Hoorcollege 1
ALLEN
De studie had drie hoofddoelen:
1. Onderzoeken of een brede observatiemaat voor leraar-leerling interacties (CLASS-S) prestaties
in verschillende vakken in het voortgezet onderwijs kan voorspellen.
2. Identificeren welke van de tien CLASS-S-dimensies invloed hebben op toekomstige leerling
prestaties.
3. Inzicht geven in hoeverre deze interactiekwaliteiten afhankelijk zijn van de begincapaciteiten
van leerlingen, en dus of ze lerarengedrag of leerling kenmerken weerspiegelen.
Onderzoeksinstrument: CLASS-S
De studie maakt gebruik van het observatie-instrument CLASS-S (Classroom Assessment Scoring
System – Secondair). Dit instrument meet de kwaliteit van interacties in de klas. Dit instrument richt
zich op interactiepatronen. Drie kenmerken van leerkracht leerling relatie:
1. Emotionele ondersteuning
Bevordert vertrouwen, respect, verbondenheid, en motivatie.
2. Klassikale organisatie
Richt zich op gedragsmanagement, productiviteit en instructiestructuur.
3. Ondersteuning bij leerstrategieën
Meet inhoudelijke interacties, probleemoplossend vermogen, en het aanzetten tot hogere-orde
denken.
Elk domein bevat meerdere dimensies die onafhankelijk worden gescoord op een 7 puntsschaal.
Het instrument is gebaseerd op:
Hechtingstheorie Benadrukt het belang van veilige, ondersteunende relaties.
Zelfdeterminatietheorie Stelt dat leerlingen beter functioneren, meer motivatie hebben en
meer betrokkenheid als hun basisbehoeften aan autonomie, competentie en verbondenheid
worden vervuld.
Belangrijkste bevindingen
1. Emotionele ondersteuning voorspelt leerwinst, ongeacht de beginscore van leerlingen.
2. Klassikale organisatie en leerstrategieën hebben een positieve, maar deels afhankelijke relatie
met eerdere prestaties.
3. Leerlingen in een positief, respectvol en motiverend klasklimaat laten meer leerwinst zien.
4. Sommige gedragingen (zoals het stimuleren van autonomie of hogere-orde denken) lijken
eerder het gevolg te zijn van wie er in de klas zit (bijv. meer gemotiveerde leerlingen) dan van
leraar kwaliteit.
Onderzoek naar leerkracht-leerling relaties in het VO is nog zeldzaam.
Emotionele steun is onafhankelijk van basisniveau en achtergrondkenmerken van de leerling.
Significante verbanden: Emotionele ondersteuning voorspelt leerwinst ongeacht beginscore
(significant); klasorganisatie en leerstrategieën hadden positieve maar deels afhankelijke relatie met
eerdere prestaties.
- Emotionele ondersteuning is het belangrijkste domein voor leerling prestaties.
- Resultaat CLASS: Betere prestaties door betere instructie en klasorganisatie. Emotionele
ondersteuning is sterker afhankelijk van de persoonlijke kwaliteiten van de leerkracht.
Dus: betere leerprestaties gaan samen met leerkrachten die goede emotionele
ondersteunen bieden. Emotionele ondersteuning bestaat uit:
- Een positief klimaat creëren
- Tegemoet komen aan behoeften van leerlingen
- Autonomie ondersteunen
Sterkte van verband: Emotionele ondersteuning = robuuste relatie (sterk); andere domeinen minder
sterk.
,GREGORY
MTP-S
Is een programma gericht op leerkracht leerling relaties in het VO
Doel: positieve, ontwikkelingsgerichte leraar-leerling interacties bevorderen.
Belang van Gedragsmatig Engagement
Gedragsmatig engagement zichtbaar in actieve deelname, focus en luisteren.
Verhoogde engagement leidt tot betere leerresultaten.
Leraren kunnen dit stimuleren via ontwikkelingsgeschikte interacties.
Resultaten
MTP-S beeld coaching heeft effect op gedragsmatige betrokkenheid, omdat het leidt tot betere
klasorganisatie en instructieondersteuning, en die verbeteringen zorgen op hun beurt voor meer
betrokkenheid.
MTP-S Instructie Gedragsmatige betrokkenheid
MTP-S Klasklimaat Prestaties
Geen significante verandering in emotionele ondersteuningsdimensies.
MTP-S zorgde voor verbetering klasklimaat, waardoor klein positief effect op
gedragsmatige betrokkenheid en prestaties.
Discussie
Bescheiden maar belangrijk effect in diverse klaslokalen.
Verandering in instructie en klasorganisatie is sleutel.
Emotionele ondersteuning blijkt stabieler en moeilijker te veranderen in voortgezet onderwijs.
Conclusie
MTP-S is effectief in het verhogen van klasbetrokkenheid door gepersonaliseerde coaching.
Programma werkt over verschillende sociaaleconomische en etnische achtergronden heen.
Implicaties voor professionele ontwikkeling: focus op coaching gericht op observeerbare
interacties.
Samenvattend biedt deze studie waardevolle inzichten in hoe gerichte professionele ontwikkeling
leraren kan helpen het engagement van adolescenten te verhogen, wat cruciaal is voor academisch
succes.
Interventie-effect: Wel effect op klasorganisatie en instructieondersteuning → verhoging
engagement. Geen effect op emotionele ondersteuning.
,SCHUNK
Leerkrachten en leerlingen beïnvloeden elkaar wederzijds.
Drie groeperingsstructuren:
Competitief = Gericht op sociale vergelijking, kan motivatie ondermijnen.
Coöperatief = Bevordert collectieve inspanning en zelfeffectiviteit.
Individualistisch = Gericht op persoonlijke groei en verbetering.
Effectief lesgeven
Kenmerken: Stap-voor-stap instructie, regelmatige herhaling, duidelijke uitleg en feedback
Effect: Verhoogt motivatie en leerprestaties, vooral bij goed getrainde leraren.
Leraren als modellen Door zelfvertrouwen en vaardigheden te demonstreren, verhogen zij de
motivatie van leerlingen. Uitleg over het belang van de leerstof verhoogt betrokkenheid en dieper
leren.
Peer modellen
Effectiviteit: Het observeren van leeftijdsgenoten verhoogt het geloof in eigen kunnen.
Coping modellen: Eerst fouten maken, daarna verbeteren
Beheersingsmodellen; Meteen succesvol
Effectieve leeromgevingen
TARGET-dimensies: Taak, Autoriteit, Erkenning, Groepering, Evaluatie, Tijd.
Organisatie:
o Unidimensionaal: Gericht op uniforme structuren en prestaties.
Unidimensionale klassen; weinig variatie in taken, lage autonomie, sterke
nadruk op sociale vergelijking en formele beoordelingen
o Multidimensionaal: Bevordert autonomie, variatie en motivatie.
Multidimensionale klassen; meer taakvariatie, meer autonomie, minder nadruk
op vergelijking en beoordeling.
Aanbeveling: Diversifiëren van activiteiten om alle leerlingen te motiveren.
Klasmanagement; Orde handhaven en optimale leeromgeving creëren.
Proactieve technieken: Regels, structuur, tijdig en eerlijk reageren op problemen.
Kounin’s onderzoek:
o Ripple effect: Een interventie beïnvloedt het gedrag van de hele klas.
o Desist: Methode om ongewenst gedrag te stoppen.
o Belang van proactiviteit: Preventie van wangedrag versterkt motivatie.
Reactief = Reageren op gedrag van leerlingen
Proactief = Wat je voorafgaand het gedrag doet, zodat kind gewenst gedrag vertoond.
Resultaten:
Laissez faire groep werkt niet goed samen
Autoritaire leider was gespannen en opstandig
Democratische groep was niet het meest productief.
Motivatie is sterk verbonden aan instructie
Door als leerkracht model te zijn, kun je het gevoel van competentie en de motivatie sterk
verhogen.
Technologie kan motiverend zijn als het gekoppeld wordt aan leerdoelen, er variatie en balans is,
de leerkracht een actieve rol heeft en de leerkracht zelfvertrouwen heeft.
Sterkte van verband: Kwalitatief beschreven: hoge verwachtingen → beter gedrag en prestaties.
Interventie-effect: Wel effect – motivatiecursus leidde tot betere verwachtingen en betere
leeruitkomsten.
, INHOUD COLLEGE
Pas als er geen school is die voldoet aan de onderwijsbehoefte van een leerling kan leerplicht
toestemming geven voor thuisonderwijs.
Schoolkwaliteit op 2 niveaus:
Klasklimaat
Dyadische relaties; 1 op 1 relatie tussen leerkracht en leerling
Klasorganisatie:
Reactief; helder, krachtig, ruwheid
Proactief
o Withitness = Het bewust zijn van wat er in de klas gebeurt.
o Overlapping = Meerdere dingen tegelijk kunnen doen.
o Movement management = Soepel en doelgericht omgaan met overgangen en de
voortgang van activiteiten.
o Groep focus = De hele klas betrokken houden.
o Minimizing satiation = Voorkomen dat leerlingen zich gaan vervelen of verzadigd
raken.
Emotionele ondersteuning
Positief klimaat; ‘The emotional tone of the classroom’
Negatief klimaat; ‘The level of expressed negativity’
Leerkracht sensitiviteit; The teacher’s responsiveness to academic and social/emotional
needs of students’
Rekening houden met perspectieven; ‘The extent to which the teacher offers leadership,
autonomy, and content relevance to students’
Effecten per dimensie op prestaties
Instructiekwaliteit
o Inhoudelijk begrip
o Analyse en probleem oplossen
o Kwaliteit van feedback
Klasorganisatie
o Gedragsmanagement
o Productiviteit
o Instructieleervormen
Emotionele ondersteuning
o Positief klimaat
o Negatief klimaat
o Leerkracht sensitiviteit
o Aandacht voor adolescentperspectief
Emotionele ondersteuning is belangrijkste domein voor effect op prestaties.
Verdunningshypothese = In kleinere klassen lijkt klasklimaat (emotionele ondersteuning) meer
effect te hebben dan in grote klassen.
Drie soorten feedback:
1. Attributionele feedback = Feedback over waarom iemand iets goed of fout deed
Voorbeeld: “Je hebt een goed cijfer omdat je hard gewerkt hebt!”
2. Strategie feedback = Feedback over de aanpak of methode die iemand gebruikt.
Voorbeeld: “Slim dat je eerst een samenvatting maakte voor je begon te leren.”
3. Prestatie feedback = Feedback over het resultaat of de uitkomst van een taak.
Voorbeeld: “Je hebt 8 van de 10 vragen goed beantwoord, goed gedaan!”