Daling in zuurstofspanning: rode bloedcellen geven zuurstof af aan weefsel
Functie rode bloedcellen:
• Functie: transport van zuurstof (dankzij hemoglobine) van longen naar weefsels en
koolstofdioxide van weefsels naar longen
• Eenvoudige membraneuze zakken gevuld met enzymen en hemoglobine
• Flexibel → kunnen van vorm veranderen terwijl ze door nauwe capillairen bewegen
• Schijfachtige structuur → vorm wijzigen als reactie op osmotische veranderingen in bloed
• In hypertonische omgeving krimpen rode bloedcellen. In hypotonische omgeving zwellen rode
bloedcellen op.
• Morfologie/vorm van rode bloedcellen kan aanwijzingen geven voor aanwezigheid ziekte
Laminaire flow (parallailere stroomlagen, lagen mengen zich niet), turbulente flow (verschillende
snelheid in lagen → vloeistof met lage viscositeit door vernauwing wand → geruis door
adervernauwing)
1
, - Lage zuurstof spanning: haarvaten verwijden om uitwisseling te verbeteren, hart sneller
kloppen, slagaders verwijden
1. Bloeddruk (weerstand, flow, viscositeit)
hoge druk systeem = hoge systemische weerstand, hoge perfusiedruk (100mmHg)
lage druk systeem = lage systemische weerstand, lage perfusiedruk (15mmHg)
hemodynamica = het in fysische termen beschrijven van vloeistofstromen door een buizensteslsel
- wet van Ohm = delta V = I x R → beschrijven van elektrische stromen
2
, - wet van Ohm = delta P (pressure) = F (flow) x R(resistance)
Perfusiedruk = druk die verantwoordelijk is voor stroming van bloed door de bloedvaten (afhankelijk
van contractiekracht van het hart)→ druk waarmee het bloed door het hart heen gepompt wordt
Transmurale druk = afhankelijk van fysische eigenschappen van de wand van bloedvat en het
interstitium
Hydrostatische druk = afhankelijk van de zwaartekracht
Kleine diameter → meer weerstand
Weerstand = de totale weerstand wordt bepaald door vele pararllelle en in serie geschakelde
weerstanden
- serieel: Rtot = R1+R2+R3…
- parallel: 1/Rtot = 1/R1 + 1/R2 +1/R3
- plaatje weerstand formule d.m.v wet van ohm en poiseuille
- De arteriolen dragen het meeste bij aan de weerstand (60%). Arteriole weerstand wordt
beïnvloedt door lokale en systemische regelmechanismen:
- Perifere weerstand: weerstand tegen bloedstroom (R) is recht evenredig met de lengte van de
buis waardoor de vloeistof stroomt (L) en met de viscositeit (η) van de vloeistof, en
omgekeerd evenredig met de vierde kracht van de buisradius (r)
Flow = hoeveelheid vloeistof (V) die per tijdseenheid (T) een bepaald punt passeert (ml/min)
F = delta V/ delta T
- Flow kan voorspelt worden als je iets weet over
➢ Geometrie van de buis (bloedvat)
➢ Eigenschappen van de vloeistof (bloed)
- Flow is omgekeerd evenredig is met de lengte van de buis (bloedvat)
Wet van poiseulle
Beschrijft de relatie tussen de doorstroomsnelheid van een vloeistof in een cilindrische buis en
verschillende factoren die deze flow beïnvloeden. De wet stelt dat de volumestroom (Q) van een
vloeistof door een buis afhankelijk is van:
3
, 1. Drukverschil (ΔP): Hoe groter het drukverschil tussen de uiteinden van de buis, hoe sneller
de vloeistof stroomt.
2. Radius (r) van de buis: De doorstroomsnelheid neemt exponentieel toe met de straal van de
buis; een verdubbeling van de radius leidt tot een 16-voudige toename van de stroming.
3. Lengte (L) van de buis: Hoe langer de buis, hoe groter de weerstand en hoe lager de
doorstroming.
4. Viscositeit (η) van de vloeistof: Een hogere viscositeit leidt tot een lagere doorstroming,
omdat de vloeistof "stroperiger" is.
Viscositeit v/e vloeistof = intrisieke eigenschap van een vloeistof, wordt bepaald door de hoeveelheid
bloedcellen en eiwitten in het plasma
- Meer deeltjes → meer visceus → hogere visceuze weerstand
Stromingsprofielen
- Vloeistof zonder deeltjes→ weinig weerstand
- Vloeistof met deeltjes → veel weerstand → vloeistofstroom aan de wand kleiner dan in het
midden
- Hematocriet = percentage rode bloedcellen
- Temperatuur = temperatuur omlaag → viscositeit omhoog (speelt geen grote rol in
cardiovasculaire systeem)
4
Functie rode bloedcellen:
• Functie: transport van zuurstof (dankzij hemoglobine) van longen naar weefsels en
koolstofdioxide van weefsels naar longen
• Eenvoudige membraneuze zakken gevuld met enzymen en hemoglobine
• Flexibel → kunnen van vorm veranderen terwijl ze door nauwe capillairen bewegen
• Schijfachtige structuur → vorm wijzigen als reactie op osmotische veranderingen in bloed
• In hypertonische omgeving krimpen rode bloedcellen. In hypotonische omgeving zwellen rode
bloedcellen op.
• Morfologie/vorm van rode bloedcellen kan aanwijzingen geven voor aanwezigheid ziekte
Laminaire flow (parallailere stroomlagen, lagen mengen zich niet), turbulente flow (verschillende
snelheid in lagen → vloeistof met lage viscositeit door vernauwing wand → geruis door
adervernauwing)
1
, - Lage zuurstof spanning: haarvaten verwijden om uitwisseling te verbeteren, hart sneller
kloppen, slagaders verwijden
1. Bloeddruk (weerstand, flow, viscositeit)
hoge druk systeem = hoge systemische weerstand, hoge perfusiedruk (100mmHg)
lage druk systeem = lage systemische weerstand, lage perfusiedruk (15mmHg)
hemodynamica = het in fysische termen beschrijven van vloeistofstromen door een buizensteslsel
- wet van Ohm = delta V = I x R → beschrijven van elektrische stromen
2
, - wet van Ohm = delta P (pressure) = F (flow) x R(resistance)
Perfusiedruk = druk die verantwoordelijk is voor stroming van bloed door de bloedvaten (afhankelijk
van contractiekracht van het hart)→ druk waarmee het bloed door het hart heen gepompt wordt
Transmurale druk = afhankelijk van fysische eigenschappen van de wand van bloedvat en het
interstitium
Hydrostatische druk = afhankelijk van de zwaartekracht
Kleine diameter → meer weerstand
Weerstand = de totale weerstand wordt bepaald door vele pararllelle en in serie geschakelde
weerstanden
- serieel: Rtot = R1+R2+R3…
- parallel: 1/Rtot = 1/R1 + 1/R2 +1/R3
- plaatje weerstand formule d.m.v wet van ohm en poiseuille
- De arteriolen dragen het meeste bij aan de weerstand (60%). Arteriole weerstand wordt
beïnvloedt door lokale en systemische regelmechanismen:
- Perifere weerstand: weerstand tegen bloedstroom (R) is recht evenredig met de lengte van de
buis waardoor de vloeistof stroomt (L) en met de viscositeit (η) van de vloeistof, en
omgekeerd evenredig met de vierde kracht van de buisradius (r)
Flow = hoeveelheid vloeistof (V) die per tijdseenheid (T) een bepaald punt passeert (ml/min)
F = delta V/ delta T
- Flow kan voorspelt worden als je iets weet over
➢ Geometrie van de buis (bloedvat)
➢ Eigenschappen van de vloeistof (bloed)
- Flow is omgekeerd evenredig is met de lengte van de buis (bloedvat)
Wet van poiseulle
Beschrijft de relatie tussen de doorstroomsnelheid van een vloeistof in een cilindrische buis en
verschillende factoren die deze flow beïnvloeden. De wet stelt dat de volumestroom (Q) van een
vloeistof door een buis afhankelijk is van:
3
, 1. Drukverschil (ΔP): Hoe groter het drukverschil tussen de uiteinden van de buis, hoe sneller
de vloeistof stroomt.
2. Radius (r) van de buis: De doorstroomsnelheid neemt exponentieel toe met de straal van de
buis; een verdubbeling van de radius leidt tot een 16-voudige toename van de stroming.
3. Lengte (L) van de buis: Hoe langer de buis, hoe groter de weerstand en hoe lager de
doorstroming.
4. Viscositeit (η) van de vloeistof: Een hogere viscositeit leidt tot een lagere doorstroming,
omdat de vloeistof "stroperiger" is.
Viscositeit v/e vloeistof = intrisieke eigenschap van een vloeistof, wordt bepaald door de hoeveelheid
bloedcellen en eiwitten in het plasma
- Meer deeltjes → meer visceus → hogere visceuze weerstand
Stromingsprofielen
- Vloeistof zonder deeltjes→ weinig weerstand
- Vloeistof met deeltjes → veel weerstand → vloeistofstroom aan de wand kleiner dan in het
midden
- Hematocriet = percentage rode bloedcellen
- Temperatuur = temperatuur omlaag → viscositeit omhoog (speelt geen grote rol in
cardiovasculaire systeem)
4