PRIVAATRECHT
JURISPRUDENTIE
HOORCOLLEGE 1:
QUINT/TE POEL:
ONTSTAAN VAN EEN VERBINTENIS, ONGERECHTVAARDIGDE VERRIJKING
Feiten: Quint bouwt in opdracht van Hubertus te Poel twee winkelpanden; Hubertus betaalt niet;
grond blijkt eigendom van zijn broer Heinrich → natrekking (vgl. nu art. 5:20 sub e BW)!
Quint stelt Heinrich aansprakelijk: ongerechtvaardigde verrijking?
Hof: wijst af; verbintenissen ontstaan slechts uit ovk of de wet.
HR: verbintenis kan ook ontstaan als dit past in het stelsel van de wet en aansluit bij de wél in de
wet geregelde gevallen, maar in dit geval niet.
ZG-113: principiële betekenis schuilt in de erkenning van het ongeschreven recht als bron van
verbintenissen (open stelsel).
DEPEX/CURATOR BERGEL: GOEDERENRECHT
BESTANDDELEN
Feiten: Bergel BV koopt onder eigendomsvoorbehoud een waterdestillatie-unit van Dépex en
installeert die in haar gebouw
➔ vraag: is de unit een bestanddeel van het gebouw?
In de procedure staat i.h.b. de vraag centraal of hij naar verkeersopvatting een bestanddeel is (dus lid
1 van art. 3:4 BW, niet lid 2)
➔ voorvraag: wanneer is iets naar verkeersopvatting bestanddeel?
HR: een aanwijzing voor een positieve verkeersopvatting is gelegen in...
O het feit dat beide objecten in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd
O het feit dat het ene object bij het ontbreken van het andere object als onvoltooid
moet worden beschouwd
PORTACABIN: GOEDERENRECHT
ONROERENDE GOEDEREN, ZAKEN EN BESTANDDELEN
Feiten: Buys plaatst op zijn grond een portacabin naast zijn bedrijfsgebouw, tussen Rabobank en de
fiscus ontstaat later een geschil m.b.t. de portacabin
➔ vraag: is de portacabin duurzaam met de grond verenigd?
➔ voorvraag: wanneer is iets duurzaam met de grond verenigd (onroerend goed)?
HR: “Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn [...] doordat het naar aard en inrichting
bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven [...]” (r.o. 3.3)
HR: “Bij beantwoording van de vraag of een gebouw of werk bestemd is om duurzaam ter plaatse te
blijven, moet [...] worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar
is [...].” (r.o. 3.3)
➔ een subjectief criterium dat wordt geobjectiveerd
, En ... hoe zit het met de verkeersopvatting? (cfr. art. 3:4 lid 1 BW)
HR: geen zelfstandige maatstaf, kunnen in een concreet geval wel in aanmerking worden genomen om
de begrippen ‘duurzaam’, ‘verenigd’, ‘bestemming’ en ‘naar buiten kenbaar’ nader in te vullen
BLAAUBOER/BERLIPS: GOEDERENRECHT
RELATIEF VS. ABSOLUUT RECHT, OVERGAVE OP DERDE
Feiten: Berlips verkoopt grond aan Blaauboer, koopovereenkomst bevat bepaling dat Berlips op eigen
(naastgelegen) grond een weg zal aanleggen. Berlips legt echter geen weg aan en verkoopt zijn grond
aan een derde.
Blaauboer vordert schadevergoeding van Berlips wegens niet-nakoming Antwoord
Berlips: verbintenis is overgegaan op derde?
HR: Berlips en niet de derde is schuldenaar, want:
o ook een verbintenis aangegaan door een eigenaar m.b.t. zijn goed is, behoudens
andersluidende wetsbepaling, een persoonlijke verbintenis (= relatief recht)
o overeenkomsten gelden enkel tussen de partijen (behalve als zij een absoluut recht creëren)
➔ mogen geen nadeel hebben voor derden
o als de verbintenis zou rusten op al wie eigenaar wordt, dan krijgt de schuldeiser zonder
wettelijke grondslag een recht met het karakter van een absoluut recht, waardoor “de in
onze burgerlijke wetgeving bestaande scherpe onderscheiding tussen zakenrecht en
verbintenissenrecht wordt uitgewist”
PROBLEEM 1:
BUNDE/ERCKENS:
DISCREPANTIE DOOR MISVERSTAND
Feiten: Erckens verkoopt boomgaard aan gemeente Bunde i.v.m. dreigende onteigening; afspraak dat
gemeente ‘belastingschade’ vergoedt. Erckens en Bunde hadden beide andere betekenis op het oog.
HR: bij ‘misverstand’ over betekenis van contractuele term is wilsvertrouwensleer bepalend: wel of
geen contract met bepaalde inhoud. 4 gezichtspunten:
o Welke betekenis lag voor de hand?
o Mocht technische betekenis bekend worden verondersteld?
o Had wederpartij deskundige bijstand die haar zou voorlichten?
o Welke uitleg strookt met het beoogde resultaat?
Beslissend is wat partijen ober en weer hebben verklaard en wat zij uit verklaringen en gedragingen
hebben afgeleid en hebben mogen afgeleid.
Als de betekenissen te ver uit elkaar liggen zal de overeenkomst worden ontbonden.
HOFLAND/HENNIS:
AANBOD?
Feiten: Hofland plaatst advertentie in woninggids. Hennis biedt de vraagprijs, maar Hofland weigert
levering; deal?
Was de advertentie het aanbod of was het bod van Hennis het aanbod?
JURISPRUDENTIE
HOORCOLLEGE 1:
QUINT/TE POEL:
ONTSTAAN VAN EEN VERBINTENIS, ONGERECHTVAARDIGDE VERRIJKING
Feiten: Quint bouwt in opdracht van Hubertus te Poel twee winkelpanden; Hubertus betaalt niet;
grond blijkt eigendom van zijn broer Heinrich → natrekking (vgl. nu art. 5:20 sub e BW)!
Quint stelt Heinrich aansprakelijk: ongerechtvaardigde verrijking?
Hof: wijst af; verbintenissen ontstaan slechts uit ovk of de wet.
HR: verbintenis kan ook ontstaan als dit past in het stelsel van de wet en aansluit bij de wél in de
wet geregelde gevallen, maar in dit geval niet.
ZG-113: principiële betekenis schuilt in de erkenning van het ongeschreven recht als bron van
verbintenissen (open stelsel).
DEPEX/CURATOR BERGEL: GOEDERENRECHT
BESTANDDELEN
Feiten: Bergel BV koopt onder eigendomsvoorbehoud een waterdestillatie-unit van Dépex en
installeert die in haar gebouw
➔ vraag: is de unit een bestanddeel van het gebouw?
In de procedure staat i.h.b. de vraag centraal of hij naar verkeersopvatting een bestanddeel is (dus lid
1 van art. 3:4 BW, niet lid 2)
➔ voorvraag: wanneer is iets naar verkeersopvatting bestanddeel?
HR: een aanwijzing voor een positieve verkeersopvatting is gelegen in...
O het feit dat beide objecten in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd
O het feit dat het ene object bij het ontbreken van het andere object als onvoltooid
moet worden beschouwd
PORTACABIN: GOEDERENRECHT
ONROERENDE GOEDEREN, ZAKEN EN BESTANDDELEN
Feiten: Buys plaatst op zijn grond een portacabin naast zijn bedrijfsgebouw, tussen Rabobank en de
fiscus ontstaat later een geschil m.b.t. de portacabin
➔ vraag: is de portacabin duurzaam met de grond verenigd?
➔ voorvraag: wanneer is iets duurzaam met de grond verenigd (onroerend goed)?
HR: “Een gebouw kan duurzaam met de grond verenigd zijn [...] doordat het naar aard en inrichting
bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven [...]” (r.o. 3.3)
HR: “Bij beantwoording van de vraag of een gebouw of werk bestemd is om duurzaam ter plaatse te
blijven, moet [...] worden gelet op de bedoeling van de bouwer voor zover deze naar buiten kenbaar
is [...].” (r.o. 3.3)
➔ een subjectief criterium dat wordt geobjectiveerd
, En ... hoe zit het met de verkeersopvatting? (cfr. art. 3:4 lid 1 BW)
HR: geen zelfstandige maatstaf, kunnen in een concreet geval wel in aanmerking worden genomen om
de begrippen ‘duurzaam’, ‘verenigd’, ‘bestemming’ en ‘naar buiten kenbaar’ nader in te vullen
BLAAUBOER/BERLIPS: GOEDERENRECHT
RELATIEF VS. ABSOLUUT RECHT, OVERGAVE OP DERDE
Feiten: Berlips verkoopt grond aan Blaauboer, koopovereenkomst bevat bepaling dat Berlips op eigen
(naastgelegen) grond een weg zal aanleggen. Berlips legt echter geen weg aan en verkoopt zijn grond
aan een derde.
Blaauboer vordert schadevergoeding van Berlips wegens niet-nakoming Antwoord
Berlips: verbintenis is overgegaan op derde?
HR: Berlips en niet de derde is schuldenaar, want:
o ook een verbintenis aangegaan door een eigenaar m.b.t. zijn goed is, behoudens
andersluidende wetsbepaling, een persoonlijke verbintenis (= relatief recht)
o overeenkomsten gelden enkel tussen de partijen (behalve als zij een absoluut recht creëren)
➔ mogen geen nadeel hebben voor derden
o als de verbintenis zou rusten op al wie eigenaar wordt, dan krijgt de schuldeiser zonder
wettelijke grondslag een recht met het karakter van een absoluut recht, waardoor “de in
onze burgerlijke wetgeving bestaande scherpe onderscheiding tussen zakenrecht en
verbintenissenrecht wordt uitgewist”
PROBLEEM 1:
BUNDE/ERCKENS:
DISCREPANTIE DOOR MISVERSTAND
Feiten: Erckens verkoopt boomgaard aan gemeente Bunde i.v.m. dreigende onteigening; afspraak dat
gemeente ‘belastingschade’ vergoedt. Erckens en Bunde hadden beide andere betekenis op het oog.
HR: bij ‘misverstand’ over betekenis van contractuele term is wilsvertrouwensleer bepalend: wel of
geen contract met bepaalde inhoud. 4 gezichtspunten:
o Welke betekenis lag voor de hand?
o Mocht technische betekenis bekend worden verondersteld?
o Had wederpartij deskundige bijstand die haar zou voorlichten?
o Welke uitleg strookt met het beoogde resultaat?
Beslissend is wat partijen ober en weer hebben verklaard en wat zij uit verklaringen en gedragingen
hebben afgeleid en hebben mogen afgeleid.
Als de betekenissen te ver uit elkaar liggen zal de overeenkomst worden ontbonden.
HOFLAND/HENNIS:
AANBOD?
Feiten: Hofland plaatst advertentie in woninggids. Hennis biedt de vraagprijs, maar Hofland weigert
levering; deal?
Was de advertentie het aanbod of was het bod van Hennis het aanbod?