518389
Week 3 ontwikkelingspsychologie
2 tot 6 jaar ontwikkeling
Ontwikkeling
• Peuterperiode: 1-4, ontwikkelings motoriek, ontstaan lange zinnen, denkt en handelt nog
egocentrisch
• Kleuterperiode: 4-6, ontwikkeling grove motoriek, sociale ontwikkeling neemt toe, taal
aangepast op de ander, coöperatief gedrag, speelt veel met fantasie.
Ontwikkeling van de waarneming
• Sensatie en perceptie
- Sensatie = indrukken die je krijgt via je zintuigen
- Perceptie= betekenis en interpretatie die je aan de sensatie geeft
• Grootteconstantie: objecten lijken groter als ze dichtbij zijn
• Kleur en heldere disconstantie: bij fel licht wordt kleur heviger, en donker kleurloos
• Vormconstantie: als je vanuit ander perspectief kijkt is het een andere vorm
• Objectconstantie: leren dat als je een deel van het object verbergt dat het dan nog wel
bestaat.
- Oudere kinderen kunnen langer concentreren op iets en kunnen meer details
waarnemen ook speelt gevoel een grootte rol.
Cognitieve ontwikkeling
• Baby en dreumis: sensomotorisch denken -> ze leven in het hier en nu
• Kleuter: leren in oorzaak en gevolg, besef van tijd
Piaget:
- Kinderen bevinden zich in de pre operationele fase
- Denken wordt aangevuld met magie en fantasie om omstandigheden emoties te
balanceren
- Voor stadium van preoperationele fase: intuïtieve subfase, moeite met omgekeerde
redenatie en geen conservatie begrip
- Transductief denken: wel oorzaak gevolg kunnen koppelen concreet
Persoonlijkheidsontwikkeling
• Persoonlijkheid: bij kinderen in ontwikkeling later min of meer stabiele eigenschappen.
- Gedurende hele kinder leeftijd
- Impulsieve fase: 2,5 jaar oud , identiteits ontwikkeling
- Peuterpuberteid: koppigheidsfase (nee fase).
Sociale ontwikkeling
• Tot 3: gericht op zelf, weinig interactie, niet met elkaar spelen
• Vanaf 4: op voorkeuren met andere spelen en leren verplaatsen in anderen
• Vanaf 5: delen met speelgoed, “eerlijk delen”, gelijkheid
Morele ontwikkeling
• Weten wat goed of fout is
Piaget:
- Heteronome moraliteit: bron van moreel gezag licht buiten jezelf (opa oma mama juf)
- Autonome moraliteit:
Week 3 ontwikkelingspsychologie
2 tot 6 jaar ontwikkeling
Ontwikkeling
• Peuterperiode: 1-4, ontwikkelings motoriek, ontstaan lange zinnen, denkt en handelt nog
egocentrisch
• Kleuterperiode: 4-6, ontwikkeling grove motoriek, sociale ontwikkeling neemt toe, taal
aangepast op de ander, coöperatief gedrag, speelt veel met fantasie.
Ontwikkeling van de waarneming
• Sensatie en perceptie
- Sensatie = indrukken die je krijgt via je zintuigen
- Perceptie= betekenis en interpretatie die je aan de sensatie geeft
• Grootteconstantie: objecten lijken groter als ze dichtbij zijn
• Kleur en heldere disconstantie: bij fel licht wordt kleur heviger, en donker kleurloos
• Vormconstantie: als je vanuit ander perspectief kijkt is het een andere vorm
• Objectconstantie: leren dat als je een deel van het object verbergt dat het dan nog wel
bestaat.
- Oudere kinderen kunnen langer concentreren op iets en kunnen meer details
waarnemen ook speelt gevoel een grootte rol.
Cognitieve ontwikkeling
• Baby en dreumis: sensomotorisch denken -> ze leven in het hier en nu
• Kleuter: leren in oorzaak en gevolg, besef van tijd
Piaget:
- Kinderen bevinden zich in de pre operationele fase
- Denken wordt aangevuld met magie en fantasie om omstandigheden emoties te
balanceren
- Voor stadium van preoperationele fase: intuïtieve subfase, moeite met omgekeerde
redenatie en geen conservatie begrip
- Transductief denken: wel oorzaak gevolg kunnen koppelen concreet
Persoonlijkheidsontwikkeling
• Persoonlijkheid: bij kinderen in ontwikkeling later min of meer stabiele eigenschappen.
- Gedurende hele kinder leeftijd
- Impulsieve fase: 2,5 jaar oud , identiteits ontwikkeling
- Peuterpuberteid: koppigheidsfase (nee fase).
Sociale ontwikkeling
• Tot 3: gericht op zelf, weinig interactie, niet met elkaar spelen
• Vanaf 4: op voorkeuren met andere spelen en leren verplaatsen in anderen
• Vanaf 5: delen met speelgoed, “eerlijk delen”, gelijkheid
Morele ontwikkeling
• Weten wat goed of fout is
Piaget:
- Heteronome moraliteit: bron van moreel gezag licht buiten jezelf (opa oma mama juf)
- Autonome moraliteit: