PROFESSIONALISERING EN ETHISCHE
ASPECTEN
Een kwestie van vertrouwen = betrouwbaar zijn is fundamenteel voor goede
hulpverlening
Whose side do we choose (to be on)?
• Positie als Maatschappelijk assistent/Sociaal Werker
• Invulling van beroepsethiek (normatieve professionaliteit)
• Discretionaire ruimte
• Binnen dit OLOD standpunt over ‘het goede/het juiste’: geen code maar
een denkkader.
TEN GELEIDE
Deontologisch perspectief
De kern van dit boek is een deontologische beschouwing over privacy, discretie
en beroepsgeheim. We kiezen bewust voor een deontologische invalshoek omdat
die een kader biedt voor hoe we zouden moeten handelen.
Het boek wilt ons geen overzicht geven van de deontologische codes, maar willen
ethische reflectie en dialoog binnen sociaal-agogische beroepen stimuleren +
dieper ingaan op specifieke deontologische aspecten die centraal staan in
een vertrouwensrelatie en omgaan met vertrouwelijke gegevens.
- Professionals vallen onder een discretieplicht (minder dwingende, maar
richtinggevende bijv. vertrouwelijke informatie blijft binnen de organisatie)
- Als professional belangrijk om wet- en regelgeving te kennen + bewust
normerende kader beroep
- Het volgen van een regel/wet maakt je niet automatisch een ‘goed’ mens
- Wetten streven naar gelijkheid, maar in realiteit onrechtvaardig voor de
meest kwetsbaren in de samenleving
- Kijken vanuit een deontologisch perspectief houdt het risico in om
‘moraliserend’ te zijn
de opmerking geeft aan dat een deontologische benadering soms kan
leiden tot een star, veroordelend standpunt, dat niet altijd rekening houdt
met de context of de complexiteit van een ethisch dilemma.
Het bestaan van een regel impliceert geen pasklare oplossing die ons vertelt hoe
we moeten handelen. Wetten zijn algemeen en we moeten deze vertalen binnen
concrete contexten.
DEONTOLOGIE ALS DEEL VAN EEN BEROEPSETHIEK
Deontologie binnen normatieve ethiek. Een deontologische kijk = stelt de vraag
wat ‘goed’ is en als we juist handelen, dan handelen we ook goed. Hierdoor
filosofische discussie: onderscheid ‘juist’ en ‘goede’.
Een deontologische kijk is goed handelen volgens juiste regel. Een juiste
regel is gebaseerd op een principe waar we allemaal achter staan. Vanuit
deontologisch perspectief is de vraag naar het goede makkelijk te beantwoorden:
,het goede doen is je houden aan de regels, doen wat we zouden moeten
doen.
PROLOOG: HET GOEDE DOEN (ethiek)
Inherent aan professionalisering moeten we het ook hebben over ethiek.
Enerzijds de dingen goed doen (technische professionaliteit) en anderzijds ‘Doe ik
de goede dingen?’ wat men normatieve professionaliteit noemt.
Technische professionaliteit Normatieve professionaliteit
Doe ik de dingen goed? Doe ik de goede dingen?
Omgaan met technologische Ethische vragen stellen over (eigen)
ontwikkelingen, interventies: dragen ze bij en op welke
gespreksvaardigheden, kwalitatieve manier aan goed sociaal werk?
rapportage, omgaan met agressie, …
Opvattingen bespreekbaar maken en
Waarden waarvoor beroep staat? expliciteren
Pagina 235-240 handboek metafoor ‘professional als lantaarnpaal of
kampvuur van Kunneman’
Lantaarnpaal = staat voor de sociaal werker die de weg belicht die samen met
de client wordt bewandeld, om te zien naar waar men moet, waar er efficiënter
gewerkt kan worden. De lantaarnpaal wordt centraal aangestuurd door de
samenleving/maatschappij.
Kampvuur = toont autonomie of discretionaire ruimte, het hout in de
omgeving en de manier waarop de SW het kampvuur bouwt, bepaalt hoeveel
licht en warmte er is en hoelang het vuur zal branden. Kampvuur nodigt ook uit
om er samen rond te zitten, stimuleert verbinding en maakt verhaal mogelijk.
HET GOEDE DOEN (integer handelen)
Integrity is doing the right thing even if no one is watching (C.S. Lewis)
= Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf,
realiseer je dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar
gebracht). Als je een getuige nodig hebt, wees die dan zelf (Epictetus)
1. Moraal en ethiek
Autonoom (vs. heteronoom) het goede doen, Je hebt geen goedkeuring nodig van
een ander, je kan je eigen autonome keuzes maken.
Moraal: hoe weten we wat goed is?
= het geheel van waarden en normen die richting geven aan ons
handelen en zin geven aan wat we denken en doen. (vaak intuïtief
bepaald: we stellen ons niet voortdurend de vraag of we het goede doen
is onhaalbaar)
,Hoe weten we wat goed is? Pluralisme binnen samenleving
Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error
- Breder dan wetten en regels: invullingen van het goede
- Wetten als tijdelijke morele consensus – wetten kunnen onrechtvaardig zijn/
niet moreel zijn (zie natuurrecht en rechtspositivisme)
Onderscheid moraal – ethiek:
Moraal is intuïtief – scheidsrechter is ons geweten (of in de volksmond:
gezond verstand),
Beschrijvende ethiek is de studie van de morele overwegingen van
mensen,
Disciplines binnen de moderne ethiek:
Theoretische Bestaat uit meta en normatieve ethiek
ethiek
Meta ethiek Zoekt naar de fundamenten van de ethiek en bekijkt
het morele taalgebruik en het argumenteren
Normatieve Construeert theorieën waarbinnen morele problemen
ethiek kunnen behandeld worden
Toegepaste Bestudeert morele problemen op bepaalde domeinen
ethiek
Empirische Betreft disciplines zoals moraalsociologie en
ethiek psychologie, concrete waarden en normen worden
onderzocht die gelden in de samenleving/behoren tot
referentiekader van een persoon, er wordt gekeken
naar de sociologische of psychologische oorsprong,
veranderingen , oorzaken en impact.
Wie bepaald dat?
Bepalen we dat zelf? (als relationele en vrije individuen)
Als je weet wat goed is, kun je bijna niets anders doen (Aristoteles)
(geen leerstof)
Gedachte-experiment 1: de vriendelijke buurtmoordenaar met de bijl
Er loopt een man met een bijl, belt aan en wilt kinderen vermoorden, we vinden
niet liegen belangrijk (ik ga zeggen dat mijn kinderen er niet zijn omdat ik niet wil
dat ze vermoord worden), maar vullen dit in al naar gelang de context >
subjectieve moraal is wankele basis
Oplossing: deontologische code?
Deontologie als ethisch perspectief – ‘plichtenleer’ (in vb.: liegen is immoreel)
Gedachte-experiment 2: het trolley-probleem
Moreel dilemma
Geen oplossingen mogelijk bij een dilemma
Het is altijd een keuze, die niet perfect is
Er is geen goede keuze
, Als je niet doet rijdt de tram 5 mensen aan, als je wel iets doet dan is er
enkel 1 iemand dood
Bentham wilt zo veel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen (dan wel
hendel trekken)
Kant zegt ja nee we gaan niet doden
1.1. DE VERWISSELBAARHEIDSGEDACHTE
De verwisselbaarheidsgedachte of principe van gelijkheid is de belangrijkste
toetssteen binnen de normatieve ethiek en bepaald of een theorie ethisch is.
Eigen belangen hebben niet meer waarde dan die van anderen bij het
innemen van een standpunt (overstijgen egoïsme)
De eigen rol in een moreel standpunt moet op een of andere manier
verwisselbaar zijn met de rol van anderen (Dus, als je in een morele
situatie een beslissing neemt, zou je diezelfde beslissing ook moeten
kunnen rechtvaardigen als je in de rol van een ander persoon zou zitten.)
Ik mag mezelf niet anders behandelen dan de anderen
Een oordeel is dus pas moreel of ethisch als het een handelen uit
eigenbelang of egoïsme overstijgt
Voorbeeld: verdelen van een taart onder de aanwezige personen
Hoe ga je dat doen? Rekening houden met de principe van gelijkheid = in
gelijke stukken
Je kan ook zeggen degene die jarig is, krijgt een groter stuk (iedereen aan
tafel weet dan als ik jarig ben krijg ik ook een groter stuk en dit voldoet
aan de verwisselbaarheidsgedachte)
Het wordt problematisch als je enkel de grootste en de sterkste een groter
stuk geeft, dit is niet verwisselbaar
2. De rechtvaardigheidstheorieën
Binnen de normatieve ethiek worden drie grote stromingen onderscheiden:
consequentalisme, deontologie en de teleologische of deugdenethiek.
Consequentialisme Deontologie
Een handeling is goed als deze de best Een handeling is goed als deze
mogelijke gevolgen oplevert. (of de vertrekt vanuit de juiste intentie
minste schadelijke) (principe)
The greatest happiness for the ‘goede wil’ (morele plicht)
greatest number (niet de best
mogelijke gevolgen voor mezelf, maar Categorisch imperatief
gevolgen die in het belang zijn van
iedereen/ de grootste groep mensen) Kant
Bentham
Beide theorieën hebben sterktes en zwaktes, maar zijn beiden ethisch voldoen
aan verwisselbaarheidsgedachte.
Sterkte consequentialisme Sterkte deontologie
ASPECTEN
Een kwestie van vertrouwen = betrouwbaar zijn is fundamenteel voor goede
hulpverlening
Whose side do we choose (to be on)?
• Positie als Maatschappelijk assistent/Sociaal Werker
• Invulling van beroepsethiek (normatieve professionaliteit)
• Discretionaire ruimte
• Binnen dit OLOD standpunt over ‘het goede/het juiste’: geen code maar
een denkkader.
TEN GELEIDE
Deontologisch perspectief
De kern van dit boek is een deontologische beschouwing over privacy, discretie
en beroepsgeheim. We kiezen bewust voor een deontologische invalshoek omdat
die een kader biedt voor hoe we zouden moeten handelen.
Het boek wilt ons geen overzicht geven van de deontologische codes, maar willen
ethische reflectie en dialoog binnen sociaal-agogische beroepen stimuleren +
dieper ingaan op specifieke deontologische aspecten die centraal staan in
een vertrouwensrelatie en omgaan met vertrouwelijke gegevens.
- Professionals vallen onder een discretieplicht (minder dwingende, maar
richtinggevende bijv. vertrouwelijke informatie blijft binnen de organisatie)
- Als professional belangrijk om wet- en regelgeving te kennen + bewust
normerende kader beroep
- Het volgen van een regel/wet maakt je niet automatisch een ‘goed’ mens
- Wetten streven naar gelijkheid, maar in realiteit onrechtvaardig voor de
meest kwetsbaren in de samenleving
- Kijken vanuit een deontologisch perspectief houdt het risico in om
‘moraliserend’ te zijn
de opmerking geeft aan dat een deontologische benadering soms kan
leiden tot een star, veroordelend standpunt, dat niet altijd rekening houdt
met de context of de complexiteit van een ethisch dilemma.
Het bestaan van een regel impliceert geen pasklare oplossing die ons vertelt hoe
we moeten handelen. Wetten zijn algemeen en we moeten deze vertalen binnen
concrete contexten.
DEONTOLOGIE ALS DEEL VAN EEN BEROEPSETHIEK
Deontologie binnen normatieve ethiek. Een deontologische kijk = stelt de vraag
wat ‘goed’ is en als we juist handelen, dan handelen we ook goed. Hierdoor
filosofische discussie: onderscheid ‘juist’ en ‘goede’.
Een deontologische kijk is goed handelen volgens juiste regel. Een juiste
regel is gebaseerd op een principe waar we allemaal achter staan. Vanuit
deontologisch perspectief is de vraag naar het goede makkelijk te beantwoorden:
,het goede doen is je houden aan de regels, doen wat we zouden moeten
doen.
PROLOOG: HET GOEDE DOEN (ethiek)
Inherent aan professionalisering moeten we het ook hebben over ethiek.
Enerzijds de dingen goed doen (technische professionaliteit) en anderzijds ‘Doe ik
de goede dingen?’ wat men normatieve professionaliteit noemt.
Technische professionaliteit Normatieve professionaliteit
Doe ik de dingen goed? Doe ik de goede dingen?
Omgaan met technologische Ethische vragen stellen over (eigen)
ontwikkelingen, interventies: dragen ze bij en op welke
gespreksvaardigheden, kwalitatieve manier aan goed sociaal werk?
rapportage, omgaan met agressie, …
Opvattingen bespreekbaar maken en
Waarden waarvoor beroep staat? expliciteren
Pagina 235-240 handboek metafoor ‘professional als lantaarnpaal of
kampvuur van Kunneman’
Lantaarnpaal = staat voor de sociaal werker die de weg belicht die samen met
de client wordt bewandeld, om te zien naar waar men moet, waar er efficiënter
gewerkt kan worden. De lantaarnpaal wordt centraal aangestuurd door de
samenleving/maatschappij.
Kampvuur = toont autonomie of discretionaire ruimte, het hout in de
omgeving en de manier waarop de SW het kampvuur bouwt, bepaalt hoeveel
licht en warmte er is en hoelang het vuur zal branden. Kampvuur nodigt ook uit
om er samen rond te zitten, stimuleert verbinding en maakt verhaal mogelijk.
HET GOEDE DOEN (integer handelen)
Integrity is doing the right thing even if no one is watching (C.S. Lewis)
= Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf,
realiseer je dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar
gebracht). Als je een getuige nodig hebt, wees die dan zelf (Epictetus)
1. Moraal en ethiek
Autonoom (vs. heteronoom) het goede doen, Je hebt geen goedkeuring nodig van
een ander, je kan je eigen autonome keuzes maken.
Moraal: hoe weten we wat goed is?
= het geheel van waarden en normen die richting geven aan ons
handelen en zin geven aan wat we denken en doen. (vaak intuïtief
bepaald: we stellen ons niet voortdurend de vraag of we het goede doen
is onhaalbaar)
,Hoe weten we wat goed is? Pluralisme binnen samenleving
Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error
- Breder dan wetten en regels: invullingen van het goede
- Wetten als tijdelijke morele consensus – wetten kunnen onrechtvaardig zijn/
niet moreel zijn (zie natuurrecht en rechtspositivisme)
Onderscheid moraal – ethiek:
Moraal is intuïtief – scheidsrechter is ons geweten (of in de volksmond:
gezond verstand),
Beschrijvende ethiek is de studie van de morele overwegingen van
mensen,
Disciplines binnen de moderne ethiek:
Theoretische Bestaat uit meta en normatieve ethiek
ethiek
Meta ethiek Zoekt naar de fundamenten van de ethiek en bekijkt
het morele taalgebruik en het argumenteren
Normatieve Construeert theorieën waarbinnen morele problemen
ethiek kunnen behandeld worden
Toegepaste Bestudeert morele problemen op bepaalde domeinen
ethiek
Empirische Betreft disciplines zoals moraalsociologie en
ethiek psychologie, concrete waarden en normen worden
onderzocht die gelden in de samenleving/behoren tot
referentiekader van een persoon, er wordt gekeken
naar de sociologische of psychologische oorsprong,
veranderingen , oorzaken en impact.
Wie bepaald dat?
Bepalen we dat zelf? (als relationele en vrije individuen)
Als je weet wat goed is, kun je bijna niets anders doen (Aristoteles)
(geen leerstof)
Gedachte-experiment 1: de vriendelijke buurtmoordenaar met de bijl
Er loopt een man met een bijl, belt aan en wilt kinderen vermoorden, we vinden
niet liegen belangrijk (ik ga zeggen dat mijn kinderen er niet zijn omdat ik niet wil
dat ze vermoord worden), maar vullen dit in al naar gelang de context >
subjectieve moraal is wankele basis
Oplossing: deontologische code?
Deontologie als ethisch perspectief – ‘plichtenleer’ (in vb.: liegen is immoreel)
Gedachte-experiment 2: het trolley-probleem
Moreel dilemma
Geen oplossingen mogelijk bij een dilemma
Het is altijd een keuze, die niet perfect is
Er is geen goede keuze
, Als je niet doet rijdt de tram 5 mensen aan, als je wel iets doet dan is er
enkel 1 iemand dood
Bentham wilt zo veel mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen (dan wel
hendel trekken)
Kant zegt ja nee we gaan niet doden
1.1. DE VERWISSELBAARHEIDSGEDACHTE
De verwisselbaarheidsgedachte of principe van gelijkheid is de belangrijkste
toetssteen binnen de normatieve ethiek en bepaald of een theorie ethisch is.
Eigen belangen hebben niet meer waarde dan die van anderen bij het
innemen van een standpunt (overstijgen egoïsme)
De eigen rol in een moreel standpunt moet op een of andere manier
verwisselbaar zijn met de rol van anderen (Dus, als je in een morele
situatie een beslissing neemt, zou je diezelfde beslissing ook moeten
kunnen rechtvaardigen als je in de rol van een ander persoon zou zitten.)
Ik mag mezelf niet anders behandelen dan de anderen
Een oordeel is dus pas moreel of ethisch als het een handelen uit
eigenbelang of egoïsme overstijgt
Voorbeeld: verdelen van een taart onder de aanwezige personen
Hoe ga je dat doen? Rekening houden met de principe van gelijkheid = in
gelijke stukken
Je kan ook zeggen degene die jarig is, krijgt een groter stuk (iedereen aan
tafel weet dan als ik jarig ben krijg ik ook een groter stuk en dit voldoet
aan de verwisselbaarheidsgedachte)
Het wordt problematisch als je enkel de grootste en de sterkste een groter
stuk geeft, dit is niet verwisselbaar
2. De rechtvaardigheidstheorieën
Binnen de normatieve ethiek worden drie grote stromingen onderscheiden:
consequentalisme, deontologie en de teleologische of deugdenethiek.
Consequentialisme Deontologie
Een handeling is goed als deze de best Een handeling is goed als deze
mogelijke gevolgen oplevert. (of de vertrekt vanuit de juiste intentie
minste schadelijke) (principe)
The greatest happiness for the ‘goede wil’ (morele plicht)
greatest number (niet de best
mogelijke gevolgen voor mezelf, maar Categorisch imperatief
gevolgen die in het belang zijn van
iedereen/ de grootste groep mensen) Kant
Bentham
Beide theorieën hebben sterktes en zwaktes, maar zijn beiden ethisch voldoen
aan verwisselbaarheidsgedachte.
Sterkte consequentialisme Sterkte deontologie