100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

2025 | Inleiding strafrecht uigebreide samenvatting eerste en tweede tentamen

Beoordeling
-
Verkocht
15
Pagina's
139
Geüpload op
19-08-2025
Geschreven in
2024/2025

Zeer uitgebreide samenvatting van het lesboek, online colleges, brightspace en de arresten. Heeft veel werk in gezeten en heb alles gestructureerd per deeleenheid. Heb het eerste tentamen met een 8.2 gehaald en het tweede tentamen met een 7

Meer zien Lees minder














Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
19 augustus 2025
Bestand laatst geupdate op
12 oktober 2025
Aantal pagina's
139
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

1. Een eerste kennismaking met het
strafrecht
Doelen van straffen
Het opleggen van een straf dient voornamelijk twee doelen: vergelding en
preventie. Het
kwaad dat de dader van een strafbaar feit veroorzaakt bij het slachtoffer of aan
de
maatschappij als geheel, wordt door het opleggen van straf in de eerste plaats
vergolden
door leedtoevoeging. De preventiegedachte gaat uit van een eenvoudig principe:
mensen
willen geen straf krijgen, dus zullen zij gedrag dat mogelijk tot straf leidt, zoveel
mogelijk
proberen te voorkomen.

Er zijn twee soorten preventie te onderscheiden, namelijk de speciale en
generale preventie.
Speciale preventie moet voorkomen, of ontmoedigen, dat de gestrafte wederom
in de fout
gaat. Het opleggen van voorwaardelijke straffen leunt zwaar op dit principe. De
leer van de
generale preventie heeft als uitgangspunt dat ook anderen dan de gestrafte
lering trekken uit
het feit dat er voor het plegen van een strafbaar feit een straf opgelegd kan
worden.


Materieel strafrecht, formeel strafrecht en sanctierecht
Het rechtsgebied strafrecht kan worden onderverdeeld in drie delen:

1. Het materiële strafrecht
 bepaalt welk gedrag niet toegestaan is en welke personen daarvoor
kunnen worden gestraft.
 Het gaat hierbij om de strafbepalingen (bijv. diefstal en moord), maar ook
de algemene
leerstukken die betrekking hebben op de uitsluiting van strafbaarheid (bijv.
noodweer) en
uitbreiding van strafbaarheid.
 Dit deel van het strafrecht wordt voornamelijk gevonden in het Wetboek
van Strafrecht.


2. Het formele strafrecht wordt ook wel het strafprocesrecht of de
strafvordering genoemd.
 Dit deel bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm
van het materiële strafrecht is overtreden.
 Dit deel van het strafrecht is voor het grootste deel geregeld in het
Wetboek van Strafvordering.

3. Het sanctierecht

,  heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen
worden opgelegd en ten uitvoer gelegd.
 Het gaat dan bijvoorbeeld om de vraag of voor een bepaald strafbaar feit
een
taakstraf mag worden opgelegd en welke voorwaarden de rechter precies
mag stellen
wanneer hij een straf voorwaardelijk oplegt.


Commuun en bijzonder strafrecht
Het commune strafrecht is het algemene strafrecht dat voor iedereen geldt. Dit
is ook wel het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen. De kern hiervan
staat in het wetboek van strafrecht en het wetboek van strafvordering.
Bijzondere strafwetten staan buiten het wetboek van strafrecht maar bevatten
ook strafbepalingen. Deze wetten gelden soms alleen in bepaalde
omstandigheden of voor bepaalde groepen men sen. Ze zijn vaak gericht op een
specifiek onderwerp, zoals bijvoorbeeld Wegenverkeerswet, Opiumwet en
Wet Wapens en Munitie.
Gewone wetgeving (zoals Sv en Sr) komen tot stand via de formele wetgever:
regering (koning + ministers) + staten generaal (eerste en tweede kamer).
Echter bestaan er ook regels met strafbepalingen die niet via deze weg tot stand
komen, zoals bijvoorbeeld: een algemene maatregel van bestuurd (AMvB)
of een ministeriele regeling.


De invloed van internationaal en supranationaal recht
1. Internationaal recht bestaat uit verdragen tussen staten. Staten sluiten
verdragen waarin zij zich verplichten tot bepaald gedrag, zoals het
beschermen van mensenrechten of bestrijden van criminaliteit zoals
mensenhandel. Voorbeeld hiervan het is EVRM waar Nederland partij van
is. Het EVRM bevat fundamentele rechten zoals het recht op een eerlijk
proces. De Nederlandse wetgeving moet conform deze rechten zijn.
Rechters in Nederland moeten dus toetsen of een strafvorderlijke
handeling in lijn zijn met het EVRM. Het EVRM heeft wel een bindende
werking via het EHRM (jurisprudentie) en ook verdragsgeplchting bij
ondertekening.
2. Supranationaal recht komt van organisaties waar staten een deel van hun
soevereiniteit aan hebben overdragen. Dat betekent: de organisatie mag
regels stellen die boven de nationale wetgeving gaan en die direct
doorwerken in nationale rechtsstelsels.
- Voorbeeld: de Europese Unie kan via richtlijnen en verordeningen
invloed uitoefenen op het nationale strafrecht. Richtlijnen moeten door
NL worden omgezet in nationale wetgeving. Verordeningen werken
direct door en hoeven niet te worden omgezet
- Vooral op het gebied van grensoverschrijdende criminaliteit zoals
mensenhandel en witwassen is de EU actief.


J. Claessen, ‘Waarom straffen we eigenlijk?’, Ars Aequi 2022, afl. 1

,Claessen onderzoek de filosofische en juridische rechtvaardiging van straf. Hij
legt uit dat we niet zomaar kunnen straffen – er moet een legitieme doordachte
reden voor zijn. Anders is straf gewoon willekeur en dat is onrechtvaardig.
Historische achtergrond: de invloed van de verlichting
- In de verlichting (18e eeuw) gingen filosofen nadenken over hoe macht
gebruikt mag worden.
- Strafrecht moest zuig zijn met leed: je mag alleen straffen als het echt
nodig is.
- Motto: gij zult de ander niet schaden’’ -> dus straffen mag alleen als
het een maatschappelijk nut heeft.
- De legitimatie van strafrecht wordt sindsdien gezocht in twee
stromingen:
o Preventietheorieën
o Vergeldingtheorieën

Preventietheorieën gaan ervan uit dat wanneer iemand een misdaad heeft
gepleegd, hij
gestraft moet worden, opdat nieuwe criminaliteit wordt voorkomen. Een straf
heeft
afschrikwekkende werking heeft voor zowel de desbetreffende dader (speciale
preventie) als
potentiële daders (generale preventie). Achter deze afschrikkingsgedachte gaat
de
rationelekeuzetheorie schuil. Volgens deze theorie heeft de mens twee
drijfveren: hij streeft
naar geluk/genot en hij tracht lijden/pijn te vermijden. Door straf te stellen op
misdaad wordt
de hoeveelheid lijden/pijn groter dan de hoeveelheid geluk/genot die met
misdaad wordt
verkregen en daarom zal een weldenkend mens afzien van het plegen van
misdaad.
Preventiedenkers besteden ook aandacht aan beveiliging van de samenleving
middels
opsluiting dan wel resocialisatie. Soms kan opsluiting van gevaarlijke mensen die
ernstige
misdaden plegen, inderdaad nodig zijn, maar dat zou ook kunnen met een
beveiligingsmaatregel zoals de terbeschikkingstelling, die tevens behandeling
inhoudt. Ook
resocialisatie kan nodig zijn ter voorkoming dat iemand opnieuw de fout ingaat,
maar
resocialisatie (iemand helpen) en straf (iemand bewust schaden, bijvoorbeeld
door iemands
vrijheid af te nemen) gaan lastig samen. Recidivecijfers liegen er niet om: circa
50% van de
gedetineerden gaat binnen twee jaar na invrijheidstelling opnieuw de fout in. De
vraag is dus
of straf wel zo goed werkt ter voorkoming van slecht gedrag als vaak wordt
gedacht.

Anders dan preventietheorieën stellen vergeldingstheorieën doorgaans
simpelweg dat

,iemand die een strafbaar feit pleegt, straf verdient. Zij stellen dat de
gerechtigheid in beginsel
eist dat een gepleegde misdaad wordt bestraft oftewel vergolden. Sommige
vergeldingsdenkers stellen dat met straf het door misdaad verstoorde evenwicht
wordt
hersteld. Maar hoe kan een orde die wortelt in de morele basisregel ‘Gij zult een
ander niet
schaden’ worden hersteld door een reactie die diezelfde regel schendt?
Welbeschouwd
wordt met vergelding van kwaad met kwaad niets hersteld. Hoogstens ontstaat
er een
nieuwe machtsbalans: de dader merkt dat hij uiteindelijk niet de baas is. Zo
bezien bestaat er
een link met de afschrikkingstheorie: door straf wordt de dader extrinsiek
gedisciplineerd
door degene die sterker is dan hijzelf. Iemand bewust schaden kan nooit goed
zijn, dat leerden Plato en Seneca ons al. Mensen slecht behandelen zal hen ook
niet in goede mensen veranderen, integendeel. Zelf pleit ik primair voor
herstelrecht: na misdaad dient in beginsel geen straf maar herstel van schade
plaats te vinden, waarbij het zoveel mogelijk aan de partijen zelf is om de
oorzaken en gevolgen van de misdaad te bespreken alsook om te onderzoeken
hoe herstel in het voorliggende geval het beste kan worden gerealiseerd. Vaak
gaat het om herstel van (im)materiële schade, maar het belangrijkst is misschien
wel herstel van vertrouwen en
verbondenheid tussen mensen. Door straf worden deze niet hersteld; straffen is
namelijk
reageren vanuit wantrouwen en afgescheidenheid.


Waarom voldeed het gewoonterecht steeds minder en groeide de
behoefte aan codificatie?
De samenleving werd steeds complexer. Hierdoor boden ongeschreven
rechtsregels te weinig rechtszekerheid en -eenheid. Codificatie, mits goed
uitgevoerd, biedt die zekerheid en eenheid in grotere mate dan het
gewoonterecht. Door de regels vast te leggen in wetgeving weten burgers beter
waar ze aan toe zijn (rechtszekerheid) en kan recht gesproken worden volgens
steeds dezelfde regels die minder afhankelijk zijn van plaatselijke en
tijdgebonden tradities en gewoontes (rechtseenheid).
Zie Strafrecht met mate, par. 1.4.1.



Geef aan waarom gesteld kan worden dat het straf(proces)recht steeds
instrumenteler van aard wordt.

Deze ontwikkeling hangt samen met het feit dat de samenleving steeds meer
verzakelijkt en gericht is op efficiency. Bovendien wordt het straf(proces)recht
door de overheid in toenemende mate gebruikt om de samenleving veiliger te
maken. Er worden bijvoorbeeld steeds meer opsporingsbevoegdheden gecreëerd
die (preventief) ingrijpen in de levens van burgers om op die manier strafbare
feiten te voorkomen.
Zie Strafrecht met mate, par. 1.4.5.4 en 1.4.5.5.

,Het strafrecht als ultimum remedium houdt in dat de inzet van het strafrecht
slechts aan de orde is wanneer de mogelijkheden van de overige rechtsgebieden
(bestuurs- en privaatrecht) ontoereikend blijken.



2 Inleiding materiaal strafrecht
Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht, pagina 29 t/m 55

Plaats en structuur van strafbepalingen
Welk gedrag strafbaar is, wordt in de eerste plaats aangegeven door de wet. De
inhoud van
die wettelijke verbodsbepalingen wordt soms verder ingevuld door rechtspraak.
Een
strafbepaling in de meest volledige vorm bestaat uit:
1. Delictsomschrijving: geeft aan welke ongewenste gedraging de wetgever
strafbaar
heeft willen stellen
2. Kwalificatie-aanduiding: maakt duidelijk hoe het gedrag in juridische
opzicht moet
worden benoemd
3. Strafbedreiging: bepaalt welk soort straf mag worden opgelegd

Niet alle strafbepalingen kennen een dergelijke duidelijke omschrijving van het
strafbare
gedrag en een kwalificatie-aanduiding. Deze wordt in sommige bepalingen al
geacht in de
delictsomschrijving te liggen. Dit is bijv. bij artikel 300 lid 1 Sr. Het
mishandelingsartikel.
De opbouw van een strafbaar feit
Een strafbaar feit is een menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van
een wettelijke
delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten. Hierin liggen
vier
componenten die cumulatieve voorwaarden zijn waaraan moet worden voldaan
voordat
iemand gestraft kan worden. Dit zijn:


Er zijn vier componenten/voorwaarden waaraan moet worden voldaan voordat
iemand gestraft kan worden (voorwaarden voor strafbaarheid). Indien hier niet
aan voldaan kan worden dan volgt vrijspraak.
De vier componenten (ook wel opbouw strafbaar feit):
1. Menselijke gedraging
De gedraging moet verricht zijn door een mens. Dit kunnen zijn natuurlijke
personen
als rechtspersonen. Verder moet het gaan om een gedraging. Vervolging
kan niet
vanwege bepaalde gedachten, maar wel voor actief optreden of het
nalaten hiervan.
2. Wettelijke delictsomschrijving
Gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden zijn.
Het is voor

, de wetgever onmogelijk om alle denkbare strafbare gedragingen expliciet
in de wet op te nemen. Daarom heeft de wetgever zulke gedragingen
algemeen in de wet
omschreven. Dit wordt ook wel de bestanddelen genoemd. Wordt schuld in
de delictsomschrijving genoemd dan is dit ‘schuld als culpa’
3. Wederrechtelijkheid (als element)
In strijd met het geschreven en ongeschreven recht. Als iemand niet
handelt in strijd met het recht, dan dient er ook geen straf te volgen.
Daarmee is niets gezegd over de mate waarin deze gedraging aan de
dader verweten kan worden (wederrechtelijkheid van de gedraging).
Daarmee is niet gezegd over de mate waarin deze gedraging aan de dader
verweten kan worden want dat is het terrein van schuld.
Meestal is het zo dat met het vervullen van de delictsomschrijving de
wederrechtelijkheid ook gegeven is. De aanwezigheid van
wederrechtelijkheid van bepaald gedrag is dan eigenlijk niet meer dan de
veronderstelde afwezigheid van een geldig excuus voor het vervullen van
de delictsomschrijving. In sommige gevallen bestaat en grond om aan te
nemen dat de gedraging niet wederrechtelijk was. Dan spreken we van
een rechtvaardigingsgrond.
4. Schuld (als element)
Ook wel verwijtbaarheid. Niemand kan gestraft worden zonder dat hij
schuld heeft. Schuld moet dan worden opgevat als verwijtbaarheid.
Daarvan is sprake als men van iemand in de redelijkheid kon vergen dat
hij zich ander gedroeg dan hij deed. Als iemand een andere optie had dan
het overtreden van de wet bestaat er verwijtbaarheid. Evenals voor de
wederrechtelijkheid geldt voor de verwijtbaarheid dat deze verondersteld
wordt
aanwezig te zijn door het vervullen van de delictsomschrijving (schuld als
culpa) . Als de verwijtbaarheid ontbreekt is er sprake van een
schulduitsluitingsgrond.


Legaliteit en interpretatie

In art. 1 lid 1 Sr is het materieelstrafrechtelijk legaliteitsbeginsel (te
onderscheiden van het formeelstrafrechtelijk legaliteitsbeginsel in art.1 Sv) te
vinden:

‘Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling’.

Dit beginsel wordt ook wel het ‘nulla poena sine lege’-beginsel genoemd:
geen straf zonder wetsbepaling.

Uit art. 1 lid 1 Sr volgt een aantal zaken:

 Strafbare feiten moeten beschreven zijn; ongeschreven recht creëert geen
strafbaarheid.
 De term ‘wettelijke’ moet zo worden uitgelegd dat niet alleen wetten in
formele zin (dat is wat anders dan formeel recht!), maar ook wetten in
materiële zin (en dat is weer wat anders dan materieel recht!), zoals een
Algemene Plaatselijke Verordening (APV), gedragingen strafbaar kunnen
stellen. Zo mogen lagere regelgevers dan onze formele wetgever

, zelfstandig strafbepalingen opnemen in hun regelgeving. Echter, lagere
regelgevers zijn slechts bevoegd om overtredingen op te nemen in hun
regelgeving, en geen misdrijven.
 Uit de woorden ‘voorafgegane strafbepaling’ volgt het verbod van
terugwerkende kracht. Een gedraging is pas strafbaar als deze ten tijde
van het begaan van het feit in de wet strafbaar was gesteld.
 De strekking van een strafbepaling moet voldoende duidelijk en dus
voorzienbaar zijn (lex certa). Dit bepaaldheidsgebod hangt samen met het
rechtszekerheidsbeginsel.
 Het is de rechter verboden om een strafbepaling analoog te interpreteren.
Als fictief voorbeeld: als in de APV van gemeente X een strafbepaling zou
zijn opgenomen waarin staat dat het verboden is om op zondag appels te
plukken, dan mag de rechter die strafbepaling niet zo uitleggen dat het op
zondag ook verboden is om peren te plukken, omdat dat net als appels
onder de noemer ‘fruit’ valt. Ook mag hij de strafbepaling niet zo
uitleggen dat het verboden is om op zaterdag appels te plukken, omdat
die dag net als zondag ook een weekenddag betreft. Analogische
interpretatie is de rechter verboden omdat het niet de bedoeling is dat
de rechter op de stoel van de wetgever gaat zitten en gaat bepalen wat
wel of niet strafbaar zou moeten zijn.


Artikel 1 (het legaliteitsbeginsel) heeft als doel rechtszekerheid te
bewerkstelligen
De rechtszekerheid eist onder andere dat omschrijvingen van wettelijke
strafbepalingen voldoende helder zijn. Uit de tekst van de delictsomschrijving
moet duidelijk blijken wat precies verboden is, zodat burgers hun gedrag daarop
kunnen afstemmen. Zou dit anders zijn, dan zouden mensen voortdurend in
onzekerheid leven omzat zij nooit weten of hun gedragingen strafbaar zijn opf
niet. Bovendien zetten onduidelijkheden de deur open voor willekeur.

Ondanks de eis van duidelijkheid ontkomt men bij een delictsomschrijving toch
niet aan een zekere vaagheid. Het is immers voor de wetgever onmogelijk om in
detail elke strafbepaling in de wet te omschrijving. Soms moet een bestandsdeel
die wat algemeen of vaag is geïnterpreteerd worden. Hiervoor zijn er een aantal
methoden:
1. Wetshistorische interpretatie: om te kunnen bepalen wat de inhoud van
een wetsbepaling is wordt gekeken naar de totstandkomingsgeschiedenis
van de bepaling in kwestie. Meestal wordt gekeken naar kamerstukken,
zoals de memorie van het wetsvoorstel.
2. Grammaticale interpretatie: hierbij wordt de inhoud van de wet bepaald
aan de hand van de taalkundige betekenis van de woorden in de
desbetreffende bepaling. Ook wordt gelet op zinsverband. Let op woorden
zoals ‘’volgens de definitie’’, ‘’taalkundig gezien’’. ‘’de letterlijke
betekenis’’.
3. Systematische interpretatie: de wet wordt uitgelegd aan de hand van de
systematiek van de wet. Let op woorden zoals ‘’plaats in de wet’’, ‘’in
samenhang met’’, ten opzichte van andere bepalingen’’.
4. Theologische methode: er wordt gekeken naar het doel van de wet(gever).
Let op woorden als: ‘’het doel is’’, ‘’de bedoeling van de wetgever’’.

Bestanddelen en elementen.
De onderdelen van de delictsomschrijving worden de bestanddelen genoemd.
Bestanddelen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Renee9210 Open Universiteit
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
47
Lid sinds
5 maanden
Aantal volgers
1
Documenten
9
Laatst verkocht
3 dagen geleden

4,8

4 beoordelingen

5
3
4
1
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen