De student kan benoemen en aanwijzen wat de mogelijke reversibele bijwerkingen zijn op het oog
van medicatie middels een casusgerichte vraag
- Verhoging IOP (tricyclische antidepressiva, corticosteroïden en parasympaticolytica)
- AACG (tricyclische antidepressiva)
- Conjunctivitis (cytostatica)
- Keratitis (cytostatica en prostaglandine-analoga (=Latanoprost))
- Wimperveranderingen (prostaglandine-analoga)
- Accommodatiestoornis, visusklachten en fotofobie (parasympaticolytica)
De student kan benoemen en aanwijzen wat de mogelijke niet-reversibele bijwerkingen zijn op het
oog middels een casusgerichte vraag
- Gezichtsvelddefecten (vigabatrine)
- Fibrose traanwegen (cytostatica)
- Cataract (corticosteroïden)
Leerdoelen lijken incompleet kijkend naar de lesstof tijdens het HC. Daarom hieronder een
samenvatting van het HC.
Eerste bekende bijwerking: Softenon (thalidomide)
- Ernstige misvormingen (bv. kind zonder oorschelpen)
- Later (een afgeleide vorm) terug op de markt:
o Tx kanker
o Remming angiogenese
Definitie bijwerking: schadelijke, niet bedoelde werking dat voorkomt bij toediening van de
gebruikelijke dosering
- Alleen indien het een ongunstig effect heeft of invloed heeft op andere medicatie
- We spreken van een ernstige bijwerking in het geval van (verlenging) ziekenhuisopname,
levensbedreigende situatie, overlijden, aangeboren afwijkingen en
arbeidsongeschiktheid/invaliditeit. De ernst hangt af van:
o (mate van) beïnvloeding enzymsysteem
o Selectiviteit middel
o Genetische verschillen (metabolisme)
Typen bijwerkingen:
- ADR (adverse druk reaction)
o Ongewenste reactie
- ADE (adverse druk event)
o Bv. ziekenhuisopname/invaliditeit/misvormde kinderen/dood
- Type A (1)
o Direct herleidbaar tot farmacologisch effect
o Dosisafhankelijk
o Reproduceerbare bijwerking
o Hoge incidentie
o Ernst is onduidelijk
- Type B (2)