Hoorcollege 1 – Introductie en grondslagen
Wat is geschiedenis van de geschiedenis?
Geschiedschrijving verandert met de tijd, het is mobiel. Historici hebben door de tijd heen een
andere kijk op het verleden en de geschiedenis, denk aan minderheden en vrouwen. Hoe kan
historiografie veranderen door de tijd heen, als het ‘bewijs’, de bronnen, niet veranderen? Soms
hebben we nieuwe technieken, maar vaak hebben we een nieuwe manier van denken. Er zijn twee
vormen van geschiedenis: 1) Geschiedenis (met hoofdletter) als historisch proces, reeks van
gebeurtenissen (historia res gestae), en 2) geschiedenis als historisch denken/schrijven, hoe iets
wordt verteld, narratief (historia rerum gestarum).
Historiografie gaat specifiek over hoe mensen denken over het verleden, over hoe geschiedenis
geschreven, gesproken of gedacht, over verscheidene millennia en culturen. Bij historiografie gaat het
er dus om hoe de geschiedenis is geschreven. Historiciteit is het beschermen, herstellen en
representeren van aspecten van het verleden.
De historische praktijk (oftewel historisch onderzoek en geschiedschrijving) is een onderdeel
van de geschiedenis: het is een activiteit met echte effecten. Het maakt verschil in de
geschiedenis. Als historici een verschil willen maken in de historische realiteit, moeten ze hun
plaats in de geschiedenis én in de historiografie kennen. Concreet gezegd: als je scherpe
vragen wilt stellen die ook een praktisch verschil kunnen maken, moet je je eigen plaats als
historicus in de geschiedenis kennen, je moet vragen van vroege historici kennen.
Waarom wereldgeschiedenis?
De wereld is een realiteit die zich ontwikkeld met de tijd. Wereldgeschiedenis reflecteert op de
manier waarop mensen het verleden en de wereld probeerden te begrijpen. De geschiedenis van
wereldgeschiedenis gaat over de manier waarop mensen probeerden de realiteit of de wereld te
begrijpen door de tijd heen (probeerden, omdat er geen perfecte visie is, alles is feilbaar). Dit creëert
de kans om nieuwe vragen te stellen: geschiedenis is een discussie zonder einde.
Waarom een theorie over de geschiedenis?
Theorieën betreffen het onderzoeken van hypothesen en veronderstellingen (= de onderliggende
concepten worden op verschillende manieren gebruikt in de historische praktijk). Met een theorie
maak je het wetenschappelijk en meer filosofisch. Collingwood introduceerde vier vragen die
karakteristiek zijn voor geschiedenis als markeringen voor vragen:
Vraag: Kenmerk: Antwoord:
Wat is geschiedenis? Aard Onderzoek
Waar gaat het over? Onderwerp Res gestae (= de daden), acties
Wat is zijn methode? Methode Interpreteren van bewijs
Waar is het voor? Waarde Zelfkennis
Geschiedenis is en transcendentaal concept, oftewel een noodzakelijke aanname van de menselijke
geest, dat wil zeggen: mensen hebben altijd historische gedacht in die zin dat de tijd structureren.
Verschillende concepten van tijd
Om een historische cultuur te begrijpen, moet je begrijpen hoe deze cultuur het concept ‘tijd’ opvat
en hoe het verleden, het heden en de toekomst gestructureerd worden:
Lineair (volgordelijk) vs. cyclisch (meer prominent in oosterse geschiedschrijving,
hergeboorte)
, Korte termijn vs. lange termijn (Annal-school)
Eeuwigheid vs. vluchtigheid
Synchroon vs. asynchroon
Kloktijd vs. ervaren tijd (psychologisch aspect van tijd)
Versnelling van tijd (bv. de tijd als sneller ervaren naarmate je ouder wordt, Draaisma)
Vroege vormen van historiografie
De Egyptenaren, Hettieten, Soemeriërs en Assyriërs lieten artefacten achter die naar het verleden
refereerden, zoals: koningslijsten, annalen (lijst van gebeurtenissen, vaak oorlogen), kronieken
(specifieke gebeurtenissen, met datum, in een bepaalde volgorde), epossen (deels mythologisch,
deels historisch). Al deze artefacten refereren naar het verleden, maar zijn ze ook geschiedenis?
Ja, het is geschiedenis, omdat:
o Alles refereert naar het verleden en gebeurtenissen. In kronieken verwijzen ze zelfs
naar specifieke gebeurtenissen in volgorde.
o Sommigen schrijven vanuit een gelijktijdig perspectief, als resultaat van onderzoek.
Nee, het is geen geschiedenis, omdat:
o Er soms geen onderscheid wordt gemaakt tussen mythisch en historisch
o Het zijn slechts lijsten van namen en gebeurtenissen, vaak zelfs enkel ter herinnering
van de doden.
Een van de eerste vormen van Joodse geschiedenis is de Tenach, een acroniem van:
1. Torah: leefregels, de wet
2. Nevi’im: profetieën, acht boeken onderverdeeld in eerdere en latere profeten
3. Ketuvim: geschriften, zoals religieuze poëzie en literatuur
De Tenach heeft daarmee een bepaalde historiciteit:
Het is geschiedenis, omdat het zijn basis heeft in feiten:
o Het beschrijft tijden, personen en gebeurtenissen
o Het heeft mogelijk één auteur, de Deuteronomistische historicus
o Er is extern bewijs, bv. archeologie
Het is geen geschiedenis, omdat:
o Het niet tot doel heeft de letterlijke waarheid te beschrijven (maar, vroeger bestond
dit onderscheid helemaal nog niet), maar om de religieuze waarheid te beschrijven.
De Joden waren het uitverkoren volk (religieus aspect) en dat zie je terug in hun
geschiedschrijving.
Samenvatting Joodse geschiedschrijving:
Wat is geschiedenis? Aard Onderzoek: mogelijk in sommige gevallen, maar niet expliciet.
Waar gaat het over? Onderwerp Res gestae (= de daden), actie: niet duidelijk, geen analyse van
motieven of oorzaken.
Wat is zijn methode? Methode Gebaseerd op bewijs: niet duidelijk, in sommige delen wel.
Waar is het voor? Waarde Zelfkennis: geen, alleen beschrijving voor de oriëntatie in tijd.
De Griekse oikoumene
De Grieken spraken over oikoumene: de bewoonde/bekende wereld. Dit beïnvloedt de opvatting van
ruimte, want voor hen was het de Grieken versus de Barbaren. Het was daarbij vooral een
geografische term, waarbij sommige stammen zelfs vernoemd werden naar hun plaats in de ruimte,
,zoals Hyperborea: boven het Noorden. In deze Griekse wereld vonden de eerste vormen van
geschiedschrijving plaats, vanuit hun eigen perspectief. De geschiedschrijving draait daarbij dus om
de oikoumene, de idee van hoe mensen hun eigen wereld begrepen. Oikoumene moet je daarom
zien als de wereld hoe mensen die kenden, in die specifieke tijd, op die specifieke plek. De Grieken
beoefenden de eerste vorm van geschiedenis, in de vorm van epische poëzie. Hier werd waarheid dus
vermengd met mythische verhalen.
In de Griekse oudheid had je filosofen (Socrates, Plato, Aristoteles) en historici (Herodotus en
Thucycdides). Zij dachten anders over de wereld, tijd en ruimte.
Filosofen Historici, poëten
De waarheid is constant en overal, het is een Zij namen tijd voor het eerst serieus. Zij zochten de
eeuwige waarheid. Zij zochten de waarheid in een waarheid in een wereld van worden (veranderlijk).
wereld van constante.
Ziet geschiedenis als mening (doxa), omdat het gaat Ziet geschiedenis als kennis van daden gedaan in het
om niet-permanente dingen. Zij hebben willen verleden
kennis.
De wereld van zijn De wereld van worden
Realiteit is constant in tijd Realiteit is een proces
Herodotus
De vader van de geschiedenis, omdat hij als eerst het woord historie gebruikte (daarmee doelende op
onderzoek, of ontdekking). Hij probeerde gebeurtenissen te begrijpen in een groter plaatje, niet
alleen in volgordelijkheid. Hij schreef zijn historiën rond 430-420 voor Christus, hetgeen een
eigentijdse geschiedenis was. Zijn historiën bestaan uit 9 boeken gevuld met geschiedenis, mythen,
etnografieën en geografieën. De inhoud bevat de prehistorie (context), de Ionische opstand (499-493)
en de Perzische invasies (slag bij Marathon in 490, Salamis in 480). Hij wil begrijpen wat er gebeurd is
met zijn volk. In zijn werk veronderstelt hij een onafhankelijke onderzoeker, namelijk hijzelf. De
historicus speelt een rol in eigen verhaal, met een naam. Hij onderzoekt de oorzaak van de strijd
tussen partijen en zoekt uit wie de schuld heeft, maar ook wat de intenties zijn van de strijdende
partijen. Hij interviewt mensen van alle kanten, om hierop een antwoord te zoeken. En om het echt
te begrijpen waarom een conflict zo ontstaan en gevormd is, begrijpt hij dat je verder terug moet in
de tijd. Ook tyche (lot) zie je terug in zijn werk: hij schrijft hoe grote steden klein kunnen worden en
andersom.
Is Historiën van Herodotus geschiedenis?
Ja: eerste die onafhankelijk onderzoek op deze schaal uitvoerde, zijn wereld was een complex
geheel van acties die leidden tot onbedoelde gevolgen, hij combineerde verschillende
methoden o.b.v. veel soorten bewijs, met als doel het begrijpen van een enorme gebeurtenis
(oorlog) in termen van intenties.
Nee: overblijfselen van mythen werden gebruikt als bewijs, ook de idee van Tyche is niet
geschiedenis en Herodotus gebruikte bronnen op onkritische wijze.
Thucydides
Thucydides schreef tijdens de Peloponnesische oorlog (431-404, Athene en Sparta) en zijn werk
bestond uit acht boeken met geschiedenis, archeologie, methodologisch verslag en speeches. Hij was
een onafhankelijke onderzoeker en ook hij speelde een rol in zijn narratief. Thucydides was bekend
met het werk van Herodotus en maakte zelf ook veel gebruik van oral history. Thucydides maakte
onderscheid tussen belangrijke en onbelangrijke gebeurtenissen, en stelt dat er redenen zijn voor het
, evalueren van het belang van bepaalde gebeurtenissen. Thucydides was geïnteresseerd in het conflict
tussen twee typen karakters: de innovatieve, revolutionaire Atheners versus de tragere,
voorzichtigere Spartanen. Thucydides was zich bewust van het belang van staten, van groepen
mensen. Ook vond hij technische aspecten van de oorlog interessant, zoals voedseltoevoer of vormen
van oorlogsvoering.
Veel historici zijn erg kritisch over de speeches in Thucydides’ werk, want die zouden onhistorisch zijn
(bronnenkritiek): de feiten versus het gebruik van narratief. Maar, Thucydides was zich ervan bewust
dat hij niet alle details had onthouden (daar reflecteert hij op), hij reconstrueert wat iemand zou
moeten hebben gezegd in die specifieke situatie (gebaseerd op kairos, het juiste moment in de
medische en retorische wereld), en hij baseerde zich op de onderliggende veronderstelling dat de tijd
zich ontwikkeld in patronen (hij analyseert de gebeurtenissen).
Kairos: heeft twee verschillende aspecten van de betekenis
o Tijdelijke betekenis: het juiste moment voor een gebeurtenis, of een kritieke tijd (i.t.t.
chronos, een meer algemene vorm van tijd, tijd als meetbare entiteit).
= het moment dat een pijl zijn doel raakt, een dodelijke wond veroorzakend.
o Niet-tijdelijke betekenis: kairos als gelegenheid, kairos representeert iets dat – in
samenwerking met god en tyche – van buiten komt en invloed heeft op het
menselijke, en dus de vaardigheid alle menselijke zaken te controleren.
Vergeleken met Herodotus: Thucydides volgt zijn methodes meer bewust, gebruikt minder mythes en
diagnosticeert gebeurtenissen meer. Ook gebruikt hij als methode imitatio, van Herodotus.
Samenvatting voor Vroeg Griekse geschiedschrijving:
Wat is geschiedenis? Aard Onderzoek: ja, en expliciet! (Historiè = onderzoek).
Waar gaat het over? Onderwerp Res gestae (= de daden), actie: ja, en een expliciete analyse van
motieven en oorzaken gebaseerd op een ontologie.
Gebaseerd op bewijs: ja (ooggetuigen, mythen, artefacten, etc.),
Wat is zijn methode? Methode maar niet systematisch.
Zelfkennis: ja, geschiedenis onderzoekt identiteiten: wie zijn we?
Hij wilde een enorme gebeurtenis begrijpen in termen van
Waar is het voor? Waarde intenties en vormen van zelfkennis.
Aristoteles
Meer een filosoof dan een historicus, hij dacht veel over de aard van de tijd: zijn gebeurtenissen zoals
in de natuur, of zijn gebeurtenissen enkelvoudig, uniek, misschien onderdeel van een patroon?
Hamartia: tragische fout in het verloop van de tijd
Aristoteles stelt dat alle helden hamartia hebben, maar het is niet inherent aan hun karakter.
Daarentegen, de persoon zijn gebrek resulteert vaak in iets wat ook een centraal deel is van
hun deugd, vaak door een gebrek aan kennis. Dit maakt hem een tragische held.
Aristoteles stelt hiermee dat een echte tragische held moet falen, hetgeen niet een
eigenzinnige of arbitraire eigenschap is, maar een menselijke eigenschap, die ingebed is.
Dit is onderdeel van peripeteia: het omslagpunt/de catastrofe in een drama waarna het plot gestaag
naar zijn ontknoping beweegt. Het heeft dus niet tot doel een heroïsche uitkomst, maar het is in
essentie een tragisch plot. Peripeteia is daarmee een cyclische beweging (leer van je of andermans
fouten), en ook niet deterministisch maar een gevolg van het lot of kans: tychè, kairos, fatum,
hamartia.
Wat is geschiedenis van de geschiedenis?
Geschiedschrijving verandert met de tijd, het is mobiel. Historici hebben door de tijd heen een
andere kijk op het verleden en de geschiedenis, denk aan minderheden en vrouwen. Hoe kan
historiografie veranderen door de tijd heen, als het ‘bewijs’, de bronnen, niet veranderen? Soms
hebben we nieuwe technieken, maar vaak hebben we een nieuwe manier van denken. Er zijn twee
vormen van geschiedenis: 1) Geschiedenis (met hoofdletter) als historisch proces, reeks van
gebeurtenissen (historia res gestae), en 2) geschiedenis als historisch denken/schrijven, hoe iets
wordt verteld, narratief (historia rerum gestarum).
Historiografie gaat specifiek over hoe mensen denken over het verleden, over hoe geschiedenis
geschreven, gesproken of gedacht, over verscheidene millennia en culturen. Bij historiografie gaat het
er dus om hoe de geschiedenis is geschreven. Historiciteit is het beschermen, herstellen en
representeren van aspecten van het verleden.
De historische praktijk (oftewel historisch onderzoek en geschiedschrijving) is een onderdeel
van de geschiedenis: het is een activiteit met echte effecten. Het maakt verschil in de
geschiedenis. Als historici een verschil willen maken in de historische realiteit, moeten ze hun
plaats in de geschiedenis én in de historiografie kennen. Concreet gezegd: als je scherpe
vragen wilt stellen die ook een praktisch verschil kunnen maken, moet je je eigen plaats als
historicus in de geschiedenis kennen, je moet vragen van vroege historici kennen.
Waarom wereldgeschiedenis?
De wereld is een realiteit die zich ontwikkeld met de tijd. Wereldgeschiedenis reflecteert op de
manier waarop mensen het verleden en de wereld probeerden te begrijpen. De geschiedenis van
wereldgeschiedenis gaat over de manier waarop mensen probeerden de realiteit of de wereld te
begrijpen door de tijd heen (probeerden, omdat er geen perfecte visie is, alles is feilbaar). Dit creëert
de kans om nieuwe vragen te stellen: geschiedenis is een discussie zonder einde.
Waarom een theorie over de geschiedenis?
Theorieën betreffen het onderzoeken van hypothesen en veronderstellingen (= de onderliggende
concepten worden op verschillende manieren gebruikt in de historische praktijk). Met een theorie
maak je het wetenschappelijk en meer filosofisch. Collingwood introduceerde vier vragen die
karakteristiek zijn voor geschiedenis als markeringen voor vragen:
Vraag: Kenmerk: Antwoord:
Wat is geschiedenis? Aard Onderzoek
Waar gaat het over? Onderwerp Res gestae (= de daden), acties
Wat is zijn methode? Methode Interpreteren van bewijs
Waar is het voor? Waarde Zelfkennis
Geschiedenis is en transcendentaal concept, oftewel een noodzakelijke aanname van de menselijke
geest, dat wil zeggen: mensen hebben altijd historische gedacht in die zin dat de tijd structureren.
Verschillende concepten van tijd
Om een historische cultuur te begrijpen, moet je begrijpen hoe deze cultuur het concept ‘tijd’ opvat
en hoe het verleden, het heden en de toekomst gestructureerd worden:
Lineair (volgordelijk) vs. cyclisch (meer prominent in oosterse geschiedschrijving,
hergeboorte)
, Korte termijn vs. lange termijn (Annal-school)
Eeuwigheid vs. vluchtigheid
Synchroon vs. asynchroon
Kloktijd vs. ervaren tijd (psychologisch aspect van tijd)
Versnelling van tijd (bv. de tijd als sneller ervaren naarmate je ouder wordt, Draaisma)
Vroege vormen van historiografie
De Egyptenaren, Hettieten, Soemeriërs en Assyriërs lieten artefacten achter die naar het verleden
refereerden, zoals: koningslijsten, annalen (lijst van gebeurtenissen, vaak oorlogen), kronieken
(specifieke gebeurtenissen, met datum, in een bepaalde volgorde), epossen (deels mythologisch,
deels historisch). Al deze artefacten refereren naar het verleden, maar zijn ze ook geschiedenis?
Ja, het is geschiedenis, omdat:
o Alles refereert naar het verleden en gebeurtenissen. In kronieken verwijzen ze zelfs
naar specifieke gebeurtenissen in volgorde.
o Sommigen schrijven vanuit een gelijktijdig perspectief, als resultaat van onderzoek.
Nee, het is geen geschiedenis, omdat:
o Er soms geen onderscheid wordt gemaakt tussen mythisch en historisch
o Het zijn slechts lijsten van namen en gebeurtenissen, vaak zelfs enkel ter herinnering
van de doden.
Een van de eerste vormen van Joodse geschiedenis is de Tenach, een acroniem van:
1. Torah: leefregels, de wet
2. Nevi’im: profetieën, acht boeken onderverdeeld in eerdere en latere profeten
3. Ketuvim: geschriften, zoals religieuze poëzie en literatuur
De Tenach heeft daarmee een bepaalde historiciteit:
Het is geschiedenis, omdat het zijn basis heeft in feiten:
o Het beschrijft tijden, personen en gebeurtenissen
o Het heeft mogelijk één auteur, de Deuteronomistische historicus
o Er is extern bewijs, bv. archeologie
Het is geen geschiedenis, omdat:
o Het niet tot doel heeft de letterlijke waarheid te beschrijven (maar, vroeger bestond
dit onderscheid helemaal nog niet), maar om de religieuze waarheid te beschrijven.
De Joden waren het uitverkoren volk (religieus aspect) en dat zie je terug in hun
geschiedschrijving.
Samenvatting Joodse geschiedschrijving:
Wat is geschiedenis? Aard Onderzoek: mogelijk in sommige gevallen, maar niet expliciet.
Waar gaat het over? Onderwerp Res gestae (= de daden), actie: niet duidelijk, geen analyse van
motieven of oorzaken.
Wat is zijn methode? Methode Gebaseerd op bewijs: niet duidelijk, in sommige delen wel.
Waar is het voor? Waarde Zelfkennis: geen, alleen beschrijving voor de oriëntatie in tijd.
De Griekse oikoumene
De Grieken spraken over oikoumene: de bewoonde/bekende wereld. Dit beïnvloedt de opvatting van
ruimte, want voor hen was het de Grieken versus de Barbaren. Het was daarbij vooral een
geografische term, waarbij sommige stammen zelfs vernoemd werden naar hun plaats in de ruimte,
,zoals Hyperborea: boven het Noorden. In deze Griekse wereld vonden de eerste vormen van
geschiedschrijving plaats, vanuit hun eigen perspectief. De geschiedschrijving draait daarbij dus om
de oikoumene, de idee van hoe mensen hun eigen wereld begrepen. Oikoumene moet je daarom
zien als de wereld hoe mensen die kenden, in die specifieke tijd, op die specifieke plek. De Grieken
beoefenden de eerste vorm van geschiedenis, in de vorm van epische poëzie. Hier werd waarheid dus
vermengd met mythische verhalen.
In de Griekse oudheid had je filosofen (Socrates, Plato, Aristoteles) en historici (Herodotus en
Thucycdides). Zij dachten anders over de wereld, tijd en ruimte.
Filosofen Historici, poëten
De waarheid is constant en overal, het is een Zij namen tijd voor het eerst serieus. Zij zochten de
eeuwige waarheid. Zij zochten de waarheid in een waarheid in een wereld van worden (veranderlijk).
wereld van constante.
Ziet geschiedenis als mening (doxa), omdat het gaat Ziet geschiedenis als kennis van daden gedaan in het
om niet-permanente dingen. Zij hebben willen verleden
kennis.
De wereld van zijn De wereld van worden
Realiteit is constant in tijd Realiteit is een proces
Herodotus
De vader van de geschiedenis, omdat hij als eerst het woord historie gebruikte (daarmee doelende op
onderzoek, of ontdekking). Hij probeerde gebeurtenissen te begrijpen in een groter plaatje, niet
alleen in volgordelijkheid. Hij schreef zijn historiën rond 430-420 voor Christus, hetgeen een
eigentijdse geschiedenis was. Zijn historiën bestaan uit 9 boeken gevuld met geschiedenis, mythen,
etnografieën en geografieën. De inhoud bevat de prehistorie (context), de Ionische opstand (499-493)
en de Perzische invasies (slag bij Marathon in 490, Salamis in 480). Hij wil begrijpen wat er gebeurd is
met zijn volk. In zijn werk veronderstelt hij een onafhankelijke onderzoeker, namelijk hijzelf. De
historicus speelt een rol in eigen verhaal, met een naam. Hij onderzoekt de oorzaak van de strijd
tussen partijen en zoekt uit wie de schuld heeft, maar ook wat de intenties zijn van de strijdende
partijen. Hij interviewt mensen van alle kanten, om hierop een antwoord te zoeken. En om het echt
te begrijpen waarom een conflict zo ontstaan en gevormd is, begrijpt hij dat je verder terug moet in
de tijd. Ook tyche (lot) zie je terug in zijn werk: hij schrijft hoe grote steden klein kunnen worden en
andersom.
Is Historiën van Herodotus geschiedenis?
Ja: eerste die onafhankelijk onderzoek op deze schaal uitvoerde, zijn wereld was een complex
geheel van acties die leidden tot onbedoelde gevolgen, hij combineerde verschillende
methoden o.b.v. veel soorten bewijs, met als doel het begrijpen van een enorme gebeurtenis
(oorlog) in termen van intenties.
Nee: overblijfselen van mythen werden gebruikt als bewijs, ook de idee van Tyche is niet
geschiedenis en Herodotus gebruikte bronnen op onkritische wijze.
Thucydides
Thucydides schreef tijdens de Peloponnesische oorlog (431-404, Athene en Sparta) en zijn werk
bestond uit acht boeken met geschiedenis, archeologie, methodologisch verslag en speeches. Hij was
een onafhankelijke onderzoeker en ook hij speelde een rol in zijn narratief. Thucydides was bekend
met het werk van Herodotus en maakte zelf ook veel gebruik van oral history. Thucydides maakte
onderscheid tussen belangrijke en onbelangrijke gebeurtenissen, en stelt dat er redenen zijn voor het
, evalueren van het belang van bepaalde gebeurtenissen. Thucydides was geïnteresseerd in het conflict
tussen twee typen karakters: de innovatieve, revolutionaire Atheners versus de tragere,
voorzichtigere Spartanen. Thucydides was zich bewust van het belang van staten, van groepen
mensen. Ook vond hij technische aspecten van de oorlog interessant, zoals voedseltoevoer of vormen
van oorlogsvoering.
Veel historici zijn erg kritisch over de speeches in Thucydides’ werk, want die zouden onhistorisch zijn
(bronnenkritiek): de feiten versus het gebruik van narratief. Maar, Thucydides was zich ervan bewust
dat hij niet alle details had onthouden (daar reflecteert hij op), hij reconstrueert wat iemand zou
moeten hebben gezegd in die specifieke situatie (gebaseerd op kairos, het juiste moment in de
medische en retorische wereld), en hij baseerde zich op de onderliggende veronderstelling dat de tijd
zich ontwikkeld in patronen (hij analyseert de gebeurtenissen).
Kairos: heeft twee verschillende aspecten van de betekenis
o Tijdelijke betekenis: het juiste moment voor een gebeurtenis, of een kritieke tijd (i.t.t.
chronos, een meer algemene vorm van tijd, tijd als meetbare entiteit).
= het moment dat een pijl zijn doel raakt, een dodelijke wond veroorzakend.
o Niet-tijdelijke betekenis: kairos als gelegenheid, kairos representeert iets dat – in
samenwerking met god en tyche – van buiten komt en invloed heeft op het
menselijke, en dus de vaardigheid alle menselijke zaken te controleren.
Vergeleken met Herodotus: Thucydides volgt zijn methodes meer bewust, gebruikt minder mythes en
diagnosticeert gebeurtenissen meer. Ook gebruikt hij als methode imitatio, van Herodotus.
Samenvatting voor Vroeg Griekse geschiedschrijving:
Wat is geschiedenis? Aard Onderzoek: ja, en expliciet! (Historiè = onderzoek).
Waar gaat het over? Onderwerp Res gestae (= de daden), actie: ja, en een expliciete analyse van
motieven en oorzaken gebaseerd op een ontologie.
Gebaseerd op bewijs: ja (ooggetuigen, mythen, artefacten, etc.),
Wat is zijn methode? Methode maar niet systematisch.
Zelfkennis: ja, geschiedenis onderzoekt identiteiten: wie zijn we?
Hij wilde een enorme gebeurtenis begrijpen in termen van
Waar is het voor? Waarde intenties en vormen van zelfkennis.
Aristoteles
Meer een filosoof dan een historicus, hij dacht veel over de aard van de tijd: zijn gebeurtenissen zoals
in de natuur, of zijn gebeurtenissen enkelvoudig, uniek, misschien onderdeel van een patroon?
Hamartia: tragische fout in het verloop van de tijd
Aristoteles stelt dat alle helden hamartia hebben, maar het is niet inherent aan hun karakter.
Daarentegen, de persoon zijn gebrek resulteert vaak in iets wat ook een centraal deel is van
hun deugd, vaak door een gebrek aan kennis. Dit maakt hem een tragische held.
Aristoteles stelt hiermee dat een echte tragische held moet falen, hetgeen niet een
eigenzinnige of arbitraire eigenschap is, maar een menselijke eigenschap, die ingebed is.
Dit is onderdeel van peripeteia: het omslagpunt/de catastrofe in een drama waarna het plot gestaag
naar zijn ontknoping beweegt. Het heeft dus niet tot doel een heroïsche uitkomst, maar het is in
essentie een tragisch plot. Peripeteia is daarmee een cyclische beweging (leer van je of andermans
fouten), en ook niet deterministisch maar een gevolg van het lot of kans: tychè, kairos, fatum,
hamartia.