Hoofdstuk 1 → organisatiewijs
Organisatie = een samenwerking tussen mensen (met middelen) die doelgericht is en blijvend
(anders is het een project)
Dus de 4 elementen van een organisatie: mensen (meer dan 2 werknemers), samenwerking,
middelen en doelgericht.
Bedrijf = een organisatie die goederen of diensten levert voor een afzetmarkt (in een
maatschappelijke behoefte voorziet)
Onderneming = een bedrijf met winstoogmerk (commercieel)
Organisatie: profit → Non-profit
Output: product→Dienst
Soorten diensten: juridische diensten (als kernactiviteit) → Diensten met een juridisch aspect
(organisaties met andere kernactiviteiten)
Profit = gericht op het maken van winst
Non-profit = niet gericht op het maken van winst
Het juridisch loket en het Rijksmuseum worden wel tot de non-profitsector gerekend. De term
non-profit wordt in de praktijk namelijk meestal alleen gebruikt voor organisaties die en geen
winstoogmerk hebben en niet tot de centrale of decentrale overheid behoren.
Bedrijfsprocessen
Het proces van invoer, transformatie en uitvoer.
,Dit model toont de wisselwerking tussen verschillende belangrijke aspecten van een organisatie.
Strategy: doelstellingen van een organisatie en de wegen waarlangs de organisatie deze tracht
te bereiken. Dus de plannen en acties die de organisatie onderneemt om haar doelen te
bereiken. HARD
Structure: organisatiestructuur, hoe is het bedrijf ingericht? Wie is waar verantwoordelijk voor?
HARD
Shared values: geheel van gedeelde opvattingen, gemeenschappelijke waarden en normen.
ZACHT
Systems: procedures en informatiesystemen, welke processen en taken zijn er nodig om de
producten of diensten te kunnen leveren. HARD
Skills: kerncompetenties en (sleutel)vaardigheden die in de organisatie beschikbaar zijn. ZACHT
Style: de managementstijl(en) die binnen de organisatie worden gehanteerd. Is de stijl
leidinggeven top-down of bottom-up. Is de sfeer binnen het bedrijf informeel, formeel of
hiërarchisch, ofwel de manier van leidinggeven. ZACHT
Staff: personeelsmanagement (vaardigheden van personeel) → HRM ZACHT
,Het model wordt door managers of externe auditors gebruikt om de organisatie te evalueren,
ontwikkelen en te sturen, met als doel de samenhang en prestaties van de integrale
bedrijfsvoering continu te verbeteren.
De linkerkant toont alle belangrijke aspecten van een organisatie die nodig zijn om resultaten te
bereiken: leiderschap, strategie en beleid, management van medewerkers, middelen en
processen.
De rechterkant laat zien dat het, om een genuanceerd beeld te krijgen van het ‘succes’ van een
organisatie, goed is om alle groepen in acht te nemen die bij de organisatie een duidelijke belang
hebben (stakeholders). Dat zijn niet alleen de klanten van een organisatie, maar ook
samenwerkingspartners, de bestuurders en financiers (bijv. de aandeelhouders), de
medewerkers en zelfs de maatschappij. Het model wordt door managers of externe auditors
gebruikt om de organisatie te evalueren, ontwikkelen en te sturen, met als doel de samenhang
en prestaties van de integrale bedrijfsvoering continu te verbeteren.
Verbeteren en vernieuwen
Het tiende aandachtsgebied is de feedbackloop. Het reflecteren op de resultaten uit de
aandachtsgebieden staat hier centraal. Bij de reflectie staat centraal of en in hoeverre de
organisatie leert van de ervaringen en behaalde prestaties, en naar nieuwe mogelijkheden zoekt
om de doelen te behalen. Plan-do-Check-Act cyclus.
INK → Instituut Nederlandse Kwaliteit
Net zoals in het INK-model besteedt het 7S-model zowel aandacht aan meer ‘harde’ aspecten
van een organisatie (zoals de organisatiestructuur en de gebruikte systemen), als aan meer
‘zachte’ aspecten (zoals de stijl van management en de gedeelde waarden van de organisatie, de
zogenaamde shared values).
, Legal management (wetenschap)= organisatiekunde, toegepast op het functioneren van
juridisch professionals en juridische organisaties.
Organisatie: juridische organisaties en niet-juridische organisaties
Niet-juridische organisaties hebben andere kernactiviteiten
Juridische organisaties met als kernactiviteit juridische dienstverlening: klassiek juridisch en niet
klassiek- juridisch
Klassiek juridisch = advocatenkantoren, notariskantoren, deurwaarders, rechtbanken en het
Openbaar Ministerie
Niet klassiek-juridisch = rechtsbijstandsverzekeraars, rechtswinkels, juridisch loket, juridisch
adviesbureaus ect.
Neem het onderscheid tussen juridisch en niet-juridisch niet te letterlijk, want sommige
organisaties zijn eerder mengvormen. Zoals de Belastingdienst.
Binnen juridische organisatie valt ook nog onderscheid te maken:
1. Juridische organisaties met als kernactiviteit juridische dienstverlening, die zijn gericht
op het verlenen van rechtsbijstand of juridisch advies. Zoals
rechtsbijstandsverzekeraars, rechtswinkels, juridisch loket, adviesbureaus,
advocatenkantoren, notariskantoren en gerechtsdeurwaarders. Deze zijn doorgaans
partijdig.
2. OF ze zijn geschil beslechtend, zoals rechtbanken, gerechtshoven,
geschillencommissie, klachteninstituten, arbitrage-instituten of het Openbaar
Ministerie. Voor deze categorie geldt onpartijdig.
Centrale overheid = eerste en de tweede kamer, ministeries, ministeriële diensten
(Belastingdienst), zelfstandige bestuursorganen en de openbare lichamen voor beroep.
Decentrale overheid = provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen en de
waterschappen