in de personenbelasting ingediend
o Inkomstenjaar – aanslagjaar = principe het jaar dat volgt op het inkomstenjaar
(beroeps-) kosten zijn enkel aftrekbaar in het belastbaar tijdperk waarin ze zijn gedaan / waarop ze
betrekking hebben
Belastingberekening gebeurt voor 1 jaar
5.3 Het gelijkheidsbeginsel (art. 10 en 172 Gw.)
art. 10 Gw: bepaalt dat alle Belgen gelijk zijn voor de wet
art. 172 Gw.: concretiseert verder dit verbod
Absoluut verbod -> op belastingen kunnen geen voorrechten worden ingevoerd
Relatief verbod -> vrijstelling / verminderingen kunnen enkel ingevoerd door de wet
Voor een verschillende behandeling moet een redelijke & objectieve verantwoording te bestaan (op
basis v het doel & de gevolgen vd belasting)
3