100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Hedendaagse Sociologische Theorie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
44
Geüpload op
08-08-2025
Geschreven in
2023/2024

Een beknopte samenvatting van HST die de lessen en slides bevat. Ik heb door deze samenvatting een 14 behaald. Zie ook andere samenvattingen op mijn Stuvia account. Veel studieplezier!

Instelling
Vak











Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
8 augustus 2025
Aantal pagina's
44
Geschreven in
2023/2024
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

Hedendaagse Sociologische Theorie

Gert Verschraegen


Hoorcollege 1 – Inleiding
De klassieke sociologische theorie VS de hedendaagse sociologische theorie:
Klassieke sociologen zijn de grondleggers en hun theorieën en inzichten zijn nog steeds relevant. De
hedendaagse is de sociologie na de tweede wereldoorlog. Evoluties en trends komen in de
verschillende theorieën voor.


Theorie
Logisch geordend of geïntegreerd geheel van uitspraken over de sociale werkelijkheid. Abstract (geen
specifieke issues, maar verschillende gevallen. Abstraherend van specifieke tijd en ruimte) maar
tegelijk ook gesitueerd. Theorieën vertellen ons hoe we naar de (sociale) werkelijkheid kunnen (of
moeten) begrijpen, maar die werkelijkheid beïnvloedt ook hoe we erover denken. Theorieën sturen
de waarnemingen (van de maatschappelijke werkelijkheid) én de interpretaties van die
waarnemingen maar worden anderzijds zelf mee beïnvloed door de steeds veranderende
maatschappelijke omgeving.
 Theorieën worden zowel gevormd door empirische observatie als door algemene
veronderstellingen.

Popper zegt dat je hypothesen moet testen om de werkelijkheid te verklaren.

Volgens Marx zijn theorieën een systematisch geheel die met elkaar samenhangen. De mens is een
arbeidend wezen. Op basis daarvan werkt hij een hele maatschappijtheorie uit.

Assumpties = wat we voor waar aannemen vanuit een perspectief/theorie. Deze verwijzen naar reël
empirische veronderstellingen. Theorieën vertellen aan de ene kant iets over de empirishce wereld,
maar tegelijkertijd zijn ze ook meer dan dat. Dan kom je op het terrein van assumpties. Theorieën
geven een beeld van onze interpretatie. Denk bijvoorbeeld aan gezichtsbedrog. Verwachtingen of een
kader in je hoofd zullen zorgen dat je waarneming anders gestructureerd wordt.


Nut van theorie = theorie heeft een praktisch nut. Je kan geen onderzoek doen zonder
theorie. Theorieën sturen de waarnemingen (van de maatschappelijke werkelijkheid) én de
interpretaties van die waarnemingen maar worden anderzijds zelf mee beïnvloed door de steeds
veranderende maatschappelijke omgeving. Niet gewoon ‘weerspiegeling’ van de werkelijkheid maar
eerder de ‘bril’ waardoor sociologen naar de maatschappelijke werkelijkheid kijken. Leidraad voor
onderzoek, bron voor richtinggevende concepten en formulering van hypothesen. Maar vaak ook
systematische poging om de resultaten van het onderzoek te ordenen en te interpreteren.
 Heuristiek staat voor orde in de chaos zien. Een patroon vinden in de werkelijkheid.
Theoretische kaders, concepten of ideeën zijn belangrijk omdat ze een bepaalde ‘bril’, een
manier van kijken met zich meebrengen. Zonder concepten of theoretische kaders (‘frames’),
is het soms moeilijk om überhaupt iets betekenisvol, patroonmatig in de sociale werkelijkheid
te herkennen.
VB: Het is bijvoorbeeld een no go om iemand recht in de ogen aan te kijken op straat. Dit is
de manier waarop interactie tussen vreemden geregeld wordt. Niet te veel interacteren met


1

, anderen in bijvoorbeeld een wachtkamer (Goffman). Verwachtingen en sociale codes die
rituelen in het leven roepen.
 Kadering (theoretisch kader) of framing omschrijft een fenomeen in
specifieke theoretische termen en classificeert het daarmee in een bredere groep (bvb.
interactievormen in de publieke ruimte). De meeste analytische kaders of theoretische
‘frames’ worden ontleend aan de sociologische theorie. Door theoretische kaders te
selecteren, te bediscussiëren en te formaliseren kunnen onderzoekers hun werk met dat van
anderen verbinden.
VB: Een betekenis geven aan om te voorkomen dat je je misdraagt. Bijvoorbeeld als je een
hoorcollege verwacht, maar het is een werkcollege. Of bijvoorbeeld bij rellen; je hebt dan
verschillende verklaringen voor hun gedrag: crisis gedrag waarbij men emotioneel reageert
op een opgekropte frustratie, rationeel/instrumenteel gedrag waarbij men geweld
mobiliseert om bepaalde doelen te bereiken, invloed uit te oefenen en besluitvorming te
beïnvloeden of door aangeleerd gedrag waarbij het dezelfde groep mensen omvat omdat
men gesocialiseerd is in een bepaalde geweldscultuur.
Crisisgedrag bijv. bestuderen door te onderzoeken of de boeren er daadwerkelijk op achteruit
zijn gegaan. Rationeel/instrumenteel gedrag bestuderen door beleid te onderzoeken.
 Systematisering waarbij theorie wordt gebruikt als systematische poging om de
resultaten van het onderzoek te ordenen en te interpreteren.

Omgaan met discriminatie kan op de volgende manieren: confronteren/juridische actie, ervoor
zorgen dat men geen aanstoot geeft, negeren, zichzelf bewijzen en focus op zelfverbetering, isoleren
en kiezen om enkel nog met eigen mensen om te gaan.


Hoe komt theorie tot stand?
- Wordt theorie gemaakt op basis van de empirische feiten (inductie of generalisatie)?
Veralgemening van observaties naar feiten. Het algemene patroon vinden.
‘Problem of induction’ (John Stuart Mill): witte en zwarte zwanen. Je kan nooit zeker weten of
je alle gevallen hebt gevat.
- Relatieve zelfstandigheid van theorie: ze kan niet zonder feiten, maar bepaalt tegelijk hoe die
feiten geïnterpreteerd moeten worden.
- Theorie kan dus zowel heel abstract (‘feitenvrij’) zijn, als gericht op het systematiseren van
empirische observaties (‘feiten’).

Theoriën onderscheiden elkaar omdat ze steunen op verschillende assumpties.




2

,Assumptie is een synoniem voor een veronderstelling; iets wat we voor waar aannemen, maar wat
niet getest kan worden. Een paradigma is een denkkader of denkstijl waarbinnen je werkt; het geheel
van veronderstellingen.

Algemene theorie = theorie over de maatschappij als eenheid of ‘geheel’ (“Hoe hangen verschillende
domeinen van de maatschappij samen?). Theorie over hoe sociale interactie - organisaties –
macrostructuren zich tot elkaar verhouden.

Specifieke theorie = theorieën over specifiek maatschappelijk domein of specifieke dimensie van het
sociale leven zoals bijvoorbeeld theorieën van ongelijkheid of ‘sociale stratificatie’ (sociologie van
ongelijkheid), theorieën van het politiek systeem (politieke sociologie), theorie van ziekte en
gezondheid (medische sociologie), theorie van specifieke sociale verbanden (bvb. groep, organisatie,
macro-instituties).

Sociale theorie = inbreng en invloed van andere disciplines (bvb. filosofie, antropologie, geografie).

Sociologische theorie = sterkere band met sociologisch-empirisch onderzoek. Net als in sociale
theorie meerdere paradigma’s of theoretische kaders: bvb. systeemtheorie, conflicttheorie,
symbolisch interactionisme, maar gekoppeld aan enkele hoofdvragen van de sociologie.


Hoofdvragen van de sociologie:
1. Wat ligt aan de grondslag van handelen (bvb. eigenbelang of gerichtheid op waarden?)
Wat is sociaal handelen (onderlinge afstemming van individuele belangen of creatie van
gemeenschappelijke definitie van situatie)?
2. Hoe komt maatschappelijke orde tot stand?
Bestaat maatschappelijke leven in eerste instantie uit structuren (bvb. ‘sociale klassen’) of
individueel gedrag?
3. Wat is sociale verandering?
Wat is typisch aan onze ‘moderne’ of hedendaagse maatschappij (tijds-diagnose)?

Hoorcollege 2 – Interpretatieve handelingstheorie
(symbolisch interactionisme, erving Goffman, Randall
Collins)
Utilitarische handelingstheorie = ruiltheorie en rationele keuzetheorie.
Interpretatieve handelingtheorie = symbolisch interactionisme, sociale dramaturkie en
ethnomethodologie. De nadruk op het symbolische karakter van sociaal handelen. Het handelen van
mensen kan niet zomaar geduidt worden, het moet geïnterpreteerd worden.


Weber is de grondlegger van het interpratieve of hermeunutische benadering van het sociale.
Hij heeft voor de eerste keer duidelijk uitgelegd waarom wij niet alleen kunnen blijven stilstaan bij de
buitenkant van het handelen (hetgeen wat je kan observeren). Volgens Weber moet de socioloog de
subjectieve betekenis zijn die actor met zijn handelen verbindt achterhalen. Weber onderscheidt vier
typen van motiveringen van sociaal handelen om patronen te herkennen in de werkelijkheid:
- Doelrationeel handelen: een actor vergelijkt beschikbare middelen om een reeds vastliggend
doel zo effectief en efficiënt mogelijk te bereiken. Zo hoog mogelijk proberen te komen, als
reden om te studeren.




3

, - Waarderationeel handelen: doel wordt zo consequent als mogelijk nagestreefd (zelfs indien
dat niet efficiënt kan gebeuren). Op basis van de waarden (nieuwschierigheid als reden om te
studeren) die men belangijk vindt.
- Traditioneel handelen: sociaal handelen dat gemotiveerd wordt door gewoonten en
gebruiken. Op basis van gewoontes in de familie, ouders hebben ook gestudeerd.
- Affectief handelen: sociaal handelen dat teruggaat op momentane impulsen of emoties.
Handelen op basis van buikgevoel en impulsen.
Dit zijn ideaaltype beschrijvingen van de logica van de sociale handelingen. Begrijpen wat het bredere
culturele kader is van het aansturen van het handelen.
Sociaal handelen is een web van een betekenis. Een betekenis is altijd op een specifieke manier
betekenisvol. Het is de taak van de socioloog om de betekenis en de bredere context te achterhalen.

Volgens Weber heeft het geen zin om demografie te beschrijven over bijvoorbeeld scheiden, zonder
te weten waarom men gaat scheiden. Een interpretatie.


Sociologisch ‘nominalisme’: sociale verbanden als ‘sociale klasse’, ‘de
universiteit’ of ‘de staat’ bestaan bij gratie van complex geheel van op elkaar betrokken individuele
handelingen. Het is niet altijd duidelijk of woorden precies hetzelfde betekenen, bestaat het echt? Uit
welke interpraties bestaat iets en hoe zijn handelingen op elkaar afgestemd? Een complex geheel van
handelingen die op elkaar afgestemd worden.


Chicago School (1918-1940) tussen 1850 en 1890 evolueerde Chicago van een
kleine stad naar een miljoenenstad. Belangrijkste beurs, fabrieken, massamigratie door
personeelstekort waardoor het een miljoenenstad werd. Grondleggers van etnografische,
kwalitatieve onderzoekstraditie in de sociologie. Er werd bijvoorbeeld onderzocht in welk opzicht het
nachtleven verschilde met het leven overdag. Ook verschillende studies over daklozen of thuislozen.
Thomas Theorema wat voor ons belangrijk is, is niet zo zeer de reële situatie.
Dat is niet waar mensen hun handelen op baseren. Mensen baseren hun handelen op basis van wat
zij hebben geïnterpreteerd. Hoe mensen in een bepaalde situatie handelen, hangt af van hun begrip,
interpretatie van die situatie – en dit staat vaak los van hoe een buitenstaander die situatie begrijpt.


George Herbert Mead (1863-1920) stelt dat handelen altijd samen-
handelen of interactie is. De sociale oorsprong van het zelfbewustzijn en sociaal handelen als een
symbolische act. MIND, SELF and SOCIETY = de menselijke geest, ons zelf wie we als individu zijn en
hoe we ons verhouden tot andere mensen en de maatschappij. Mead is geïnteresseerd in de relatie
tussen deze drie zaken. Society komt als eerste en de rest wordt daaraan afgeleid.
Volgens Mead moet de focus niet zo zeer liggen op de individuele actor omdat er veel rondom de
individu om speelt. Je moet de actor zien als iemand die zich bevindt tussen andere actoren en
daartussen interacteert. Je voelt stimuli of prikkels van andere mensen, die prikkels laten iets
gebeuren. Eigenlijk is interactie niet meer dan dat. We zijn voortdurend bezig met de reacties van
andere mensen, dit zijn stimuli die ik ook zal interpreteren. Dit zorgt voor een bepaald gedrag en dit
gaat constant heen en weer: communicatie. Het heeft daarom volgens Mead geen zin om uitsluitend
op het individuele handelen te focussen. We zijn namelijk altijd aan het handelen als reactie op iets
anders, hierop moeten we ons richten. De menselijke geest is niet meer of niet minder het product
van de sociale interactie; wat wij denken en hoe wij denken staat niet los van sociale interactie. Het
bewustzijn van onszelf is het product van sociale interactie.


I = biologische ervaringen en impulsen waar men niet bewust van is.
4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
brittbuijsen99 Universiteit Antwerpen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
13
Lid sinds
5 maanden
Aantal volgers
1
Documenten
48
Laatst verkocht
2 uur geleden
Samenvattingen van... Britt Buijsen

Welkom op mijn Stuvia account! Mijn naam is Britt Buijsen en op dit moment (academiejaar 2526) studeer ik de master sociologie aan de Universiteit Antwerpen. Ik heb hiervoor het schakelprogramma sociologie voor 90 studiepunten gevolgd. Tijdens het schakelprogramma en de master heb ik altijd mijn samenvattingen zelf geschreven. Ik houd van beknopte samenvattingen die de lessen, de slides, en eventueel informatie uit het boek bevatten. Ik probeer zo veel mogelijk opsommingen te vermijden en in verhaalvorm de lessen mee te schrijven. Voor de studie sociologie heb ik de bachelor integrale veiligheid aan Avans Hogeschool in Breda gestudeerd. Tijdens deze opleiding heb ik mijn samenvattingen ook altijd zelf gemaakt. Deze zijn allemaal geüpload! Op mijn profiel zien jullie eerst samenvattingen van Avans Hogeschool en daarna volgen samenvattingen van de UA. Groetjes, Britt

Lees meer Lees minder
5,0

1 beoordelingen

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen