Elena Dams
JURIDISCHE ARGUMENTATIELEER
INLEIDING
JAL ALS SLEUTEL TOT TECHNISCHE EIGENHEID VAN HET RECHT
= verwoording, onderbouwing en overtuigingskracht van het recht
o Wat is een ‘goede’ redenering?
o Wat zijn overtuigende argumenten om mijn boodschap te onderbouwen?
o Wat zijn de spelregels voor een productief verloop van de discussie?
o Welke denkfouten bestaan er en hoe kunnen die mijn denken
manipuleren?
o (Wetgeving → wetgevingstechniek: buiten dit vak)
o Beleid: parlementaire handelingen, politieke communicatie
o Rechtspraak: conclusies, pleidooien, rechterlijke beslissingen
o Rechtsleer
o Beroepsleven algemeen (bv. bedrijven)
o Retorica en welsprekendheid: zeer lange traditie
JAL ALS LEER VAN HET REDENEREN EN (JURIDISCH) ARGUMENTEREN
Redeneren: aaneenschakeling van beweringen, waarbij één bewering
(=conclusie) wordt afgeleid uit één of meerdere andere beweringen
(=premisse(n))
o Binnen 1 persoon (monoloog)
↔argumenteren
o Wat is een ‘goede’ redenering
≠ waarheidsgetrouw
Geldig redeneren: zuiver formeel criterium, geldig afleiden van
conclusie uit premissen
Premissen moeten niet op waarheid gebaseerd zijn om een
geldige redenering op te bouwen
Argumenteren: gericht op overtuigen
o Tussen minstens 2 personen (dialoog)
o Wat is een ‘goed’ argument
≠ absoluut waarheidsgehalte
≠ geldig: geen vaststaand criterium voor een ‘geldig’ argument
Deugdelijk argumenteren: argumenten die voldoen aan bepaalde
kwaliteitseisen
Redenering ≠ argumentatie
o Redeneringen = geldig of ongeldig
o Argumentaties = deugdelijk of ondeugdelijk
Geldige redenering vormt idealiter de basis voor deugdelijk
argument
Geldig redeneren ≠ juist redeneren
1
, Elena Dams
Juridisch argumenteren is de kerntaak van elke jurist
o Argumenteren in een specifieke context met eigen regels, gebruiken en
vakterminologie
BELANG VAN JAL
Argumentatie wordt recht
o Recht codificeert en stuurt de werkelijkheid
Inzicht in eigenheid juridisch argumenteren: sleutel tot eigenheid recht
BEPERKINGEN VAN JAL
Beperkt tot techniek (geeft geen inhoud aan)
Inhoud argumenten bepaald door:
o Rechtsregels (in brede zin)
Relativiteit van recht
o Concrete aanwending van het recht en belangen achter het recht
Maatschappelijke context
Belangen en waarden opdrachtgever
Belangen en waarden jurist
Positionaliteit jurist
Taalvaardigheid- en beheersing
JAL EN AI
Links: structuur huidige
advocatenkantoren
Juniors kosten heel veel geld
Doorsnee advocatenkantoor
Rechts: nieuw model – voorspelling
Top blijft hetzelfde
Middenlaag veel smaller
Kleinere werk goedkoper laten
uitvoeren
2
, Elena Dams
deel 1: redeneren
1. COGNITIEVE ACHTERGROND
1.1 DE MENS ALS DIER MET STERKE COGNITIEVE CAPACITEITEN
cognitieve capaciteiten < evolutionaire wortels
Theorie: drievuldig brein (triune brain)
1. Oudste laag: reptielachtig brein
Stuurt rigide, obsessief, compulsief en paranoïde
gedrag
Grote gelijkenissen met primitieve dierensoorten
2. Tweede laag: oude zoogdieren (limbische brein)
Emoties, drijfveren en motivatie,
kennisverwerving, tijdsbesef, geheugen, geur
Gedeeld met andere, meer ontwikkelde,
zoogdieren
alles in emotioneel systeem = aangenaam of
onaangenaam
3. Nieuwste laag: recente zoogdierenbrein (neopallium)
Bijzondere cognitieve functies
vb. inventiviteit en abstract
redeneervermogen
typerend voor mensen (creativiteit,..)
! opgepast ! ‘triune brain’ is niet
wetenschappelijk nauwkeurig
Voordeel van deze theorie: kader voor menselijke onredelijkheid
o Mensen en dieren verschillen niet veel qua cognitieve capaciteiten, soms
zijn dieren zelfs veel verstandiger
o Humans (echte mensen) VS Econs (zuiver rationele actoren)
Visie van mens als Econs zeer prominent aanwezig in wetenschap
Realiteit: meerdere beïnvloedingen
Mensen denken graag dat ze rationeel zijn, maar zijn eigenlijk
“nearly human”
Fundamentele gevolgen voor hoe mensen in dialoog gaan
o Idee mens als rationele actor = zeer invloedrijk (geweest) in recht (vb
contractenrecht)
Gevolgen van evolutionaire wortels van menselijk redeneren
o Manipuleerbaarheid (“nudging”)
3
, Elena Dams
Mensen zijn manipuleerbaar
Maakt groot deel uit van de maatschappij (vb. reclame)
Ook ten goede
Impulsen die mensen hebben aanzetten om hun de juiste
keuzes te laten maken
1.2 SYSTEEM 1- EN SYSTEEM 2-DENKEN
Wat bepaalt ons gedrag?
Onderscheid tussen Systeem 1- en Systeem 2-denken
o Systeem 1
Snel, intuïtief
Automatische piloot
Stuurt meeste van onze handelingen
o Systeem 2
Traag, rationeel, analytisch denken
Enkel bewust te activeren
Niet op impulsen handelen
Vraagt enige (cognitieve) inspanning
o ! Systeem 1 is niet hetzelfde als emotie / Systeem 2 is niet hetzelfde als
rede !
De overgang van Systeem 2 naar Systeem 1
o Inslijting worden dingen automatisch (de rol van ervaring)
Cognitief zeer belastend automatische piloot
o Keerzijde: “curse of knowledge” – Steven Pinker
Als kennis vanzelfsprekend is , is het ook moeilijker om over te
dragen
Vb. je kind leren schakelen
Onze cognitieve vaardigheden zijn al millennia ongewijzigd
De behoefte om complexere redeneertaken uit te voeren is gestegen
o Opletten!
Systeem 1 heeft neiging om willekeurige info te verweven tot één
coherent verhaal (mensen nemen niet de tijd om echt na te denken)
Complottheorieën
Parallel met GenAI: hallucinaties
o Kritisch nadenken
Systeem 2 activeren
JAL: training in herkennen en vermijden van redeneerfouten
1.3 HET BREIN ALS VERBANDENLEGGENDE MACHINE
4
JURIDISCHE ARGUMENTATIELEER
INLEIDING
JAL ALS SLEUTEL TOT TECHNISCHE EIGENHEID VAN HET RECHT
= verwoording, onderbouwing en overtuigingskracht van het recht
o Wat is een ‘goede’ redenering?
o Wat zijn overtuigende argumenten om mijn boodschap te onderbouwen?
o Wat zijn de spelregels voor een productief verloop van de discussie?
o Welke denkfouten bestaan er en hoe kunnen die mijn denken
manipuleren?
o (Wetgeving → wetgevingstechniek: buiten dit vak)
o Beleid: parlementaire handelingen, politieke communicatie
o Rechtspraak: conclusies, pleidooien, rechterlijke beslissingen
o Rechtsleer
o Beroepsleven algemeen (bv. bedrijven)
o Retorica en welsprekendheid: zeer lange traditie
JAL ALS LEER VAN HET REDENEREN EN (JURIDISCH) ARGUMENTEREN
Redeneren: aaneenschakeling van beweringen, waarbij één bewering
(=conclusie) wordt afgeleid uit één of meerdere andere beweringen
(=premisse(n))
o Binnen 1 persoon (monoloog)
↔argumenteren
o Wat is een ‘goede’ redenering
≠ waarheidsgetrouw
Geldig redeneren: zuiver formeel criterium, geldig afleiden van
conclusie uit premissen
Premissen moeten niet op waarheid gebaseerd zijn om een
geldige redenering op te bouwen
Argumenteren: gericht op overtuigen
o Tussen minstens 2 personen (dialoog)
o Wat is een ‘goed’ argument
≠ absoluut waarheidsgehalte
≠ geldig: geen vaststaand criterium voor een ‘geldig’ argument
Deugdelijk argumenteren: argumenten die voldoen aan bepaalde
kwaliteitseisen
Redenering ≠ argumentatie
o Redeneringen = geldig of ongeldig
o Argumentaties = deugdelijk of ondeugdelijk
Geldige redenering vormt idealiter de basis voor deugdelijk
argument
Geldig redeneren ≠ juist redeneren
1
, Elena Dams
Juridisch argumenteren is de kerntaak van elke jurist
o Argumenteren in een specifieke context met eigen regels, gebruiken en
vakterminologie
BELANG VAN JAL
Argumentatie wordt recht
o Recht codificeert en stuurt de werkelijkheid
Inzicht in eigenheid juridisch argumenteren: sleutel tot eigenheid recht
BEPERKINGEN VAN JAL
Beperkt tot techniek (geeft geen inhoud aan)
Inhoud argumenten bepaald door:
o Rechtsregels (in brede zin)
Relativiteit van recht
o Concrete aanwending van het recht en belangen achter het recht
Maatschappelijke context
Belangen en waarden opdrachtgever
Belangen en waarden jurist
Positionaliteit jurist
Taalvaardigheid- en beheersing
JAL EN AI
Links: structuur huidige
advocatenkantoren
Juniors kosten heel veel geld
Doorsnee advocatenkantoor
Rechts: nieuw model – voorspelling
Top blijft hetzelfde
Middenlaag veel smaller
Kleinere werk goedkoper laten
uitvoeren
2
, Elena Dams
deel 1: redeneren
1. COGNITIEVE ACHTERGROND
1.1 DE MENS ALS DIER MET STERKE COGNITIEVE CAPACITEITEN
cognitieve capaciteiten < evolutionaire wortels
Theorie: drievuldig brein (triune brain)
1. Oudste laag: reptielachtig brein
Stuurt rigide, obsessief, compulsief en paranoïde
gedrag
Grote gelijkenissen met primitieve dierensoorten
2. Tweede laag: oude zoogdieren (limbische brein)
Emoties, drijfveren en motivatie,
kennisverwerving, tijdsbesef, geheugen, geur
Gedeeld met andere, meer ontwikkelde,
zoogdieren
alles in emotioneel systeem = aangenaam of
onaangenaam
3. Nieuwste laag: recente zoogdierenbrein (neopallium)
Bijzondere cognitieve functies
vb. inventiviteit en abstract
redeneervermogen
typerend voor mensen (creativiteit,..)
! opgepast ! ‘triune brain’ is niet
wetenschappelijk nauwkeurig
Voordeel van deze theorie: kader voor menselijke onredelijkheid
o Mensen en dieren verschillen niet veel qua cognitieve capaciteiten, soms
zijn dieren zelfs veel verstandiger
o Humans (echte mensen) VS Econs (zuiver rationele actoren)
Visie van mens als Econs zeer prominent aanwezig in wetenschap
Realiteit: meerdere beïnvloedingen
Mensen denken graag dat ze rationeel zijn, maar zijn eigenlijk
“nearly human”
Fundamentele gevolgen voor hoe mensen in dialoog gaan
o Idee mens als rationele actor = zeer invloedrijk (geweest) in recht (vb
contractenrecht)
Gevolgen van evolutionaire wortels van menselijk redeneren
o Manipuleerbaarheid (“nudging”)
3
, Elena Dams
Mensen zijn manipuleerbaar
Maakt groot deel uit van de maatschappij (vb. reclame)
Ook ten goede
Impulsen die mensen hebben aanzetten om hun de juiste
keuzes te laten maken
1.2 SYSTEEM 1- EN SYSTEEM 2-DENKEN
Wat bepaalt ons gedrag?
Onderscheid tussen Systeem 1- en Systeem 2-denken
o Systeem 1
Snel, intuïtief
Automatische piloot
Stuurt meeste van onze handelingen
o Systeem 2
Traag, rationeel, analytisch denken
Enkel bewust te activeren
Niet op impulsen handelen
Vraagt enige (cognitieve) inspanning
o ! Systeem 1 is niet hetzelfde als emotie / Systeem 2 is niet hetzelfde als
rede !
De overgang van Systeem 2 naar Systeem 1
o Inslijting worden dingen automatisch (de rol van ervaring)
Cognitief zeer belastend automatische piloot
o Keerzijde: “curse of knowledge” – Steven Pinker
Als kennis vanzelfsprekend is , is het ook moeilijker om over te
dragen
Vb. je kind leren schakelen
Onze cognitieve vaardigheden zijn al millennia ongewijzigd
De behoefte om complexere redeneertaken uit te voeren is gestegen
o Opletten!
Systeem 1 heeft neiging om willekeurige info te verweven tot één
coherent verhaal (mensen nemen niet de tijd om echt na te denken)
Complottheorieën
Parallel met GenAI: hallucinaties
o Kritisch nadenken
Systeem 2 activeren
JAL: training in herkennen en vermijden van redeneerfouten
1.3 HET BREIN ALS VERBANDENLEGGENDE MACHINE
4