Positieve basishouding (hoofdstuk 1)
- Je legt in je eigen woorden uit hoe je via dialoog tot afstemming komt over
zorg en/of opvoeding
Aandachtgevend gedrag: gesprekspartner laten weten dat er geluisterd
wordt naar zijn of haar verhaal. Hierdoor wordt een situatie gecreëerd voor
de gesprekspartner waarin deze zich niet bedreigd hoeft te voelen en zijn
verhaal kan vertellen.
- Non-verbaal kan aandachtgevend gedrag getoond worden door licht
naar voor te leunen, open houding, oogcontact, te knikken,
glimlachen en soms licht aan te raken = SOFTEN
Je toont interesse in je gesprekspartner door de houding licht na te
bootsen = Mimicry
- Verbaal kan men kleine aanmoedigingen geven door te hummen, ja
te zeggen, de laatste woorden van de gesprekspartner te herhalen.
- Kleine stiltes kunne functioneel zijn. Bieden gesprekspartner tijd om
na te denke, lange stiltes kunnen zorgen voor oncomfortabel gevoel
Parafraseren: in het kort en in eigen woorden omschrijven van het
belangrijkste wat de ouder jou vertelt
(Samenbrengen van verschillende boodschappen tot de kern van de
boodschap = samenvatten)
1. De ander stimuleren in het verhaal dat die brengt
2. Om te controleren of je het verhaal goed heb begrepen
3. Verwoorden van wat de ander zegt om precieze beeld te krijgen
4. Effect van vertraging en vaak ook verdieping van het gesprek
Kenmerken:
- Parafraseren en/of samenvatten is steeds kort: het gaat over de 'kern' van de
boodschap
- Parafraseren en/of samenvatten is eerder vragend van vorm: je toetst er je
begrip mee af
- Het gaat om de essentie van de boodschap (dus niet wat de
ander feitelijk heeft verteld)
Gevoelsreflectie: Gevoel reflecteren betekent het weergeven of spiegelen
van het gevoel van je gesprekspartner. Een goeie gevoelsreflectie wordt
gekenmerkt door het juiste gevoel, met de juiste toon en de juiste
intensiteit.
Bedoeld om te tonen dat de gevoelens die de gesprekspartner ervaart,
worden gezien, begrepen en geaccepteerd
, Samen opvoeden 1
Exploreren: (leerpad)
Soorten vragen:
Open vragen stimuleren gesprekspartners tot vertellen. Gesloten
vragen beperken zich tot een ja of nee antwoord. In sommige gesprekken
lenen gesloten vragen zich tot het controleren of men het verhaal goed
begrepen heeft. De waarom-vraag richt zich veelal op de beweegreden
van mensen. Soms kan dit soort vraag de gesprekspartner aanzetten tot
denken. In andere gevallen kan het bedreigend overkomen. Suggestieve
vragen dienen ten allen tijden worden vermeden. Dit soort vraag
impliceert een bepaald antwoord en kan misleidend zijn. Het is meer een
verkapte bewering dan een echte vraag.
Een verhaal dat iemand vertelt is slechts het begin ("de locomotief"); er zit
veel meer achter ("de wagons"). Doorvragen helpt om het volledige
plaatje te begrijpen.
Twee niveaus van bevragen: (leerpad)
1. Feiten – de buitenkant van de trein:
o Wat is er gebeurd? (gedrag, gebeurtenissen)
o Waar speelt het zich af? (context zoals thuis, school, buurt,
etc.)
o Wat is de voorgeschiedenis?
2. Psychologie – de binnenkant van de trein:
o Wat denkt, voelt en wil iemand?
o Wat betekenen gebeurtenissen voor hen?
o Wat zijn hun motivaties, waarden en normen?
Door beide niveaus te verkennen krijg je een vollediger beeld van de
situatie.
Concretiseren: houdt in dat mensen hun verhaal zo precies mogelijk
(kunnen) vertellen. Allerlei gespreks- & luisterenvaardigheden kunnen
bijdragen aan het meer concreet krijgen van het verhaal
Er kan geconcretiseerd worden naar:
de situatie waarin de ouder zich bevindt,
het gedrag van de ouder
de voorgeschiedenis van de ouder
de reacties van derden
Vragen die dan kunnen helpen:
Wat heb jij precies gezegd?
Hoe heeft die begeleidster dan net gereageerd?
...
Begrip uiten: Via het inzetten van alle luistervaardigheden tracht je zo
goed mogelijk te voelen hoe het voor de ander is. Hoe het is om in diens