Taak 1B
Probleemstelling: wat zijn de kenmerken van cognitieve ontwikkeling volgens de theorie van
Piaget?
Bron: Shaffer, D., & Kipp, K. (2014). Developmental psychology : Childhood and
adolescence (9th ed.). Belmont, Calif: Wadsworth. - ISBN 978-1-13-349230-6
Hoofdstuk 6.
Leerdoelen:
1. Wat is de theorie van Piaget?
Genetische epistemologie: de experimentele studie over de ontwikkeling van kennis van
Piaget. (Hier betekent genetisch: essentieel ontwikkelt.)
● Begon met observeren eigen kinderen → opdrachten opzetten voor hen om
op te lossen
● Clinical method: studie van grotere groepen kinderen
○ Simpele vraag-antwoord structuur
○ Ontdekken hoe kinderen op verschillende leeftijden verschillende problemen
oplossen en denken over dagelijkse problemen.
Intelligentie: volgens Piaget: een basisfunctie in het leven die ervoor zorgt dat een organisme
zich kan aanpassen aan de omgeving.
Cognitieve equilibrium: Piaget’s term voor de stand van zaken waarin een
gebalanceerde/harmonieuze relatie aanwezig is tussen iemands denkprocessen en zijn
omgeving.
● Nadruk op het feit dat kinderen actieve en nieuwsgierige ontdekkers zijn, die constant
uitgedaagd worden door verschillende stimuli en gebeurtenissen die ze niet meteen
kunnen begrijpen.
○ Dit “onbegrip” zorgt ervoor dat deze kinderen zich aanpassen
waardoor ze leren om te gaan met nieuwe ervaringen → hierdoor kan
de harmonie tussen denken en omgeving ontstaan.
● Erg belangrijke assumptie: als kinderen iets weten moeten ze het zelf verwerken.
○ Kind is een constructivist: een individu dat reageert op nieuwe objecten en
gebeurtenissen en een begrip ontwikkelt van de essentiële kenmerken.
Schema’s van Piaget:
● Onzichtbare mentale systemen, onderliggend aan intelligentie.
○ Een patroon van denken of doen
○ Wordt gezien als blijvende kennisbasis waarmee kinderen hun wereld
interpreteren
● Voor Piaget is cognitieve ontwikkeling de ontwikkeling van deze schema’s.
● Deze schema’s zijn onderliggend aan de reflexen waarmee kinderen hun omgeving
interpreteren
a. Wat zijn de fases van cognitieve ontwikkeling?
, Invariant developmental sequence: alle kinderen ontwikkelen hun vaardigheden in dezelfde
volgorde.
● Sensorimotorische fase (0-2 jr)
○ Zuigelingen coördineren de sensorische input en de motorische mogelijkheden
en vormen zo gedragsschema’s zodat ze kunnen leren omgaan met hun
omgeving.
■ In de eerste 2 levensjaren ontwikkelen kinderen zich van het gebruiken
van reflexen en het hebben van weinig kennis naar het hebben van de
mogelijkheid tot het oplossen van problemen.
○ Ontwikkeling van zintuigen, geheugen en motoriek.
○ Ontwikkeling van het oplossen van problemen:
■ Reflex activiteit (™ 1 maand)
● Alleen nog reflexen
● Begin van de cognitieve ontwikkeling
■ Primaire circulaire reacties (™ 4 maanden)
● De eerste motorische gewoontes
● Het kind merkt dat sommige handelingen voldoening geven en het
dus waard zijn om herhaald te worden.
● Primair omdat het gaat om acties binnen het eigen lichaam
○ Bijv. duimzuigen etc.
■ Secundaire circulaire reacties (™ 8 maanden)
● Secundair omdat het gaat om acties buiten het eigen lichaam om
○ Bijv. een rubberen eendje laten kwaken door erin te
knijpen.
● Niet intentioneel!
○ Omdat de handeling geen doelgerichte actie was bij de
eerste uitvoering, maar toeval
■ Coordinatie van secundaire reacties (™ 12 maanden)
● Het kind gaat handelingen combineren om een bepaald doel te
bereiken
○ Bijv. plaats speelgoed onder een kussen → kind tilt
met een hand het kussen op en pakt met de andere
het speelgoed
■ De eerste handeling geeft nog geen voldoening
maar in combinatie met de andere handeling wel
■ Tertiaire circulaire reacties (™ 18 maanden)
● Kinderen zijn actief bezig met het experimenteren met objecten
● Proberen nieuwe manieren te vinden om problemen op te lossen
○ Bijv. het kind dat al weet dat een rubberen eendje gaat
kwaken als hij erin knijpt, gaat proberen dit kwaken plaats
te laten vinden op een andere manier (erop staan etc.)
■ Symbolisch oplossen van problemen (™ 24 maanden)
● In dit stadium vindt ‘inner experimentation’ plaats
Probleemstelling: wat zijn de kenmerken van cognitieve ontwikkeling volgens de theorie van
Piaget?
Bron: Shaffer, D., & Kipp, K. (2014). Developmental psychology : Childhood and
adolescence (9th ed.). Belmont, Calif: Wadsworth. - ISBN 978-1-13-349230-6
Hoofdstuk 6.
Leerdoelen:
1. Wat is de theorie van Piaget?
Genetische epistemologie: de experimentele studie over de ontwikkeling van kennis van
Piaget. (Hier betekent genetisch: essentieel ontwikkelt.)
● Begon met observeren eigen kinderen → opdrachten opzetten voor hen om
op te lossen
● Clinical method: studie van grotere groepen kinderen
○ Simpele vraag-antwoord structuur
○ Ontdekken hoe kinderen op verschillende leeftijden verschillende problemen
oplossen en denken over dagelijkse problemen.
Intelligentie: volgens Piaget: een basisfunctie in het leven die ervoor zorgt dat een organisme
zich kan aanpassen aan de omgeving.
Cognitieve equilibrium: Piaget’s term voor de stand van zaken waarin een
gebalanceerde/harmonieuze relatie aanwezig is tussen iemands denkprocessen en zijn
omgeving.
● Nadruk op het feit dat kinderen actieve en nieuwsgierige ontdekkers zijn, die constant
uitgedaagd worden door verschillende stimuli en gebeurtenissen die ze niet meteen
kunnen begrijpen.
○ Dit “onbegrip” zorgt ervoor dat deze kinderen zich aanpassen
waardoor ze leren om te gaan met nieuwe ervaringen → hierdoor kan
de harmonie tussen denken en omgeving ontstaan.
● Erg belangrijke assumptie: als kinderen iets weten moeten ze het zelf verwerken.
○ Kind is een constructivist: een individu dat reageert op nieuwe objecten en
gebeurtenissen en een begrip ontwikkelt van de essentiële kenmerken.
Schema’s van Piaget:
● Onzichtbare mentale systemen, onderliggend aan intelligentie.
○ Een patroon van denken of doen
○ Wordt gezien als blijvende kennisbasis waarmee kinderen hun wereld
interpreteren
● Voor Piaget is cognitieve ontwikkeling de ontwikkeling van deze schema’s.
● Deze schema’s zijn onderliggend aan de reflexen waarmee kinderen hun omgeving
interpreteren
a. Wat zijn de fases van cognitieve ontwikkeling?
, Invariant developmental sequence: alle kinderen ontwikkelen hun vaardigheden in dezelfde
volgorde.
● Sensorimotorische fase (0-2 jr)
○ Zuigelingen coördineren de sensorische input en de motorische mogelijkheden
en vormen zo gedragsschema’s zodat ze kunnen leren omgaan met hun
omgeving.
■ In de eerste 2 levensjaren ontwikkelen kinderen zich van het gebruiken
van reflexen en het hebben van weinig kennis naar het hebben van de
mogelijkheid tot het oplossen van problemen.
○ Ontwikkeling van zintuigen, geheugen en motoriek.
○ Ontwikkeling van het oplossen van problemen:
■ Reflex activiteit (™ 1 maand)
● Alleen nog reflexen
● Begin van de cognitieve ontwikkeling
■ Primaire circulaire reacties (™ 4 maanden)
● De eerste motorische gewoontes
● Het kind merkt dat sommige handelingen voldoening geven en het
dus waard zijn om herhaald te worden.
● Primair omdat het gaat om acties binnen het eigen lichaam
○ Bijv. duimzuigen etc.
■ Secundaire circulaire reacties (™ 8 maanden)
● Secundair omdat het gaat om acties buiten het eigen lichaam om
○ Bijv. een rubberen eendje laten kwaken door erin te
knijpen.
● Niet intentioneel!
○ Omdat de handeling geen doelgerichte actie was bij de
eerste uitvoering, maar toeval
■ Coordinatie van secundaire reacties (™ 12 maanden)
● Het kind gaat handelingen combineren om een bepaald doel te
bereiken
○ Bijv. plaats speelgoed onder een kussen → kind tilt
met een hand het kussen op en pakt met de andere
het speelgoed
■ De eerste handeling geeft nog geen voldoening
maar in combinatie met de andere handeling wel
■ Tertiaire circulaire reacties (™ 18 maanden)
● Kinderen zijn actief bezig met het experimenteren met objecten
● Proberen nieuwe manieren te vinden om problemen op te lossen
○ Bijv. het kind dat al weet dat een rubberen eendje gaat
kwaken als hij erin knijpt, gaat proberen dit kwaken plaats
te laten vinden op een andere manier (erop staan etc.)
■ Symbolisch oplossen van problemen (™ 24 maanden)
● In dit stadium vindt ‘inner experimentation’ plaats