Psychologisch onderzoek en diagnostiek
Naam: R
Studentnummer: 4428188
Datum: 21-09-2018
NCOI Opleidingen
Opleiding: HBO Bachelor Toegepaste Psychologie specialisatie Kinderpsychologie en
Pedagogiek
Module: Psychologisch onderzoek en diagnostiek
Docent:
1
,Voorwoord
2
, Samenvatting
Voor deze moduleopdracht is een diagnostisch rapport opgesteld voor client X. De client is 58
jaar, middel opgeleid en op eigen initiatief gekomen voor diagnostisering. De client ervaart zowel
lichamelijke als psychische klachten op werkgebied. De client heeft geen plezier meer in zijn
werk. Zijn hulpvraag luidt als volgt: ‘’Ik zou willen dat de klachten verdwijnen zodat ik weer
plezier krijg in mijn werk.’’ Tijdens dit traject toont de client een open en gemotiveerde houding
en is duidelijk en specifiek in de gevoerde gesprekken. De client wil graag een oplossing voor
zijn problemen. Vervolgens zijn vanuit de gesprekken met de client de volgende hulpvragen
opgesteld:
Onderkenningsvragen:
Heb ik last van psychosomatische klachten?
Lijd ik aan een depressie?
Lijd ik aan een burn-out?
Verklaringsvragen:
Wat zorgt ervoor dat ik geen hulp vraag op mijn werk?
Wat houdt mijn lichamelijke vermoeidheid in stand?
Indicatievragen:
Hoe kom ik van mijn gepieker af?
Hoe kan ik assertiever zijn?
De hypotheses die onderzocht zijn luiden als volgt:
Hypothese 1: Client lijdt aan psychosomatische klachten. Deze klachten worden vermoedelijk in
stand gehouden door de werkzaamheden van de client en doordat de situatie op zijn werk niet
veranderd.
Hypothese 2: Client lijdt aan een depressie. Deze wordt in stand gehouden doordat de client te
weinig zijn emoties en gevoelens uit. Doordat de client op zijn werk niet aangeeft wanneer het
hem teveel wordt lijkt het alsof hij zijn werk niet aan kan wat leidt tot de negatieve gevoelens en
sombere stemming.
Hypothese 3: Client lijdt aan een burn-out. Deze wordt in stand gehouden door sub assertief
gedrag van de client. De client vindt het lastig om voor zichzelf op te komen wat uiteindelijk leidt
tot een werk gerelateerde vermoeidheidstoestand.
Om de hypotheses te toetsen is gebruik gemaakt van de volgende meetinstrumenten:
1. SCL-90-R (Symptom Checklist)
2. BDI-II-NL (Beck Depression Inventory-II)
3. UBOS (Utrechtse Burn-out Schaal)
Als eerst is de SCL-90-R ingezet om een concreet beeld te krijgen van de klachten, gevolgd
door de BDI-II-NL en UBOS-A om verder in te zoomen op het probleem.
Conclusie:
Hypothese 1 en 3 worden aangehouden.
Hypothese 2 wordt verworpen.
De depressieve gevoelens, de lichamelijke en psychische klachten van de client worden in stand
gehouden door de burn-out.
Interventies
Er zijn verschillende interventiemogelijkheden opgesteld voor de client. Cognitieve
gedragstherapie blijkt het meest effectief voor de client en wordt daarom geadviseerd. De client
heeft inzage gekregen in de rapportering en gaat akkoord met het gegeven advies.
3
Naam: R
Studentnummer: 4428188
Datum: 21-09-2018
NCOI Opleidingen
Opleiding: HBO Bachelor Toegepaste Psychologie specialisatie Kinderpsychologie en
Pedagogiek
Module: Psychologisch onderzoek en diagnostiek
Docent:
1
,Voorwoord
2
, Samenvatting
Voor deze moduleopdracht is een diagnostisch rapport opgesteld voor client X. De client is 58
jaar, middel opgeleid en op eigen initiatief gekomen voor diagnostisering. De client ervaart zowel
lichamelijke als psychische klachten op werkgebied. De client heeft geen plezier meer in zijn
werk. Zijn hulpvraag luidt als volgt: ‘’Ik zou willen dat de klachten verdwijnen zodat ik weer
plezier krijg in mijn werk.’’ Tijdens dit traject toont de client een open en gemotiveerde houding
en is duidelijk en specifiek in de gevoerde gesprekken. De client wil graag een oplossing voor
zijn problemen. Vervolgens zijn vanuit de gesprekken met de client de volgende hulpvragen
opgesteld:
Onderkenningsvragen:
Heb ik last van psychosomatische klachten?
Lijd ik aan een depressie?
Lijd ik aan een burn-out?
Verklaringsvragen:
Wat zorgt ervoor dat ik geen hulp vraag op mijn werk?
Wat houdt mijn lichamelijke vermoeidheid in stand?
Indicatievragen:
Hoe kom ik van mijn gepieker af?
Hoe kan ik assertiever zijn?
De hypotheses die onderzocht zijn luiden als volgt:
Hypothese 1: Client lijdt aan psychosomatische klachten. Deze klachten worden vermoedelijk in
stand gehouden door de werkzaamheden van de client en doordat de situatie op zijn werk niet
veranderd.
Hypothese 2: Client lijdt aan een depressie. Deze wordt in stand gehouden doordat de client te
weinig zijn emoties en gevoelens uit. Doordat de client op zijn werk niet aangeeft wanneer het
hem teveel wordt lijkt het alsof hij zijn werk niet aan kan wat leidt tot de negatieve gevoelens en
sombere stemming.
Hypothese 3: Client lijdt aan een burn-out. Deze wordt in stand gehouden door sub assertief
gedrag van de client. De client vindt het lastig om voor zichzelf op te komen wat uiteindelijk leidt
tot een werk gerelateerde vermoeidheidstoestand.
Om de hypotheses te toetsen is gebruik gemaakt van de volgende meetinstrumenten:
1. SCL-90-R (Symptom Checklist)
2. BDI-II-NL (Beck Depression Inventory-II)
3. UBOS (Utrechtse Burn-out Schaal)
Als eerst is de SCL-90-R ingezet om een concreet beeld te krijgen van de klachten, gevolgd
door de BDI-II-NL en UBOS-A om verder in te zoomen op het probleem.
Conclusie:
Hypothese 1 en 3 worden aangehouden.
Hypothese 2 wordt verworpen.
De depressieve gevoelens, de lichamelijke en psychische klachten van de client worden in stand
gehouden door de burn-out.
Interventies
Er zijn verschillende interventiemogelijkheden opgesteld voor de client. Cognitieve
gedragstherapie blijkt het meest effectief voor de client en wordt daarom geadviseerd. De client
heeft inzage gekregen in de rapportering en gaat akkoord met het gegeven advies.
3