Hoorcollege Week 4 – Bewijsrecht
1. Algemeen kader van het bewijsrecht
Het bewijsrecht is geregeld in Afdeling 1.2.9 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering (art. 149–207 Rv). Deze afdeling beschrijft op welke wijze feiten in een
procedure bewezen moeten worden, wie bewijs moet leveren en welke regels gelden voor
bewijswaardering.
Toepassingsbereik bewijsrecht:
Het bewijsrecht geldt in principe voor:
Dagvaardingsprocedures
Kort geding (met belangrijke uitzonderingen, zie hieronder)
Verzoekschriftprocedures (beperkt)
Arbitrage (beperkt en facultatief)
Let op: per 1 januari 2025 treedt de Wet vereenvoudiging en modernisering
bewijsrecht in werking. Deze wet is nog niet opgenomen in veel handboeken, maar
verandert het bewijsrecht aanzienlijk.
2. Toepasselijkheid van bewijsregels per proceduretype
1. Dagvaardingsprocedures
Voor dit type procedure geldt het volledige bewijsrecht van Afdeling 1.2.9 Rv.
2. Kort geding
Het bewijsrecht is niet van toepassing.
Belangrijke kenmerken van het kort geding:
o Spoedeisendheid staat centraal: de rechter moet snel kunnen beslissen.
o Toepassing van formele bewijsregels kan leiden tot vertraging en past daarom
niet bij het karakter van het kort geding.
o Toch mag de voorzieningenrechter zich wel baseren op bewijsstukken of
bewijswaardering toepassen, indien relevant.
3. Verzoekschriftprocedures
In beginsel geldt het bewijsrecht niet.
Zie art. 284 Rv: de bewijsregels zijn niet automatisch van toepassing, tenzij de aard
van de zaak anders vereist.
Denk aan zaken waarin bewijslevering alsnog noodzakelijk is, bijvoorbeeld
bij spoedeisende verzoeken.
1. Algemeen kader van het bewijsrecht
Het bewijsrecht is geregeld in Afdeling 1.2.9 van het Wetboek van Burgerlijke
Rechtsvordering (art. 149–207 Rv). Deze afdeling beschrijft op welke wijze feiten in een
procedure bewezen moeten worden, wie bewijs moet leveren en welke regels gelden voor
bewijswaardering.
Toepassingsbereik bewijsrecht:
Het bewijsrecht geldt in principe voor:
Dagvaardingsprocedures
Kort geding (met belangrijke uitzonderingen, zie hieronder)
Verzoekschriftprocedures (beperkt)
Arbitrage (beperkt en facultatief)
Let op: per 1 januari 2025 treedt de Wet vereenvoudiging en modernisering
bewijsrecht in werking. Deze wet is nog niet opgenomen in veel handboeken, maar
verandert het bewijsrecht aanzienlijk.
2. Toepasselijkheid van bewijsregels per proceduretype
1. Dagvaardingsprocedures
Voor dit type procedure geldt het volledige bewijsrecht van Afdeling 1.2.9 Rv.
2. Kort geding
Het bewijsrecht is niet van toepassing.
Belangrijke kenmerken van het kort geding:
o Spoedeisendheid staat centraal: de rechter moet snel kunnen beslissen.
o Toepassing van formele bewijsregels kan leiden tot vertraging en past daarom
niet bij het karakter van het kort geding.
o Toch mag de voorzieningenrechter zich wel baseren op bewijsstukken of
bewijswaardering toepassen, indien relevant.
3. Verzoekschriftprocedures
In beginsel geldt het bewijsrecht niet.
Zie art. 284 Rv: de bewijsregels zijn niet automatisch van toepassing, tenzij de aard
van de zaak anders vereist.
Denk aan zaken waarin bewijslevering alsnog noodzakelijk is, bijvoorbeeld
bij spoedeisende verzoeken.