LENEN VAN BV DOOR DGA .......................................................................................................................... 2
LENING OF DIVIDEND? ............................................................................................................................................... 2
Verweren: mogelijkheid tot aflossen .............................................................................................................. 2
Van lening naar dividend ................................................................................................................................ 2
Onzakelijke lening ........................................................................................................................................... 2
Onbelast wegstrepen ...................................................................................................................................... 3
WETSVOORSTEL BESTRIJDING EXCESSIEF LENEN BIJ BV ................................................................................ 4
ACHTERGROND ......................................................................................................................................................... 4
Bouwstenennotitie .......................................................................................................................................... 4
Inwerkingtreding ............................................................................................................................................. 4
TOEPASSING VAN HET WETSVOORSTEL .......................................................................................................................... 4
AB-vennootschap ............................................................................................................................................ 4
AB-houder ....................................................................................................................................................... 4
Maximum ........................................................................................................................................................ 4
SCHULDEN ............................................................................................................................................................... 5
Uitzondering eigenwoningschulden ................................................................................................................ 6
Rechtens in feite direct of indirect .................................................................................................................. 7
POSITIEF OF NEGATIEF FICTIEF REGULIER VOORDEEL ......................................................................................................... 7
Systematiek ..................................................................................................................................................... 7
Verbonden persoon ......................................................................................................................................... 8
, Lenen van BV door DGA
Lening of dividend?
Van belang is of iets wordt aangemerkt als lening of als dividend. De Hoge Raad heeft in BNB 2005/64
daar het volgende over gezegd: “Indien een vennootschap aan haar aandeelhouder een lening
verstrekt waarvan aannemelijk is dat deze niet kan of zal worden afgelost, moet deze lening worden
aangemerkt als een onttrekking. Het bedrag van de lening heeft dan immers het vermogen van de
vennootschap definitief verlaten. Dit wordt niet anders indien het bedrag van de lening kan worden
verrekend met een toekomstige dividenduitkering”.
De beoordeling of iets een lening of dividend is, moet plaatsvinden op het moment van de
geldverstrekking, dus op het moment van opname. Maar iets was civielrechtelijk als een lening wordt
aangemerkt, kan fiscaalrechtelijk worden geherkwalificeerd tot kapitaal indien er sprake is van een
uitzondering.
• Schijnlening dividend
• Bodemlozeputlening dividend
Verweren: mogelijkheid tot aflossen
Ondanks dat de DGA niet of nauwelijks privébezittingen heeft, kan hij zich toch op het standpunt
stellen dat hij kan terugbetalen:
1. DGA beschikt over voldoende bezittingen waarop de BV zich kan verhalen;
2. BV beschikt over winstreserves die kunnen worden uitgekeerd en vervolgens door DGA
kunnen worden aangewend om de lening terug te betalen. Tegenover de vordering staat dan
een dividenduitkering;
3. DGA heeft (bewezen) verdiencapaciteit, waardoor te zijner tijd voldoende middelen
beschikbaar zijn om de lening terug te betalen.
Van lening naar dividend
Hoofdregel is dat wanneer een lening kwalificeert als lening op het moment dat de DGA het opneemt,
het een lening blijft. Fiscaal wordt hier genuanceerder tegenaan gekeken. Zo kan een onzakelijke lening
van kleur verschieten. De oorzaak hiervan ligt in de aandeelhoudersrelatie. Als er geen intentie meer
is om de lening af te lossen, wordt er geherkwalificeerd. Het is dan geen lening meer, maar een
dividenduitkering. Door onzakelijk handelen tussen de DGA en de BV kan de lening dus op een zeker
moment van kleur verschieten dividenduitkering.
Stel dat de DGA in vermogen achteruitgaat. In eerste instantie kon hij de lening wel aflossen. Kan de
inspecteur dan zeggen dat de lening is veranderd in een dividenduitkering voor het deel dat niet meer
terugbetaald kan worden? Dit ligt genuanceerd. Hoofdregel is dat als een lening op het moment van
verstrekken een lening is, deze gedurende de looptijd niet als dividenduitkering kan worden
geherkwalificeerd. Maar dit kan anders zijn dat de DGA bijvoorbeeld er opzettelijk voor zorgt dat zijn
financiële positie verslechtert. Ook in dit geval kan onzakelijk handelen er dus voor zorgen dat de lening
van kleur verschiet.
Onzakelijke lening
Een onzakelijke lening is een lening, maar wel met een debiteurenrisico dat verklaard wordt vanuit de
aandeelhoudersrelatie. Stel de BV heeft een onzakelijke lening verstrekt aan haar DGA. De BV heeft
daarbij een onzakelijk debiteurenrisico aanvaard. Dit betekent dat de BV in de toekomst wel eens
benadeeld zou kunnen worden. Die benadeling (het verlies op de vordering) zit hem in de
aandeelhoudersrelatie.
2