H3 Klimaatverandering in
perspectief
§3.1 De geschiedenis herhaalt zich?
Ophef over klimaatverandering
Oorzaken van klimaatverandering in het verre verleden:
ligging van de continenten
Milankovitch-variabelen
invloed van de zon
Klimaatverandering gaat nu sneller door de mens
Vanaf 1978 een sterke temperatuur stijging.
Dit kan door de natuur, maar ook door de mens.
Natuurlijke factoren
Externe variabelen: factoren die het klimaatsysteem van buitenaf beïnvloeden:
-Vulkaanuitbarstingen: stof reflecteert het zonlicht verkoeling.
-Zonneactiviteit: hoe meer donkere zonnevlekken meer straling warmer
Interne variabelen: factor van binnen het klimaatsysteem:
-Zeestromen (El Niño/La Niña) zorgen elke 3 tot 7 jaar voor weersverandering.
Broeikasgassen
0,5% van de atmosfeer
CO2: koolstofdioxide, CH4: methaan en NO2: stikstofdioxide en waterdamp
verhogen de temperatuur op aarde gemiddeld 31 o broeikaseffect
Toename van deze gassen door:
-bevolkingsgroei
-landbouw
-industrie
versterkte broeikaseffect
De rol van de mens
-Snelle bevolkingsgroei vanaf 1800 meer voedsel nodig veel natte
rijstvelden en vee toename methaan in de atmosfeer.
-Demografische factoren en economische ontwikkeling meer gebruik van
fossiele brandstoffen toename van het CO2-gehalte.
-Verstedelijking: Energiegebruik in steden verhoudingsgewijs hoger.
Door verstening een hogere temperatuur in steden:
-(Regen)water wordt versneld afgevoerd minder kans op verdamping.
-Instraling van de zon wordt meer omgezet in voelbare warmte
-Albedo is in de stad lager dan op platteland weinig terugkaatsing
Warmer stadsklimaat
perspectief
§3.1 De geschiedenis herhaalt zich?
Ophef over klimaatverandering
Oorzaken van klimaatverandering in het verre verleden:
ligging van de continenten
Milankovitch-variabelen
invloed van de zon
Klimaatverandering gaat nu sneller door de mens
Vanaf 1978 een sterke temperatuur stijging.
Dit kan door de natuur, maar ook door de mens.
Natuurlijke factoren
Externe variabelen: factoren die het klimaatsysteem van buitenaf beïnvloeden:
-Vulkaanuitbarstingen: stof reflecteert het zonlicht verkoeling.
-Zonneactiviteit: hoe meer donkere zonnevlekken meer straling warmer
Interne variabelen: factor van binnen het klimaatsysteem:
-Zeestromen (El Niño/La Niña) zorgen elke 3 tot 7 jaar voor weersverandering.
Broeikasgassen
0,5% van de atmosfeer
CO2: koolstofdioxide, CH4: methaan en NO2: stikstofdioxide en waterdamp
verhogen de temperatuur op aarde gemiddeld 31 o broeikaseffect
Toename van deze gassen door:
-bevolkingsgroei
-landbouw
-industrie
versterkte broeikaseffect
De rol van de mens
-Snelle bevolkingsgroei vanaf 1800 meer voedsel nodig veel natte
rijstvelden en vee toename methaan in de atmosfeer.
-Demografische factoren en economische ontwikkeling meer gebruik van
fossiele brandstoffen toename van het CO2-gehalte.
-Verstedelijking: Energiegebruik in steden verhoudingsgewijs hoger.
Door verstening een hogere temperatuur in steden:
-(Regen)water wordt versneld afgevoerd minder kans op verdamping.
-Instraling van de zon wordt meer omgezet in voelbare warmte
-Albedo is in de stad lager dan op platteland weinig terugkaatsing
Warmer stadsklimaat