Penologie en detentierecht
Week 1 - Ontwikkeling van het gevangeniswezen en -
beleid
Penologie= wetenschap die zich bezighoudt met (onderzoek naar) de
effecten van straffen.
Poena= straf (Latijn) of schadevergoeding of zoengeld (Grieks).
Detentierecht: het rechtsgebied dat betrekking heeft op de
tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties (straffen en
maatregelen).
Detentierecht maakt deel uit van het penitentiair recht of
sanctierecht: het recht dat van toepassing is op de oplegging en
tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties.
1. Wettelijk kader
Geregeld in:
-Wetboek van Strafrecht (Sr) (Boek 1)
-Wetboek van Strafvordering (Sv) (Boek 6)
Voor gedetineerde: Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en Penitentiaire
maatregel
(Pm) (gevangenisstraf)
Voor tbs’ers: Beginselenwet Verpleging Terbeschikkinggestelden (Bvt) en
Reglement verpleging terbeschikkinggestelden (Rvt) terbeschikkingstelling
Daarnaast zijn er nog diverse regelingen zoals:
- Regeling Tijdelijk Verlaten van de Inrichting (RTIV)
- Regeling Selectie Plaatsing en Overplaatsing (RSPOG)
Gevangenisstraf geregeld in:
artikel 2 lid 1 Pbw bepaalt: De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel vindt [...] plaats door onderbrenging van
de
persoon aan wie deze is opgelegd in een penitentiaire inrichting* dan wel
door
diens deelname aan een penitentiair programma.
Er zijn drie soorten penitentiaire inrichtingen (PI’s):
- huizen van bewaring (hvb); nog niet veroordeeld maar wel verdacht
van dus in afwachting van proces, dit kan een rechter bepalen (voorlopige
hechtenis).
- gevangenissen; kan ook gelijk
- inrichtingen voor stelselmatige daders (isd); als je isd-maatregel
hebt opgelegd door rechter, 2 jaar lang zit je vast, je krijgt dan
gedragscursussen aangeboden, vaak bij veelplegers van kleinere
overtredingen.
1
,Penitentiair programma (geregeld in Pbw: art 4):
Gedetineerden met een straf korter dan 1 jaar kunnen meedoen aan het
penitentiair programma. In dit programma kunnen zij het laatste deel van
hun detentie buiten de gevangenismuren doorbrengen. Wel staan de
gedetineerden onder toezicht van de reclassering, want de straf is nog
niet afgelopen. Bijvoorbeeld met een enkelband.
Deelnemers aan het programma moeten verplicht meewerken aan een
aantal activiteiten. Bijvoorbeeld:
onder begeleiding werk zoeken;
behandeling van een psychische stoornis of verslaving.
Geen penitentiair programma voor straf langer dan 1 jaar
Gedetineerden met een straf van langer dan 1 jaar kunnen niet meedoen
aan het penitentiair programma. Maar misschien komen ze wel in
aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling.
Voorwaarden penitentiair programma
Om mee te mogen doen aan het penitentiair programma moeten
gedetineerden:
volwassen zijn of onder het volwassenenstrafrecht vallen;
veroordeeld zijn tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van
minstens 6 maanden;
nog minstens 4 weken en hoogstens 1 jaar hun straf uitzitten.
Gedetineerden komen niet in aanmerking als:
nog niet precies duidelijk is wanneer hun straf afloopt;
ze direct na de straf in een tbs-kliniek komen;
ze in een extra beveiligde inrichting verblijven.
De minister (lid 7) kan bepalen welk penitentiair programma en welke
gedetineerde daarvoor in aanmerking komen.
2
,Verantwoordelijkheid en bevoegdheidsverdeling
• ‘Onze Minister’ is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van
vrijheidsbenemende sancties (art. 6:1:1 jo. 127a Sv).
• De rechter verstrekt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis binnen
14 dagen aan het openbaar ministerie (OM).
• Het OM verstrekt het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis binnen 14
dagen aan het Administratie- en Informatiecentrum voor de
Executieketen (AICE), het onderdeel van het Centraal Justitieel
Incassobureau (CJIB) dat namens de minister de coördinerende rol
vervult bij tenuitvoerlegging v.d. gevangenisstraf (art. 6:1:1 lid 2 Sv).
de rechter legt de straf op, het OM zorgt voor de administratieve
verwerking, en het AICE (onder het CJIB) zorgt ervoor dat de straf
daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De minister is eindverantwoordelijk.
De minister heeft geen invloed op de strafmaat of de beslissing
van de rechter. De rol van de minister begint pas na de uitspraak van
de rechter, bij de tenuitvoerlegging van de straf. Dit is een
fundamenteel principe van de rechtsstaat: de rechterlijke macht is
onafhankelijk van de uitvoerende macht, waartoe de minister
behoort.
Op dit moment is onze minister: de minister van Justitie en veiligheid Teun
Struycken (eindverantwoordelijk) en staatssecretaris van justitie en
veiligheid Ingrid Coenradi.
Plaatsing en overplaatsing
De selectiefunctionaris (sf) van het Ministerie van J&V werkzaam bij het
Centraal Bureau selectiefunctionarissen is belast met de plaatsing en
overplaatsing van gedetineerden (art. 15 lid 2 Pbw). De sf neemt de
aanwijzingen van het OM en de rechter (in de wet staat autoriteiten van
de straf of maatregel)mee bij de plaatsingsbeslissing (art. 15 lid 3 Pbw).
We gaan uit van regionale plaatsing. Het liefst zo dicht mogelijk bij familie
in de buurt van gedetineerde.
Beheer en toezicht
Het beheer van de inrichtingen berust bij de minister voor
Rechtsbescherming (art. 3 lid 2 Pbw). Alle PI’s vallen onder de Dienst
Justitiële Inrichtingen, een agentschap van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid.
Het beheer van een inrichting of afdeling ligt bij de directeur (art. 3 lid
3 Pbw). De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de
gedetineerde (art. 16 Pbw) en draagt verantwoordelijkheid voor het
opstellen van een detentie- en re-integratieplan (art. 1c RSPOG) in re-
3
, integratieplan wordt bedacht hoor gedentenieerde weer kan deelnemen
aan de samenleving.
Bestemming
De Minister bepaalt de bestemming voor elke inrichting. En kan ook
binnen een bepaalde inrichting een afdeling met specifieke bestemming
aanwijzen (bv. extra zorgvoorziening) (art. 8 Pbw).
Differentiatiecriteria
• Juridische status (art. 9-10 Pbw): hvb (nog niet onherroepelijk
veroordeelden), gevangenis en isd-inrichting (veelplegers)
• Sekse: man – vrouw (art. 11 Pbw)
• Leeftijd (art. 12 Pbw): volwassenen – jeugdigen
• Mate van beveiliging (art. 13 Pbw): vier beveiligingsniveaus: Beperkt
Beveiligde Afdeling (BBA), Normaal Beveiligde Afdeling of Inrichting,
Uitgebreid Beveiligde Afdeling, Inrichting Extra Beveiligde Inrichting (EBI)
(art. 13 Pbw).
Regimes
• Regime van algehele gemeenschap (art. 7 RSPOG)
• Individueel regime (art. 11 RSPOG) > kan directeur bepalen, als je
bijvoorbeeld ruzie hebt met andere gedetineerde. Wel contact met andere
tijdens activiteiten.
4
Week 1 - Ontwikkeling van het gevangeniswezen en -
beleid
Penologie= wetenschap die zich bezighoudt met (onderzoek naar) de
effecten van straffen.
Poena= straf (Latijn) of schadevergoeding of zoengeld (Grieks).
Detentierecht: het rechtsgebied dat betrekking heeft op de
tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties (straffen en
maatregelen).
Detentierecht maakt deel uit van het penitentiair recht of
sanctierecht: het recht dat van toepassing is op de oplegging en
tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties.
1. Wettelijk kader
Geregeld in:
-Wetboek van Strafrecht (Sr) (Boek 1)
-Wetboek van Strafvordering (Sv) (Boek 6)
Voor gedetineerde: Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en Penitentiaire
maatregel
(Pm) (gevangenisstraf)
Voor tbs’ers: Beginselenwet Verpleging Terbeschikkinggestelden (Bvt) en
Reglement verpleging terbeschikkinggestelden (Rvt) terbeschikkingstelling
Daarnaast zijn er nog diverse regelingen zoals:
- Regeling Tijdelijk Verlaten van de Inrichting (RTIV)
- Regeling Selectie Plaatsing en Overplaatsing (RSPOG)
Gevangenisstraf geregeld in:
artikel 2 lid 1 Pbw bepaalt: De tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of
vrijheidsbenemende maatregel vindt [...] plaats door onderbrenging van
de
persoon aan wie deze is opgelegd in een penitentiaire inrichting* dan wel
door
diens deelname aan een penitentiair programma.
Er zijn drie soorten penitentiaire inrichtingen (PI’s):
- huizen van bewaring (hvb); nog niet veroordeeld maar wel verdacht
van dus in afwachting van proces, dit kan een rechter bepalen (voorlopige
hechtenis).
- gevangenissen; kan ook gelijk
- inrichtingen voor stelselmatige daders (isd); als je isd-maatregel
hebt opgelegd door rechter, 2 jaar lang zit je vast, je krijgt dan
gedragscursussen aangeboden, vaak bij veelplegers van kleinere
overtredingen.
1
,Penitentiair programma (geregeld in Pbw: art 4):
Gedetineerden met een straf korter dan 1 jaar kunnen meedoen aan het
penitentiair programma. In dit programma kunnen zij het laatste deel van
hun detentie buiten de gevangenismuren doorbrengen. Wel staan de
gedetineerden onder toezicht van de reclassering, want de straf is nog
niet afgelopen. Bijvoorbeeld met een enkelband.
Deelnemers aan het programma moeten verplicht meewerken aan een
aantal activiteiten. Bijvoorbeeld:
onder begeleiding werk zoeken;
behandeling van een psychische stoornis of verslaving.
Geen penitentiair programma voor straf langer dan 1 jaar
Gedetineerden met een straf van langer dan 1 jaar kunnen niet meedoen
aan het penitentiair programma. Maar misschien komen ze wel in
aanmerking voor een voorwaardelijke invrijheidstelling.
Voorwaarden penitentiair programma
Om mee te mogen doen aan het penitentiair programma moeten
gedetineerden:
volwassen zijn of onder het volwassenenstrafrecht vallen;
veroordeeld zijn tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van
minstens 6 maanden;
nog minstens 4 weken en hoogstens 1 jaar hun straf uitzitten.
Gedetineerden komen niet in aanmerking als:
nog niet precies duidelijk is wanneer hun straf afloopt;
ze direct na de straf in een tbs-kliniek komen;
ze in een extra beveiligde inrichting verblijven.
De minister (lid 7) kan bepalen welk penitentiair programma en welke
gedetineerde daarvoor in aanmerking komen.
2
,Verantwoordelijkheid en bevoegdheidsverdeling
• ‘Onze Minister’ is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van
vrijheidsbenemende sancties (art. 6:1:1 jo. 127a Sv).
• De rechter verstrekt een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis binnen
14 dagen aan het openbaar ministerie (OM).
• Het OM verstrekt het voor tenuitvoerlegging vatbare vonnis binnen 14
dagen aan het Administratie- en Informatiecentrum voor de
Executieketen (AICE), het onderdeel van het Centraal Justitieel
Incassobureau (CJIB) dat namens de minister de coördinerende rol
vervult bij tenuitvoerlegging v.d. gevangenisstraf (art. 6:1:1 lid 2 Sv).
de rechter legt de straf op, het OM zorgt voor de administratieve
verwerking, en het AICE (onder het CJIB) zorgt ervoor dat de straf
daadwerkelijk wordt uitgevoerd. De minister is eindverantwoordelijk.
De minister heeft geen invloed op de strafmaat of de beslissing
van de rechter. De rol van de minister begint pas na de uitspraak van
de rechter, bij de tenuitvoerlegging van de straf. Dit is een
fundamenteel principe van de rechtsstaat: de rechterlijke macht is
onafhankelijk van de uitvoerende macht, waartoe de minister
behoort.
Op dit moment is onze minister: de minister van Justitie en veiligheid Teun
Struycken (eindverantwoordelijk) en staatssecretaris van justitie en
veiligheid Ingrid Coenradi.
Plaatsing en overplaatsing
De selectiefunctionaris (sf) van het Ministerie van J&V werkzaam bij het
Centraal Bureau selectiefunctionarissen is belast met de plaatsing en
overplaatsing van gedetineerden (art. 15 lid 2 Pbw). De sf neemt de
aanwijzingen van het OM en de rechter (in de wet staat autoriteiten van
de straf of maatregel)mee bij de plaatsingsbeslissing (art. 15 lid 3 Pbw).
We gaan uit van regionale plaatsing. Het liefst zo dicht mogelijk bij familie
in de buurt van gedetineerde.
Beheer en toezicht
Het beheer van de inrichtingen berust bij de minister voor
Rechtsbescherming (art. 3 lid 2 Pbw). Alle PI’s vallen onder de Dienst
Justitiële Inrichtingen, een agentschap van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid.
Het beheer van een inrichting of afdeling ligt bij de directeur (art. 3 lid
3 Pbw). De directeur bepaalt de wijze van onderbrenging van de
gedetineerde (art. 16 Pbw) en draagt verantwoordelijkheid voor het
opstellen van een detentie- en re-integratieplan (art. 1c RSPOG) in re-
3
, integratieplan wordt bedacht hoor gedentenieerde weer kan deelnemen
aan de samenleving.
Bestemming
De Minister bepaalt de bestemming voor elke inrichting. En kan ook
binnen een bepaalde inrichting een afdeling met specifieke bestemming
aanwijzen (bv. extra zorgvoorziening) (art. 8 Pbw).
Differentiatiecriteria
• Juridische status (art. 9-10 Pbw): hvb (nog niet onherroepelijk
veroordeelden), gevangenis en isd-inrichting (veelplegers)
• Sekse: man – vrouw (art. 11 Pbw)
• Leeftijd (art. 12 Pbw): volwassenen – jeugdigen
• Mate van beveiliging (art. 13 Pbw): vier beveiligingsniveaus: Beperkt
Beveiligde Afdeling (BBA), Normaal Beveiligde Afdeling of Inrichting,
Uitgebreid Beveiligde Afdeling, Inrichting Extra Beveiligde Inrichting (EBI)
(art. 13 Pbw).
Regimes
• Regime van algehele gemeenschap (art. 7 RSPOG)
• Individueel regime (art. 11 RSPOG) > kan directeur bepalen, als je
bijvoorbeeld ruzie hebt met andere gedetineerde. Wel contact met andere
tijdens activiteiten.
4