Samenvatting Psychologie van Beweging en Inspanning
Hoofdstuk 1 – Welcome to sport and exercise psychologie
History of sport psychology
• Period 1. The early years (1893-1920) Triplett
• Period 2. The Griffith-era (1921-1938) Griffith
• Period 3. Preparation for the future (1939-1965) Henry
• Period 4. Establishment of academic sport psychology (1966-1977) Ogilvie
• Period 5. Multidisciplinary science and practice (1978-1999) Harris
• Period 6. Contemporary sport and exercise psychology (2000-present)
Specializing in sport psychology
• Huidige sportpsychologen hebben 3 hoofdtaken:
- Onderzoek uitvoeren
- Onderwijzen
- Consulting
• Klinische sportpsychologen behandelen atleten met ernstige emotionele
stoornissen, valt buiten het vakgebied van een sportpsycholoog.
• Educatieve sportpsychologen zijn mentale coaches die atleten en sporters
onderwijzen over psychologische vaardigheden en hun ontwikkeling.
,Hoofdstuk 2 – Science & professional practice
Theory
• Theorie = een set van onderling verbonden feiten die een systematische kijk
op een bepaald fenomeen beschrijven, om het fenomeen uit te leggen, te
beschrijven en toekomstige voorvallen te voorspellen.
• Social facilitation theory = een publiek creëert opwinding, wat moeilijke en
onbekende taken belemmert en goed getrainde taken verbetert.
Scientifically derived knowledge
• In een studie observeert of beoordeelt een onderzoeker factoren zonder
variabelen in de omgeving te veranderen.
• Bij een experiment verandert en observeert de onderzoeker variabelen en
onderzoekt hoe veranderingen in de ene variabele, veranderingen in andere
variabelen beïnvloeden.
• Voordeel van wetenschappelijk verkregen kennis is dat het betrouwbaar is en
de data is objectief.
• Nadeel van wetenschappelijk verkregen kennis is dat het lang duurt voordat
een wetenschappelijke doorbraak bereikt wordt, soms is het reductionistisch,
soms wordt teveel aandacht besteed aan interne validiteit waardoor externe
validiteit verminderd kan worden en het is conservatief.
Professional practice knowledge
• Professionele praktijkkennis komt van meerdere bronnen zoals hieronder
weergeven.
• Wetenschappelijke methode
• Systematische observatie
• Single case study
• Gedeelde publieke ervaring
• Introspection (je gedachten/gevoelens onderzoeken)
• Intuïtie (onmiddelijk kennis begrijpen zonder bewust proces)
• Voordeel van professionele praktijkkennis is dat het meer holistisch is (de
wisselwerking tussen vele factoren), er worden innovatieve methoden gebruikt
en praktische theorieën kunnen meteen gebruikt worden zonder te moeten
wachten tot de theorieën wetenschappelijk bewezen zijn.
• Nadeel van proffesionele praktrijkkennis is dat er minder preciese verklaringen
dan bij wetenschap uit voortkomen en het is minder objectief en dus minder
betrouwbaar dan wetenschappelijke kennis.
,Integration of scientific and professional practice knowledge
• Om de kloof tussen praktijk en wetenschap te overbruggen is het RE-AIM
model ontwikkeld, waarbij 5 factoren interacteren om kennisoverdracht te
beïnvloeden.
• Reach: voor wie het programma bedoelt is.
• Efficacy: de uitkomst van het programma, hoe goed het werkt.
• Adoption: wie het voltooide programma daadwerkelijk gebruikt.
• Implementation: beoordeling of het programma wordt geleverd zoals
gespecificeerd.
• Maintenance: het programma in stand houden in de loop der tijd.
Sport and exercise psychology orientations
• Psychophysiological orientation = focus op het onderzoeken van fysiologische
processen van het brein en de invloed hiervan op fysieke activiteit.
• Social-psychological orientation = focus op hoe gedrag bepaald wordt door de
complexe interactie tussen de omgeving en de persoonlijke samenstelling van
de sporter.
• Cognitive-behavioral orientation = focus op cognities of gedachten en gedrag,
waarbij gedachten centraal staan voor het bepalen van gedrag.
, Hoofdstuk 4 – Motivatie
Defining motivation
• Motivatie = De richting en intensiteit van iemands inspanning.
• Richting van inspanning betekent of iemand bepaalde situaties opzoekt of zich
aangetrokken tot die situaties. Bijvoorbeeld een geblesseerde atleet die
medische behandeling zoekt.
• Intensiteit van inspanning betekent hoeveel inspanning iemand in een
bepaalde situatie stopt. Bijvoorbeeld een student bewegingswetenschappen
die niet/heel veel inzet toont in de colleges.
Three approaches to motivation
• Trait/participant-centered view = motivatie is hoofdzakelijk een functie van
individuele eigenschappen. Dus de persoonlijkeheid, behoeften en doelen van
bijvoorbeeld een student of atleet zijn elementen die motivatie bepalen.
• Situation-centered view = motivatie wordt bepaald door de situatie. Iemand
kan bijvoorbeeld gemotiveerd zijn in aerobic exercise les maar niet
gemotiveerd zijn in een competetieve sport situatie.
• Interactional view = motivatie is een interactie van persoonlijke en situationele
factoren. Deze kijk op motivatie wordt het meest beaamd door sport
psychologen.
• Persoonlijke factoren motivatie:
- Persoonlijkheid
- Behoeften
- Interesses
- Doelen
• Situationele factoren motivatie:
- Stijl van de coach/leider
- Faciliteiten die het aantrekkelijk maken
- Winst-verlies verhouding team
Study social approval versus rejection
• Approval georiënteerde zwemmers zwommen sneller in een team dan alleen.
• Rejection-threatened zwemmers zwommen alleen sneller dan in een team.
• Approval georiënteerde zwemmers zoeken erkenning bij hun teamgenoten,
terwijl rejection-threatened zwemmers te bezorgd zijn om hun teamgenoten in
de steek te laten.
• Deze studie laat zien hoe belangrijk het is om zowel naar persoonlijke als
situationele factoren te kijken.
Hoofdstuk 1 – Welcome to sport and exercise psychologie
History of sport psychology
• Period 1. The early years (1893-1920) Triplett
• Period 2. The Griffith-era (1921-1938) Griffith
• Period 3. Preparation for the future (1939-1965) Henry
• Period 4. Establishment of academic sport psychology (1966-1977) Ogilvie
• Period 5. Multidisciplinary science and practice (1978-1999) Harris
• Period 6. Contemporary sport and exercise psychology (2000-present)
Specializing in sport psychology
• Huidige sportpsychologen hebben 3 hoofdtaken:
- Onderzoek uitvoeren
- Onderwijzen
- Consulting
• Klinische sportpsychologen behandelen atleten met ernstige emotionele
stoornissen, valt buiten het vakgebied van een sportpsycholoog.
• Educatieve sportpsychologen zijn mentale coaches die atleten en sporters
onderwijzen over psychologische vaardigheden en hun ontwikkeling.
,Hoofdstuk 2 – Science & professional practice
Theory
• Theorie = een set van onderling verbonden feiten die een systematische kijk
op een bepaald fenomeen beschrijven, om het fenomeen uit te leggen, te
beschrijven en toekomstige voorvallen te voorspellen.
• Social facilitation theory = een publiek creëert opwinding, wat moeilijke en
onbekende taken belemmert en goed getrainde taken verbetert.
Scientifically derived knowledge
• In een studie observeert of beoordeelt een onderzoeker factoren zonder
variabelen in de omgeving te veranderen.
• Bij een experiment verandert en observeert de onderzoeker variabelen en
onderzoekt hoe veranderingen in de ene variabele, veranderingen in andere
variabelen beïnvloeden.
• Voordeel van wetenschappelijk verkregen kennis is dat het betrouwbaar is en
de data is objectief.
• Nadeel van wetenschappelijk verkregen kennis is dat het lang duurt voordat
een wetenschappelijke doorbraak bereikt wordt, soms is het reductionistisch,
soms wordt teveel aandacht besteed aan interne validiteit waardoor externe
validiteit verminderd kan worden en het is conservatief.
Professional practice knowledge
• Professionele praktijkkennis komt van meerdere bronnen zoals hieronder
weergeven.
• Wetenschappelijke methode
• Systematische observatie
• Single case study
• Gedeelde publieke ervaring
• Introspection (je gedachten/gevoelens onderzoeken)
• Intuïtie (onmiddelijk kennis begrijpen zonder bewust proces)
• Voordeel van professionele praktijkkennis is dat het meer holistisch is (de
wisselwerking tussen vele factoren), er worden innovatieve methoden gebruikt
en praktische theorieën kunnen meteen gebruikt worden zonder te moeten
wachten tot de theorieën wetenschappelijk bewezen zijn.
• Nadeel van proffesionele praktrijkkennis is dat er minder preciese verklaringen
dan bij wetenschap uit voortkomen en het is minder objectief en dus minder
betrouwbaar dan wetenschappelijke kennis.
,Integration of scientific and professional practice knowledge
• Om de kloof tussen praktijk en wetenschap te overbruggen is het RE-AIM
model ontwikkeld, waarbij 5 factoren interacteren om kennisoverdracht te
beïnvloeden.
• Reach: voor wie het programma bedoelt is.
• Efficacy: de uitkomst van het programma, hoe goed het werkt.
• Adoption: wie het voltooide programma daadwerkelijk gebruikt.
• Implementation: beoordeling of het programma wordt geleverd zoals
gespecificeerd.
• Maintenance: het programma in stand houden in de loop der tijd.
Sport and exercise psychology orientations
• Psychophysiological orientation = focus op het onderzoeken van fysiologische
processen van het brein en de invloed hiervan op fysieke activiteit.
• Social-psychological orientation = focus op hoe gedrag bepaald wordt door de
complexe interactie tussen de omgeving en de persoonlijke samenstelling van
de sporter.
• Cognitive-behavioral orientation = focus op cognities of gedachten en gedrag,
waarbij gedachten centraal staan voor het bepalen van gedrag.
, Hoofdstuk 4 – Motivatie
Defining motivation
• Motivatie = De richting en intensiteit van iemands inspanning.
• Richting van inspanning betekent of iemand bepaalde situaties opzoekt of zich
aangetrokken tot die situaties. Bijvoorbeeld een geblesseerde atleet die
medische behandeling zoekt.
• Intensiteit van inspanning betekent hoeveel inspanning iemand in een
bepaalde situatie stopt. Bijvoorbeeld een student bewegingswetenschappen
die niet/heel veel inzet toont in de colleges.
Three approaches to motivation
• Trait/participant-centered view = motivatie is hoofdzakelijk een functie van
individuele eigenschappen. Dus de persoonlijkeheid, behoeften en doelen van
bijvoorbeeld een student of atleet zijn elementen die motivatie bepalen.
• Situation-centered view = motivatie wordt bepaald door de situatie. Iemand
kan bijvoorbeeld gemotiveerd zijn in aerobic exercise les maar niet
gemotiveerd zijn in een competetieve sport situatie.
• Interactional view = motivatie is een interactie van persoonlijke en situationele
factoren. Deze kijk op motivatie wordt het meest beaamd door sport
psychologen.
• Persoonlijke factoren motivatie:
- Persoonlijkheid
- Behoeften
- Interesses
- Doelen
• Situationele factoren motivatie:
- Stijl van de coach/leider
- Faciliteiten die het aantrekkelijk maken
- Winst-verlies verhouding team
Study social approval versus rejection
• Approval georiënteerde zwemmers zwommen sneller in een team dan alleen.
• Rejection-threatened zwemmers zwommen alleen sneller dan in een team.
• Approval georiënteerde zwemmers zoeken erkenning bij hun teamgenoten,
terwijl rejection-threatened zwemmers te bezorgd zijn om hun teamgenoten in
de steek te laten.
• Deze studie laat zien hoe belangrijk het is om zowel naar persoonlijke als
situationele factoren te kijken.