• Wat is psychometrie?
Meten in de psychologie
- Een definitie van meten in de psychologie:
Meten is het – volgens regels – toekennen van symbolen
(numerals) aan individuen zodat de symbolen de
psychologische eigenschap van het individu weergeeft
- Zegt eigenlijk, psychometrie is: hebt bepaalde eigenschappen en je kent daar vervolgens
bepaalde waarden aan toe
- Voorbeeld: ik ga graag naar feestjes (ja of nee) → nee = score 0, ja = score 1
Dus getal toegekend a.d.h.v. die vraag
- Toekenning gaat aan de hand van een test procedure → bijv. afname vragenlijst
- Psychometrie is de wetenschap van de eigenschappen van psychologische test (niet per
se een ‘paper and pencil’ vragenlijst)
- Soort overlap van psychologie (wil iets meten, psychologische eigenschap) en statistiek
- Dus: psychometrie (evaluatie van kenmerken van tets) is niet beperkt tot zelf-rapportage
tests/vragenlijsten
• Zijn zelf rapportage vragenlijsten (bijv. depressie en optimisme vragenlijsten, met 5
of 7 puntenschaal) die veel gebruikt worden in onderzoek
• Maar hebt ook andere soorten tests: Raven Intelligentie test/ reactietijden tests/ test
kan ook een taak zijn (Piaget’s stadia: conservation task)
- Naast meten van psychologische
eigenschappen, kunnen we ook andere
eigenschappen meten
→ bijv. gewicht (vs. extraversie)
Verschil meten gewicht en extraversie:
- Psychologische variabelen (constructen) zijn latente variabelen of latente trekken = niet
observeerbaar
→ Kunnen niet direct observeren hoe extravert iemand is
- Meten van psychologische variabelen gaat a.d.h.v. de meting van observeerbaar gedrag
- Gaat bij psychometrie eigenlijk over de link tussen deze latente variabelen en de
observeerbare variabelen
- Hoe relateren we observeerbaar gedrag aan (niet-observeerbare) psychologische
variabelen?
, - Wat we voor die link tussen latent en observeerbaar nodig hebben:
→ Bovenste drie vandaag behandelen (causaliteit in apart filmpje)
→ Maar daarvoor kijken eerst naar Pad diagram (die drie dingen komen daarin terug)
• Pad diagram
Verschillende elementen in pad diagram:
- Latente (psychologische) variabele
• Latente variabele → altijd weergegeven in een cirkel
- Items
• Item responses zijn observeerbaar → weergegeven in vierkanten
• Zelfrapportage, gedragsmaten, beoordelingen (door beoordelaars)
- Error
→ Geeft de meetfout aan (antwoord komt niet overeen met werkelijkheid
→ Kan zijn dat extravert iemand vraag niet goed invult door weinig zin, concentratie, etc.
• Error ook in cirkel → omdat niet direct observeerbaar is (enkel te schatten)
,• Theorie
- Waarom theorie nodig? → Daar start je vragenlijst (als je psychologische eigenschap wil
meten, moet je eerst weten wat je wil meten)
Zonder theorie kan je geen vragen opstellen (operationaliseren)
- Dus: startpunt vragenlijst
- Wat zijn de relevante variabelen? Wat stellen ze voor?
- Wat zijn relevante observeerbare variabelen?
- Voorbeeld: persoonlijkheid → wat zijn relevant
observeerbare variabelen als we Extraversie willen meten
a.d.h.v. items in een vragenlijst?
- Zijn dus 5 dimensies waarmee persoonlijkheid beschrijven
→ is een theorie (dat dat bestaat)
- Hebben we theorie nodig: zeggen welke gedragingen belangrijk zijn → als je extraversie
wil meten heb je niks aan iemands lengte of gewicht (geen relevante kenmerken voor
het te meten psychologische construct)
• Statistiek
→ Waarbij hebben we statistiek nodig?
- Wil iets zeggen over verschillen tussen mensen bij eigenschap die je belangrijk vindt
- Statistiek voor nodig → kan statistische maten voor gebruiken:
- Maken link door statistisch mode (met logistische of lineaire regressie) → later meer
, = lineaire relatie tussen twee variabelen
- Wat is die correlatie ook alweer?
→ Mensen die statistiek makkelijk vinden, geven over algemeen ook aan statistiek leuk
te vinden (positieve correlatie)
- Correlatie is geen causatie!
- Daarnaast: correlatie vertelt niet alles (over je data)
→ Ondanks zelfde gemiddelde, spreiding, correlatie etc. kan data heel anders uitzien:
dus praktisch altijd eerst naar data kijken om te zien wat er aan de hand is
- Waarom zijn de items gecorreleerd? (Zie bovenste plaatje)
• Stel: drie vragen voor extraversie vragenlijst (‘ga graag naar feestje’, ‘praat snel tegen
mensen op straat’ etc.)
• Waarom zou je correlatie verwachten tussen die items?
• = omdat ze allemaal hetzelfde construct toetsen