benamingen voor het bewegingsonderwijs.
Lichamelijke oefening, heeft te maken met het vergrootten van spierkracht, de anatomie en
fysiologie, veel herhalende oefeningen
Lichamelijke opvoeding, opvoeden heeft te maken met resultaten, leerdoelen bereiken die uitgaan
van opvoeden, het lichaam is een instrument om je doelen te bereiken,
Sportonderwijs gaat over het aanleren van sporttechnieken en sporttactieken en regels van de sport,
je werkt met veel eindvormen, met officiële regels.
Bewegingsonderwijs gaat over het beter leren bewegen, dat vatten wij op als beter leren oplossen
van bewegingsproblemen, zoals betere leren passeren dat levert bepaalde principes op die je bij
verschillende sporten kan geven.
2. Wat wordt er bedoeld met een positief en negatief argument en geef de inhoud van die
argumenten
2.1 Het negatieve argument geeft aan waarom we niet kiezen voor lichamelijke opvoeding/oefening.
De aanduidingen van lichamelijke opvoeding is wijsgerig-antropologisch niet houdbaar omdat het
berust op het dualistische mensbeeld, scheiding van lichaam en ziel. Het is filosofisch niet houdbaar
omdat, lichaam en ziel met elkaar verbonden zijn. De aanduiding met lichamelijk zijn filosofisch
gezien niet houdbaar en daarom moeten we het vak dus ook niet zo noemen.
Wijsgerig; filosofisch
Antropologie; leer van de mens
Negatieve argument; De kinderen komen in hun totaal in de gymlessen, niet als lichaam ze hangen
hun geest niet aan hun kapstokje op.
2.2 Het positieve argument geeft aan waarom we wel kiezen voor de benaming bewegingsonderwijs
Er wordt bewogen in de gymlessen en de kinderen krijgen onderwijs in het bewegen.