Historische context - Verlichting 2
Historische context - Steden en burgers in de lage landen 11
Historische context - China 20
Historische context - Duitsland in Europa 30
,Historische context - Verlichting
1. Welke ideeën ontstonden tijdens de Verlichting over een meer rechtvaardige
samenleving (1650-1789)?
Wetenschappelijke revolutie
● 17e eeuw, wetenschappelijke revolutie: periode van groot aantal uitvindingen en
ontdekkingen als gevolg van systematische beoefening van onderzoek.
○ Observeren (zelf kijken naar sterren/menselijk lichaam in plaats van alleen
lezen in boeken)
○ Experimenteren (proeven doen)
○ Redeneren (logisch redeneren)
● Oorzaken wetenschappelijke revolutie:
○ Ontdekkingsreizen → toename kennis van de wereld
○ Ambachtelijke technieken(nieuwe uitvindingen) → meer controle over de
natuur(windkracht kon bijvoorbeeld beter ingezet worden door uitvinding
molens) en er kwam behoefte aan precieze metingen → wetenschappers
gingen hier over nadenken
○ Humanistische tekstanalyse(gingen kritisch kijken naar griekse en romeinse
teksten en hierop verder bouwen)
○ Rationalisme van Descartes → je doet vooral nieuwe kennis op door gebruik
van rede → toename van logisch redeneren
○ Empirisme van Locke → je doet nieuwe kennis op door waarneming en
ervaring → toename van observeren en experimenteren
Nieuwe inzichten
● Wetenschappelijke revolutie leidt tot nieuwe ontdekkingen en inzichten, bijvoorbeeld:
○ Natuurwetten van Newton
○ Belangrijk nieuw inzicht: in de natuur gelden er wetmatigheden
● Nieuwe inzichten en ideeën zijn in strijd met ideeën/wereldbeeld van de kerk
○ Niet de aarde, maar de zon is het middelpunt van ons zonnestelsel
○ → Discussies over de positie van de kerk in de maatschappij, want kerk
legitimeerde macht/zeggenschap omdat ze weten wat er in de bijbel staat en
dit wereldbeeld van de kerk wordt dus steeds meer in twijfel getrokken
○ → Het geloof wordt steeds meer een individuele zaak (bijbel kunnen we ook
zelf lezen)
● Mensen vonden dat ze zelf moesten kunnen kiezen wat ze gingen geloven/dat de
overheid dit niet mag afdwingen en ketters mag vervolgen
Verlicht denken
● Verlichting: stroming van geleerden die menen dat alles met behulp van het
verstand kon worden verklaard. Dit zou bijdragen aan de vooruitgang van de
samenleving.
○ Groot vertrouwen in rationeel denken.
○ De wetenschappelijke manier van onderzoek kan niet alleen gebruikt worden
om natuur in kaart te brengen, maar voor alle terreinen van de samenleving
(bestuur/economie)
1
, ○ Door de verlichting is grote maatschappelijke vooruitgang mogelijk.
● Verlichting zorgt voor veranderingen in het denken over de samenleving
○ Zijn tradities, religieuze praktijken en gezagsverhoudingen wel redelijk?
■ Samenleving was altijd gebaseerd op erfelijke rechten en
plichten/religieuze ideeën) → moest naar een samenleving gaan die
gebaseerd was op de rede.
● Verlicht denker Rousseau
○ Ideale opvoeding is in harmonie met de natuur en zonder straffen (laat de
kinderen kind zijn).
○ Onderwijs moet er zijn voor alle kinderen (onderwijs moet ervoor zorgen dat
kinderen vrij zijn om zelf te oordelen).
● Verlichte ideeën worden verspreid via:
○ Brieven
○ Boeken → encyclopedie(alle bestaande kennis bij elkaar brengen, want
kennis was basis om vooruitgang te kunnen boeken)
○ Salonbijeenkomsten (discussie over bepaalde ideeën)
● Nieuwe ideeën en maatschappijkritiek leiden tot optimisme en geloof in
maatschappelijke vooruitgang.
● Men twijfelt of het menselijk verstand alles kan verklaren (maar het kan wel voor
grote vooruitgang zorgen)
Het sociaal contract
● Waar ligt de soevereiniteit(wiens wil wordt uitgevoerd)?
○ Traditioneel idee: soevereiniteit ligt bij de vorst (droit divin)
○ Verlichte denkers trekken dit idee in twijfel: kan de gezagsverhouding ook op
een andere manier?
● Locke en Rousseau gaan uit van natuurrechten en het sociaal contract
● Sociaal contract
○ Doel: voorkomen oorlogen tussen vorst en burgers/burgers onderling
○ Hierom dragen burgers taken over/geven vrijheden op aan de overheid (bijv.
rechtspraak en bescherming), in ruil hiervoor beschermt de overheid de
rechten van de burgers via wetgeving
● John Locke over sociaal contract (hij vindt dat volk=adel+rijke burgers)
○ Er is geen contract waarin staat dat de vorst over het volk mag heersen →
soevereiniteit ligt dus bij het volk
○ Burgers(dus ook de vorst) waren elkaar gelijken
○ Vorst moet het volk beschermen en zorgen voor bescherming
natuurrechten(vrijheid, leven en bezit)
○ Als de vorst zich niet aan de afspraken houdt in het sociaal contract → in
opstand komen/vorst afzetten
● Rousseau over het sociaal contract (hij vindt dat volk=alle burgers)
○ Alle mensen zijn elkaars gelijken, dus ook de armen/slaven
○ Soevereiniteit ligt bij het volk
○ Directe democratie, zodat algemene wil(wil hele bevolking) uitgevoerd kon
worden
○ Als de vorst zich niet aan de afspraken houdt in het sociaal contract → in
opstand komen/vorst afzetten
2
, Montesquieu en Smith
● Montesquieu: scheiding van de machten → machtmisbruik van het bestuur
voorkomen (elke macht kon de andere macht controleren)
● Adam smith (rol van de overheid in de economie)
○ Overheid probeerde eigen economie te beschermen/beïnvloeden, smith vond
dit niks
○ Smith wilde juist: vrije markt economie
○ Dit zou goed komen omdat hij uitging van het rationeel eigenbelang(ieder
mens werkt hard voor zichzelf), wat juist zou zorgen voor meer welvaart
Veranderende politieke cultuur
● Verlichte ideeën raken breed verspreid (zowel privé als openbaar), bijvoorbeeld:
○ brieven, boeken, tijdschriften, bibliotheken, salons/koffiehuizen, toneelstukken
en opera's(met maatschappijkritiek)
● Gevolg: vorsten moeten voortaan rekening houden met de publieke opinie in alle
lagen van de bevolking
● Publicatie van verlichte ideeën wordt in de gaten gehouden/soms verboden (zodat
macht behouden kon worden)
● Vanaf 15e eeuw: Uitbreiding en centralisatie van de macht van vorsten →
absolutisme
● 18e eeuw(bovenstaande punten komen samen):
○ Verlichting + absolutisme = verlicht absolutisme (vorst probeert met verlichte
ideeën zijn bestuur te verbeteren, maar blijft wel alle macht houden)
■ Bijvoorbeeld Frederik de Grote: ‘alles voor het volk, maar niets door
het volk.’ Hij voerde maatregelen door als:
● Godsdienstige verdraagzaamheid (het is niet redelijk om
mensen om hun geloof te vervolgen)
● Zorgen voor genoeg voedsel voor het volk
● Droogleggen moerassen voor nieuwe landbouwgrond
3