Zelfstudie 5
Wat wordt verstaan onder begrippen preload, afterload en contractiliteit van het
hart?
Preload is de rek dat op het hart komt te staan door het aangevoerde bloed. Een
verhoogde veneuze return zorgt voor een hogere preload. De afterload is de druk
waar het hart tegen aan moet pompen, dit is dus over het algemeen de
bloeddruk. De contractiliteit is hoe effectief het hartspierweefsel samen kan
trekken.
Wat is het Starling-mechanisme?
Het Starling-mechanisme is het mechanisme dat simpelweg zegt: ‘wat er in gaat,
gaat er uit’. Dit betekend dat hoe hoger de preload is, hoe hoger het slagvolume
is.
Benoem de verschillende oorzaken van hartfalen. Maak hiervan een schematisch
overzicht en maak daarbij onderscheid in hartfalen op basis van verminderde
hartspierfunctie, verhoogde belasting (volume/drukbelasting) en een
instroombelemmering.
Verminderde Verhoogde belasting Instroombelemmering
hartspierfunctie
o Ischemisch o Volumebelasting o AV-klepstenose
o Cardiomyopathie - Klepinsufficiënt o Myxoom (tumor)
o Stapelingsziekte ie o Cardiomyopathie
- Shunts o Pericardiaal
- Overvulling
o Drukbelasting
- Klepstenose
- Hypertensie
(pulmonaal)
Verklaar de klachten en verschijnselen van hartfalen op grond van de
pathofysiologische veranderingen die optreden bij falen van de linker- en/of
rechterharthelft.
De klachten die optreden bij hartalen, ontstaan uit forward en backward failure.
Bij backward failure is er oplopende volume-/drukbelasting stroomafwaarts van
het hart. Zo kan er bijvoorbeeld een verhoogde pulmonale druk ontstaan, dat
orthopneu en dyspneu veroorzaakt. Bij de rechterharthelft zie je dan een
verhoogde CVD en bijvoorbeeld oedeem in de enkels. Bij forward failure zie je
vooral problemen en symptomen ontstaan, doordat de CO niet meer voldoende
is. Een verminderde perfusie kan voor vermoeidheid, duizeligheid, dyspneu
d’effort en misselijkheid zorgen.
Welke (neurohumorale) compensatiemechanismen heeft het lichaam om bij
hartfalen de circulatie zo goed mogelijk in stand te houden? Verklaar de werking
en effecten op korte en lange termijn.
Bij een verlaagde CO zal als eerst het sympatisch zenuwstelsel geactiveerd
worden. Het SZS zal zorgen voor vasoconstrictie en een snellere hartslag. Ook zal
er vasopressine (ADH) in het brein worden afgegeven, zodat er in de nieren meer
vocht vastgehouden wordt. Daarnaast zal het RAAS systeem bij een verminderde
perfusie van de nieren actiever worden. Ook dit zal voor een verhoging van het