dekolonisering
- Begrijp wat hun argument is, waarom ze hun positie verdedigen, wat er op het spel
staat voor hun
- Werk ook zelf een argument uit met een eigen positie en verwijs naar dingen uit de
cursus
- Ze verdedigen verschillende visies op het thema identiteitspolitiek
- Reconstrueren wat de argumentatie is
Thema kaderen
● Identiteitspolitiek, antiracisme en dekolonisering zijn termen die al lang meegaan
● Zolang de mensheid bestaat zijn er discussies over identiteit
● Staat vandaag wel hoger op de agenda dan vroeger omdat het opspeelt in de
actualiteit
● Vb?: BLM, #metoo, LGBTQI+, Vlaamse canon, zwarte piet, Amanda Gorman, Safe
space, MAGA,...
Wat is identiteitspolitiek?
● = Het bedrijven van politiek vanuit de specifieke identiteit van een bepaalde groep en
de door deze groep gedeelde ervaring van maatschappelijk onrecht
● Identiteit kan betrekking hebben op etnische achtergrond, seksuele gerichtheid,
gender, religie, leeftijd, neurodiversiteit, fysieke beperking,...
● Dergelijke groepsidentiteiten worden tegenover de cultureel dominante groep in een
maatschappij gesteld, personen met die groepsidentiteit worden benadeeld en
daarom is er actie nodig
● Verschil met eerdere sociale bewegingen?
○ Geen eis tot opname in groter maatschappelijk geheel
○ Wel: emancipatie met behoud van verschil en groepsidentiteit. (strijd om
identiteit te behouden en verschil te kunnen uitmaken)
○ De eigen groep wordt gedefinieerd aan de hand van de ervaring van
marginalisering of inperking van de zelfbeschikking van groepsleden op grond
van hun identiteit, en altijd gesteld tegenover een dominante groep in de
maatschappij.
Francis Fukuyama, Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek (2019)
● Amerikaans politicoloog en filosoof
● Verbonden aan Stanford University, bekend om zijn boek Het einde van de
geschiedenis en de laatste mens (1992), waarin hij het einde van de ideologische
strijd aankondigt en de liberale democratie verdedigt als ultieme staatsvorm.
● In het boek Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek gaat Fukuyama
op zoek naar de oorzaken van het succes van populisme in de huidige politiek. De
oorzaak is volgens hem niet economisch maar wel cultureel: een behoefte aan
identiteit.
1
, ● De geschiedenis is volbracht want de strijd is gestreden ⇒ veel kritiek op,
veel analyses op hoe fout dit was
● Volgens hem is die opkomst van populisme niet veroorzaakt door economische
oorzaken (ongelijkheid), maar door een culturele crisis (behoefte aan identiteit).
⇒ Namelijk de mensen hebben behoefte, nood aan een identiteit, post-
modernisme lacht dit weg
○ Op dat moment ontstaat er een psychologische crisis bij mensen, je voelt dat
identiteit het nieuwe wordt waar mensen zich rond organiseren omdat aan
Identiteit erkenning en waardigheid hangt
○ Het hangt af van wie je bent of je erkent wordt of niet, dat is het gevoel wat
veel mensen hebben
● Centraal staat de gedachte dat mensen behoefte hebben aan erkenning van hun
waardigheid. In dit boek traceert Fukuyama hoe doorheen de geschiedenis aan die
behoefte politiek vorm is gegeven.
○ → Van universele erkenning van burgerschap met onvervreemdbare
rechten
○ → Naar de eis van erkenning van diverse identiteiten
● Fukuyama is kritisch voor die laatste evolutie, omdat ze volgens hem kan leiden tot
conflict en zelfs tot ondermijning van de democratie.
● Hij overloopt de geschiedenis en zegt dat de politiek een emancipatorische rol heeft
proberen spelen.
○ Eigenlijk is dat lang het project geweest van emancipatie, iedereen gelijk voor
de wet
○ Idee van burgerschap als een soort universeel nastrevenswaardig doel is
lang de drijfveer geweest achter bv de franse revolutie
■ Er was altijd een protest van apartheid, iedereen moet dezelfde
rechten kunnen hebben
○ Die strijd is gekanteld in een strijd voor de erkenning van diversiteit, ze willen
verschil erkent zien ipv hetzelfde
○ Hij is kritisch voor deze omslag, omdat die kan leiden tot conflict
Hoofdstuk 11: van identiteit naar identiteiten
● De emancipatiestrijd verandert doorheen de geschiedenis
● Hij begint met de jaren '60: er ontstaan nieuwe sociale bewegingen
○ Feminisme
○ Seksuele revolutie
○ Burgerrechtenbewegingen voor rassengelijkheid
○ Milieubewegingen
○ Studentenrevoltes van mei ‘68
● Later ook andere groepen, bv. gehandicapten, Amerikaanse indianen,
immigranten, homo’s, lesbiennes, transseksuelen,... ⇒ een versplintering
van groepen die elk een eigen agenda hebben
● Proletarische revolutie van de arbeidersklasse wordt steeds minder relevant: niet
langer klassenstrijd maar strijd om erkenning van gemarginaliseerde groepen
● Oorsprong van deze bewegingen was streven van liberale democratieën naar
erkenning van de gelijkwaardigheid van alle burgers
2