2025
Opdracht 1 (10 punten)
Bart en Judith zijn niet rijk. Tot de huwelijksgemeenschap van Bart en Judith
behoren aandelen in BV Y die door Bart is opgericht en aandelen in BV X die door
Judith is opgericht. Bart en Judith hebben besloten het rustiger aan te gaan doen
en zijn daarom ieder afzonderlijk in gesprek met overnemende partijen. In januari
2024 verkoopt en levert Bart zijn aandelen in BV Y. Medio mei 2025 komen Judith
en een overnemende partij tot overeenstemming over de prijs en de nadere
voorwaarden van de overname van de aandelen in BV X. Eind mei 2025 dient
Bart een verzoek tot echtscheiding in. Medio juli 2025 staat de levering van de
aandelen in de BV X gepland. De echtscheiding zal dan nog niet afgerond zijn.
a. Is Judith zelfstandig bevoegd tot het verrichten van bovengemelde
rechtshandelingen? (6 punten)
Judith:
- Koopovereenkomst:
Is een obligatoire overeenkomst. Judith is daartoe zelfstandig
bevoegd. 1 pt
- Levering van de aandelen in BV X:
De huwelijksgemeenschap waartoe de aandelen in BV X behoren is
ex art. 1:99 lid 1 sub b BW ontbonden. Daardoor komt de
bestuursregeling ex Boek 1 BW te vervallen.
1 pt
Door de ontbinding is sprake van een bijzondere gemeenschap
van titel 7 (afdeling 2) boek 3 BW. Bij gebrek aan een regeling
inzake beschikkingsbevoegdheid t.a.v. het gehele goed (de
aandelen) in afdeling 2 titel 7 Boek 3 BW dient gekeken te worden
naar afdeling 1 titel 7 Boek 3 BW (algemene bepalingen).
2 pt
De deelgenoten (Judith en Bart) zijn conform art. 3:170 lid 3 BW
uitsluitend gezamenlijk bevoegd te handelen. Judith is dus niet
zelfstandig bevoegd om de akte van levering te ondertekenen.
2 pt
, Vervolg casus
Bart heeft direct na de verkoop en levering van de aandelen in BV Y van de
verkoopopbrengst een geldbedrag van € 100.000 geschonken aan een goed doel.
Judith komt hier pas achter nadat de echtscheiding definitief is geworden.
b. Kan Judith met behulp van het huwelijksvermogensrecht hier nog iets
tegen ondernemen? Licht uw antwoord toe. (4 punten)
Art. 1:88 lid 1 sub b BW: een echtgenoot behoeft de toestemming voor
giften, met uitzondering van de gebruikelijke, niet bovenmatige.
Huwelijk is nog in stand dus art. 1:88 BW is nog van toepassing.
2 pt
Aannemelijk is dat een schenking van € 100.000 aan een goed
doelinstelling aangemerkt kan worden als een niet-gebruikelijke en
bovenmatige gift. 1 pt
Judith kan in dat geval, ondanks dat de echtscheiding al definitief is, de
rechtshandeling vernietigen ex art. 1:89 lid 1 jo lid 3 BW, mits binnen
drie jaar (art. 3:52 BW) nadat haar de gift ter kennis is gekomen.
1 pt
Ten overvloede Bart was bestuursbevoegd o.g.v. art. 1:90 lid 1 jo 1:97
lid 1.
Opdracht 2 (11 punten)
Luka en Filip zijn op 1 februari 2015 gehuwd met huwelijkse voorwaarden
inhoudende uitsluiting van iedere gemeenschap van goederen en met een
periodiek verrekenbeding. Onder het te verrekenen inkomen valt blijkens de
huwelijkse voorwaarden ‘alle inkomsten uit arbeid’.
Luka heeft op 1 februari 2010 een woning in eigendom verkregen. De koopsom
van € 350.000 heeft hij gelijktijdig en volledig gefinancierd door middel van een
hypothecaire geldlening. Elk jaar lost Luka € 10.000 van zijn salaris op deze
lening af. Op 1 februari 2025 dienen Luka en Filip een gezamenlijk verzoek tot
echtscheiding in. De waarde van de woning is dan € 700.000.
Filip vraagt zich af of hij nog iets te vorderen heeft uit hoofde van het periodiek
verrekenbeding. Wat is uw antwoord hierop indien blijkt dat Luka en Filip nooit
uitvoering hebben gegeven aan hun periodiek verrekenbeding? Motiveer uw