SAMENVATTING ONTMOETINGEN MET JE BREIN
Thema 1: Evolutionaire psychologie
1. Evolutionaire psychologie
Evolutionaire psychologie
Gedragsbenadering
Definitie: “Een vakgebied binnen de psychologie dat zich richt op het
begrijpen van menselijk gedrag en mentale processen door
middel v/d lens van evolutionaire biologie”.
Evolutionaire biologie
= bestudeert hoe soorten ontstaan, veranderen en uitsterven doorheen de tijd.
Adaptatie = de verandering in een eigenschap of kenmerken van een organisme dat
ervoor zorgt dat het beter in staat is om zich aan te passen aan de omgeving.
vb. ijsbeer en bruine beer deze soorten hebben zich zo aangepast om meer
overlevingskansen te hebben en geven dit dan daar aan hun nakomelingen.
vb. kleur van vacht verandert
Adapties zijn dus kenmerken die zijn ontstaan omdat ze een voordeel boden in
een bepaalde omgeving.
Natuurlijke selectie = het proces waarbij individuen met gunstige genetische
kenmerken een grotere kans hebben om te overleven en zich voort te planten dan
individuen met minder gunstige kenmerken
Hierdoor worden deze erfelijke kenmerken vaker doorgegeven aan de volgende
generaties.
Genetische variatie = verwijst naar de verschillen in genetische samenstelling
(DNA) tussen individuen binnen een populatie.
Oorzaken zijn mutaties en seksuele voortplanting.
The theory of evolution (by natural selection)
Charles Darwin
Zag dat de snavel van verschillende gelijkaardige vogels anders waren en matchen
met het soort eten dat er op elk eiland beschikbaar was.
Daarvan kwam het idee dat deze soort zich overtijd heeft kunnen aanpassen aan zijn
omgeving om te overleven survival of the fittest
Primaten
Apen, mensapen en mensen stammen af van de primaten.
Gemeenschappelijk kenmerken:
- Relatief grote hersenen
- Vijfvingerige handen met opponeerbare duim dingen vastpakken
- Platte nagels, geen klauwen
- Recht vooruitkijkende ogen creëert dieptezicht
- Doorgaans één jong tegelijk
1
,2. De hoofdrolspelers
Homininen
= de evolutionaire lijn naar de moderne mens vanaf de afsplitsing van de
gemeenschappelijke voorouder van mensen, chimpansees en bonobo’s
2.1 Australopithecus afarensis (3,5 miljoen jaar geleden)
Voormens/ aapmens
Lucy
Kenmerken
- Ontwikkeling in mozaïekvorm = begon in heel het lichaam menselijke trekken te
hebben behalve in het gezicht.
- Kleine aapachtige schedel
Kwaliteiten
- Bipedaliteit = wandelt op 2 benen waardoor de handen vrij komen voor andere
dingen te doen.
- Handen vrij
Leefgebied: in beboste gebieden én savanne
2.2 Homo Habilis (2 miljoen jaar geleden)
Habilis = handig of bekwaam voor het eerst gereedschappen maken
Kenmerken
- Groter wordende hersenen in rond schedeldak (650cc)
- Kleinere tanden en oogkassen, minder ver uitstekende kaken
- Menselijke lichaamsproporties
Kwaliteiten
- Bewerkte stenen en gereedschappen pakt niet enkel wat hij vindt en kan
gebruiken maar gaat zaken ook echt bewerken om bv. iets scherpers te maken.
- Gebruik van gebarentaal en simpele stemsignalen (nog geen woorden)
Leefgebied: in beboste gebieden én savanne
2
,2.3 Homo erectus (1,8 miljoen jaar geleden)
Kenmerken
- Groot individu – grote fysieke kracht
- Laag voorhoofd, achterhoofd langgerecht
- Spectaculaire groei herseninhoud (1000cc)
- Stevige onderkaak, ontbrekende kin
Kwaliteiten
- Geavanceerde gereedschappen
- Uitvinding van het vuur ( heel belangrijk want zo konden ze vlees braden en
werd dat vlees zachter waardoor er minder nood is aan de stevige kaken
waardoor er dan meer plaats was voor het brein om te groeien)
- Gesproken taal
- Ontwikkeling jacht
- In staat tot conceptualisatie en planning
- Kleding en huttenbouw minder afhankelijk van het klimaat
- Opbouwen voedselvoorraden
Leefgebied: van bos naar vestiging tussen rotsen, grotten en primitieve hutten
- Soort die al in hoge mate in staat was zijn omgeving te
controleren kan zich aan de druk van de omgeving
onttrekken en de eigen anatomische beperkingen overwinnen
met de uitvindingen die men maakt.
Vervolg? Controle over omgeving wordt dus steeds groter en
groter
(Neanderthaler heeft op hetzelfde moment geleefd als de homo sapiens, maar we
stammen er niet van af (ER zijn wel mensen met hier DNA van in hun bloed)
2.4 Homo Neanderthalensis (400 duizend jaar geleden)
Kenmerken
- Schedelinhoud (2000cc) groter dan huidige mens!
- Grof gebouwd
- Laag voorhoofd
- Brede schouders
Kwaliteiten
- Verdere verfijning van werktuigen: snijwerktuigen, zaag, mes
- Variaties in soort: culturele etniciteiten ontstaan eerste rituelen ontstaan hier
- Sterke afhankelijkheid van jacht (ijstijd)
- Doelmatige hutten en vuurplaatsen
- Rituelen: lichaam beschilderen, gaten in tanden maken, begrafenissen
- Sterk niveau van sociale samenhang en ouderlijke zorg voor elkaar (empathie)
- Ontstaan van kunst: fluit met 3 gaten
Leefgebied: in grotten en overhangende rotsen
3
, 2.5 Homo Sapiens (300 duizend jaar geleden)
Kenmerken
- Grote schedelinhoud (1000 – 1400cc)
- Schedel relatief laag en langgerekt
- Kleinere wenkbrauwvallen
- Lichter gebouwde vorm – minder fysieke kracht
- Fijne oorstructuur gebouwd voor het waarnamen van de klanken van
gesproken taal
Kwaliteiten: (cognitieve vaardigheden zijn belangrijker geworden dan fysieke kracht)
- Complexe taal
- Verderzetting van cultuur en technologie
- Complexe sociale structuren
- Verfijnde jacht – en voedselverzamelingsstrategieën
3. Encephalisatie – quotiënt
Zoogdieren hebben sterk uiteenlopend lichaamsgewicht (konijn vs olifant)
Studie hersenvolume: rekening houden met deze lichaamsgrootte
Encephalisatie – quotiënt
= een maat voor hersengrootte afgeleid van de verhouding van het werkelijke
hersenvolume ten opzichte van het verwachte hersenvolume voor een dier met die
specifieke lichaamsgrootte.
Homo sapiens (wij mensen) hun hersenen zijn veel groter dan wat we zouden
verwachten o.b.v ons lichaamsgewicht.
EQ= 1: hersengrootte in overeenkomst met wat men verwacht op basis van
lichaamsgrootte.
EQ> 1: hersenen groter dan wat men verwacht op basis van lichaamsgrootte vb.
dolfijn, mens
EQ<1: hersenen kleiner dan verwacht op basis van
lichaamsgrootte vb. rat, mol
Neurofylogonese
= evolutie van het zenuwstelsel doorheen de evolutie, van de
vroegste stadia tot de geadvanceerde systemen die in moderne
dieren te vinden zijn.
Ons zenuwstelsel = product van miljoenen jaren evolutie
4
Thema 1: Evolutionaire psychologie
1. Evolutionaire psychologie
Evolutionaire psychologie
Gedragsbenadering
Definitie: “Een vakgebied binnen de psychologie dat zich richt op het
begrijpen van menselijk gedrag en mentale processen door
middel v/d lens van evolutionaire biologie”.
Evolutionaire biologie
= bestudeert hoe soorten ontstaan, veranderen en uitsterven doorheen de tijd.
Adaptatie = de verandering in een eigenschap of kenmerken van een organisme dat
ervoor zorgt dat het beter in staat is om zich aan te passen aan de omgeving.
vb. ijsbeer en bruine beer deze soorten hebben zich zo aangepast om meer
overlevingskansen te hebben en geven dit dan daar aan hun nakomelingen.
vb. kleur van vacht verandert
Adapties zijn dus kenmerken die zijn ontstaan omdat ze een voordeel boden in
een bepaalde omgeving.
Natuurlijke selectie = het proces waarbij individuen met gunstige genetische
kenmerken een grotere kans hebben om te overleven en zich voort te planten dan
individuen met minder gunstige kenmerken
Hierdoor worden deze erfelijke kenmerken vaker doorgegeven aan de volgende
generaties.
Genetische variatie = verwijst naar de verschillen in genetische samenstelling
(DNA) tussen individuen binnen een populatie.
Oorzaken zijn mutaties en seksuele voortplanting.
The theory of evolution (by natural selection)
Charles Darwin
Zag dat de snavel van verschillende gelijkaardige vogels anders waren en matchen
met het soort eten dat er op elk eiland beschikbaar was.
Daarvan kwam het idee dat deze soort zich overtijd heeft kunnen aanpassen aan zijn
omgeving om te overleven survival of the fittest
Primaten
Apen, mensapen en mensen stammen af van de primaten.
Gemeenschappelijk kenmerken:
- Relatief grote hersenen
- Vijfvingerige handen met opponeerbare duim dingen vastpakken
- Platte nagels, geen klauwen
- Recht vooruitkijkende ogen creëert dieptezicht
- Doorgaans één jong tegelijk
1
,2. De hoofdrolspelers
Homininen
= de evolutionaire lijn naar de moderne mens vanaf de afsplitsing van de
gemeenschappelijke voorouder van mensen, chimpansees en bonobo’s
2.1 Australopithecus afarensis (3,5 miljoen jaar geleden)
Voormens/ aapmens
Lucy
Kenmerken
- Ontwikkeling in mozaïekvorm = begon in heel het lichaam menselijke trekken te
hebben behalve in het gezicht.
- Kleine aapachtige schedel
Kwaliteiten
- Bipedaliteit = wandelt op 2 benen waardoor de handen vrij komen voor andere
dingen te doen.
- Handen vrij
Leefgebied: in beboste gebieden én savanne
2.2 Homo Habilis (2 miljoen jaar geleden)
Habilis = handig of bekwaam voor het eerst gereedschappen maken
Kenmerken
- Groter wordende hersenen in rond schedeldak (650cc)
- Kleinere tanden en oogkassen, minder ver uitstekende kaken
- Menselijke lichaamsproporties
Kwaliteiten
- Bewerkte stenen en gereedschappen pakt niet enkel wat hij vindt en kan
gebruiken maar gaat zaken ook echt bewerken om bv. iets scherpers te maken.
- Gebruik van gebarentaal en simpele stemsignalen (nog geen woorden)
Leefgebied: in beboste gebieden én savanne
2
,2.3 Homo erectus (1,8 miljoen jaar geleden)
Kenmerken
- Groot individu – grote fysieke kracht
- Laag voorhoofd, achterhoofd langgerecht
- Spectaculaire groei herseninhoud (1000cc)
- Stevige onderkaak, ontbrekende kin
Kwaliteiten
- Geavanceerde gereedschappen
- Uitvinding van het vuur ( heel belangrijk want zo konden ze vlees braden en
werd dat vlees zachter waardoor er minder nood is aan de stevige kaken
waardoor er dan meer plaats was voor het brein om te groeien)
- Gesproken taal
- Ontwikkeling jacht
- In staat tot conceptualisatie en planning
- Kleding en huttenbouw minder afhankelijk van het klimaat
- Opbouwen voedselvoorraden
Leefgebied: van bos naar vestiging tussen rotsen, grotten en primitieve hutten
- Soort die al in hoge mate in staat was zijn omgeving te
controleren kan zich aan de druk van de omgeving
onttrekken en de eigen anatomische beperkingen overwinnen
met de uitvindingen die men maakt.
Vervolg? Controle over omgeving wordt dus steeds groter en
groter
(Neanderthaler heeft op hetzelfde moment geleefd als de homo sapiens, maar we
stammen er niet van af (ER zijn wel mensen met hier DNA van in hun bloed)
2.4 Homo Neanderthalensis (400 duizend jaar geleden)
Kenmerken
- Schedelinhoud (2000cc) groter dan huidige mens!
- Grof gebouwd
- Laag voorhoofd
- Brede schouders
Kwaliteiten
- Verdere verfijning van werktuigen: snijwerktuigen, zaag, mes
- Variaties in soort: culturele etniciteiten ontstaan eerste rituelen ontstaan hier
- Sterke afhankelijkheid van jacht (ijstijd)
- Doelmatige hutten en vuurplaatsen
- Rituelen: lichaam beschilderen, gaten in tanden maken, begrafenissen
- Sterk niveau van sociale samenhang en ouderlijke zorg voor elkaar (empathie)
- Ontstaan van kunst: fluit met 3 gaten
Leefgebied: in grotten en overhangende rotsen
3
, 2.5 Homo Sapiens (300 duizend jaar geleden)
Kenmerken
- Grote schedelinhoud (1000 – 1400cc)
- Schedel relatief laag en langgerekt
- Kleinere wenkbrauwvallen
- Lichter gebouwde vorm – minder fysieke kracht
- Fijne oorstructuur gebouwd voor het waarnamen van de klanken van
gesproken taal
Kwaliteiten: (cognitieve vaardigheden zijn belangrijker geworden dan fysieke kracht)
- Complexe taal
- Verderzetting van cultuur en technologie
- Complexe sociale structuren
- Verfijnde jacht – en voedselverzamelingsstrategieën
3. Encephalisatie – quotiënt
Zoogdieren hebben sterk uiteenlopend lichaamsgewicht (konijn vs olifant)
Studie hersenvolume: rekening houden met deze lichaamsgrootte
Encephalisatie – quotiënt
= een maat voor hersengrootte afgeleid van de verhouding van het werkelijke
hersenvolume ten opzichte van het verwachte hersenvolume voor een dier met die
specifieke lichaamsgrootte.
Homo sapiens (wij mensen) hun hersenen zijn veel groter dan wat we zouden
verwachten o.b.v ons lichaamsgewicht.
EQ= 1: hersengrootte in overeenkomst met wat men verwacht op basis van
lichaamsgrootte.
EQ> 1: hersenen groter dan wat men verwacht op basis van lichaamsgrootte vb.
dolfijn, mens
EQ<1: hersenen kleiner dan verwacht op basis van
lichaamsgrootte vb. rat, mol
Neurofylogonese
= evolutie van het zenuwstelsel doorheen de evolutie, van de
vroegste stadia tot de geadvanceerde systemen die in moderne
dieren te vinden zijn.
Ons zenuwstelsel = product van miljoenen jaren evolutie
4