Leerstuk 1 – Gebondenheid aan algemene voorwaarden
1. Art. 6:231 sub a BW: bereik algemene voorwaarden
2. Art. 6:217 jo. 6:231 sub c BW: aanbod + aanvaarding (+ bereik wederpartij)
3. Art. 3:33 BW: wil en verklaring moeten overeenkomen
4. Art. 3:35 BW: gerechtvaardigd vertrouwen (alleen als wil ontbreekt)
> HR Linthorst/Echoput (ro. 3.4.3 + 3.6.4) – bij elke aangeven of dit wijst op gerechtvaardigd
vertrouwen
▪ Professionele partijen
▪ Uitvoerige onderhandelingen hebben plaats gevonden
▪ Steeds verwezen naar algemene voorwaarden in offertes
▪ Algemene voorwaarden eerder ter hand gesteld
▪ Niet afwijzend gereageerd
5. Conclusie
Art. 6:232 BW: een wederpartij is ook dan aan de algemene voorwaarden gebonden als bij het sluiten
van de overeenkomst de gebruiker begreep of moest begrijpen dat zij de inhoud daarvan niet kende
Leerstuk 2 – Battle of forms
Beide partijen hebben eigen verschillende algemene voorwaarden
> Art. 6:225 lid 3 BW: voorwaarden A, tenzij B eigen voorwaarden van toepassing verklaard +
verwerping voorwaarden A
▪ Lid 1: B nieuw aanbod
▪ Lid 2: voorwaarden verschillen slechts op enkele punten
Leerstuk 3 – Vernietiging van algemene voorwaarden (informatieplicht)
Art. 6:233 BW: vernietigingsgronden algemene voorwaarden
- Sub a: inhoudstoetsing van algemene voorwaarden (week 3)
- Sub b: schending informatieplicht (hieronder)
1. Heeft de wederpartij voldaan aan de informatieplicht zoals gegeven in art. 6:233 sub b jo.
6:234?
2. Wie kan zich hierop beroepen?
a. Consument = ja, art. 6:236 of 6:237 BW
b. Grote onderneming = nee, art. 6:235 lid 1 BW
i. Jaarrekening/dochtermaatschappij – sub a
ii. 50+ personen werkzaam – sub b
c. Kleine onderneming = ja
3. Is er sprake van de uitzondering in art. 6:235 lid 3 BW – wederpartij heeft dezelfde algemene
voorwaarden in overeenkomst
4. Art. 6:234 BW: redelijke mogelijkheid tot kennisneming (voldoende = av + kunnen inzien)
a. Lid 1: normaal (ter hand stelling)
i. Uitzondering = redelijkerwijs niet mogelijk
ii. HR Geurtzen/Kampstaal (ro. 3.4) – vaker overeenkomsten + algemene
voorwaarden eerder ter hand gesteld
b. Lid 2: elektronisch (opgeslagen + toegankelijk voor latere kennisgeving)
i. Uitzondering = redelijkerwijs onmogelijk
c. Lid 3: alleen algemene voorwaarden elektronisch (wederpartij toestemming)
5. HR Eendracht/Doens: de manier van bekendheid maakt niet uit
,Dienstverrichter (informatieplicht)
1. Art. 6:230a BW: bereik dienstverrichter
a. 4 mogelijkheden
b. HR Eiseres/Verweerster – detailhandel + groothandel = dienstverrichter
2. Art. 6:230c BW: elektronisch toegankelijk maken, ook algemene voorwaarden? Zie art.
6:230b BW
3. Art. 6:230b BW: algemene voorwaarden (lid 6)
Leerstuk 4 – Afbreken van onderhandelingen
1. Kunnen de onderhandelingen zonder rechtsgevolgen worden afgebroken in dit stadium?
2. HR CBB/JPO (ro. 3.6): contractsvrijheid is de hoofdregel, vrij om af te breken tenzij dit op
grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij onaanvaardbaar zou zijn
a. In het tot stand komen van de overeenkomst
b. Of in verband met andere omstandigheden
3. Om te kijken of de wederpartij gerechtvaardigd vertrouwen heeft dat de overeenkomst tot
stand komt dienen de volgende drie aspecten in acht genomen te worden:
a. Manier waarop onderhandelingen zijn gevoerd → in hoeverre heeft de afbrekende
partij zelf bijgedragen aan vertrouwen dat een overeenkomst tot stand komt?
b. Andere omstandigheden → slechte toekomst/onvoorziene omstandigheid
c. Gerechtvaardigde belangen van afbrekende partij
4. Conclusie
HR Plas/Valburg: alleen van weten dat hoe meer vertrouwen er opgewekt wordt, hoe meer er
vergoed moet worden
HR CBB/JPO
> Hoofdregel = in beginsel vrij om af te breken
▪ TENZIJ afbreken onaanvaardbaar is wegens:
o Gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen
I. Mate waarin/wijze waarop aan vertrouwen door afbrekende partij is
bijgedragen
II. Gerechtvaardigde belangen afbrekende partij
a. Waaronder: onvoorziene omstandigheden
b. Voortzetten onderhandelingen bij onvoorziene omstandigheden:
beoordelen moment afbreken tegen achtergrond verloop
onderhandelingen
o Andere omstandigheden van het geval
, Samenvatting week 2 – Uitleg en aanvulling
Rechtsgevolgen van overeenkomsten
Leerstuk 1 – Uitleg van overeenkomsten
Algemeen begin:
1. Leerstuk uitleg van overeenkomsten
2. Formuleer rechtsvraag
3. HR DSM/Fox (ro. 4.4 en 4.5) – vertrekpunt = ‘alle omstandigheden van het geval zijn van
beslissende betekenis, gewaardeerd in het licht van de redelijkheid en billijkheid’
+ er bestaat een vloeiende lijn tussen CAO en Haviltex
4. Haviltex of CAO – welke maatstaf?
a. CAO-maatstaf (objectief) – rechtsgevolgen voor derde
b. Haviltex-maatstaf (subjectief-objectief) – alleen rechtsgevolgen voor betrokken
partijen
c. Geobjectiveerd haviltexen – in principe tussen 2 partijen maar beïnvloed toch
rechtspositie van derden, commerciële partijen met uitvoerige onderhandelingen of
weinig context
a. CAO-maatstaf
De niet kenbare partijbedoelingen zijn niet relevant, enkel kijken naar kenbare (objectieve factoren)
1. HR DSM/Fox (ro. 4.3 en 4.4) – gezichtspunten:
▪ Taalkundige betekenis (bewoordingen van de bepaling)
▪ Verdere context in het licht van het gehele geschrift
▪ Bedoelingen van opstellers die bekend zijn bij derden (niet als ze niet bekend zijn bij
derden)
2. Conclusie
b. Haviltex-maatstaf
Beantwoord wat partijen over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (HR
Ermes/Haviltex ro. 2)
1. HR Ermes/Haviltex (ro. 2) – gezichtspunten:
▪ Zuiver taalkundige uitleg
o Woordenboek + Bunde/Erckens (punt 2)
▪ Maatschappelijke kringen
o Vaardigheden + deskundigheid
▪ Rechtskennis van partijen
o Twijfel/onderzoeksplicht
o Wie heeft het beding in het contract geplaatst
2. HR Bunde/Erckens (bovenaan pag. 9) – gezichtspunten:
▪ Welke betekenis ligt meer voor de hand
▪ Vaststaande technische betekenis
o Deskundige bijstand – moet een derde zijn
o Doel van de overeenkomst – ruimt betekenis met dit doel?
3. Contra-preferentem – bij onduidelijkheid in nadeel van degene die het heeft opgenomen in
het contract
4. Conclusie – subjectieve weegt zwaarder