Opgave 3
a Staat m achter een getal dan is m een eenheid:
m = meter
b Is m cursief dan is m een grootheid:
m = massa
c Staat m voor een eenheid dan is m een voorvoegsel
m = milli = duizendste. (Zie BINAS tabel 2.)
Opgave 6
De wetenschappelijke notatie bestaat uit een getal met één cijfer voor de komma ongelijk aan nul
en een macht van 10.
a 10 2 10 4 106
b 10 2 10 4 10 2
10 4
c 10 4 10 7 10 3
107
d 2 103 3 10 4 6 10 7
e 4,4 105 2,5 10 3 =1,1 103
f 254 25,0 6,35 103
3,85 10 2 3,85
g 4
10 2 10 4 0,0154 106 1,54 10 4
250 10 250
h (2 10 4 )3 23 (10 4 ) 3 8 1012
Opgave 7
De wetenschappelijke notatie bestaat uit een getal met één cijfer voor de komma ongelijk aan nul
en een macht van 10.
a 4506 m 4,506 1000 4,506 103 m
b 0,00000153 m 1,53 0,000001 1,53 10 6 m
c 961 103 m =(9,61 100) 10 3 (9,61 10 2 ) 103 9,61 10 5 m
d 0,075 10 2 m (7,5 0,01) 10 2 (7,5 10 2 ) 10 2 7,5 10 4 m
Opgave 8
De voorvoegsels vind je in BINAS tabel 2.
De wetenschappelijke notatie bestaat uit een getal met één cijfer voor de komma ongelijk aan nul
en een macht van 10.
a 2,5 km 2,5 103 2,5 103 m
b 0,51 MPa 0,51 10 6 5,1 10 1 10 6 5,1 10 5 Pa
c 18,5 μm18,5101,8510101,8510 mm 18,5 10 6 1,85 101 10 6 1,85 10 5 m
d 251 TJ 251 1012 2,51 10 2 1012 2,51 1014 J
e 33 mbar 33 10-3 3,3 101 10 3 3,3 10 2 bar
f 25 nm 25 10-9 2,5 101 10 9 2,5 10 8 m