detentierecht
Week 1
Hoorcollege 1
Penologie: wetenschap die zich bezighoudt met (onderzoek naar) de effecten van straffen
Detentierecht: het rechtsgebied dat betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende
sancties (straffen en maatregelen)
Detentierecht maakt deel uit van het penitentiair recht of sanctierecht: het recht dat van
toepassing is op de oplegging van uitvoerlegging van strafrechtelijke sancties
Art. 2 lid 1 Pbw bepaalt: de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel
vindt […] plaats door onderbrenging van de persoon aan wie deze is opgelegd in een penitentiaire
inrichting* dan wel door diens deelname aan een penitentiair programma.
*Er zijn 3 soorten penitentiaire inrichtingen (Pi’s):
Huizen van bewaring (hvb): voordat je veroordeeld wordt, maar wel vastzitten voor het
strafproces
Gevangenissen: als je straf hebt gekregen
Inrichtingen voor stelselmatige daders (isd): die door de rechter veroordeeld is tot deze
maatregel; maatregel zorgt ervoor dat je 2 jaar vastzit waarin je behandeling krijgt (veel klein
problematiek veroorzaken)
Je kunt een gevangenisstraf uitzitten in een van de 3 genoemde Pi’s. Een vrijheidsstraf kan ook
worden uitgevoerd door een penitentiair programma.
Penitentiair programma (art. 4 Pbw). Altijd op vervolg van een eerdere straf. Kan alleen voor
gedetineerde die een of meerdere onvoorwaardelijke straffen heeft van minimaal 6 maanden tot
maximaal een jaar. Het programma is maximaal 1/6e deel van de vrijheidsstraf, helemaal aan het einde
van de straf.
Verantwoordelijkheid en bevoegdheidsverdeling
Minister is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties (art.
6:1:1 jo 127a Sv)
Rechter verstrekt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis binnen 14 dagen aan het OM
OM verstrekt het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis binnen 24 dagen aan het
Administratie- en Informatiecentrum voor de Executieketen (AICE), het onderdeel van het
Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) dat namens de minister de coördinerende rol vervult
bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf (art. 6:1:1 lid 2 Sv).
Selectiefunctionaris (sf) van het Ministerie van J&V werkzaam bij het Centraal Bureau
selectiefunctionarissen is belast met de plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (art. 25
lid 2 Pbw). De sf neemt de aanwijzingen van het OM en de rechter mee bij de
plaatsingsbeslissing (art. 15 lid 3 Pbw).
- Er wordt uitgegaan van regionale plaatsing. Resocialisatie is belangrijk, dus zo dicht
mogelijk in de buurt van familie, zodat dat niet wordt verstoord
Het beheer van de inrichtingen berust bij de minister voor Rechtsbescherming (art. 3 lid 2
Pbw). Alle Pi’s vallen onder de Dienst Justitiële Inrichtingen; een agentschap van het
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Het beheer van een inrichting of afdeling ligt bij de directeur (art. 3 lid 3 Pbw). De directeur
bepaalt de wijze van onderbrenging van de gedetineerde (art. 16 Pbw) en draagt
, verantwoordelijkheid voor het opstellen van een detentie- en re-integratieplan (art. 1c
RSPOG)
- In een D&R-plan staat wat een gedetineerde heeft en nog nodig heeft om te re-integreren;
wordt opgesteld door directeur samen met de gedetineerde.
De minister bepaalt de bestemming voor elke inrichting. En kan ook binnen een bepaalde
inrichting een afdeling met specifieke bestemming aanwijzen (art. 8 Pbw)
Differentiatiecriteria
Juridische status: hvb; nog niet onherroepelijk veroordeelden, gevangenis en isd-inrichting
(art. 9-10 Pbw)
Sekse: man – vrouw (art. 11 Pbw)
Leeftijd: volwassenen – jeugdigen (art. 12 Pbw)
Mate van beveiliging: vier beveiligingsniveaus (art. 13 Pbw)
- Beperkt beveiligde afdeling
- Normaal beveiligde afdeling of inrichting
- Uitgebreide beveiligde afdeling
- Extra beveiligde inrichting
Er zijn verschillende regimes;
- Regime van algehele gemeenschap (art. 7 RSPOG)
- Individueel regime (art. 11 RSPOG)
Hoe je dag eruit ziet hangt af van het regime waarin je zet. In principe regime
“algehele gemeenschap”, maar als je onrust veroorzaakt kun je ook een individueel
regime krijgen; wordt bepaald door de directeur
Beginselen tenuitvoerlegging
Resocialisatiebeginsel: art. 2 lid 2 Pbw
- ‘Met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende
maatregel wordt de tenuitvoerlegging hiervan zoveel mogelijk en afhankelijk van het
gedrag van de betrokkene dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer in de
maatschappij. Bij het verlenen van vrijheden aan gedetineerden wordt rekening gehouden
met de veiligheid van de samenleving en de belangen van slachtoffers en nabestaanden.’
- Schuin is nieuw toegevoegd. Uitganspunt is de terugkeer in de maatschappij, zelf bij
levenslange straf en die terugkeer is afhankelijk van het gedrag van de gedetineerd en de
hoeveelheid in dat programma bepaalt ook de mate van verlof en/of vrijheidsstelling hangt
af van het gedrag.
- Vrijheid staat voorop en het belang van slachtoffer is belangrijker dan van de
gedetineerde, maar beiden zijn belangrijk.
Beginsel van minimale beperkingen: art 2 lid 3 Pbw
- ‘Personen ten aanzien van wie de tenuitvoerlegging plaatsvindt van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel worden aan geen andere beperkingen onderworpen dan die
welke voor het doel van de vrijheidsbeneming of in het belang van de handhaving van de
orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn.’
- De bepaling geldt zowel voor veroordeelden als voor onveroordeelden (voorlopig
gehechte)
- De detentie behoort zich zoveel mogelijk te beperken tot fysieke vrijheidsbeneming. Er
mag geen extra leed worden toegevoegd. Ze mogen alleen worden beperkt in rechten als
daar grond voor is en die wordt gevonden in het doel van de straf en ook in het belang van
de handhaving van de veiligheid in de PI. Je gaat naar de gevangenisstraf als straf, niet om
daar gestraft te worden.
Beginsel van voortvarendheid: art. 6:1:2 Sv
- Beginselen zijn uitgangspunten aan de uitvoering van een gevangenisstraf. Ook al staan ze
er niet in, gelden ze nog steeds.
- ‘Voor zover de tenuitvoerlegging is toegelaten, wordt de beslissing zo spoedig mogelijk
ten uitvoer gelegd’.
,Aanvang detentie 2 instroommogelijkheden:
Voorafgaand aan een veroordeling als preventief ingesloten gedetineerde (voorlopige
hechtenis)
Na een (onherroepelijke) veroordeling door rechter kunnen mensen instromen als zelfmelder
of als arrestant
- Arrestant kan zijn je voert een taak niet uit en bent arrestant onder arrestantenregime óf je
mag jezelf niet melden, maar wordt uit je bed opgepakt en meegenomen naar de politie.
Een veroordeelde die is aangehouden, nadat hij zich heeft onttrokken aan detentie /
De tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde straf is gelast /
Hij zich heeft onttrokken aan de vervangende hechtenis, gijzeling of lijfsdwang.
Maxiaal verblijf 8 weken, daarna doorplaatsing naar regulier gevangenisregime
- Zelfmelder krijgt na zijn veroordeling een oproep om zich op een bepaalde datum en tijd
te melden bij een PI. Is bij aanvang van zijn detentie direct gepromoveerd. Door te melden
laat hij zien dat hij meewerkt aan zijn detentie. Meldt hij zich niet, dan komt hij op de
arrestatieplanning en komt hij als arrestant binnen.
Detentie- en re-integratieplan
Binnen 4 weken na binnenkomst van de gedetineerde wordt zoveel mogelijk in overleg een
D&R-plan opgesteld. Het plan kan gedurende de detentie worden aangepast (art. 18a lid 1
Pbw jo. 20 c-d Pm)
Het D&R-plan vermeldt (art. 18a lid 2)
- Individueel begeleidingsplan
- Gedrags- en re-integratiedoelen
- Re-integratieactiviteiten (eventueel verlof)
- Essentiële (basis)voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijke leven
Ontwikkeling gevangenisbeleid
Uitgangspunten:
1. Straf is straf
- De regel was dat je na 2/3e van de straf vrijkwam. Nu is het de laatste 2 jaar van de straf
(bij een straf van meer dan 6 jaar)
2. Gedrag telt
- De gedetineerde is zelf verantwoordelijk voor het verloop van zijn detentie. Het algemeen
verlof en regime-gebonden verlof zijn vervangen door doel-gebonden verlof.
- Niet iedereen kan de verantwoordelijkheid dragen van goed gedrag. De vraag is of je de
verantwoordelijkheid niet eerst moet aanleren
3. Werken aan een veiliger terugkeer
- Re-integratie aan de hand van 5 basisvoorwaarden (onderdak, inkomen, inzicht in
schulden, identiteitsbewijs, zorg en zorgverzekering /+ positief sociaal netwerk)
, - Verlof is gekoppeld aan re-integratiedoelen en niet standaard
PwC-rapport liet zien dat er een oplopend tekort van DJI is. Bezuinigingen op het gevangeniswezen en
herziening van het sanctiestelsel. Maatregelen:
Niet langer oproepen zelfmelders, beperken instroom arrestanten, ruime interpretatie
weekendontslag, verruiming criteria plaatsing op de BBA, invoering elektronische toezicht,
invoering elektronische detentie, capaciteitsverlof
Sinds 01-03-2014 beleidskader Dagprogramma, Beveiliging en Toezicht (DBT) op maat ingevoerd.
Het DBT maakt een onderscheid tussen het basis en plusprogramma. Promotie of degradatie is
afhankelijk van het gedrag van de gedetineerde. Het gedrag wordt beoordeeld aan de hand van het
stoplichtmodel (art. 1b-e RSPOG)
De directeur beslist over promotie en degradatie (art. 1d lid 1 RSPOG). Een gedetineerde heeft
aanspraak op promotie indien hij gedurende een periode van 6 weken na aanvang van de detentie het
in de linker categorieën beschreven gewenste gedrag heeft laten zien (art. 1d lid 3 RSPOG). Een
gepromoveerde gedetineerde die niet het gewenste gedrag laat zien, kan worden gedegradeerd (art. 1d
lid 3 RSPOG). Er volgt altijd een besluit tot degradatie indien een gedetineerde ontoelaatbaar gedrag
laat zien (art. 1d lid 4 RSPOG). Uitgesloten van promotie of het plusprogramma zijn gedetineerde in
een Justitieel Medisch Centrum, Penitentiair Psychiatrisch Centrum, uitgebreid beveiligde inrichting.
Wijzigingen RSPOG:
Stoplicht model is vervallen. Toetsingskader bestaat uit gewenst en ongewenst gedrag op het
gebied van “verblijf en leefbaarheid” en op het gebied van “re-integratie/resocialisatie”.
Daarnaast categorie “ontoelaatbaar gedrag”. Grond voor terugplaatsing in het
basisprogramma. Betreft incidentele gedragingen die op zich beschouwd degradatie
rechtvaardigen.
De duur van de periode die volgt op een terugplaatsing is minimaal 6 weken (was maximaal 6)
Kritiek op het systeem van promoveren/degraderen
Uitholling resocialisatiebeginsel
Invoering systeem zonder voldoende informatie over de effectiviteit en uitvoerbaarheid
Het systeem miskent de beperkingen en de behoeften van de populatie
De doelgroep wordt niet herkend
De proportionaliteit van de overheidsreactie als geheel kan in het geding komen
Werkgroep 1