Hoofdstuk 14
Paragraaf 1
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een
wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
Oorzaken noemen voor de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de
SU
1. De hervormingen van Gorbatsjov (o.a. ook het loslaten van de Brezjnevdoctrine) leidden
tot demonstraties en een roep om verandering in de satellietstaten/Oostbloklanden.
2. In Hongarije en Polen kwamen in 1989 al democratische verkiezingen en Hongarije zette
als eerste de grens naar het Westen open.
3. De DDR bestond in 1989 40 jaar en de leiders wilden strak vasthouden aan het
communisme, maar ook daar namen de protesten tegen het regime grote vormen aan.
Uiteindelijk werd op 9 november de grens tussen Oost- en West-Berlijn geopend (Val van
de Muur).
4. In de SU ging het nog steeds slecht met de economie en de politiek. De perestrojka
zorgde ervoor dat de economie juist nog wat verslechterde en de glasnost maakte
mogelijk dat veel mensen hun onvrede over de politiek van Gorbatsjov uitten.
5. De Sovjetrepublieken maakten zich één voor één los van de Sovjet-Unie, totdat
uiteindelijk in oktober 1991 alleen Rusland nog over was. De SU hield daarmee op te
bestaan en Gorbatsjov was niet meer nodig als partijleider en president.
Territoriale, politieke en economische gevolgen noemen van het verdwijnen
van het communisme in Oost-Europa en de SU
Territoriale gevolgen: In het voormalige territorium van de SU waren nu allemaal (nieuwe)
onafhankelijke staten ontstaan. De VS was nu nog de enige supermacht. De DDR hield in
1990 op te bestaan en vormde vanaf toen weer één land met de BRD, met Berlijn als
hoofdstad
Politieke gevolgen: Rusland kreeg de eerste democratische president, Boris Jeltsin.
Sommige voormalige SU-staten werden parlementaire democratieën en zochten aansluiting
bij de EU (Estland, Letland en Litouwen). Andere ontwikkelden zich als autoritair geregeerde
staten. In o.a. Oekraïne en Georgië kwamen nationalistische gevoelens boven en leidde dit
tot revolutie en burgeroorlogen.
Economische gevolgen: Rusland werd kapitalistisch. Slimme zakenlieden en hun politieke
vrienden verrijkten zich ten koste van de gewone burgers. Ook Oost-Europese staten
liberaliseerden de economie.
Paragraaf 1
De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een
wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog.
Oorzaken noemen voor de val van de Berlijnse Muur en de ineenstorting van de
SU
1. De hervormingen van Gorbatsjov (o.a. ook het loslaten van de Brezjnevdoctrine) leidden
tot demonstraties en een roep om verandering in de satellietstaten/Oostbloklanden.
2. In Hongarije en Polen kwamen in 1989 al democratische verkiezingen en Hongarije zette
als eerste de grens naar het Westen open.
3. De DDR bestond in 1989 40 jaar en de leiders wilden strak vasthouden aan het
communisme, maar ook daar namen de protesten tegen het regime grote vormen aan.
Uiteindelijk werd op 9 november de grens tussen Oost- en West-Berlijn geopend (Val van
de Muur).
4. In de SU ging het nog steeds slecht met de economie en de politiek. De perestrojka
zorgde ervoor dat de economie juist nog wat verslechterde en de glasnost maakte
mogelijk dat veel mensen hun onvrede over de politiek van Gorbatsjov uitten.
5. De Sovjetrepublieken maakten zich één voor één los van de Sovjet-Unie, totdat
uiteindelijk in oktober 1991 alleen Rusland nog over was. De SU hield daarmee op te
bestaan en Gorbatsjov was niet meer nodig als partijleider en president.
Territoriale, politieke en economische gevolgen noemen van het verdwijnen
van het communisme in Oost-Europa en de SU
Territoriale gevolgen: In het voormalige territorium van de SU waren nu allemaal (nieuwe)
onafhankelijke staten ontstaan. De VS was nu nog de enige supermacht. De DDR hield in
1990 op te bestaan en vormde vanaf toen weer één land met de BRD, met Berlijn als
hoofdstad
Politieke gevolgen: Rusland kreeg de eerste democratische president, Boris Jeltsin.
Sommige voormalige SU-staten werden parlementaire democratieën en zochten aansluiting
bij de EU (Estland, Letland en Litouwen). Andere ontwikkelden zich als autoritair geregeerde
staten. In o.a. Oekraïne en Georgië kwamen nationalistische gevoelens boven en leidde dit
tot revolutie en burgeroorlogen.
Economische gevolgen: Rusland werd kapitalistisch. Slimme zakenlieden en hun politieke
vrienden verrijkten zich ten koste van de gewone burgers. Ook Oost-Europese staten
liberaliseerden de economie.