VOCABULAIRE MODULE 1:
Substantifs
Un marché locatif Een huurmarkt
Une taille Een grootte
Une charge Een kost
Een last
Le gaspillage alimentaire (gaspiller) De voedselverspilling
Un allié Een bondgenoot
Un avancement (avancer) Een voortgang
Une date de péremption Een vervaldatum
Une dépense Een uitgave
Une gestion (gérer) Een beheer
Une notification Een melding
Une pote Een vriend
Une répartition Een verdeling
Une annonce Een zoekertje
Een vacature
Un boulot Een job
Een baan
Une cotisation Een bijdrage
Een premie
L’enseignement supérieur Het hoger onderwijs
Un étudiant jobiste Een jobstudent
Un loyer Een huur
Une mise en concurrence Met elkaar laten concurreren
Une offre Een aanbod
Une offre d’emploi Een jobaanbod
Une sortie Een uitje
Une vente en détail Een detailhandel
La vaiselle De afwas
Le ménage Het huishouden
Verbes
Avoisiner Grenzen aan
Ongeveer
Circa
Comporter Bevatten
Omvatten
Dépasser Overschrijden
Privilégier Voorrang geven aan
Verkiezen
S’embarquer Aan boord gaan
Betrokken te raken
Se pencher sur Kijken naar
Zich buigen over
Emménager Intrekken
Sembler Lijken
Signer un contrat Een contract ondertekenen
Etablir un règlement domestique Een huishoudelijk reglement opstellen
Répartir Verdelen
S’entraider Elkaar helpen
, être submergé Overweldigd zijn
Affiner Verfijnen
(se faire) Gronder (zich laten) berispen
Surveiller Bewaken
Télécharger Downloaden
Appartenir à Behoren tot
Consacrer Wijden aan
Déplorer Betreuren
Embaucher Aannemen
Financer Financieren
Parvenir à Bereiken
Rater Missen
Mislopen
Réduire Verminderen
S’accorder avec Overeenkomen met
Epargner Sparen
Dépenser Uitgeven
Me lever Opstaan
Wakker worden
Faire des courses Boodschappen doen
Rentrer chez moi Naar huis gaan
Adjectifs
Décisif (décider) Beslissend
Négligeable Verwaarloosbaar
Spacieux Ruim
Tendu Gespannen
Alimentaire Voedsel-
Efficace Doeltreffend
Fatidique Noodlottig
Invendu Niet verkocht
Intenable Onhoudbaar
Non-marchand Non-profit
Expressions
être en plein boom Aan het floreren
être en plein essor In volle groei zijn
Tirer des enseignements Lessen trekken uit
Inzichten krijgen
Proverbes
Brader à bas prix Tegen lage prijzen verkopen
Mettre la main à la pâte De handen uit de mouwen steken
Passer en silencieux In stille modus zetten
Péter un câble Gek worden
Substantifs
Un marché locatif Een huurmarkt
Une taille Een grootte
Une charge Een kost
Een last
Le gaspillage alimentaire (gaspiller) De voedselverspilling
Un allié Een bondgenoot
Un avancement (avancer) Een voortgang
Une date de péremption Een vervaldatum
Une dépense Een uitgave
Une gestion (gérer) Een beheer
Une notification Een melding
Une pote Een vriend
Une répartition Een verdeling
Une annonce Een zoekertje
Een vacature
Un boulot Een job
Een baan
Une cotisation Een bijdrage
Een premie
L’enseignement supérieur Het hoger onderwijs
Un étudiant jobiste Een jobstudent
Un loyer Een huur
Une mise en concurrence Met elkaar laten concurreren
Une offre Een aanbod
Une offre d’emploi Een jobaanbod
Une sortie Een uitje
Une vente en détail Een detailhandel
La vaiselle De afwas
Le ménage Het huishouden
Verbes
Avoisiner Grenzen aan
Ongeveer
Circa
Comporter Bevatten
Omvatten
Dépasser Overschrijden
Privilégier Voorrang geven aan
Verkiezen
S’embarquer Aan boord gaan
Betrokken te raken
Se pencher sur Kijken naar
Zich buigen over
Emménager Intrekken
Sembler Lijken
Signer un contrat Een contract ondertekenen
Etablir un règlement domestique Een huishoudelijk reglement opstellen
Répartir Verdelen
S’entraider Elkaar helpen
, être submergé Overweldigd zijn
Affiner Verfijnen
(se faire) Gronder (zich laten) berispen
Surveiller Bewaken
Télécharger Downloaden
Appartenir à Behoren tot
Consacrer Wijden aan
Déplorer Betreuren
Embaucher Aannemen
Financer Financieren
Parvenir à Bereiken
Rater Missen
Mislopen
Réduire Verminderen
S’accorder avec Overeenkomen met
Epargner Sparen
Dépenser Uitgeven
Me lever Opstaan
Wakker worden
Faire des courses Boodschappen doen
Rentrer chez moi Naar huis gaan
Adjectifs
Décisif (décider) Beslissend
Négligeable Verwaarloosbaar
Spacieux Ruim
Tendu Gespannen
Alimentaire Voedsel-
Efficace Doeltreffend
Fatidique Noodlottig
Invendu Niet verkocht
Intenable Onhoudbaar
Non-marchand Non-profit
Expressions
être en plein boom Aan het floreren
être en plein essor In volle groei zijn
Tirer des enseignements Lessen trekken uit
Inzichten krijgen
Proverbes
Brader à bas prix Tegen lage prijzen verkopen
Mettre la main à la pâte De handen uit de mouwen steken
Passer en silencieux In stille modus zetten
Péter un câble Gek worden