Hyperlipemie bij paarden
Hyperlipidemie = mildere variant
Vooral in voorjaar want dan veel paarden drachtig
- Dik
- Sloom
- Bewegingsarmoede
- Slechte eetlust/ anorexie
- Drinken nauwelijks
- Spelen met water (HE)
- Hyperkaliemie door acidose vgm
- Hartritmestoornissen (vettige myocarddegeneratie of veranderde kaliumspiegels ten gevolge
van secundaire diarree (hoger))
- Oogslijmvlies geinjecteerd
- Mondslijmvlies droog
- Stinkend beslag op de tong
- Hypovolemie (door minimale wateropname en secundaire diarree)/ beeld van dehydratie
- Vettige infiltratie en degeneratie van parencymateuze organen zoals lever en nieren
- Leverenzymen verhoogd
- Stijging van het bloedureumgehalte (hypovolemie en de slechte lever- en nierfunctie)
- Eindstadium: Cyanose slijmvliezen
- Neurveuze verschijnselen (HE)
- Oedeem (geen cachectisch oedeem!) (Ventraal oedeem vaak) -> komt doordat ze drachtig zijn
en omdat ze door ziekte nauwelijks bewegen, en doordat er thrombi van vet in vaten komen
waardoor beperkte lymfeafvoer, en protein losing enteropathie (diarree)
- Retentio secundinarum
- Metabole acidose (door 1. (Vettige) nierdegeneratie 2. Metabole acidose door dehydratie
(spieren minder zuurstof dus gaan anaeroob doen) 3. VVZ? 4. Base verliezen via diarree
- Diarree (niet door hyperlipemie maar bv als oorzaak van hyperlipemie infectieus is, wormen, of
zandaccumulatie, vetdepositie in enterocyten/oedeem darmwand
- Hypoglycaemie (itt EMS) gecombineerd met hyperlipoproteinaemie (hypertriglyceridemie, die
erger is. Dan bij EMS)
, - DIS
- Leverruptuur (door zo groot worden lever door vetstapeling) (eerst alleen koliek door druk op
leverkapsel.
GEEN abortus!
Prognose: matig (arbeidsintensieve en lange therapie nodig anders sterven). Veneuze pH lager dan 7,15
is een infauste prognose (want wijst op hele erge nierschade), tenzij de pH sterk beïnvloed wordt door
het gelijktijdig voorkomen van ernstige diarree.
Behandeling:
- Dwangvoedering
- Behandeling primaire probleem
- Correctie vloeistof-, zuur/base- en electrolytenbalans
- Parenterale glucose- en insulinetoediening
- (Parenterale heparine-toediening) -> Ter bevordering LPL-activiteit, echter deze is al maximaal in
hyperlipemische ponies
EMS
Hoefbevangenheid door INS disregulatie
De hoefbevangenheid treedt vooral op tijdens het weideseizoen en komt vaak al op jonge leeftijd voor
(4 tot 10 jaar).
Rassen waarbij het voorkomt: Ezels, Sobere ponyrassen (shetl., fjord), Europese Warmbloeden (KWPN),
Spaanse mustangs, Morgan horse.
- Overmatige lichaamsconditie waarbij vet over het gehele lichaam verspreid kan zijn, maar ook
alleen lokaal opgehoopt is met als predilectieplaatsen de manenkam (deze kan dan zelfs
omvallen), de staartbasis, de uier en het preputium.
- Recidiverende hoefbevangenheid zoals een afwijkende gang (op eieren lopen)
- Divergerende groeiringen op de hoef
- Verminderd presteren
- Verminderde fertiliteit
- Hypertriglyceridemie (vertsoring in vetstofwisseling)
- INS disregulatie: hyperinsulinemie!! Door INS resistentie of overdreven reactie na maaltijd
Risicofactoren:
- Insuline disregulatie = altijd aanwezig
- Genetische aanleg (raspredispositie)
- Epigenetica
- Overgewicht/obesitas
- Te weinig beweging
- Rantsoen
- PPID
- Toxinen uit omgeving
,Aantonen INS disregulatie: best is orale suikertolerantietest: geef suiker, als INS daarna heel erg stijgt
dan weet je dat t disregulatie is!
Behandeling: dieet en beweging aanpassen
Insulinoom
Hypoglycemie door neoplasie beta cellen in eilandjes van langerhans waardoor te hoge INS gehalte
(‘vraag-hypoglycemie’).
Volwassenen hond (maligne, metastasering vooral naar regionale lymfeknopen en lever) en fret (rel
goedaardig, zelden metastaseren).
Andere oorzaken van hypoglycemie: Een andere, veel minder frequent voorkomende, oorzaak van
hypoglycemie bij honden zijn neoplasieën die een op insuline lijkende groeifactor (een groot IGF-2
molecuul) produceren. Ook moeten we bij honden en katten bedacht zijn op iatrogene hypoglycemie
door overmatige toediening van insuline tijdens behandeling van diabetes mellitus (zie verderop).
Eiwitrijk voeren helpt!
Irrevisiele hersenschade door hypoglycemische aanvallen!!
Hond wordt dikker want INS is anabool hormoon dus meer nutrienten worden opgeslagen ipv gebruikt
en hond blijft wel eten
Therapie:
- Glucose infuus
- Genoeg kleine maaltijden snel daarna (paar uur erna)
- Uiteindelijk chirurgie (let op metastasering!)
- Voor de operatie:
Dit kan medicamenteus worden ondersteund door de gluconeogenese te stimuleren met
glucocorticoïden (½ tot 2 mg prednison/kg verdeeld over de dag).
Beter is het om de insulinesecretie en het perifere glucosegebruik te remmen met diazoxide
(Proglicem®) in de dosering van 10 tot 20 mg/ kg/dag, eventueel te verhogen tot 40 tot 50
mg/kg/dag. Diazoxide sorteert effect na 6 tot 8 uur.
Drachtigheidstoxicose bij schaap (acetonemie) = ondervoedingsketose
Grote vraag naar eiwit en glucose in laatste 6 weken van de dracht, minder pensruimte, als dan ook nog
eens stress en/of slachte kwali (ruw)voer dan veel kans
- Alleen in het beginstadium gepaard met hypoglycemie. Veel schapen worden echter pas na dit
stadium gedetecteerd en hebben dan vrijwel altijd een hyperglycemie.
Let op IV-toediening van glucose!! Niet doen in eindstadium
- Lactaatacidose (itt rund met acetonemie aan begin lactatie, eerste 6 weken na afkalven)
- Als deze dieren in shock raken, treedt er sterke hemoconcentratie en uremie op.
- Afzonderen van de koppel
- Niet eten en drinken
, - Tympanie
- Regurgitatie
- Spiertrillingen
- Abnormale houdingen
- Hersenverschijnselen, zoals tonisch-klonische convulsies
- Sneeuwblindheid
- Niet meer kunnen staan
- Coma
- Aceton geur van uitademingslucht
Scheer de schapen want vaak hitte stress aan einde dracht doordat fermentatie, en omzetting energie
naar groei lammeren inefficient is dus veel warmteproductie
Adenohypofyse neoplasie
Neoplasieën van de adenohypofyse komen vooral bij wat oudere dieren voor. Ze metastaseren vrijwel
nooit, maar kunnen door druk op de omgeving, productie van hormoon (als de neoplasie tenminste
hormonen vormt) en destructie van de niet-neoplastische hypofysecellen (met uitval van
hormoonproductie) variabele en ernstige klinische verschijnselen veroorzaken. Neoplasieën van het
hypothalamo-hypofysaire systeem komen het meest bij honden, paarden en katten voor.
Bij de hond betreft het vooral ACTH-producerende tumoren uitgaande van de voorkwab of de
middenkwab.
Bij de kat gaat het vooral om GH-producerende hypofysetumoren en zelden om ACTH-
producerende tumoren.
Bij het paard kan een neoplasie van de middenkwab leiden tot een verhoogde secretie van ACTH
(en het αmelanocyt-stimulerend hormoon).
Bij landbouwhuisdieren zijn neoplasieën van het hypothalamo-hypofysaire systeem zeldzaam.
Primaire bijnierschorsinsufficiëntie = ziekte van Addison
Wrrs door auto-immune ontsteking van de bijnier (adrenalitis), komt vaakst voor
Teven van 2 tot 6 jaar, en ook vooral honden, bij andere dieren heel soms door chronische ontstekingen,
bv tuberculose, of acute ontstekingen zoals e coli of streptokokken.
Rund: amyloidose in bijnieren
Acute bijnierinsufficiëntie is ook bekend bij de uitgebreide bloedingen met ernstige degeneratie of
necrose van de bijnierschors in het verloop van bacteriële sepsis met diffuse intravasale stolling (bv -->
coli- of streptokokkensepsis bij kalveren, biggen en veulens of salmonellose bij paarden).
Iatrogene vorm gezien: na de behandeling van het syndroom van Cushing met het chemotherapeuticum
o,p’DDD
Deze komt vaker voor dan de secundaire
Hyperlipidemie = mildere variant
Vooral in voorjaar want dan veel paarden drachtig
- Dik
- Sloom
- Bewegingsarmoede
- Slechte eetlust/ anorexie
- Drinken nauwelijks
- Spelen met water (HE)
- Hyperkaliemie door acidose vgm
- Hartritmestoornissen (vettige myocarddegeneratie of veranderde kaliumspiegels ten gevolge
van secundaire diarree (hoger))
- Oogslijmvlies geinjecteerd
- Mondslijmvlies droog
- Stinkend beslag op de tong
- Hypovolemie (door minimale wateropname en secundaire diarree)/ beeld van dehydratie
- Vettige infiltratie en degeneratie van parencymateuze organen zoals lever en nieren
- Leverenzymen verhoogd
- Stijging van het bloedureumgehalte (hypovolemie en de slechte lever- en nierfunctie)
- Eindstadium: Cyanose slijmvliezen
- Neurveuze verschijnselen (HE)
- Oedeem (geen cachectisch oedeem!) (Ventraal oedeem vaak) -> komt doordat ze drachtig zijn
en omdat ze door ziekte nauwelijks bewegen, en doordat er thrombi van vet in vaten komen
waardoor beperkte lymfeafvoer, en protein losing enteropathie (diarree)
- Retentio secundinarum
- Metabole acidose (door 1. (Vettige) nierdegeneratie 2. Metabole acidose door dehydratie
(spieren minder zuurstof dus gaan anaeroob doen) 3. VVZ? 4. Base verliezen via diarree
- Diarree (niet door hyperlipemie maar bv als oorzaak van hyperlipemie infectieus is, wormen, of
zandaccumulatie, vetdepositie in enterocyten/oedeem darmwand
- Hypoglycaemie (itt EMS) gecombineerd met hyperlipoproteinaemie (hypertriglyceridemie, die
erger is. Dan bij EMS)
, - DIS
- Leverruptuur (door zo groot worden lever door vetstapeling) (eerst alleen koliek door druk op
leverkapsel.
GEEN abortus!
Prognose: matig (arbeidsintensieve en lange therapie nodig anders sterven). Veneuze pH lager dan 7,15
is een infauste prognose (want wijst op hele erge nierschade), tenzij de pH sterk beïnvloed wordt door
het gelijktijdig voorkomen van ernstige diarree.
Behandeling:
- Dwangvoedering
- Behandeling primaire probleem
- Correctie vloeistof-, zuur/base- en electrolytenbalans
- Parenterale glucose- en insulinetoediening
- (Parenterale heparine-toediening) -> Ter bevordering LPL-activiteit, echter deze is al maximaal in
hyperlipemische ponies
EMS
Hoefbevangenheid door INS disregulatie
De hoefbevangenheid treedt vooral op tijdens het weideseizoen en komt vaak al op jonge leeftijd voor
(4 tot 10 jaar).
Rassen waarbij het voorkomt: Ezels, Sobere ponyrassen (shetl., fjord), Europese Warmbloeden (KWPN),
Spaanse mustangs, Morgan horse.
- Overmatige lichaamsconditie waarbij vet over het gehele lichaam verspreid kan zijn, maar ook
alleen lokaal opgehoopt is met als predilectieplaatsen de manenkam (deze kan dan zelfs
omvallen), de staartbasis, de uier en het preputium.
- Recidiverende hoefbevangenheid zoals een afwijkende gang (op eieren lopen)
- Divergerende groeiringen op de hoef
- Verminderd presteren
- Verminderde fertiliteit
- Hypertriglyceridemie (vertsoring in vetstofwisseling)
- INS disregulatie: hyperinsulinemie!! Door INS resistentie of overdreven reactie na maaltijd
Risicofactoren:
- Insuline disregulatie = altijd aanwezig
- Genetische aanleg (raspredispositie)
- Epigenetica
- Overgewicht/obesitas
- Te weinig beweging
- Rantsoen
- PPID
- Toxinen uit omgeving
,Aantonen INS disregulatie: best is orale suikertolerantietest: geef suiker, als INS daarna heel erg stijgt
dan weet je dat t disregulatie is!
Behandeling: dieet en beweging aanpassen
Insulinoom
Hypoglycemie door neoplasie beta cellen in eilandjes van langerhans waardoor te hoge INS gehalte
(‘vraag-hypoglycemie’).
Volwassenen hond (maligne, metastasering vooral naar regionale lymfeknopen en lever) en fret (rel
goedaardig, zelden metastaseren).
Andere oorzaken van hypoglycemie: Een andere, veel minder frequent voorkomende, oorzaak van
hypoglycemie bij honden zijn neoplasieën die een op insuline lijkende groeifactor (een groot IGF-2
molecuul) produceren. Ook moeten we bij honden en katten bedacht zijn op iatrogene hypoglycemie
door overmatige toediening van insuline tijdens behandeling van diabetes mellitus (zie verderop).
Eiwitrijk voeren helpt!
Irrevisiele hersenschade door hypoglycemische aanvallen!!
Hond wordt dikker want INS is anabool hormoon dus meer nutrienten worden opgeslagen ipv gebruikt
en hond blijft wel eten
Therapie:
- Glucose infuus
- Genoeg kleine maaltijden snel daarna (paar uur erna)
- Uiteindelijk chirurgie (let op metastasering!)
- Voor de operatie:
Dit kan medicamenteus worden ondersteund door de gluconeogenese te stimuleren met
glucocorticoïden (½ tot 2 mg prednison/kg verdeeld over de dag).
Beter is het om de insulinesecretie en het perifere glucosegebruik te remmen met diazoxide
(Proglicem®) in de dosering van 10 tot 20 mg/ kg/dag, eventueel te verhogen tot 40 tot 50
mg/kg/dag. Diazoxide sorteert effect na 6 tot 8 uur.
Drachtigheidstoxicose bij schaap (acetonemie) = ondervoedingsketose
Grote vraag naar eiwit en glucose in laatste 6 weken van de dracht, minder pensruimte, als dan ook nog
eens stress en/of slachte kwali (ruw)voer dan veel kans
- Alleen in het beginstadium gepaard met hypoglycemie. Veel schapen worden echter pas na dit
stadium gedetecteerd en hebben dan vrijwel altijd een hyperglycemie.
Let op IV-toediening van glucose!! Niet doen in eindstadium
- Lactaatacidose (itt rund met acetonemie aan begin lactatie, eerste 6 weken na afkalven)
- Als deze dieren in shock raken, treedt er sterke hemoconcentratie en uremie op.
- Afzonderen van de koppel
- Niet eten en drinken
, - Tympanie
- Regurgitatie
- Spiertrillingen
- Abnormale houdingen
- Hersenverschijnselen, zoals tonisch-klonische convulsies
- Sneeuwblindheid
- Niet meer kunnen staan
- Coma
- Aceton geur van uitademingslucht
Scheer de schapen want vaak hitte stress aan einde dracht doordat fermentatie, en omzetting energie
naar groei lammeren inefficient is dus veel warmteproductie
Adenohypofyse neoplasie
Neoplasieën van de adenohypofyse komen vooral bij wat oudere dieren voor. Ze metastaseren vrijwel
nooit, maar kunnen door druk op de omgeving, productie van hormoon (als de neoplasie tenminste
hormonen vormt) en destructie van de niet-neoplastische hypofysecellen (met uitval van
hormoonproductie) variabele en ernstige klinische verschijnselen veroorzaken. Neoplasieën van het
hypothalamo-hypofysaire systeem komen het meest bij honden, paarden en katten voor.
Bij de hond betreft het vooral ACTH-producerende tumoren uitgaande van de voorkwab of de
middenkwab.
Bij de kat gaat het vooral om GH-producerende hypofysetumoren en zelden om ACTH-
producerende tumoren.
Bij het paard kan een neoplasie van de middenkwab leiden tot een verhoogde secretie van ACTH
(en het αmelanocyt-stimulerend hormoon).
Bij landbouwhuisdieren zijn neoplasieën van het hypothalamo-hypofysaire systeem zeldzaam.
Primaire bijnierschorsinsufficiëntie = ziekte van Addison
Wrrs door auto-immune ontsteking van de bijnier (adrenalitis), komt vaakst voor
Teven van 2 tot 6 jaar, en ook vooral honden, bij andere dieren heel soms door chronische ontstekingen,
bv tuberculose, of acute ontstekingen zoals e coli of streptokokken.
Rund: amyloidose in bijnieren
Acute bijnierinsufficiëntie is ook bekend bij de uitgebreide bloedingen met ernstige degeneratie of
necrose van de bijnierschors in het verloop van bacteriële sepsis met diffuse intravasale stolling (bv -->
coli- of streptokokkensepsis bij kalveren, biggen en veulens of salmonellose bij paarden).
Iatrogene vorm gezien: na de behandeling van het syndroom van Cushing met het chemotherapeuticum
o,p’DDD
Deze komt vaker voor dan de secundaire