100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Overig

MEDISCH uitwerking alle leerdoelen leerjaar 1 en 2 - Optometrie

Beoordeling
-
Verkocht
2
Pagina's
327
Geüpload op
10-08-2025
Geschreven in
2025/2026

In dit document zijn alle leerdoelen van medisch jaar 1 (van ) en jaar 2 () uitgewerkt. Dit zijn de hoorcolleges van de deeltijd variant van optometrie; het is dus mogelijk dat er bij voltijd andere leerdoelen of lesstof gegeven is.

Meer zien Lees minder















Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
10 augustus 2025
Aantal pagina's
327
Geschreven in
2025/2026
Type
Overig
Persoon
Onbekend

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Medisch
Jaar: 2023-2024 en 2024-2025

Periode: 1A t/m 2D




Student: Annefleur Boers




Pagina 1 van 327

,Inhoudsopgave
HC1: Homeostase, diffusie, osmose en kamerwater........................................................................... 4
HC2: Cel, proteïne synthese .............................................................................................................. 10
HC3: Weefsel ..................................................................................................................................... 27
HC4: Zenuwweefsel ........................................................................................................................... 37
HC5: Spierweefsel .............................................................................................................................. 47
HC6: Embryogenese .......................................................................................................................... 55
HC7: Oogspieren, innervatie en accommodatie................................................................................ 65
HC8: Cornea en sclera ....................................................................................................................... 71
HC9: Lens ........................................................................................................................................... 80
HC10: Uvea ........................................................................................................................................ 85
HC11: Retina ...................................................................................................................................... 94
HC12: Kamerwater, corpus vitreum ................................................................................................ 102
HC13: Schedel en sinus paranasales................................................................................................ 111
HC14: Hart ....................................................................................................................................... 119
HC15: Bloedsomloop ....................................................................................................................... 126
HC16: Hormonen ............................................................................................................................. 135
HC17: Afweer................................................................................................................................... 143
HC18: Allergie, eczeem, bacteriën en resistentie ............................................................................ 157
HC19: Accessoire structuren van het oog ....................................................................................... 163
HC20: Oculaire embryologie en normale visuele ontwikkeling....................................................... 172
HC21: Hersenen, cerebellum, ruggenmerg ..................................................................................... 179
HC22: Visuele baan, gezichtsvelden en neurologische aandoeningen ........................................... 187
HC23: Amblyopie 1 – receptieve velden ......................................................................................... 193
HC24: Amblyopie 2 – corpus geniculatum laterale ......................................................................... 198
HC25: Amblyopie 3 – visuele cortex ................................................................................................ 204
HC26: Inleiding pathologie en ziekteoorzaken ................................................................................ 210
HC27: Infectieziekten en wondgenezing ......................................................................................... 215
HC28: Regressieveranderingen en reumatologie ............................................................................ 225
HC29: Myasthenia Gravis en Tuberculose ....................................................................................... 232
HC30: Lokale groeistoornissen ........................................................................................................ 240
HC31: Een kleine wereld .................................................................................................................. 246
HC32: Nabij trias en pupilreacties ................................................................................................... 252
HC33: Evenwicht, de ziekte van Ménière, VOR en stoornissen van de oogmotoriek ..................... 261


Pagina 2 van 327

,HC34: Hersenstam, pupilreacties en stoornissen van de oogmotoriek .......................................... 267
HC35: MS, Parkinson, Migraine ....................................................................................................... 272
HC36: Schildklierafwijkingen en Graves .......................................................................................... 273
HC37: Diabetes mellitus en hypertensie ......................................................................................... 279
HC38: Spijsverteringsstelsel............................................................................................................. 288
HC39: Trombose, embolie, arteriosclerose, CVA ............................................................................. 293
HC40: Urinaire stelsel ...................................................................................................................... 303
HC41: Toxoplasmose, rubella en HIV ............................................................................................... 311
HC42: Celdeling en erfelijkheid ....................................................................................................... 319




Pagina 3 van 327

,HC1: Homeostase, diffusie, osmose en kamerwater
Na het bestuderen van de stof kun je:

Een overzicht geven van de Aan het eind van je onderwijs over de anatomie en fysiologie
doelstellingen van het dien je:
vakgebied anatomie en 1) De terminologie van de anatomie en fysiologie voldoende
fysiologie. te begrijpen voor het lezen van (Engelse) medische
(vak)literatuur.
2) Inzicht te hebben in de bouw en werking van
orgaanstelsels.
3) Inzicht te hebben in de samenhang tussen verschillende
orgaanstelsels.
4) Inzicht te hebben in de kenmerken van het fenomeen
ontwikkeling.
5) Aan het eind van al dit onderwijs heb je de intentie om
de kennis die je hebt opgedaan over de anatomie en
fysiologie aan te wenden voor een optimale
beroepsuitoefening.

De inhoud en de aard van het De anatomie houdt zich bezig met de bouw van het menselijk
vakgebied anatomie en lichaam. Anatomie is de studie van inwendige en uitwendige
fysiologie weergeven. structuren en de fysieke relaties tussen lichaamsdelen.

De fysiologie houdt zich bezig met de functie van het menselijk
lichaam. Fysiologie is de studie van de manier waarop levende
organismen hun vitale functies verrichten.

De mogelijkheden en de De organisatieniveaus:
beperkingen van de 1) Chemisch (moleculair) niveau.
verschillende reductieniveaus 2) Celniveau.
in de anatomie en fysiologie 3) Weefselniveau.
weergeven. 4) Orgaanniveau.
5) Orgaanstelselniveau.
• De huid.
• Het beenderstelsel.
• Het spierstelsel.
• Het zenuwstelsel.
• Het endocriene stelsel.
• Het cardiovasculaire stelsel.
• Het lymfestelsel.
• Het ademhalingsstelsel.
• Het spijsverteringsstelsel.
• Het urinaire stelsel.
• Het voortplantingsstelsel.
*(zie de belangrijkste functies van de
orgaanstelsels aan het einde van dit HC)
6) Organismeniveau.

Beschrijven welke functies Alle levende wezens vertonen de volgende functies:
noodzakelijk zijn voor het 1) Reactievermogen (reageren op verandering in hun
leven. onmiddellijke omgeving).

Pagina 4 van 327

, 2) Groei (van cellen of toename aantal cellen).
3) Voortplanting.
4) Beweging (inwendig/uitwendig).
5) Stofwisseling (alle chemische reacties in het lichaam).

Uitleggen wat met Onder homeostase wordt het bestaan van een stabiel intern
homeostase wordt bedoeld. milieu verstaan. Om te overleven, moet elk levend organisme
homeostase handhaven.
→ Het streven naar intern evenwicht.
→ Homeostase verstoord = ziekte.
Onder de term homeostatische regulering worden de
aanpassingen van de fysiologische systemen verstaan waardoor
homeostase wordt gehandhaafd.

Homeostatische regulering omvat meestal:
1) Een receptor die gevoelig is voor een bepaalde
verandering van de omgeving, oftewel een prikkel;
2) Een besturings- of integratiecentrum, dat informatie van
de receptor ontvangt en verwerkt;
3) Een effector (cel of orgaan) die reageert op de signalen
van het besturingscentrum en waarvan de prikkel
tegengaat of versterkt.

Uitleggen wat met negatie ve Belangrijkste kenmerk negatieve terugkoppeling: ongeacht of de
en positieve terugkoppeling prikkel bij de receptor toe- of afneemt, wekt een waarde buiten
wordt bedoeld. de normale grenzen een automatische reactie op waardoor de
situatie wordt gecorrigeerd.
→ Bijv. lichaamstemperatuur (warmteregulatie), koorts.

Bij positieve terugkoppeling brengt de aanvankelijke prikkel een
reactie teweeg waardoor die prikkel wordt versterkt. Nuttig voor
processen die snel moeten worden voltooid.
→ Bijv. bloedstolling, uitdrijving en de bevalling.




Pagina 5 van 327

,Doorsneden, lichaamsdelen
en hun onderlinge posities
aan de hand van anatomische
termen beschrijven.




De anatomische transversale doorsneden zijn gemaakt alsof we
bij iemand die op zijn rug ligt aan het voeteneind staan en in de
richting van zijn hoofd kijken, let hierop bij bijv. een MRI/CT-scan!

De begrippen diffusie en Diffusie is de nettoverplaatsing van moleculen van een plaats met
osmose toepassen op de relatief hoge concentratie naar een gebied met een relatief lage
verplaatsing van kamerwater. concentratie. Diffusie vindt plaats tot het concentratieverschil is
opgeheven.




Pagina 6 van 327

,Osmose is de diffusie van water door een semipermeabel
membraan De kracht die de verplaatste watermassa uitoefent, is
de osmotische druk.
Drie kenmerken van osmose:
1) Osmose is de diffusie van water door een semipermeabel
membraan.
2) Osmose treedt op door een selectief permeabel
membraan dat vrij doorlaatbaar is voor water, maar niet
voor opgeloste deeltjes.
3) Bij osmose stroomt water door een semipermeabel
membraan naar de oplossing die de hoogste concentratie
opgeloste deeltjes heeft, doordat daar de concentratie
van water lager is.




Pagina 7 van 327

, Functie kamerwater:
1) Handhaven oogboldruk, en dus stevigheid aan de oogbol.
2) Voeding van de lens en de cornea.

Verplaatsing kamerwater:
1) Kamerwater wordt aangemaakt door het corpus ciliaire
(per minuut 2 à 3 μl).
2) De productie berust op een actief transport van Na+-
ionen.
3) Cl- en HCO3- volgen passief doordat de positieve lading de
negatieve deeltjes aantrekt door de elektrische gradiënt.
4) Hierdoor ontstaat een osmotisch drukverschil (deeltjes in
cel > in achterste oogkamer) → transport van water door
osmose.
5) Actief, of door ondersteunende diffusie, worden
voedingsstoffen meegevoerd zoals aminozuren, glucose
en ascorbinezuur.
6) De productie van water zorgt voor een hoge druk in de
achterste oogkamer, die het water door de pupil duwt
naar de voorste oogkamer.
7) De afvoer gaat via het Kanaal van Schlemm doordat daar
een lage osmotische waarde is (weinig deeltjes, dus door
diffusie verdwijnen de deeltjes uit de voorste oogkamer).
8) Het water wordt afgevoerd in het kanaal van Schlemm
doordat daar een lage osmotische waarde en lage druk
heerst.

Kanaal van Schlemm is een dunwandige vene met een endotheel
dat dermate grote poriën heeft, dat zelfs grote eiwitmoleculen en
deeltjes zo groot als erytrocyten de wand kunnen passeren. Staat
open in verbinding met het veneuze systeem door middel van
watervenen die het lymfeachtige vocht afvoeren naar de
bloedbaan.




Pagina 8 van 327
€15,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
annefleurboers

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
annefleurboers Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
6
Lid sinds
5 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
6
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen