Literatuur
Hoofdstuk 2 P1 P3 P5
De trias politica is gevormd om de vrijheid van de burger tegen machtsmisbruik te
beschermen. Elk orgaan is bevoegd om slechts één begrensd gedeelte van de staatsmacht
uit te oefenen. Op die manier wordt voorkomen dat één orgaan de gelegenheid krijgt om alle
macht naar zich toe te trekken.
De leer van de machtenscheiding is onderverdeeld in: 1. De wetgevende macht, 2. De
uitvoerende macht en tot slot een rechtssprekende macht. De drie genoemde
overheidstaken worden afzonderlijk uitgeoefend. Elk orgaan wordt belast met niet meer dan
alleen zijn taak of functie.
De wetgevende macht: de regering & Staten-Generaal stelt algemene voor iedereen in
gelijke mate geldende regels.
De uitvoerende macht/bestuurlijke macht: de regering voert de overheidstaken uit die in
de algemene regels zijn vastgelegd.
De rechtssprekende macht: de rechterlijke organisatie beslecht geschillen over de juiste
toepassing van het recht.
In de verschillende organen mogen niet tegelijkertijd diezelfde persoon zitten. In wezen komt
de trias politica neer op een staatsrechtelijke scheiding in drie machten/bevoegdheden en in
drie organen met eigen gescheiden functies.
De codificatiegedachte is ontstaan omdat men de behoefte heeft om het recht zoveel
mogelijk in de wetgeving op te nemen en te gaan codificeren.
Nederland is een democratische rechtsstaat, dit wilt zeggen dat aan de bevolking volledige
zeggenschap toekomt over de overheid.
Er zijn twee vormen van democratie: een directe democratie waarin de beslissingen
rechtstreeks door de burgers worden opgenomen. En een representatieve democratie
waarin de beslissingen tot stand komen door organen die door de bevolking wordt gekozen.
In onze representatieve democratie worden de beslissingen tot stand gebracht via daartoe
bij de Grondwet aangewezen en vervolgens door de bevolking gekozen organen. Dat zijn
met name de Tweede Kamer (onze volksvertegenwoordiging), provinciale staten, de
gemeenteraden en waterschappen. De leden van deze organen vertegenwoordigen de
bevolking en nemen namens de bevolking hun beslissingen.