Hoofdstuk 8: de fysieke ontwikkeling in de
peuter- en kleutertijd
8.1 FYSIEKE GROEI
8.1.1 HET GROEIENDE LICHAAM
2 jaar: gemiddeld kind 12,5kg en 90cm lang (helft van volwassen lengte)
-> groei gaat gestaag
-> 6 jaar: iets meer dan 20kg en bijna 120cm
Individuele verschillen in lengte en gewicht
Grote individuele verschillen
-> bv. 16% van 6jarigen langer dan 125cm en 16% korter
-> ook gemiddelde verschillen in lengte en gewicht tussen jongens en meisjes
neem in peuter-/kleutertijd toe
Verschil tussen kinderen in economisch ontwikkelde landen of ontwikkelingslanden: groot
-> economisch ontwikkeld: beter voeding en gezondheidszorg
-> gevolg: sterkere groei
Verschillen weerspiegelen ook economische factoren binnen een land
-> inkomen beneden armoedegrens: vaak kleiner
Veranderingen in lichaamsvorm en -verhouding
2jarige en 6jarige: ook verschil in vorm
-> verliezen mollige en ronde vormen en worden slanker
-> verbranden deel van het vet overgehouden aan de babytijd
-> verliezen rond buikje
-> ledematen worden langer
-> verhouding hoofd-lichaam: lijkt steeds meer zoals bij volwassenen (6 jaar: komt
ongeveer overeen)
Veranderingen in lengte, gewicht en voorkomen = topje van ijsberg
-> ook vanbinnen veel veranderingen
-> kinderen worden sterker doordat hun spieren in omvang toenemen en hun
botten steviger worden
-> ook zintuigen: blijven zich verder ontwikkelen
8.1.2 DE GROEIENDE HERSENEN
Hersenen: groeien het snelst van het hele lichaam
-> 2 jaar en goede voeding gehad: ¾ van de grootte en het gewicht van
volwassen hersenen
-> 5 jaar: 90% van grootte en gewicht van gemiddelde volwassen hersenen
1
, -> totale lichaamsgewicht: slechts 30% van gemiddelde volwassene
Toename aantal verbindingen tussen cellen: belangrijke rol in snelle groei
-> onderlinge verbindingen: maken complexe communicatie tussen neuronen
mogelijk
-> zorgen ook voor snelle ontwikkeling cognitieve vaardigheden
-> ook hoeveelheid myeline stijgt: overdracht zenuwsignalen versnelt en gewicht
van de hersenen neemt toe
-> = beschermende isolatielaag rond axonen
-> snelle groei: helpt bij ontwikkeling van ingewikkeldere fijne en grove motorische
vaardigheden
Eind kleutertijd: vooral bepaalde delen bijzonder hard gegroeid
-> bv. corpus callosum (bundel zenuwvezels die de 2 hemisferen verbindt)
-> wordt dikker en ontwikkelt 800 miljoen individuele vezels die de hersenfunctie
tussen de 2 helften helpen coördineren
Lateralisatie
= bepaalde functies vinden hun plek eerder in de ene hersenhelft dan in de andere
hersenhelft
-> wordt uitgesprokener tijdens kleuterjaren
Meeste mensen
-> linkerhelft: taken waarvoor verbale competentie nodig is
-> bv. praten, lezen, denken en redeneren
-> rechterhelft: eigen sterke kanten vooral op non-verbale gebieden
-> bv. ruimtelijk inzicht, herkenning van patronen en tekeningen, muziek en
emotionele uitingen
Hersenhelften: ook op iets andere manier informatie verwerken
-> linkerhelft: benadert info sequentieel (één stukje info tegelijk)
-> rechterhelft: verwerkt info op een globalere manier (als één geheel)
Ondanks specialisatie: hersenhelften werken in meeste opzichten samen
-> zijn afhankelijk van elkaar en de onderlinge verschillen zijn klein
-> functioneren bij bovenstaande taken niet zelfstandig
-> samenwerken 2 hersenhelften staat centraal
-> ene hersenhelft kan zelfs taken van andere hersenhelft uitvoeren
-> bv. rechterhelft: ook deel van taalverwerking en rol bij taalbegrip
Hersenen: veerkrachtig
-> hersenhelft beschadigd: andere helft neemt taken soms over
Lateralisatieproces: veel individuele verschillen
-> bv. links- of tweehandig: taal geconcentreerd in rechterhelft of geen specifiek
taalcentrum
2
,8.1.3 HET VERBAND TUSSEN GROEI VAN DE HERSENEN EN COGNITIEVE ONTWIKKELING
Belangrijke ontdekkingen gedaan over verband
-> perioden in kindertijd waarin hersenen ongebruikelijke groeispurts doormaken
-> deze perioden: gekoppeld aan vorderingen op cognitief gebied
-> ongebruikelijke spurts tussen 18 en 24 maanden: taalvaardigheid neemt dan
snel toe
-> ook spurts als kinderen grote cognitieve sprongen maken
Ander onderzoek: wellicht een verband tussen toename hoeveelheid myeline en
groeiende cognitieve vaardigheden
-> 5 jaar: myelinetoename in deel van hersenen dat geassocieerd wordt met
aandacht en concentratie voltooid
-> kan groeiende concentratieboog verklaren
-> verbetering geheugen: verband met toegenomen hoeveelheid myeline in het
gebied geassocieerd met herinneringen
In hoeverre leidt hersenontwikkeling tot cognitieve vooruitgang?
In hoeverre vormt de verbetering van cognitieve vaardigheden de basis voor verdere
hersenontwikkeling
=> wel duidelijk dat beter inzicht in de fysiologische aspecten van de hersenen
uiteindelijk belangrijke gevolgen zal hebben voor ouders en leerkrachten
8.1.4 DE ONTWIKKELING VAN DE ZINTUIGEN
Zintuigen: dankzij hersenontwikkeling de gelegenheid om zich verder te ontwikkelen
-> bv. rijping hersenen: zorgt voor betere beheersing van oogbewegingen en beter
vermogen om scherp te stellen
-> toch: ogen nog niet zo goed als later
-> vooral moeiten met groepen kleine letters scannen (belangrijk bij lezen)
-> beginnen lezen: vaak eerste letter lezen en rest gokken (zorgt voor fouten)
-> 6 jaar: effectief scannen en scherpstellen
-> maar ook nog niet zo ontwikkeld als bij volwassenen
Kleuters: geleidelijke verschuiving van de manier waarop ze samengestelde objecten zien
-> bv. vogel van groente en fruit: kleuters ziet meestal geen vogel en concentreert
zich op de onderdelen
-> 7/8 jaar: ze zien zowel onderdelen als geheel
-> = perceptuele schematisering
Gezichtsvermogen: niet enige zintuig dat verbeterd (ook gehoor wordt scherper)
-> buis van Eustachius: geleidt geluiden van buitenste deel oor naar binnenste
deel en ligt bij geboorte bijna horizontaal
-> gaat meer in een hoek liggen
-> kan leiden tot oorpijn in kleuterjaren
-> verbetering minder groot omdat het gehoor in kindertijd al goed ontwikkeld was
3
, -> wel nog problemen met het vermogen om specifieke geluiden te isoleren van
andere geluiden
-> waarschijnlijk daardoor in groepssituaties snel afgeleid door geluiden
8.3 BEDREIGINGEN VAN FYSIEKE GROEI EN MOTORISCHE ONTWIKKELING
8.3.5 KINDERMISHANDELING
Vormen van kindermishandeling
Kindermishandeling: veel verschijningsvormen
- seksueel misbruik
- lichamelijke mishandeling
- lichamelijke verwaarlozing (onvoldoende tegemoetkomen aan basisbehoeften)
- psychische of emotionele mishandeling (afwijzing en vijandigheid)
- psychische of emotionele verwaarlozing (te weinig positieve aandacht geven)
- getuige van huiselijk geweld
Veelbesproken topic binnen lichamelijke mishandeling = corrigerende tik
-> helpt op korte termijn, maar ernstige neveneffecten op lange termijn
-> slaan: geassocieerd met slechtere relatie tussen ouder en kind, slechtere
psychische gezondheid van kind én ouder, en met crimineel en asociaal gedrag bij
kinderen
-> kind ook minder goed in staat om een gevoel van goed en kwaad te
ontwikkelen
-> leert kinderen dat geweld een aanvaardbare oplossing is voor problemen
Cultuur: bepaalt hoe gangbaar een pak slaag is
-> Nederland: wettelijk verboden
-> slechts enkele landen in Europa nog geen verbod
-> sommige niet-Europese landen (bv. China): sterke sociale normen tegen het
slaan van kinderen
-> komt daar zelden voor
-> VS: gezien als privékeuze (komt het dus ook vaker voor)
Deskundigen: unaniem over eens dat hard en vaak slaan negatieve gevolgen heeft
-> meningen verdeelder bij lichte tik (geen verwondingen)
-> ouders die kind slaan: vaak ook minder knuffelen, spelen, voorlezen,…
-> kan dus zijn dat pak slaag niet de oorzaak is van problemen
Experts: adviseren nooit te slaan
-> lichte tik escaleert makkelijk in pak slaag
-> andere manieren om kind te laten gehoorzamen die even effectief of zelfs
effectiever zijn
-> bv. time-out (als niet te vaak en juist uitgevoerd)
Psychische mishandeling: bv. kind bang maken, kleineren of vernederen
-> kind kan gevoel krijgen een teleurstelling/mislukking te zijn of worden er
constant aan herinnerd dat ze een last zijn
-> sommige ouders: dreigen met verlating of dood
4
peuter- en kleutertijd
8.1 FYSIEKE GROEI
8.1.1 HET GROEIENDE LICHAAM
2 jaar: gemiddeld kind 12,5kg en 90cm lang (helft van volwassen lengte)
-> groei gaat gestaag
-> 6 jaar: iets meer dan 20kg en bijna 120cm
Individuele verschillen in lengte en gewicht
Grote individuele verschillen
-> bv. 16% van 6jarigen langer dan 125cm en 16% korter
-> ook gemiddelde verschillen in lengte en gewicht tussen jongens en meisjes
neem in peuter-/kleutertijd toe
Verschil tussen kinderen in economisch ontwikkelde landen of ontwikkelingslanden: groot
-> economisch ontwikkeld: beter voeding en gezondheidszorg
-> gevolg: sterkere groei
Verschillen weerspiegelen ook economische factoren binnen een land
-> inkomen beneden armoedegrens: vaak kleiner
Veranderingen in lichaamsvorm en -verhouding
2jarige en 6jarige: ook verschil in vorm
-> verliezen mollige en ronde vormen en worden slanker
-> verbranden deel van het vet overgehouden aan de babytijd
-> verliezen rond buikje
-> ledematen worden langer
-> verhouding hoofd-lichaam: lijkt steeds meer zoals bij volwassenen (6 jaar: komt
ongeveer overeen)
Veranderingen in lengte, gewicht en voorkomen = topje van ijsberg
-> ook vanbinnen veel veranderingen
-> kinderen worden sterker doordat hun spieren in omvang toenemen en hun
botten steviger worden
-> ook zintuigen: blijven zich verder ontwikkelen
8.1.2 DE GROEIENDE HERSENEN
Hersenen: groeien het snelst van het hele lichaam
-> 2 jaar en goede voeding gehad: ¾ van de grootte en het gewicht van
volwassen hersenen
-> 5 jaar: 90% van grootte en gewicht van gemiddelde volwassen hersenen
1
, -> totale lichaamsgewicht: slechts 30% van gemiddelde volwassene
Toename aantal verbindingen tussen cellen: belangrijke rol in snelle groei
-> onderlinge verbindingen: maken complexe communicatie tussen neuronen
mogelijk
-> zorgen ook voor snelle ontwikkeling cognitieve vaardigheden
-> ook hoeveelheid myeline stijgt: overdracht zenuwsignalen versnelt en gewicht
van de hersenen neemt toe
-> = beschermende isolatielaag rond axonen
-> snelle groei: helpt bij ontwikkeling van ingewikkeldere fijne en grove motorische
vaardigheden
Eind kleutertijd: vooral bepaalde delen bijzonder hard gegroeid
-> bv. corpus callosum (bundel zenuwvezels die de 2 hemisferen verbindt)
-> wordt dikker en ontwikkelt 800 miljoen individuele vezels die de hersenfunctie
tussen de 2 helften helpen coördineren
Lateralisatie
= bepaalde functies vinden hun plek eerder in de ene hersenhelft dan in de andere
hersenhelft
-> wordt uitgesprokener tijdens kleuterjaren
Meeste mensen
-> linkerhelft: taken waarvoor verbale competentie nodig is
-> bv. praten, lezen, denken en redeneren
-> rechterhelft: eigen sterke kanten vooral op non-verbale gebieden
-> bv. ruimtelijk inzicht, herkenning van patronen en tekeningen, muziek en
emotionele uitingen
Hersenhelften: ook op iets andere manier informatie verwerken
-> linkerhelft: benadert info sequentieel (één stukje info tegelijk)
-> rechterhelft: verwerkt info op een globalere manier (als één geheel)
Ondanks specialisatie: hersenhelften werken in meeste opzichten samen
-> zijn afhankelijk van elkaar en de onderlinge verschillen zijn klein
-> functioneren bij bovenstaande taken niet zelfstandig
-> samenwerken 2 hersenhelften staat centraal
-> ene hersenhelft kan zelfs taken van andere hersenhelft uitvoeren
-> bv. rechterhelft: ook deel van taalverwerking en rol bij taalbegrip
Hersenen: veerkrachtig
-> hersenhelft beschadigd: andere helft neemt taken soms over
Lateralisatieproces: veel individuele verschillen
-> bv. links- of tweehandig: taal geconcentreerd in rechterhelft of geen specifiek
taalcentrum
2
,8.1.3 HET VERBAND TUSSEN GROEI VAN DE HERSENEN EN COGNITIEVE ONTWIKKELING
Belangrijke ontdekkingen gedaan over verband
-> perioden in kindertijd waarin hersenen ongebruikelijke groeispurts doormaken
-> deze perioden: gekoppeld aan vorderingen op cognitief gebied
-> ongebruikelijke spurts tussen 18 en 24 maanden: taalvaardigheid neemt dan
snel toe
-> ook spurts als kinderen grote cognitieve sprongen maken
Ander onderzoek: wellicht een verband tussen toename hoeveelheid myeline en
groeiende cognitieve vaardigheden
-> 5 jaar: myelinetoename in deel van hersenen dat geassocieerd wordt met
aandacht en concentratie voltooid
-> kan groeiende concentratieboog verklaren
-> verbetering geheugen: verband met toegenomen hoeveelheid myeline in het
gebied geassocieerd met herinneringen
In hoeverre leidt hersenontwikkeling tot cognitieve vooruitgang?
In hoeverre vormt de verbetering van cognitieve vaardigheden de basis voor verdere
hersenontwikkeling
=> wel duidelijk dat beter inzicht in de fysiologische aspecten van de hersenen
uiteindelijk belangrijke gevolgen zal hebben voor ouders en leerkrachten
8.1.4 DE ONTWIKKELING VAN DE ZINTUIGEN
Zintuigen: dankzij hersenontwikkeling de gelegenheid om zich verder te ontwikkelen
-> bv. rijping hersenen: zorgt voor betere beheersing van oogbewegingen en beter
vermogen om scherp te stellen
-> toch: ogen nog niet zo goed als later
-> vooral moeiten met groepen kleine letters scannen (belangrijk bij lezen)
-> beginnen lezen: vaak eerste letter lezen en rest gokken (zorgt voor fouten)
-> 6 jaar: effectief scannen en scherpstellen
-> maar ook nog niet zo ontwikkeld als bij volwassenen
Kleuters: geleidelijke verschuiving van de manier waarop ze samengestelde objecten zien
-> bv. vogel van groente en fruit: kleuters ziet meestal geen vogel en concentreert
zich op de onderdelen
-> 7/8 jaar: ze zien zowel onderdelen als geheel
-> = perceptuele schematisering
Gezichtsvermogen: niet enige zintuig dat verbeterd (ook gehoor wordt scherper)
-> buis van Eustachius: geleidt geluiden van buitenste deel oor naar binnenste
deel en ligt bij geboorte bijna horizontaal
-> gaat meer in een hoek liggen
-> kan leiden tot oorpijn in kleuterjaren
-> verbetering minder groot omdat het gehoor in kindertijd al goed ontwikkeld was
3
, -> wel nog problemen met het vermogen om specifieke geluiden te isoleren van
andere geluiden
-> waarschijnlijk daardoor in groepssituaties snel afgeleid door geluiden
8.3 BEDREIGINGEN VAN FYSIEKE GROEI EN MOTORISCHE ONTWIKKELING
8.3.5 KINDERMISHANDELING
Vormen van kindermishandeling
Kindermishandeling: veel verschijningsvormen
- seksueel misbruik
- lichamelijke mishandeling
- lichamelijke verwaarlozing (onvoldoende tegemoetkomen aan basisbehoeften)
- psychische of emotionele mishandeling (afwijzing en vijandigheid)
- psychische of emotionele verwaarlozing (te weinig positieve aandacht geven)
- getuige van huiselijk geweld
Veelbesproken topic binnen lichamelijke mishandeling = corrigerende tik
-> helpt op korte termijn, maar ernstige neveneffecten op lange termijn
-> slaan: geassocieerd met slechtere relatie tussen ouder en kind, slechtere
psychische gezondheid van kind én ouder, en met crimineel en asociaal gedrag bij
kinderen
-> kind ook minder goed in staat om een gevoel van goed en kwaad te
ontwikkelen
-> leert kinderen dat geweld een aanvaardbare oplossing is voor problemen
Cultuur: bepaalt hoe gangbaar een pak slaag is
-> Nederland: wettelijk verboden
-> slechts enkele landen in Europa nog geen verbod
-> sommige niet-Europese landen (bv. China): sterke sociale normen tegen het
slaan van kinderen
-> komt daar zelden voor
-> VS: gezien als privékeuze (komt het dus ook vaker voor)
Deskundigen: unaniem over eens dat hard en vaak slaan negatieve gevolgen heeft
-> meningen verdeelder bij lichte tik (geen verwondingen)
-> ouders die kind slaan: vaak ook minder knuffelen, spelen, voorlezen,…
-> kan dus zijn dat pak slaag niet de oorzaak is van problemen
Experts: adviseren nooit te slaan
-> lichte tik escaleert makkelijk in pak slaag
-> andere manieren om kind te laten gehoorzamen die even effectief of zelfs
effectiever zijn
-> bv. time-out (als niet te vaak en juist uitgevoerd)
Psychische mishandeling: bv. kind bang maken, kleineren of vernederen
-> kind kan gevoel krijgen een teleurstelling/mislukking te zijn of worden er
constant aan herinnerd dat ze een last zijn
-> sommige ouders: dreigen met verlating of dood
4