INLEIDING
TEMPORELE WERKING
Boek 1 & 5 zijn vtp. op rechtshandeling en rechtsfeiten na 01/01/2023
INDELING
Benoemde contracten = onderworpen aan specifieke wettelijke regeling, bijgevolg residuaire werking
algemeen contractenrecht
Onbenoemde contracten/sui generis = niet onderworpen aan specifieke wettelijke regeling, bijgevolg
onderworpen aan algemeen contractenrecht.
Gemengde contracten = contract dat typische kenmerken vertoond van twee of meer benoemde contracten,
maar een juridische eenheid vormt (art. 5.67 BW)
Combinatietheorie: regels van de benoemde contracten die voorkomen in de gemengde ovk. moeten
worden toegepast op de elementen van de respectievelijke benoemde contracten.
Absorptieleer: is er een overheersen benoemd contract, dan wordt op heel het contract het
dominante contracttype toegepast. Nuance: soms cumulatie
BESCHERMING ZWAKKE CONTRACTPARTIJ
Uitgangspunt = wilsautonomie
Consumentenbescherming sensu lato
Invoering dwingend recht of gemeenrechtelijk rechtsbescherming
Consumentenbescherming sensu stricto
Geïncorporeerd in wetgeving onder invloed van EU
Echt bescherming van de consument (de NP)
Afdwingbaarheidsparadox
BOEK VI WER: TOEPASSINGSGEBIED ART. I.1 WER
Consument = NP buiten handels-, bedrijfs-, ambacht-, beroepsactiviteit altijd NP, nooit RP
MAAR art. I.8 (mhoo boek VI) 39° ruimere definitie van ‘onderneming’
Onrechtmatige bedingen: producten + diensten (art. I.1, lid 8, 22° WER)
Gelden zeer algemeen, zowel voor RG als ORG
WER is lex specialis
KWALIFICATIE
Kwalificatie door partijen: vrije keuze
Herkwalificatie door de rechter
o Partijen gekwalificeerd?
Nee rechter o.b.v. gemeenschappelijke bedoeling (Cass. geeft voorrang aan
partijkwalificatie)
Ja rechter confrontatie met gemeenschappelijke bedoeling
Onverenigbaar: herkwalificeren
Verenigbaar: partijkwalificatie (art. 5.68 en 5.69 BW)
VERHOUDING MET BCA (BOEK 6 BW)
1
,SAMENLOOP CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID EN BCA
Principe: samenloopmogelijkheid indien (1) fout niet zuiver contractueel is en (2) de schade die is ontstaan
anders is dan contractuele schade
Waarborging contractueel evenwicht:
Samenloopmogelijkheid van aanvullend recht
Inroepbaarheid verweermiddelen (contract/wet/bijzondere verjaringsregels)
o Tenzij: fysieke/psychische integriteit of opzet
Absolute vereisten voor samenloopmogelijkheid is dus gemengde fout!
RECHTSTREEKSE AANSPRAAK TEGEN HULPPERSONEN VAN MEDECONTRACTANT
Uitgangspunt: buitencontractuele aansprakelijkheid (ipv quasi-immuniteit) van hulppersoon indien
contractuele fout ook een buitencontractuele fout uitmaakt.
Waarborging contractueel evenwicht:
Samenloopmogelijkheid van aanvullend recht
Inroepbaarheid verweermiddelen hoofdcontract
Inroepbaarheid verweermiddelen ‘eigen’ contract
o Tenzij: idem
DEEL. 1 CONTRACTEN MBT. OVERDRACHT VAN
EIGENDOM
KOOP
BEGRIP ‘KOOP’
1. Eigendomsoverdracht van een goed
2. Prijs in geld
Regime: art. 1582 ev BW, maar veel bijzondere regimes
B2C: WER algemeen vtp. wat betreft onrechtmatige bedingen & Wet Consumentenkoop (maar
beperkt tot lichamelijk RG)
B2B: Weens Koopverdrag mbt. verkoop lichamelijk RG in internationale context & art. VI.91 WER (voor
producten)
1. EIGENDOMSOVERDRACHT VAN EEN GOED
HYPOTHESE 1: TEN TIJDE VAN HET CONTRACT NOG DIENSTEN WORDEN GEPRESTEERD
Primeert goed of dienst?
Specificiteitscriterium: hoe meer het goed op maat is gemaakt, hoe meer we richting aanneming gaan
Conceptiecriterium: als de klant heeft kunnen meesleutelen dan zal de dienst primeren
o In bijzonder regime is kwalificatie anders: daar gaat doorgaans over koop en is
conceptiecriterium irrelevant!!
HYPOTHESE 2: DIENSTEN NAAR AANLEIDING VAN KOOP
Cumulatie
Economisch criterium: wat is de belangrijkste waardecomponent, dienst of goed?
2
,Bijzondere regimes WER en Cons.Koop zullen doorgaans als koop kwalificeren!!
EIGENDOMSOVERDRACHT ≠ ZAKELIJK GEBRUIKSRECHTEN VESTIGEN
Koop is translatief: uitvoering van een dare-verbintenis, daaraan is eigen dat die verbintenis onmiddellijk en
consensueel wordt uitgevoerd door een juridische levering.
Uitzonderingen:
Koop van toekomstige goederen
Genusgoederen (soortzaken)
Eigendomsvoorbehoud als bijkomende zekerheid
o Uitgangspunt ORG: authentieke akte vereist
RISICO
Art. 5.80, lid 2 let op art. VI.44 WER bij B2C!
Bij eigendomsoverdracht gaan ook risico over (zijn een ‘koppeltje’) eigendomsvoorbehoud wilt dus ook
zeggen dat de eigenaar het risico behoudt!
Twee nuanceringen van het ogenblik van eigendomsoverdracht:
Art. 5.266, 5.227 en 5.267: indien goed tenietgaat door fout van verkoper of als verkoper in gebreke is
gesteld, draagt u niet het risico (uitzondering; als het goed desalniettemin was tenietgegaan)
Art. VI.44: opsturen van het goed risico gaat pas over aks het postpakket is aangekomen (opgelet:
‘goederen’ idzv. WER, dus nvt. op ORG)
Ook relevant voor de zekerheidspositie (eigendomsvoorbehoud) igv. faillissement van contractpartij:
Indien verkoper failliet gaat
Indien koper failliet gaat
EIGENDOMSOVERDRACHT EN VERHOUDING TOT DERDEN
HYPOTHESE 1 : VERKOOP VAN ANDERMANS GOED
Art. 1599 BW is anticipatieve toepassing van de vrijwaring voor uitwinning
Relatieve nietigheid die enkel kan worden ingeroepen door de koper (TGT of TKT)
Niet vtp. op onbevoegde vertegenwoordiging & verkoop van soortgoederen
Wel vtp.:
Vergissing
Persoon die ME is van een onverdeeld goed
De werkelijke eigenaar kan:
Indien de koper TKT was: het goed terugvorderen ogv art. 3.30 (ORG) en art. 3.4 en 3.28 (RG)
Indien de koper TGT was: afgifte van prijs met SV vorderen ogv art. 6.5 BW
HYPOTHESE 2 : DUBBELE VERKOOP
Derdenwerking: tegenwerpbaarheid van koopovereenkomst tav derden wordt beperkt publiciteit mhoo
tegenwerpbaarheid
Eenmaal overgeschreven wordt iedereen geacht TKT te zijn !!
Onroerende goederen (art. 3.30 BW)
3
, o Authentieke akte vereist
o Als tegenpartij niet meewerkt geldt vonnis als authentieke akte (art. 5.236)
o Werkelijke eigenaar vs. schijnbare eigenaar:
Principe is anterioriteitsprincipe (art. 3.4 BW), MAAR wordt ter bescherming van
derden gecorrigeerd naar diegene die als eerste TGT publiciteit heeft!
Roerende goederen
o Opnieuw uitgangspunt anterioriteitsprincipe, maar geen publiciteit
o Hier beschermend mechanisme: bezit TGT
o Eigenlijk kan een RG geen derdenwerking hebben
2. PRIJS IN GELD
Geen opschortende voorwaarde
Kenmerken van de prijs
Bepaald of bepaalbaar
Bindende derdenbeslissing zoals in gemeen verbintenissenrecht (art. 1592 BW)
o MAAR rechter heeft dubbele toets: legaliteitstoets en marginale opportuniteitstoets
o Behalve wanneer de wet bepaald dat het niet mag: art. 7 Wet Breyne en art. VI.2-4 WER
TOTSTANDKOMING EN GELDIGHEIDSVEREISTEN
WILSOVEREENSTEMMING
Over alle essentiële elementen (objectieve en subjectieve)
Aanbod: art. 5.19 BW
Aanvaarding: art. 5.20 BW
Aanbod vs. uitnodiging tot biedingen
o Het is een uitnodiging tot onderhandelen, om de reden dat er mogelijks subjectieve
elementen kunnen spelen die in het aanbod niet in rekening zijn genomen.
Als een aanbod niet wordt aanvaard of aangepast, vervalt het initiële aanbod
PRECONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID
Art. 5.16-5.17 BW en art. 6.5 BW
Positief contractbelang: afrekenen ervan uitgaand alsof de ovk tot stand was gekomen, we rekenen de
mogelijke netto-voordelen van het contract af…
Negatief contractbelang: tijd verloren, kosten gemaakt, opportuniteit gemist…
positief contractbelang is bijna niet verhaalbaar, uitgangspunt is het negatief contractbelang.
Verkoop van vastgoed: veel bijkomende precontractuele verplichtingen
Sanctie schending informatieplicht: SV, maar indien wilsgebrek is het nietigheid!
Cass. 2018: niet omdat een element op straffe van nietigheid is, dat het essentieel is voor de
geldigheid. Kunnen dan toch een opschortende voorwaarde uitmaken, op voorwaarde dat de
bescherming die de informatieplicht beoogt, wordt gewaarborgd!
CONSUMENTENBESCHERMING
Contractinhoud: onrechtmatige bedingen
Verhoogde informatieplichten (art. VI.2 WER)
o Sanctie: niet bepaald door WER, dus gemeenrecht (art. 5.17), tenzij specifieke sanctie WER
Herroeping: retroactieve opzegging
4
,Twee regimes:
1. Overeenkomst op afstand
o Art. VI.45 WER: specifieke informatieplicht
o Art. VI.47 WER: herroepingsrecht, binnen de 14d na de ovk, zonder reden
i. Ratio: omdat de koop of afstand werd gedaan, heeft de consument doorgaans het
goed niet gezien
ii. Uitzondering: art. VI.53 WER goederen op maar gemaakt en bederfbare goederen
2. Overeenkomst buiten de verkoopruimten
o Hier specifieke informatieplicht in beginsel schriftelijk! (art. VI.64 ev WER)
o Art. VI.67 WER: herroepingsrecht
BIJZONDERE WIJZEN TOTSTANDKOMING
OPTIE (ART. 5.25 BW)
= Eenzijdige voorovereenkomst waar de ene zich verbind om de mogelijkheid aan de andere om te
contracteren.
De ovk komt onmiddellijk tot stand bij het lichten van de optie, maar niet retroactief!
Aankoopoptie of verkoopoptie
o Aankoopoptie (calloptie) = een verkoopbelofte
Een recht van de koper om een goed te kopen onder vooraf bepaalde voorwaarden
Verkoper is al gebonden.
o Verkoopoptie (putoptie) = een aankoopbelofte
Het recht van de verkoper om een goed te verkopen aan een bepaalde partij onder
afgesproken voorwaarden
Koper is al gebonden
Minstens 3 verbintenissen
o De verbintenis om te wachten, belofte staande te houden
o Bewaringsplicht
o Negatieve verbintenis: niet aan iemand anders verkopen (= impliciet vervreemdingsverbod)
Bepalingen: art. 3.53 BW
Werkt louter verbintenisrechtelijk
o Geen zakelijke subrogatie mogelijk (zie vb: brand in huis met verzekering)
bijzondere gevolgen van zakelijke rechten gelden niet bij optie
o Risicoleer moet genuanceerd worden
Algemeen principe van risico bij de SE (art. 5.266 BW)
Tenzij ingebrekestelling: art. 5.227 BW uitz: art. 5.267 BW!
o Derdemedeplichtigheid
Art. 5.26 voorziet in sancties op voorwaarde dat derde TKT is (maar vermoeden TGT)
art. 3.30, 5° ORG: overschrijven op kantoor rechtszekerheid, dan wordt derde
geacht TKT te zijn
o Termijn: zolang de partijen hebben bepaald, en indien niet bepaald is er ofwel ene impliciete
duur of de optie van onbepaalde duur
o Onvolmaakt overdraagbaar (initiële optiehouder blijft mede behouden)
o Wederkerige opties (WOP)
Komt uit het idee dat een compromis onvoldoende flexibel is.
= Een voorovereenkomst waarin beide partijen zich ertoe verbinden om in de
toekomst een koopcontract te sluiten, als één van hen dat wil.
Gekruiste opties staan gelijk met de koop want er is wilsovereenstemming (de twee
‘willen’ zijn vastgeklikt)
5
, Als een optie wordt gelicht leidt dat voor ons (anders dan in gemeenrecht) niet van
rechtswege en automatisch tot de koop, want we hebben pas de echte koop bij de
authentieke akte. partijen hebben verbintenis om naar de notaris te gaan.
VOORKOOPRECHT (ART. 5.24 BW)
= Eenzijdige voorovereenkomst waarbij iemand voor een bepaalde RH contractueel een voorkeur heeft.
Is een voorkeurrecht mbt koop
Anders dan bij optie is hier helemaal geen verplichting tot kopen of verkopen, het is maar ALS er
wordt verkocht of gekocht dan is er voorkeurrecht
Geen retroactieve werking
o Maar voor elke contractpartij moet bekwaamheid voor het contract tot stand komt worden
getoetst (omdat wilsuiting nog niet is vastgeklikt)
Termijn hetzelfde als bij optie
Geen zakelijke rechten, hetzelfde als bij optie (zakelijke subr., risicoleer en derdemedeplichtigheid)
o Pas bij derde TKT kunnen we betrekken in de sanctie (art. 5.26 BW)
o 3.30, 5° BW
Bijzondere toepassingen:
Right of First Refusal (voorkooprecht sensu stricto)
o Geeft een partij het recht om eerst te kopen als de verkoper van plan is het goed aan iemand
anders te verkopen.
o Als je wil verkopen moet je als je een concreet voorstel hebt van een derde naar mij komen
en zien of ik dat kan matchen, en dan krijg ik de voorkeur.
Right of First Offer (voorkeurrecht sensu lato)
o Geeft een partij het exclusieve recht om als eerste een bod te doen, vóór de verkoper naar de
markt gaat.
o Als u de RH wil stellen met een begunstigde moet u eerst met de begunstigde
onderhandelen.
als het over koop gaat is het een voorkooprecht sensu lato
Sanctie zie optie (art. 5.26 BW)
VERKOOP MET COMMANDVERKLARING
Verkoopovk tussen A en B waarbij B (de gecommandeerde) bepaald dat hij gedurende een tijd iemand
in zijn plaats mag stellen (de command) ovk geacht te zijn gesloten tussen A en C (retroactieve
indeplaatsstelling)
o B wordt vanaf moment 1 de eigenaar, draagt risico en als C in de plaats komt, dan wordt deze
retroactief al dit. alle gevolgen komen aan C toe!
Geldigheidsvoorwaarden:
o Uitdrukkelijk beding
o Aanwijzing command binnen bepaalde termijn
o Aanvaarding door command
o Geen essentiële wijziging overeenkomst
Niet vergelijken met beding van wederinkoop!! (art. 1659 BW)
INTERPRETATIE
Gemeenrechtelijk uitgangspunt: art. 5.66 BW
Bij aanhoudende twijfel in het voordeel van de SA
Afwijkingen van het gemeen recht:
6
TEMPORELE WERKING
Boek 1 & 5 zijn vtp. op rechtshandeling en rechtsfeiten na 01/01/2023
INDELING
Benoemde contracten = onderworpen aan specifieke wettelijke regeling, bijgevolg residuaire werking
algemeen contractenrecht
Onbenoemde contracten/sui generis = niet onderworpen aan specifieke wettelijke regeling, bijgevolg
onderworpen aan algemeen contractenrecht.
Gemengde contracten = contract dat typische kenmerken vertoond van twee of meer benoemde contracten,
maar een juridische eenheid vormt (art. 5.67 BW)
Combinatietheorie: regels van de benoemde contracten die voorkomen in de gemengde ovk. moeten
worden toegepast op de elementen van de respectievelijke benoemde contracten.
Absorptieleer: is er een overheersen benoemd contract, dan wordt op heel het contract het
dominante contracttype toegepast. Nuance: soms cumulatie
BESCHERMING ZWAKKE CONTRACTPARTIJ
Uitgangspunt = wilsautonomie
Consumentenbescherming sensu lato
Invoering dwingend recht of gemeenrechtelijk rechtsbescherming
Consumentenbescherming sensu stricto
Geïncorporeerd in wetgeving onder invloed van EU
Echt bescherming van de consument (de NP)
Afdwingbaarheidsparadox
BOEK VI WER: TOEPASSINGSGEBIED ART. I.1 WER
Consument = NP buiten handels-, bedrijfs-, ambacht-, beroepsactiviteit altijd NP, nooit RP
MAAR art. I.8 (mhoo boek VI) 39° ruimere definitie van ‘onderneming’
Onrechtmatige bedingen: producten + diensten (art. I.1, lid 8, 22° WER)
Gelden zeer algemeen, zowel voor RG als ORG
WER is lex specialis
KWALIFICATIE
Kwalificatie door partijen: vrije keuze
Herkwalificatie door de rechter
o Partijen gekwalificeerd?
Nee rechter o.b.v. gemeenschappelijke bedoeling (Cass. geeft voorrang aan
partijkwalificatie)
Ja rechter confrontatie met gemeenschappelijke bedoeling
Onverenigbaar: herkwalificeren
Verenigbaar: partijkwalificatie (art. 5.68 en 5.69 BW)
VERHOUDING MET BCA (BOEK 6 BW)
1
,SAMENLOOP CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID EN BCA
Principe: samenloopmogelijkheid indien (1) fout niet zuiver contractueel is en (2) de schade die is ontstaan
anders is dan contractuele schade
Waarborging contractueel evenwicht:
Samenloopmogelijkheid van aanvullend recht
Inroepbaarheid verweermiddelen (contract/wet/bijzondere verjaringsregels)
o Tenzij: fysieke/psychische integriteit of opzet
Absolute vereisten voor samenloopmogelijkheid is dus gemengde fout!
RECHTSTREEKSE AANSPRAAK TEGEN HULPPERSONEN VAN MEDECONTRACTANT
Uitgangspunt: buitencontractuele aansprakelijkheid (ipv quasi-immuniteit) van hulppersoon indien
contractuele fout ook een buitencontractuele fout uitmaakt.
Waarborging contractueel evenwicht:
Samenloopmogelijkheid van aanvullend recht
Inroepbaarheid verweermiddelen hoofdcontract
Inroepbaarheid verweermiddelen ‘eigen’ contract
o Tenzij: idem
DEEL. 1 CONTRACTEN MBT. OVERDRACHT VAN
EIGENDOM
KOOP
BEGRIP ‘KOOP’
1. Eigendomsoverdracht van een goed
2. Prijs in geld
Regime: art. 1582 ev BW, maar veel bijzondere regimes
B2C: WER algemeen vtp. wat betreft onrechtmatige bedingen & Wet Consumentenkoop (maar
beperkt tot lichamelijk RG)
B2B: Weens Koopverdrag mbt. verkoop lichamelijk RG in internationale context & art. VI.91 WER (voor
producten)
1. EIGENDOMSOVERDRACHT VAN EEN GOED
HYPOTHESE 1: TEN TIJDE VAN HET CONTRACT NOG DIENSTEN WORDEN GEPRESTEERD
Primeert goed of dienst?
Specificiteitscriterium: hoe meer het goed op maat is gemaakt, hoe meer we richting aanneming gaan
Conceptiecriterium: als de klant heeft kunnen meesleutelen dan zal de dienst primeren
o In bijzonder regime is kwalificatie anders: daar gaat doorgaans over koop en is
conceptiecriterium irrelevant!!
HYPOTHESE 2: DIENSTEN NAAR AANLEIDING VAN KOOP
Cumulatie
Economisch criterium: wat is de belangrijkste waardecomponent, dienst of goed?
2
,Bijzondere regimes WER en Cons.Koop zullen doorgaans als koop kwalificeren!!
EIGENDOMSOVERDRACHT ≠ ZAKELIJK GEBRUIKSRECHTEN VESTIGEN
Koop is translatief: uitvoering van een dare-verbintenis, daaraan is eigen dat die verbintenis onmiddellijk en
consensueel wordt uitgevoerd door een juridische levering.
Uitzonderingen:
Koop van toekomstige goederen
Genusgoederen (soortzaken)
Eigendomsvoorbehoud als bijkomende zekerheid
o Uitgangspunt ORG: authentieke akte vereist
RISICO
Art. 5.80, lid 2 let op art. VI.44 WER bij B2C!
Bij eigendomsoverdracht gaan ook risico over (zijn een ‘koppeltje’) eigendomsvoorbehoud wilt dus ook
zeggen dat de eigenaar het risico behoudt!
Twee nuanceringen van het ogenblik van eigendomsoverdracht:
Art. 5.266, 5.227 en 5.267: indien goed tenietgaat door fout van verkoper of als verkoper in gebreke is
gesteld, draagt u niet het risico (uitzondering; als het goed desalniettemin was tenietgegaan)
Art. VI.44: opsturen van het goed risico gaat pas over aks het postpakket is aangekomen (opgelet:
‘goederen’ idzv. WER, dus nvt. op ORG)
Ook relevant voor de zekerheidspositie (eigendomsvoorbehoud) igv. faillissement van contractpartij:
Indien verkoper failliet gaat
Indien koper failliet gaat
EIGENDOMSOVERDRACHT EN VERHOUDING TOT DERDEN
HYPOTHESE 1 : VERKOOP VAN ANDERMANS GOED
Art. 1599 BW is anticipatieve toepassing van de vrijwaring voor uitwinning
Relatieve nietigheid die enkel kan worden ingeroepen door de koper (TGT of TKT)
Niet vtp. op onbevoegde vertegenwoordiging & verkoop van soortgoederen
Wel vtp.:
Vergissing
Persoon die ME is van een onverdeeld goed
De werkelijke eigenaar kan:
Indien de koper TKT was: het goed terugvorderen ogv art. 3.30 (ORG) en art. 3.4 en 3.28 (RG)
Indien de koper TGT was: afgifte van prijs met SV vorderen ogv art. 6.5 BW
HYPOTHESE 2 : DUBBELE VERKOOP
Derdenwerking: tegenwerpbaarheid van koopovereenkomst tav derden wordt beperkt publiciteit mhoo
tegenwerpbaarheid
Eenmaal overgeschreven wordt iedereen geacht TKT te zijn !!
Onroerende goederen (art. 3.30 BW)
3
, o Authentieke akte vereist
o Als tegenpartij niet meewerkt geldt vonnis als authentieke akte (art. 5.236)
o Werkelijke eigenaar vs. schijnbare eigenaar:
Principe is anterioriteitsprincipe (art. 3.4 BW), MAAR wordt ter bescherming van
derden gecorrigeerd naar diegene die als eerste TGT publiciteit heeft!
Roerende goederen
o Opnieuw uitgangspunt anterioriteitsprincipe, maar geen publiciteit
o Hier beschermend mechanisme: bezit TGT
o Eigenlijk kan een RG geen derdenwerking hebben
2. PRIJS IN GELD
Geen opschortende voorwaarde
Kenmerken van de prijs
Bepaald of bepaalbaar
Bindende derdenbeslissing zoals in gemeen verbintenissenrecht (art. 1592 BW)
o MAAR rechter heeft dubbele toets: legaliteitstoets en marginale opportuniteitstoets
o Behalve wanneer de wet bepaald dat het niet mag: art. 7 Wet Breyne en art. VI.2-4 WER
TOTSTANDKOMING EN GELDIGHEIDSVEREISTEN
WILSOVEREENSTEMMING
Over alle essentiële elementen (objectieve en subjectieve)
Aanbod: art. 5.19 BW
Aanvaarding: art. 5.20 BW
Aanbod vs. uitnodiging tot biedingen
o Het is een uitnodiging tot onderhandelen, om de reden dat er mogelijks subjectieve
elementen kunnen spelen die in het aanbod niet in rekening zijn genomen.
Als een aanbod niet wordt aanvaard of aangepast, vervalt het initiële aanbod
PRECONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID
Art. 5.16-5.17 BW en art. 6.5 BW
Positief contractbelang: afrekenen ervan uitgaand alsof de ovk tot stand was gekomen, we rekenen de
mogelijke netto-voordelen van het contract af…
Negatief contractbelang: tijd verloren, kosten gemaakt, opportuniteit gemist…
positief contractbelang is bijna niet verhaalbaar, uitgangspunt is het negatief contractbelang.
Verkoop van vastgoed: veel bijkomende precontractuele verplichtingen
Sanctie schending informatieplicht: SV, maar indien wilsgebrek is het nietigheid!
Cass. 2018: niet omdat een element op straffe van nietigheid is, dat het essentieel is voor de
geldigheid. Kunnen dan toch een opschortende voorwaarde uitmaken, op voorwaarde dat de
bescherming die de informatieplicht beoogt, wordt gewaarborgd!
CONSUMENTENBESCHERMING
Contractinhoud: onrechtmatige bedingen
Verhoogde informatieplichten (art. VI.2 WER)
o Sanctie: niet bepaald door WER, dus gemeenrecht (art. 5.17), tenzij specifieke sanctie WER
Herroeping: retroactieve opzegging
4
,Twee regimes:
1. Overeenkomst op afstand
o Art. VI.45 WER: specifieke informatieplicht
o Art. VI.47 WER: herroepingsrecht, binnen de 14d na de ovk, zonder reden
i. Ratio: omdat de koop of afstand werd gedaan, heeft de consument doorgaans het
goed niet gezien
ii. Uitzondering: art. VI.53 WER goederen op maar gemaakt en bederfbare goederen
2. Overeenkomst buiten de verkoopruimten
o Hier specifieke informatieplicht in beginsel schriftelijk! (art. VI.64 ev WER)
o Art. VI.67 WER: herroepingsrecht
BIJZONDERE WIJZEN TOTSTANDKOMING
OPTIE (ART. 5.25 BW)
= Eenzijdige voorovereenkomst waar de ene zich verbind om de mogelijkheid aan de andere om te
contracteren.
De ovk komt onmiddellijk tot stand bij het lichten van de optie, maar niet retroactief!
Aankoopoptie of verkoopoptie
o Aankoopoptie (calloptie) = een verkoopbelofte
Een recht van de koper om een goed te kopen onder vooraf bepaalde voorwaarden
Verkoper is al gebonden.
o Verkoopoptie (putoptie) = een aankoopbelofte
Het recht van de verkoper om een goed te verkopen aan een bepaalde partij onder
afgesproken voorwaarden
Koper is al gebonden
Minstens 3 verbintenissen
o De verbintenis om te wachten, belofte staande te houden
o Bewaringsplicht
o Negatieve verbintenis: niet aan iemand anders verkopen (= impliciet vervreemdingsverbod)
Bepalingen: art. 3.53 BW
Werkt louter verbintenisrechtelijk
o Geen zakelijke subrogatie mogelijk (zie vb: brand in huis met verzekering)
bijzondere gevolgen van zakelijke rechten gelden niet bij optie
o Risicoleer moet genuanceerd worden
Algemeen principe van risico bij de SE (art. 5.266 BW)
Tenzij ingebrekestelling: art. 5.227 BW uitz: art. 5.267 BW!
o Derdemedeplichtigheid
Art. 5.26 voorziet in sancties op voorwaarde dat derde TKT is (maar vermoeden TGT)
art. 3.30, 5° ORG: overschrijven op kantoor rechtszekerheid, dan wordt derde
geacht TKT te zijn
o Termijn: zolang de partijen hebben bepaald, en indien niet bepaald is er ofwel ene impliciete
duur of de optie van onbepaalde duur
o Onvolmaakt overdraagbaar (initiële optiehouder blijft mede behouden)
o Wederkerige opties (WOP)
Komt uit het idee dat een compromis onvoldoende flexibel is.
= Een voorovereenkomst waarin beide partijen zich ertoe verbinden om in de
toekomst een koopcontract te sluiten, als één van hen dat wil.
Gekruiste opties staan gelijk met de koop want er is wilsovereenstemming (de twee
‘willen’ zijn vastgeklikt)
5
, Als een optie wordt gelicht leidt dat voor ons (anders dan in gemeenrecht) niet van
rechtswege en automatisch tot de koop, want we hebben pas de echte koop bij de
authentieke akte. partijen hebben verbintenis om naar de notaris te gaan.
VOORKOOPRECHT (ART. 5.24 BW)
= Eenzijdige voorovereenkomst waarbij iemand voor een bepaalde RH contractueel een voorkeur heeft.
Is een voorkeurrecht mbt koop
Anders dan bij optie is hier helemaal geen verplichting tot kopen of verkopen, het is maar ALS er
wordt verkocht of gekocht dan is er voorkeurrecht
Geen retroactieve werking
o Maar voor elke contractpartij moet bekwaamheid voor het contract tot stand komt worden
getoetst (omdat wilsuiting nog niet is vastgeklikt)
Termijn hetzelfde als bij optie
Geen zakelijke rechten, hetzelfde als bij optie (zakelijke subr., risicoleer en derdemedeplichtigheid)
o Pas bij derde TKT kunnen we betrekken in de sanctie (art. 5.26 BW)
o 3.30, 5° BW
Bijzondere toepassingen:
Right of First Refusal (voorkooprecht sensu stricto)
o Geeft een partij het recht om eerst te kopen als de verkoper van plan is het goed aan iemand
anders te verkopen.
o Als je wil verkopen moet je als je een concreet voorstel hebt van een derde naar mij komen
en zien of ik dat kan matchen, en dan krijg ik de voorkeur.
Right of First Offer (voorkeurrecht sensu lato)
o Geeft een partij het exclusieve recht om als eerste een bod te doen, vóór de verkoper naar de
markt gaat.
o Als u de RH wil stellen met een begunstigde moet u eerst met de begunstigde
onderhandelen.
als het over koop gaat is het een voorkooprecht sensu lato
Sanctie zie optie (art. 5.26 BW)
VERKOOP MET COMMANDVERKLARING
Verkoopovk tussen A en B waarbij B (de gecommandeerde) bepaald dat hij gedurende een tijd iemand
in zijn plaats mag stellen (de command) ovk geacht te zijn gesloten tussen A en C (retroactieve
indeplaatsstelling)
o B wordt vanaf moment 1 de eigenaar, draagt risico en als C in de plaats komt, dan wordt deze
retroactief al dit. alle gevolgen komen aan C toe!
Geldigheidsvoorwaarden:
o Uitdrukkelijk beding
o Aanwijzing command binnen bepaalde termijn
o Aanvaarding door command
o Geen essentiële wijziging overeenkomst
Niet vergelijken met beding van wederinkoop!! (art. 1659 BW)
INTERPRETATIE
Gemeenrechtelijk uitgangspunt: art. 5.66 BW
Bij aanhoudende twijfel in het voordeel van de SA
Afwijkingen van het gemeen recht:
6