Sociologie
Hoofdstuk 9: Levenslang leren om in het gareel te lopen? Over socialisati e en sociale
controle, conformisme en devianti e en gezag
Cultuurpatroon= samenhangend geheel van waarden, normen, verwachtingen en doeleinden dat
door de leden van een samenlevingsverband aangeleerd en doorgegeven wordt = socialisatie
Via socialisatieproces krijgen we allerlei opvattingen (waarden, normen, doelstellingen en
verwachtingen) mee, die ons handelen sturen en die vorm krijgen in rollen die we vervullen.
Socialisatieprocessen zorgen ervoor dat nieuwkomers zich aanpassen aan de waarden en normen
van die groep, ze continueren haar stereotypes, sociale ongelijkheden en tegenstellingen.
1. Cultuur wordt aangeleerd
We hebben gebrek aan ‘eerste’ natuur (instincten en natuurlijke verdedigingsmiddelen), nature ->
aangeboren
We compenseren door de ‘tweede’ natuur: cultuur of nurture -> we leren dit aan
Cultuuroverdracht = het aanleren van cultuurpatroon, het doorgeven van opvattingen
(waarden en normen, doelstellingen en verwachtingen) aan anderen
2 vormen van cultuuroverdracht:
1. Acculturatie
Macrosociologisch niveau
Van cultuur naar cultuur/ van sociale eenheid naar sociale eenheid/ van groep naar
groep
Tussen grotere sociale gehelen -> zoals tussen sociale categorieën (generaties),
collectiviteiten (sociale klassen) en gemeenschappen
Voorbeelden:
o Verburgerlijking van arbeidsklasse waarbij elementen, uit burgerlijke cultuur
worden overgedragen naar arbeidersklasse
o Verstedelijking waardoor typische stedelijke opvattingen gangbaar worden
op het platteland
o Als trend ontstaat in de stad gaat het naar het platteland
o Dingen overnemen van je grootouders
o Civilisatieproces
, 2. Socialisatie of enculturatie
Microsociologisch
Van groep naar individu
Prosessen waarbij de nieuwkomers het cultuurpatroon in een groep aanleren
Voorbeelden nieuwkomers: pasgeborenen, immigranten, nieuw personeel, nieuw
lid van vereniging
Deze overdracht is nodig om aan sociale verkeer in samenlevingsverband deel te
nemen en daarin bij te horen, functioneren en het voortbestaan
2. De januskop (dubbele functie) van socialisatie
Als kinderen niet worden gesocialiseerd blijven ze er heel hun leven last van hebben
- Genie (opgevoed door wolven -> enfants sauvages/wolfskinderen)
- Victor van Aveyron
Mens-zijn is dus geen louter biologische aangelegenheid, maar (ook) een sociaal-culturele
verworvenheid
- Als pasgeborene ben je ook volledig afhankelijk van je omgeving voor je basisbehoeften
Nieuwkomers komen in sociale werkelijkheid die al bestond voor hen, die werkelijkheid dringt zich
aan hen op via sociale feiten (bv: kind wordt geboren in familie die al eigen structuur en manier van
functioneren had, die al in een bepaalde buurt woonde, …)
Socialisatie:
Is proces dat zorgt voor het voortbestaan van een sociale orde
en tot voorspelbaarheid van het sociaal handelen
leert aan wat gewenst/ongewenst in bepaalde sociale situatie
‘Culturele kloof’ - Inburgering
, Socialisatie: functies
Socialisatie beperkt en versterkt, het disciplineert en het emancipeert
Nieuwkomers kunnen zonder informatie over de heersende waarden, de taal, de folkways, de
alledaagse omgangsvormen niet volwaardig deelnemen aan belangrijke instituties
Cultuur- en omgangspatronen worden verinnerlijkt, zodat de individuen ze ervaren als iets
van henzelf (internalisatie).
Geïnstitutionaliseerde waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen worden een
vanzelfsprekend deel van de persoonlijkheid.
Socialisatie is geen totalitair gebeuren: het bepaald niet alles, er zijn ook nog invloeden van
buitenaf
3. Primaire, secundaire en tertiaire socialisatie
Primaire socialisatie:
Primaire groepen: (kern)gezin, peergroups
Gebeurt informeel: vanzelfsprekend, onbewust, tijdens dagelijkse bezigheden
Het ‘aan den lijve’ leren van de opvattingen van de omringende samenlevingsverbanden
Je wordt voor het eerst gesocialiseerd door je gezin en je vrienden -> je vergelijkt jezelf met
anderen en leert anderen begrijpen
Ontdekking van anders zijn kan leiden tot crisissen (geen papa hebben, behoren tot etnische
minderheid, …)
Basishabitus – ‘sociale huid’
Hoofdstuk 9: Levenslang leren om in het gareel te lopen? Over socialisati e en sociale
controle, conformisme en devianti e en gezag
Cultuurpatroon= samenhangend geheel van waarden, normen, verwachtingen en doeleinden dat
door de leden van een samenlevingsverband aangeleerd en doorgegeven wordt = socialisatie
Via socialisatieproces krijgen we allerlei opvattingen (waarden, normen, doelstellingen en
verwachtingen) mee, die ons handelen sturen en die vorm krijgen in rollen die we vervullen.
Socialisatieprocessen zorgen ervoor dat nieuwkomers zich aanpassen aan de waarden en normen
van die groep, ze continueren haar stereotypes, sociale ongelijkheden en tegenstellingen.
1. Cultuur wordt aangeleerd
We hebben gebrek aan ‘eerste’ natuur (instincten en natuurlijke verdedigingsmiddelen), nature ->
aangeboren
We compenseren door de ‘tweede’ natuur: cultuur of nurture -> we leren dit aan
Cultuuroverdracht = het aanleren van cultuurpatroon, het doorgeven van opvattingen
(waarden en normen, doelstellingen en verwachtingen) aan anderen
2 vormen van cultuuroverdracht:
1. Acculturatie
Macrosociologisch niveau
Van cultuur naar cultuur/ van sociale eenheid naar sociale eenheid/ van groep naar
groep
Tussen grotere sociale gehelen -> zoals tussen sociale categorieën (generaties),
collectiviteiten (sociale klassen) en gemeenschappen
Voorbeelden:
o Verburgerlijking van arbeidsklasse waarbij elementen, uit burgerlijke cultuur
worden overgedragen naar arbeidersklasse
o Verstedelijking waardoor typische stedelijke opvattingen gangbaar worden
op het platteland
o Als trend ontstaat in de stad gaat het naar het platteland
o Dingen overnemen van je grootouders
o Civilisatieproces
, 2. Socialisatie of enculturatie
Microsociologisch
Van groep naar individu
Prosessen waarbij de nieuwkomers het cultuurpatroon in een groep aanleren
Voorbeelden nieuwkomers: pasgeborenen, immigranten, nieuw personeel, nieuw
lid van vereniging
Deze overdracht is nodig om aan sociale verkeer in samenlevingsverband deel te
nemen en daarin bij te horen, functioneren en het voortbestaan
2. De januskop (dubbele functie) van socialisatie
Als kinderen niet worden gesocialiseerd blijven ze er heel hun leven last van hebben
- Genie (opgevoed door wolven -> enfants sauvages/wolfskinderen)
- Victor van Aveyron
Mens-zijn is dus geen louter biologische aangelegenheid, maar (ook) een sociaal-culturele
verworvenheid
- Als pasgeborene ben je ook volledig afhankelijk van je omgeving voor je basisbehoeften
Nieuwkomers komen in sociale werkelijkheid die al bestond voor hen, die werkelijkheid dringt zich
aan hen op via sociale feiten (bv: kind wordt geboren in familie die al eigen structuur en manier van
functioneren had, die al in een bepaalde buurt woonde, …)
Socialisatie:
Is proces dat zorgt voor het voortbestaan van een sociale orde
en tot voorspelbaarheid van het sociaal handelen
leert aan wat gewenst/ongewenst in bepaalde sociale situatie
‘Culturele kloof’ - Inburgering
, Socialisatie: functies
Socialisatie beperkt en versterkt, het disciplineert en het emancipeert
Nieuwkomers kunnen zonder informatie over de heersende waarden, de taal, de folkways, de
alledaagse omgangsvormen niet volwaardig deelnemen aan belangrijke instituties
Cultuur- en omgangspatronen worden verinnerlijkt, zodat de individuen ze ervaren als iets
van henzelf (internalisatie).
Geïnstitutionaliseerde waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen worden een
vanzelfsprekend deel van de persoonlijkheid.
Socialisatie is geen totalitair gebeuren: het bepaald niet alles, er zijn ook nog invloeden van
buitenaf
3. Primaire, secundaire en tertiaire socialisatie
Primaire socialisatie:
Primaire groepen: (kern)gezin, peergroups
Gebeurt informeel: vanzelfsprekend, onbewust, tijdens dagelijkse bezigheden
Het ‘aan den lijve’ leren van de opvattingen van de omringende samenlevingsverbanden
Je wordt voor het eerst gesocialiseerd door je gezin en je vrienden -> je vergelijkt jezelf met
anderen en leert anderen begrijpen
Ontdekking van anders zijn kan leiden tot crisissen (geen papa hebben, behoren tot etnische
minderheid, …)
Basishabitus – ‘sociale huid’