Inhoudsopgave
Bloeddrukmeting met sfygmomanometer en palpatie van a...........................................................................2
Onderzoek lymfeklieren hoofd en hals en arteria carotis................................................................................4
Onderzoek thorax voorzijde........................................................................................................................... 7
Onderzoek abdomen..................................................................................................................................... 9
Neurologisch onderzoek.............................................................................................................................. 12
Onderzoek van de wervelkolom................................................................................................................... 18
Onderzoek rectaal toucher........................................................................................................................... 19
Het psychiatrisch onderzoek........................................................................................................................ 20
Onderzoek mammae.................................................................................................................................... 22
,Bloeddrukmeting met sfygmomanometer en palpatie
van a.
Voorstellen
Naam en functie benoemen
Handhygiëne
2x alcohol bij binnenkomst kamer en na onderzoek
Aanleggen bloeddrukmanchet
Patiënt laten zitten, de arm ontspannend op de tafel laten leggen met de
handpalm naar boven. De manchet aansluitend over de ontblootte bovenarm,
elleboog vrij. Uitleggen aan de patiënt wat je gaat doen.
‘Zou u uw bovenarm kunnen ontbloten?’
‘Ik ga de manchet om uw arm heen doen en de stethoscoop op uw arm
leggen dit kan een beetje koud zijn’
Palpatoire bovendruk bepalen
Palpeer a.radialis met de vingertoppen op de juiste plaats, pomp manchet
rustig op en geeft uitleg aan de patiënt.
Palperen aan kant duim met vingertoppen (15 sec) blijf oppompen tot je geen
hartslag meer voelt + 20/30 mmHg. Rustig leeg laten lopen tot je weer
hartslag voelt.
‘Ik ga de manchet oppompen. Dit kan een beetje een vervelend gevoel geven’
‘Deze laat ik dan rustig leeglopen en zo kan ik uw bloeddruk meten’
Auscultatoire bloeddrukbepaling
Palperen van de a. brachialis en daarna plaatsen van stethoscoop.
Plaatsing stethoscoop t.h.v. de a.brachialis, manchet vloeiend leeg laten lopen
met ongeveer 2-3mmHg per hartslag.
Aflezen bloeddruk op 2 mmHg nauwkeurig
Systolische bloeddruk zijn de eerste hoorbare tonen
Diastolische bloeddruk bij het wegvallen van de hoorbare tonen
‘Uw bloeddruk is …’
Herhaling meting
Herhaal meting aan andere arm. Vervolgens meting nogmaals doen aan arm
met hoogste bloeddruk. Gemiddelde noteren van de 2 metingen aan 1 arm.
Palpatie a. tibialis posterior en a. dorsalis pedis
Beide palperen op de juiste plek met de juiste techniek (2/3 vingers en juiste
druk)
Beschrijven palpatie van een bloedvat
Benoemt 3 kwaliteiten adequaat: frequentie hartslag, ritme en amplitude
Hoge bloeddruk >140 systolisch en >90 diastolisch
Lage bloeddruk <90 systolisch en <60 diastolisch
, Palpatie voet
Palperen a.tibialis posterior en a.dorsalis pedis
a. dorsalis pedis a. tibialis posterior
Palpatie arm
Palperen a.radialis en a.brachialis
a.radialis a. brachialis
Beschrijven palpatie van een vat
Beschrijven kwaliteiten: frequentie, ritme (regulair of irregulair) en amplitude
(stevig of zwak)
Vergelijk aan beide kanten
Aequaal/inaequaal