Gwen Roelofs 734737gr
Rechtsgeleerdheid 1
STRAFRECHT
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1.1 Eerste kennismaking
Rechtsgebied is sterk verbonden met moraal, veiligheid en rechtvaardigheid.
1.2 Plaats van het strafrecht
Strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen van personen die een strafbaar feit hebben
gepleegd. Het strafrecht regelt wie een straf krijgt en wanneer.
Als een burger een strafbaar feit pleegt, moet hij verantwoording afleggen aan de overheid, die hem
namens de samenleving straf kan opleggen.
Staat
Strafrecht
Burger Civiel recht Burger
Burgers kunnen elkaar niet dagvaarden voor gepleegde strafbare feiten vertegenwoordiging afstaan
tegenover de rechter. De enige die dat kan doen is de officier van justitie. Hij is de vertegenwoordiger van
staatsorgaan dat belast is met de vervolging van verdachten (het openbaar ministerie).
Civielrechtelijk procederen is een ingewikkelde, tijdrovende en geldverslindende aangelegenheid in het
strafrecht kan de benadeelde partij een schadevergoeding verzoeken aan de strafrechter: relatief
makkelijke manier van schade verhalen op de dader.
1.3 Doelen van straffen
Opleggen van een straf dient 2 doelen:
1. Vergelding, kan zorgen voor morele genoegdoening, soort wraak.
2. Preventie, minder mensen plegen strafbare feiten als het plegen ervan een straf veroorzaakt.
a. Speciale preventie: de persoon die een strafbaar feit pleegt zal na het krijgen van de straf
wel 2x nadenken om nog een keer een strafbaar feit pleegt voorkomen of
ontmoedigen dat de gestrafte wederom in de fout gaat. Het opleggen van
voorwaardelijke straffen – deze worden niet ten
b. Generale preventie: de gestrafte moet een voorbeeld zijn dat andere potentiële
wetsovertreders afschrikt.
,1.4 Materieel strafrecht, formeel strafrecht en
sanctierecht
Materieel strafrecht wat is een strafbaar feit? Grenzen van de strafrechtelijke aansprakelijkheid.
- Strafbepalingen
- Algemene leerstukken die betrekking hebben op de uitsluiting van strafbaarheid
- Uitbereiding van strafbaarheid
- Wetboek van Strafrecht (Sr)
Formeel strafrecht (strafprocesrecht/strafvordering) welke regels moeten worden gevolgd wanneer
een norm van het materiële strafrecht is overtreden.
- Voornamelijk Wetboek van Strafvordering (Sv)
Sanctierecht de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen worden opgelegd en ten uitvoer
gelegd.
- Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering
Dit onderscheid is anders dan wetten in formele zin (wetten tot stand gekomen door de regering en de
Staten-Generaal) en wetten in materiële zin (algemene regels die de burgers verbindt).
1.5 Commuun en bijzonder strafrecht
Het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen (Sr en Sv)=commuun strafrecht.
De strafbepalingen die in andere wetten staan= bijzonder strafrecht.
Strafwetten hoeven niet perse door de Staten-Generaal tot stand te komen. Dit kan ook door delegatie
aan een gemeente of provincie tot stand komen.
Art. 91 Sr maakt duidelijk dat de bepalingen van boek 1 van het Wetboek van Strafrecht ook van
toepassing zijn op feiten die strafbaar zijn gesteld in bijzondere strafwetten.
1.6 De opbouw van het Wetboek van Strafrecht
en het Wetboek van Strafvordering
Wetboek Strafrecht:
Deel 1: algemene leerstukken van materieel strafrecht zijn van toepassing op alle delicten die in het
Wetboek van strafrecht strafbaar zijn gesteld en in beginsel ook bijzondere strafwetten. Regels met
betrekking tot sanctierecht en enkele andere onderwerpen.
Deel 2 en 3: uitsluitend strafbepalingen= omschrijvingen van gedrag dat strafbaar is, met daarbij een
aanduiding van de maximale straffen die mogen worden opgelegd. Boek 2: misdrijven. Boek 3:
overtredingen.
Wetboek Strafvordering:
Boek 1: belangrijkste bevoegdheden tijden het opsporingsonderzoek.
,Boek 2: vervolgingsbeslissing van de officier van justitie en de hele procedure voor de berechtiging van
een verdachte door de rechtbank.
Boek 3: rechtsmiddelen.
Boek 6: tenuitvoerlegging.
Boek 4/5: nu niet belangrijk.
1.7 De invloed van internationaal en
supranationaal recht
Nederland sluit bepaalde verdragen met andere staten verplichtingen. Internationaal recht = recht dat
geldt tussen staten.
Nederland is een lidstaat van de EU regels waar alle lidstaten zich aan moeten houden. Supranationaal
recht = internationale organisatie legt de regels op en alle lidstaten moeten volgen.
HOOFDSTUK 2: INLEIDING MATERIEEL
STRAFRECHT
2.1 Plaats en structuur van strafbepalingen
De inhoud van wettelijke verbodsbepalingen worden soms verder ingevuld door de rechtspraak.
Strafbepalingen:
- Delictsomschrijving: welke ongewenste gedraging de wetgever strafbaar heeft willen stellen.
o De delictsomschrijving en de strafbedreiging zijn in veel bijzondere wetten ‘uit elkaar
getrokken’, waarbij de delictsomschrijving niet op de klassieke manier verwoord is als
een gedraging, maar als een verbod. Kijk dan ook naar de wet waar ze in het wetsartikel
naar verwijzen. gelaagde structuur van bijzondere wetten.
- Kwalificatie-aanduiding: hoe de gedraging in juridisch opzicht moet worden benoemd.
o Niet altijd is de kwalificatie-aanduiding duidelijk terug te vinden in het wetsartikel. Soms
ontbreekt hij of wordt deze geacht besloten te liggen in de delictsomschrijving.
- Strafbedreiging: welk soort straf er mag worden opgelegd en wat het maximum daarvan is.
o In art. 23 lid 4 Sr wordt aangegeven welk bedrag bij welke categorie geldboete hoort.
2.2 De opbouw van het strafbare feit in vier
componenten
2.2.1 HET VIERLAGENMODEL
De inhoud van een strafbaar feit in materieelstrafrechtelijke zin: een menselijke gedraging die valt binnen
de grenzen van een wettelijk delictsomschrijving, die wederrechtelijk is en aan schuld te wijten. Aan deze
cumulatieve voorwaarden moet worden gedaan vierlagenmodel:
1. Menselijke gedraging (MG)
, 2. Wettelijke delictsomschrijving (DO)
3. Wederrechtelijkheid (W)
4. Schuld (als verwijtbaarheid (V))
2.2.2 DE MENSELIJKE GEDRAGING
De gedraging moet verricht zijn door een mens, art. 51 Sr (in de middeleeuwen bestonden er ook
dierprocessen). Dit kunnen zowel natuurlijke personen zijn als rechtspersonen. Niemand kan gestraft of
vervolgd worden voor enkel het voornemen om iets strafbaars te gaan doen. Pas als de gedraging geheel
of gedeeltelijk wordt uitgevoerd. Ook het nalaten om actief op te treden kan strafbaar worden gesteld.
De menselijke gedraging zal uiteindelijk in uitdrukking moeten komen in de tenlastelegging: processtuk
waarin staat beschreven welke gedraging de verdachte, volgens de officier van justitie, zou hebben
verricht. De feiten in de tenlastelegging zijn de feiten die aan de verdachte verweten worden en waarvoor
hij te recht moet staan.
Het is aan de rechter om te onderzoeken of waarvan de verdachte wordt verweten in de tenlastelegging
ook daadwerkelijk gedaan is door de verdachte art. 350 Sv.
Feit bewezen strafbedreiging wordt uitgevoerd, art. 351 Sv.
Feit onbewezen vrijspraak, art. 352 lid 1 Sv.
2.2.3 DE WETTELIJKE DELICTSOMSCHRIJVING
Gedragingen zijn pas strafbaar als deze terug te vinden zijn in de strafwet. Vaak zijn de wetten hierin
veralgemeniseerd, zodat gedragingen die strafbaar zijn niet precies hoeven te worden omschreven.
Runescape-arrest. Niet terug te vinden in de wet strafbaarheid uitgesloten er dan op een feitelijke
gedraging geen strafrechtelijk etiket op te plakken. De rechter moet de veralgemeniseerde wetten dan
interpreteren (analogieredenering is verboden).
In strafprocessueel perspectief: in iedere individuele strafzaak zal de rechter de bewezen verklaarde
feitelijke gedraging uit de tenlastelegging juridisch moeten benoemen = kwalificatie (art. 350 Sv
rechter moet het feit kwalificeren, als de rechter dit niet kan doen verdachte ontslagen van het
rechtsvervolging wegens niet-kwalificeerbaarheid van het bewezenverklaarde).
2.2.4 DE WEDERRECHTELIJKHEID
Wederrechtelijkheid= in strijd met he recht. Kijken alleen naar het al dan niet gerechtvaardigd zijn van de
daad. Nu is het meestal dat met het vervullen van de delictsomschrijving de wederrechtelijkheid ook
gegeven is. Er kunnen echter omstandigheden zijn die het gedrag rechtvaardigen
uitzonderingsgevallen. De reden waarom het gedrag gerechtvaardigd is = rechtvaardigingsgronden (vb.
zelfverdediging).
2.2.5 DE SCHULD
Niemand mag gestraft worden zonder schuld. Schuld in deze zin moet dan worden opgevat als
verwijtbaarheid: men kon van iemand in redelijkheid vergen dat hij zich anders gedroeg dan hij deed. Als
iemand een reëel gedragingsalternatief had verwijtbaarheid.