UITWERKING SUBDOMEINEN
B1, C1, D1 en E1.
SCHOOLJAAR 2025/2026
Subdomein B1: Centrale begrippen en
toonaangevende visies (Wijsgerige antropologie)
Wijsgerige antropologie is het deel van de filosofie dat onderzoekt wat de
mens eigenlijk is. In plaats van alleen te kijken naar biologische of sociale
kenmerken, stelt dit vakgebied diepere vragen zoals: wat maakt de mens
uniek? Hebben we een vrije wil, of worden we vooral bepaald door onze
omgeving, opvoeding of zelfs technologie? Zijn we vooral rationele
wezens, of spelen gevoelens en ons lichaam een grotere rol dan we
denken? Filosofen proberen met dit soort vragen te begrijpen hoe mensen
in elkaar zitten, wat ons onderscheidt van dieren of machines, en hoe we
onszelf zien in relatie tot de wereld. Wijsgerige antropologie helpt je dus
om kritisch na te denken over wie je bent en waarom mensen zijn zoals ze
zijn.
- De centrale begrippen: rede, subjectiviteit, intersubjectiviteit,
zelfbewustzijn, identiteit, lichamelijkheid, excentriciteit, macht,
disciplinering, arbeid, communicatie, seksualiteit;
Rede
De rede is het menselijk vermogen om logisch en rationeel te
denken en op basis daarvan te oordelen of handelen.
Subjectiviteit
De manier waarop een mens zichzelf en de wereld ervaart vanuit
het eigen perspectief.
Voorbeeld: Jij voelt je zenuwachtig voor een presentatie, terwijl je
klasgenoot zich juist zelfverzekerd voelt, dezelfde situatie maar
twee subjectieve ervaringen.
Intersubjectiviteit
Het gedeelde begrip of gedeelde betekenis die ontstaat tussen
mensen.
Voorbeeld: Als iemand "stoel" zegt weet iedereen dat het gaat om
een meubel waarop je kunt zitten.
,Zelfbewustzijn
Het vermogen van de mens om zichzelf als een 'ik' te herkennen en
te begrijpen dat hij bestaat en handelt.
Voorbeeld: In de spiegel kijken en beseffen: "Dat ben ik en ik besta
los van anderen."
Identiteit
Identiteit is het geheel van eigenschappen, overtuigingen en rollen
die samen bepalen hoe iemand zichzelf ziet en anderen die persoon
zien.
Voorbeeld: Stel iemand wordt gezien als eerlijk en behulpzaam
(eigenschappen). Hij gelooft dat vriendschappen belangrijker zijn
dan geld (overtuiging) en hij is een leerling, broer en voetballer
(rollen). Al deze dingen samen vormen zijn identiteit.
Lichamelijkheid
Het idee dat je mens-zijn altijd verbonden is met je lichaam, want je
voelt, ervaart en handelt door je lichaam.
Voorbeeld: Wanneer je migraine helpt voel je een zware pijn in je
hoofd, daardoor kun je niet goed nadenken je ervaart geluid en licht
veel sterker en je kunt misschien zelfs je huiswerk niet maken. Je
lichaam laat je dus niet alleen pijn ervaren, maar begrenst ook wat
je kunt doen.
Excentriciteit
Excentriciteit is het vermogen om jezelf van buitenaf te bekijken
alsof je naar jezelf kijkt vanuit het perspectief van een ander, zodat
je je eigen kern (essentie) en gedrag beter kunt begrijpen.
Voorbeeld: Je denkt terug aan een gesprek dat niet goed verliep met
een vriendin. Je bedenkt wat je anders had kunnen zeggen of doen
en hoe je je volgende keer beter kunt gedragen. Zo kijk je van
buitenaf naar jezelf en begrijp je je eigen gedrag en keuzes beter.
Macht
Het vermogen om invloed uit te oefenen op situaties of het denken
en handelen van anderen.
Voorbeeld: Een leraar heeft macht in de klas, omdat hij bepaalt hoe
de les gaat.
Disciplinering
Het proces waarbij mensen door regels, gewoontes en toezicht leren
zich op een bepaalde manier te gedragen.
, Voorbeeld: Op school leer je stilzitten en luisteren dat is een vorm
van disciplinering.
Arbeid
Menselijke activiteit waarmee je iets produceert of een bijdrage
levert aan de samenleving.
Voorbeeld: Werk op kantoor.
Communicatie
Het uitwisselen van gedachten, gevoelens en informatie tussen
mensen.
Seksualiteit
Seksualiteit is het menselijke verlangen naar lichamelijke en
emotionele verbondenheid dat niet alleen biologisch is, maar ook
beïnvloed wordt door sociale, culturele en persoonlijke factoren 1.
Filosofen benadrukken dat seksualiteit meer is dan voortplanting;
het speelt een rol in wie je bent, hoe je relaties aangaat en hoe je
jezelf uitdrukt.
Voorbeeld: Twee mensen voelen zich tot elkaar aangetrokken, maar
de maatschappij bepaalt welke vormen van relaties als 'normaal' of
'afwijkend' gelden.
- De begrippenparen: cultuur en natuur, emotie en verstand, geest (ziel)
en lichaam, monisme en dualisme/pluralisme, mens en dier, bewust en
onbewust, vrijheid en determinisme, doel- en waarde gericht
handelen.
Cultuur en natuur
Natuur: alles wat van zichzelf bestaat zonder menselijk ingrijpen.
Cultuur: alles wat mensen zelf maken en doorgeven. Zoals taal,
kunst, wetenschap, regels en gewoontes.
Voorbeeld: Honger hebben is natuur, een pizza bestellen is cultuur.
Emotie en verstand
Emotie: gevoelens die vaak spontaan opkomen en je gedrag
beïnvloeden.
Verstand (rede): het vermogen om logisch na te denken, af te
wegen en keuzes te maken.
Voorbeeld: Je voelt angst bij een examen, maar je weet dat rustig blijven
en leren je beter helpt.
Geest (ziel) en lichaam