Opgave 4
Zie tabel 6.1
UAB (V) UAC (V) UAD (V) UAE (V) UAF (V)
figuur 6.14a 1,5 1,5 3,0 3,0 4,5
figuur 6.14b 1,5 1,5 0,0 0,0 1,5
figuur 6.14c 1,5 1,5 3,0 3,0 1,5
figuur 6.14d 1,5 1,5 0,0 0,0 1,5
Tabel 6.1
Opmerking
In figuur 6.3 staan de figuren 6.14a t/m d van het basisboek.
Figuur 6.3
Er gelden drie regels:
1 Verbind je de +kant van de ene batterij met de –kant van de andere batterij, dan tel je de
spanningen bij elkaar op. Zie bijvoorbeeld figuur 6.14a voor UAD.
2 Verbind je de +kant van de ene batterij met de +kant van de andere batterij, dan trek je
spanningen van elkaar af. Zie bijvoorbeeld figuur 6.14b voor UAD.
3 Verbind je zowel de +kanten als de –kanten van de batterijen met elkaar, dan blijven de
spanningen gelijk. Zie bijvoorbeeld figuur 6.14d voor UAD.
In figuren 6.14b en 6.14c pas zowel regel 1 als regel 2 toe.
Opgave 7
a Zie figuur 6.5
Opmerking
De twee batterijen moeten zo geschakeld worden dat de
pluspool van de ene batterij wordt verbonden met de
minpool van de andere batterij.
Zowel de motor als de versterker moeten 3,0 V
hebben. Ze zijn beide parallel aangesloten op de
batterijen zie figuur 6.5.
b De lading bereken je met de stroomsterkte en de tijd. Figuur 6.5
Q
I
t
I = 57 mA = 57·10-3 A
t = 2 min 30 s = 150 s
Q
57 10 3
150
Q = 8,55 C
Afgerond: Q = 8,6 C.