OVERZICHT FILOSOFEN S2
Instelling: Tilburg University (TiU)
Vak: Rechtsfilosofie A
Leerjaar: Pre-master Rechtsgeleerdheid
Semester: S2
, Thomas van Aquino Radbruch John Austin H.L.A. Hart Hans Kelsen
Natuurrechtsdenker: wetten Vóór WO II: rechtspositivist, Wetten zijn regels die bepalen Genot vergroten, pijn Grundnorm (hoogste norm) =
dienen in overeenstemming te rechtszekerheid nr. 1 hoe wij moeten handelen verminderen gedragsnorm +
zijn met hogere recht (God) bevoegdheidsverlenend
Na WO II: natuurrechtsdenker, Onderscheid recht en moraal,
rechtvaardigheid nr. 1 twee doelen:
Indien niet in De 3 apriori’s: 1. Beveltheorie: 1. Tegen revolutionairen Zuivere rechtsleer = regel s
overeenstemming met hogere 1. Rechtvaardigheid als sanctioneren, geen die als iets het niet geldig als het in
recht niet gehoorzaam + is gelijkheid sanctie = geen wet zint, niet opvolgen overeenstemming is met het
niet een wet 2. Doelmatigheid 2. Algemene vorm hogere recht
3. Rechtszekerheid
Uitzondering: indien het Radbruch-formule: positief Kritiekpunten natuurrecht: 2. Tegen conservatieven Kelsen ziet het recht als een
ongehoorzamen tot meer recht geldt altijd – ook in 1. Conceptueel: morele die stellen dat is recht verticale systeem: trappenhuis,
chaos leidt, dan wel de gevallen van bezwaren hebben is als het moreel ook het lagere is afgeleid uit het
voorkeur om toch te onrechtvaardigheid – maar als niets met recht te klopt hogere
gehoorzamen de kloof tussen rechtszekerheid maken (wat wordt er
en rechtvaardigheid ondraaglijk onder ‘wet’ verstaan?) Recht ≠ moreel
groot is, moet rechtvaardigheid
prevaleren boven
rechtszekerheid
Eisen waar wet aan moet Muurschutters: als het geld zo 3. Epistemologisch: Weerlegging kritiek: Tegenstelling in recht?
voldoen: onrechtvaardig is wettelijk kenleer (onzekerheid 1. Beveltheorie Austin: Constitutionele toetsing. Tot
1. Afgekondigd onrecht (voorbeeld: de over inhoud kritiek juist, recht aan die toetsing zijn wetten
2. Rede van de orde ‘wetten’ tijdens Nazi-regime) natuurrecht) moet geen ‘gunman’ nog geldig
3. Met betrekking tot de worden, doet niets af
gemeenschappelijke aan geldigheid
goede scheiding recht en
4. Afkomstig van hem die moraal
zorg voor de
gemeenschappelijk