Samenvatting architectuur en het wonen: les 4
Introductie: automaatschappij
Na jaren ’60-> garage opkomst-> bij deze afbeelding nog niet helemaal
duidelijk-> garage achter de woning
Be zet sterk in op autoproductie na WO2-> speerpunt naoorlogse
industriële toestand Be
Toename auto op grafiek snel toenamen
Toename autosnelwegen, wegen,…-> infrastructuur
’70-> grote piek-> grote rotondes en ringwegen rond steden-> toegang tot
verschillende steden vergemakkelijken
Links grote martk Br, rechts grote markt Ant
Auto introductie Symboliseert vooruitgang
’30 voorstel door Le Corbusier stad-> veel aanpassingen stad voor de auto
willen doen
Historische stad is stad die niet aangepast is aan hedendaagse noden voor
stad-> dus ontwerp nieuwe stad dei wel is aangepast
Conclusie: auto is vooruitgangsgeloof typische voor modernisme in
interbellum en naoorlogse periode
Typologische evolutie van de garage
Weinig aandacht in woonadviesbladen voor de auto te plaatsen
Timing: Jaren 1950-1980-> veel mensen rond deze periode krijgen auto
Positie: In stalletjes achter de woning( los v/d wonen)-> onder de woning->
Vooraan de woning (gelijkvloers)
Casestudy: drie woonwijken in Grimbergen-> niet huren, wel kopen-> bij
Brussel-> vooral woontypes in serie gebouwd
Mierendonk (1952-1964)
Abtsdal (1968-1973)
, Haneveld (1980-1983)
Mierendonck:
Ontwerpers-> Georges Pepermans en Albert Van Hellemont
Rechte, brede straten met elektriciteit-> vooruitstrevend want elek en
waterafvoer en toevoer komt op-> moderne comforttechnieken toch al
aanwezig
Drie fases: 1952, 1959 en 1964-> kleine verschillen in-> 1 e twee types
vaak zonder garage
Woningen uit 1952-59 zonder garage (geen ruimte die bijdraagt aan
basiscomfort)
Woning nood na WO2-> wet de Taeye probeerde opl. te bieden-> door
premies-> maar garage word niet gzn als leefbare ruimte dus niet
toegepast
-> model 1952
-> model 1964
Stalletjes initieel ontworpen voor kleinvee de tuin was bestemd voor
beperkte landbouwactiviteit-> Later worden stalletjes omgevormd tot
tuinhuizen of compacte garages
keuken nog steeds bij backstage-> elke kamer eigen kachel ( dus toen
nog geen centrale verwarming en dus apart gewoond werd->
spreekplaats enkel voor gelegenheden)
spiegeling woning-> zodat geen akoestische problemen met buur hebt
badkamer dus tegen zelfde muur -> makkelijk leidingen plaatsen
garage onder de grond-> er langs oprijlaan-> langs wasplaats en
berging want niet kern huis
Introductie: automaatschappij
Na jaren ’60-> garage opkomst-> bij deze afbeelding nog niet helemaal
duidelijk-> garage achter de woning
Be zet sterk in op autoproductie na WO2-> speerpunt naoorlogse
industriële toestand Be
Toename auto op grafiek snel toenamen
Toename autosnelwegen, wegen,…-> infrastructuur
’70-> grote piek-> grote rotondes en ringwegen rond steden-> toegang tot
verschillende steden vergemakkelijken
Links grote martk Br, rechts grote markt Ant
Auto introductie Symboliseert vooruitgang
’30 voorstel door Le Corbusier stad-> veel aanpassingen stad voor de auto
willen doen
Historische stad is stad die niet aangepast is aan hedendaagse noden voor
stad-> dus ontwerp nieuwe stad dei wel is aangepast
Conclusie: auto is vooruitgangsgeloof typische voor modernisme in
interbellum en naoorlogse periode
Typologische evolutie van de garage
Weinig aandacht in woonadviesbladen voor de auto te plaatsen
Timing: Jaren 1950-1980-> veel mensen rond deze periode krijgen auto
Positie: In stalletjes achter de woning( los v/d wonen)-> onder de woning->
Vooraan de woning (gelijkvloers)
Casestudy: drie woonwijken in Grimbergen-> niet huren, wel kopen-> bij
Brussel-> vooral woontypes in serie gebouwd
Mierendonk (1952-1964)
Abtsdal (1968-1973)
, Haneveld (1980-1983)
Mierendonck:
Ontwerpers-> Georges Pepermans en Albert Van Hellemont
Rechte, brede straten met elektriciteit-> vooruitstrevend want elek en
waterafvoer en toevoer komt op-> moderne comforttechnieken toch al
aanwezig
Drie fases: 1952, 1959 en 1964-> kleine verschillen in-> 1 e twee types
vaak zonder garage
Woningen uit 1952-59 zonder garage (geen ruimte die bijdraagt aan
basiscomfort)
Woning nood na WO2-> wet de Taeye probeerde opl. te bieden-> door
premies-> maar garage word niet gzn als leefbare ruimte dus niet
toegepast
-> model 1952
-> model 1964
Stalletjes initieel ontworpen voor kleinvee de tuin was bestemd voor
beperkte landbouwactiviteit-> Later worden stalletjes omgevormd tot
tuinhuizen of compacte garages
keuken nog steeds bij backstage-> elke kamer eigen kachel ( dus toen
nog geen centrale verwarming en dus apart gewoond werd->
spreekplaats enkel voor gelegenheden)
spiegeling woning-> zodat geen akoestische problemen met buur hebt
badkamer dus tegen zelfde muur -> makkelijk leidingen plaatsen
garage onder de grond-> er langs oprijlaan-> langs wasplaats en
berging want niet kern huis