Veelgebruikte termen in onderzoek en de rol van cijfermatige analyse binnen een onderzoek of
rapportage te herkennen en te benoemen, zodanig dat de student in staat is om op de juiste manier
(weergaves van) kwantitatieve gegevens te interpreteren.
Op de juiste manier kwantitatieve gegevens weer te geven in tabellen en grafieken, zodanig dat de
student in SPSS verklarende tabellen en grafieken kan produceren.
Zelfstandig gegevens (een databestand) te verklaren en analyseren voor een onderzoek of rapport,
zodanig dat de student belangrijke bevindingen kan formuleren op basis van zelf uitgevoerde analyses.
Samenvatting lessen en PowerPoints:
Les 1:
Met statische toetsen kun je significante resultaten aantonen, waardoor je met 95%
zekerheid kunt stellen dat het geen toeval is.
Statistiek kan gebruikt worden bij alle vormen van informatie die je kunt kwantificeren:
- Beschrijvend onderzoek = wat zijn de kenmerken? Wie moet dit uitvoeren? Hoe ziet
het eruit? Blok H1.
- Vergelijkend onderzoek = wat zijn de verschillen? Wat zijn de overeenkomsten?
- Definiërend onderzoek = in welke stadium zit de ontwikkeling? Hoe kan het
getypeerd worden?
- Evaluerend, normatief onderzoek = wat zijn de positieve punten? Wat is de waarde
ervan? Hoe goed werkt het?
- Verklarend, explorerend onderzoek = waar is dit een gevolg van?
- Voorspellend onderzoek = in welke mate zal dat en waarheen toe leiden?
- Ontwerpend, probleemoplossend en adviserend onderzoek = hoe kan er gezorgd
worden dat? Hoe moet het en wat kan er gedaan worden?
- Toetsend onderzoek = zijn jongens sneller dan meisjes? Welk effect heeft .. op .. Blok
H2; een verschil, verband of effect onderzoeken.
Stappenplan voor toetsen:
1. Formuleer nulhypothese (H0) en alternatieve hypothese (H1).
2. Bepaal A = significantieniveau. En de kritieke waarde(n).
3. Voer de toets uit (berekenen of SPSS)
4. Neem de beslissing of je H0 aanneemt of H0 verwerpt.
STAP 1: Formuleer nulhypothese (H0) en alternatieve hypothese (H1), oftewel hypotheses
opstellen. Om te onderzoeken of de uitkomsten van een steekproef geldig zijn voor de
populatie, gebruik je statische toetsen.
H0 = er is geen verschil/verband/effect
H1 = er is wel een verschil/verband/effect
!! Altijd 2 hypotheses per vraagstuk opstellen: H0 = mannen en vrouwen verdienen in de
populatie gemiddeld evenveel. H1 = mannen of vrouwen verdienen verschillend.
1
, Hypotheses opstellen voorbeelden:
Minder dan = linkszijdig
Meer dan = rechtzijdig
Het wordt meer of minder/ het verandert = tweezijdig (bij tweezijdig deel je de significantie
waarde door 2)
Significant = het verschil/effect kan niet door toeval verklaard worden (het is dus altijd zo).
De uitkomst van een toets is significant als hij te veel afwijkt van de verwachte H0 waarde.
Het geeft de betrouwbaarheid van informatie aan; is het met het volgende onderzoek ook
zo?
STAP 2: Bepaal A = significantieniveau.
Als je zelf een onderzoek doet, bepaal je de significantiewaarde zelf. Als je een
opdracht/tentamenopdracht beantwoordt, dan wordt dit voor je bepaald.
H0 waar of niet waar = de situaties (wel of niet kunnen autorijden)
H0 aannemen of verwerpen = de beslissingen die genomen worden (wel of geen rijbewijs)
Je kunt eerst verticaal en daarna horizontaal invullen om het te bepalen.
2