Gespreksvoering voor Sociaal Werkers
(Editie: 2)
ISBN: 9789001299903
Hoofdstuk 1
Wat is gespreksvoering?
Gespreksvoering = een gestructureerde vorm van communicatie tussen mensen
met een specifiek doel, vaak binnen een professionele context.
In sociaal werk betekent dit:
Bewust communiceren met een hulpverleningsdoel
Niet zomaar ‘een gesprek voeren’, maar bewust kiezen hoe, wat en
waarom je communiceert
Afstemmen op de ander en op de context (bijv. crisissituatie vs. informatief
gesprek)
Belangrijk:
Een sociaal werker is géén “prater”, maar een luisterende professional
Gesprekken zijn middel, geen doel op zich
Waarom is gespreksvoering essentieel in sociaal werk?
Sociaal werk draait om relatie-opbouw, vertrouwen en beïnvloeding
Effectieve communicatie = basis voor verandering of ondersteuning
Vaak moet je lastige onderwerpen bespreekbaar maken (armoede, trauma,
opvoeding, schulden)
Gespreksvoering helpt bij:
Signaleren van problemen
Motiveren van cliënten
Informatie verzamelen
Gezamenlijk doelen stellen
Kenmerken van professioneel gespreksvoeren
➤ Bewuste houding
, Je bent je bewust van jouw rol, jouw invloed, en jouw stijl
Je brengt structuur aan in het gesprek
Je stuurt op verheldering, samenwerking, en verandering
➤ Gericht op de ander
Actief luisteren
Oordeel uitstellen (open houding)
Inleven in het perspectief van de ander (empathie)
➤ Doelgericht
Gesprekken hebben altijd een doel: informeren, motiveren, ondersteunen,
grenzen stellen…
Gespreksdoel en hulpverleningsdoel zijn vaak verschillend, maar hangen
samen
De professionele rol van de sociaal werker
Belangrijke rollen in gesprekken:
Ondersteuner – je helpt iemand verder te komen
Confronteerder – je houdt een spiegel voor
Informant – je verstrekt informatie
Regisseur – je houdt de structuur van het gesprek vast
Partner – je werkt samen met de cliënt, niet boven hen
Verantwoordelijkheid:
Jij hebt als professional de regie over het proces, niet over de inhoud van
de ander
Je bewaakt het doel, de tijd, en de veiligheid van het gesprek
Zelfreflectie en eigen stijl
In het boek wordt veel nadruk gelegd op:
Zelfkennis: wie ben jij als sociaal werker? Wat zijn je waarden?
Stijl van communiceren: Ben je van nature sturend of volgend? Luister je
actief? Laat je ruimte?
Reflectie op houding: Hoe beïnvloed jij het gesprek? Wat roept de cliënt bij
jou op?
Reflecteren is essentieel voor professioneel handelen. Denk na over wat je doet,
waarom je het doet en wat het effect is.
,Hoofdstuk 2
Communicatie is meer dan woorden
Communicatie is altijd aanwezig:
Zelfs stilte, lichaamshouding of afwezigheid zijn vormen van communicatie
Alles wat je doet of niet doet, wordt geïnterpreteerd
Er is verbaal (gesproken/geschreven taal) en non-verbaal (lichaamstaal, intonatie,
gezichtsuitdrukking) gedrag
Non-verbale communicatie:
Gebeurt meestal onbewust
Heeft vaak meer impact dan woorden
Moet congruent zijn met wat je zegt (bijv. "ik luister" zeggen terwijl je op je
telefoon kijkt = incongruent
Axioma’s van Watzlawick (communicatietheorie)
Paul Watzlawick beschreef 5 basisprincipes van communicatie ("axioma’s"). Deze
zijn cruciaal voor sociaal werkers om te begrijpen hoe misverstanden ontstaan.
➤ 1. Je kunt niet niet communiceren
Elk gedrag is communicatie
Zelfs als je zwijgt of wegkijkt, communiceer je iets
➤ 2. Iedere communicatie heeft een inhouds- en betrekkingsaspect
Inhoud = wát er gezegd wordt
Betrekking = hoe de relatie is tussen zender en ontvanger (toon, houding)
Voorbeeld: “Wil je dit rapport even lezen?” kan dwingend of vriendelijk
overkomen, afhankelijk van je toon
➤ 3. Communicatie is een kwestie van interpunctie
Iedereen interpreteert het begin en einde van interacties anders
“Hij doet afstandelijk omdat ik weinig vraag” vs. “Ik stel weinig vragen
omdat hij afstandelijk is”
Invloed op hoe je elkaar begrijpt of juist niet
➤ 4. Communicatie is analoog (non-verbaal) en digitaal (verbaal)
Digitaal = woorden, taal
Analoog = lichaamstaal, stem, gezichtsuitdrukking
, Incongruentie → verwarring (“ik ben niet boos!” met boze blik)
➤ 5. Relaties zijn symmetrisch of complementair
Symmetrisch = gelijkwaardig (bijv. tussen collega’s)
Complementair = verschil in machtspositie (bijv. sociaal werker vs. cliënt)
Rolherkenning is belangrijk om miscommunicatie te voorkomen
Interactie: het tweerichtingsverkeer van communicatie
Communicatie = altijd een proces tussen mensen
Je beïnvloedt elkaar wederzijds
Hoe jij iets zegt, beïnvloedt hoe de ander reageert, en andersom
Dit heet de circulaire benadering van communicatie
➤ Sociale beïnvloeding
Als sociaal werker ben je een invloedrijk persoon in het gesprek
De geloofwaardigheid, toon, openheid die je toont, heeft direct effect
De rol van perceptie en interpretatie
Mensen nemen informatie subjectief waar. Iedereen:
Filtert informatie via eigen waarden, ervaringen en cultuur
Interpreteert gedrag van anderen vaak op basis van eigen referentiekader
Gevolg:
Misverstanden of verkeerde aannames
Belangrijk: check je aannames, gebruik open vragen, verhelderen!
Congruentie in communicatie
Congruentie = overeenstemming tussen wat je zegt en wat je uitstraalt
Voorbeeld:
Zeggen: “Ik heb geen probleem met wat je zegt”
Maar: armen over elkaar, blik afgewend, zuchtend → incongruent =
onbetrouwbaar
In sociaal werk: congruente communicatie zorgt voor vertrouwen
(Editie: 2)
ISBN: 9789001299903
Hoofdstuk 1
Wat is gespreksvoering?
Gespreksvoering = een gestructureerde vorm van communicatie tussen mensen
met een specifiek doel, vaak binnen een professionele context.
In sociaal werk betekent dit:
Bewust communiceren met een hulpverleningsdoel
Niet zomaar ‘een gesprek voeren’, maar bewust kiezen hoe, wat en
waarom je communiceert
Afstemmen op de ander en op de context (bijv. crisissituatie vs. informatief
gesprek)
Belangrijk:
Een sociaal werker is géén “prater”, maar een luisterende professional
Gesprekken zijn middel, geen doel op zich
Waarom is gespreksvoering essentieel in sociaal werk?
Sociaal werk draait om relatie-opbouw, vertrouwen en beïnvloeding
Effectieve communicatie = basis voor verandering of ondersteuning
Vaak moet je lastige onderwerpen bespreekbaar maken (armoede, trauma,
opvoeding, schulden)
Gespreksvoering helpt bij:
Signaleren van problemen
Motiveren van cliënten
Informatie verzamelen
Gezamenlijk doelen stellen
Kenmerken van professioneel gespreksvoeren
➤ Bewuste houding
, Je bent je bewust van jouw rol, jouw invloed, en jouw stijl
Je brengt structuur aan in het gesprek
Je stuurt op verheldering, samenwerking, en verandering
➤ Gericht op de ander
Actief luisteren
Oordeel uitstellen (open houding)
Inleven in het perspectief van de ander (empathie)
➤ Doelgericht
Gesprekken hebben altijd een doel: informeren, motiveren, ondersteunen,
grenzen stellen…
Gespreksdoel en hulpverleningsdoel zijn vaak verschillend, maar hangen
samen
De professionele rol van de sociaal werker
Belangrijke rollen in gesprekken:
Ondersteuner – je helpt iemand verder te komen
Confronteerder – je houdt een spiegel voor
Informant – je verstrekt informatie
Regisseur – je houdt de structuur van het gesprek vast
Partner – je werkt samen met de cliënt, niet boven hen
Verantwoordelijkheid:
Jij hebt als professional de regie over het proces, niet over de inhoud van
de ander
Je bewaakt het doel, de tijd, en de veiligheid van het gesprek
Zelfreflectie en eigen stijl
In het boek wordt veel nadruk gelegd op:
Zelfkennis: wie ben jij als sociaal werker? Wat zijn je waarden?
Stijl van communiceren: Ben je van nature sturend of volgend? Luister je
actief? Laat je ruimte?
Reflectie op houding: Hoe beïnvloed jij het gesprek? Wat roept de cliënt bij
jou op?
Reflecteren is essentieel voor professioneel handelen. Denk na over wat je doet,
waarom je het doet en wat het effect is.
,Hoofdstuk 2
Communicatie is meer dan woorden
Communicatie is altijd aanwezig:
Zelfs stilte, lichaamshouding of afwezigheid zijn vormen van communicatie
Alles wat je doet of niet doet, wordt geïnterpreteerd
Er is verbaal (gesproken/geschreven taal) en non-verbaal (lichaamstaal, intonatie,
gezichtsuitdrukking) gedrag
Non-verbale communicatie:
Gebeurt meestal onbewust
Heeft vaak meer impact dan woorden
Moet congruent zijn met wat je zegt (bijv. "ik luister" zeggen terwijl je op je
telefoon kijkt = incongruent
Axioma’s van Watzlawick (communicatietheorie)
Paul Watzlawick beschreef 5 basisprincipes van communicatie ("axioma’s"). Deze
zijn cruciaal voor sociaal werkers om te begrijpen hoe misverstanden ontstaan.
➤ 1. Je kunt niet niet communiceren
Elk gedrag is communicatie
Zelfs als je zwijgt of wegkijkt, communiceer je iets
➤ 2. Iedere communicatie heeft een inhouds- en betrekkingsaspect
Inhoud = wát er gezegd wordt
Betrekking = hoe de relatie is tussen zender en ontvanger (toon, houding)
Voorbeeld: “Wil je dit rapport even lezen?” kan dwingend of vriendelijk
overkomen, afhankelijk van je toon
➤ 3. Communicatie is een kwestie van interpunctie
Iedereen interpreteert het begin en einde van interacties anders
“Hij doet afstandelijk omdat ik weinig vraag” vs. “Ik stel weinig vragen
omdat hij afstandelijk is”
Invloed op hoe je elkaar begrijpt of juist niet
➤ 4. Communicatie is analoog (non-verbaal) en digitaal (verbaal)
Digitaal = woorden, taal
Analoog = lichaamstaal, stem, gezichtsuitdrukking
, Incongruentie → verwarring (“ik ben niet boos!” met boze blik)
➤ 5. Relaties zijn symmetrisch of complementair
Symmetrisch = gelijkwaardig (bijv. tussen collega’s)
Complementair = verschil in machtspositie (bijv. sociaal werker vs. cliënt)
Rolherkenning is belangrijk om miscommunicatie te voorkomen
Interactie: het tweerichtingsverkeer van communicatie
Communicatie = altijd een proces tussen mensen
Je beïnvloedt elkaar wederzijds
Hoe jij iets zegt, beïnvloedt hoe de ander reageert, en andersom
Dit heet de circulaire benadering van communicatie
➤ Sociale beïnvloeding
Als sociaal werker ben je een invloedrijk persoon in het gesprek
De geloofwaardigheid, toon, openheid die je toont, heeft direct effect
De rol van perceptie en interpretatie
Mensen nemen informatie subjectief waar. Iedereen:
Filtert informatie via eigen waarden, ervaringen en cultuur
Interpreteert gedrag van anderen vaak op basis van eigen referentiekader
Gevolg:
Misverstanden of verkeerde aannames
Belangrijk: check je aannames, gebruik open vragen, verhelderen!
Congruentie in communicatie
Congruentie = overeenstemming tussen wat je zegt en wat je uitstraalt
Voorbeeld:
Zeggen: “Ik heb geen probleem met wat je zegt”
Maar: armen over elkaar, blik afgewend, zuchtend → incongruent =
onbetrouwbaar
In sociaal werk: congruente communicatie zorgt voor vertrouwen