Hoofdstuk 11
Paragraaf 1
Uitleggen wat wordt bedoeld met een massasamenleving
1. Veel meer mensen; de bevolkingsgroei was te danken aan nieuwe inzichten in het
bestrijden van ziekten
2. Sneller transport; mensen konden steeds sneller grote afstanden konden overbruggen
door nieuwe vervoersmiddelen als de auto, tram, metro en later ook het vliegtuig
3. Nieuwe communicatiemiddelen; kennis en informatie op een snellere manier konden
overbrengen op een groot publiek zoals met bioscopen, radio
Beredeneren waarom het ontstaan van een massasamenleving bij sommigen
tot cultuurpessimisme leidde
De tweede Industriële Revolutie gebruikte ook elektriciteit, staal en verbrandingsmotoren op
diesel of benzine. Er ontstonden ook nieuwe industrieën: chemische en elektrotechnische.
Sneller en goedkoper produceren was nu mogelijk lopende band werk. De nieuwe
technieken hadden invloed op de mensen in West-Europa en de Verenigde Staten. Er
kwamen nieuwe producten in de huishoudens, betere communicatiemiddelen en sneller
transport zorgde er voor dat men meer zag dan hun eigen dorp/stad. Cultuurpessimisme =
de vrees dat de verfijnde westerse cultuur ten onder zou gaan in de barbarij van de massa.
Voor sommigen leken de mogelijkheden van de mens onbegrensd, maar anderen zagen het
ontstaan van de massasamenlevingen met zorg aan.
Beredeneren hoe overheden reageerden op de negatieve aspecten van het
ontstaan van massasamenlevingen
De overheid zag dat in de moderne massasamenleving slechts een kleine groep mensen
profiteerde van de nieuwe mogelijkheden. Een groot deel van de bevolking leefde in
armoede en onder slechte omstandigheden. De overheden probeerden door wetgeving op
verschillende gebieden het welzijn van de burgers te verbeteren:
- Woningbouw: door de groeiende bevolking moesten er nieuwe woonwijken aangelegd
worden, die aan nieuwe overheidsregels moesten voldoen. Zo stelde de Nederlandse
Woningwet van 1901 harde eisen aan de woonomstandigheden. Het wonen in kelders en
krotten was verboden stadsvernieuwingsprojecten.
- Volksgezondheid: overheid trok meer taken naar zich toe over de volksgezondheid
toezicht houden en regeringen adviseren over gezondheidszorg.
- Onderwijs: voor meer mensen toegankelijk maken. in Nederland kwam in 1900 de
Leerplichtwet die ervoor zorgde dat kinderen tussen de 6 en 12 jaar verplicht naar school
moesten.
Van andere problemen van de industriële en technische vooruitgang leken overheden zich
minder bewust. Rivaliteit ontstonden tussen landen, wapens werden geproduceerd en
politieke partijen gebruikten de radio en bioscopen voor vormen van propaganda.
Paragraaf 1
Uitleggen wat wordt bedoeld met een massasamenleving
1. Veel meer mensen; de bevolkingsgroei was te danken aan nieuwe inzichten in het
bestrijden van ziekten
2. Sneller transport; mensen konden steeds sneller grote afstanden konden overbruggen
door nieuwe vervoersmiddelen als de auto, tram, metro en later ook het vliegtuig
3. Nieuwe communicatiemiddelen; kennis en informatie op een snellere manier konden
overbrengen op een groot publiek zoals met bioscopen, radio
Beredeneren waarom het ontstaan van een massasamenleving bij sommigen
tot cultuurpessimisme leidde
De tweede Industriële Revolutie gebruikte ook elektriciteit, staal en verbrandingsmotoren op
diesel of benzine. Er ontstonden ook nieuwe industrieën: chemische en elektrotechnische.
Sneller en goedkoper produceren was nu mogelijk lopende band werk. De nieuwe
technieken hadden invloed op de mensen in West-Europa en de Verenigde Staten. Er
kwamen nieuwe producten in de huishoudens, betere communicatiemiddelen en sneller
transport zorgde er voor dat men meer zag dan hun eigen dorp/stad. Cultuurpessimisme =
de vrees dat de verfijnde westerse cultuur ten onder zou gaan in de barbarij van de massa.
Voor sommigen leken de mogelijkheden van de mens onbegrensd, maar anderen zagen het
ontstaan van de massasamenlevingen met zorg aan.
Beredeneren hoe overheden reageerden op de negatieve aspecten van het
ontstaan van massasamenlevingen
De overheid zag dat in de moderne massasamenleving slechts een kleine groep mensen
profiteerde van de nieuwe mogelijkheden. Een groot deel van de bevolking leefde in
armoede en onder slechte omstandigheden. De overheden probeerden door wetgeving op
verschillende gebieden het welzijn van de burgers te verbeteren:
- Woningbouw: door de groeiende bevolking moesten er nieuwe woonwijken aangelegd
worden, die aan nieuwe overheidsregels moesten voldoen. Zo stelde de Nederlandse
Woningwet van 1901 harde eisen aan de woonomstandigheden. Het wonen in kelders en
krotten was verboden stadsvernieuwingsprojecten.
- Volksgezondheid: overheid trok meer taken naar zich toe over de volksgezondheid
toezicht houden en regeringen adviseren over gezondheidszorg.
- Onderwijs: voor meer mensen toegankelijk maken. in Nederland kwam in 1900 de
Leerplichtwet die ervoor zorgde dat kinderen tussen de 6 en 12 jaar verplicht naar school
moesten.
Van andere problemen van de industriële en technische vooruitgang leken overheden zich
minder bewust. Rivaliteit ontstonden tussen landen, wapens werden geproduceerd en
politieke partijen gebruikten de radio en bioscopen voor vormen van propaganda.